TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Oostergrachtswal 41

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1880 - 1890
Address
Oostergrachtswal 41, Locatie: Binnenstad, 8921 AB Leeuwarden
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20173, 5.80344
Monument number
516467

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voornaam, breed herenhuis in 1879 mogelijk naar ontwerp van Hendrik Kramer ontworpen in Eclecticisme, sinds tientallen jaren institutioneel gebruikt en daarvoor deels verbouwd en met de panden 37 tot en met 47 doorgebroken.

De Grachtswal, na de opening van het Nieuwe Kanaal in 1895 pas gescheiden in de Zuidergrachtswal en Oostergrachtswal, heeft al sinds eeuwen een zeer uiteenlopende, goeddeels aaneengesloten bebouwing, van vooral buitenhuizen van de welgestelden. Kaartmateriaal laat aan die wal een afwisseling zien van grote percelen met flinke bebouwing en uitgestrekte tuinen. Al van de minitieus getekende stadsplattegrond die Johann Hermann Knoop omstreeks 1760 tekende is dat af te lezen. Een van de opmerkelijkste bouwwerken was het in 1658 gestichte Marcelis Goverts Gasthuis, bestaand uit een voorhuis met poort en kamers rond een hof erachter. Het gasthuis is na de nieuwbouw aan de Noordersingel in 1877 met drie aangrenzende woonhuizen verkocht. Gedeelten van het gasthuis hebben nog lang achter de bebouwing gestaan, waar thans geen spoor meer van is te vinden. In het midden van de negentiende eeuw was de woningdichtheid van de Grachtswal en omgeving zodanig toegenomen dat het stadsbestuur even ten zuiden van het gasthuis voor de ontsluiting van het gebied in 1849 een pontje in de vaart bracht, het eerste van het zevental pontjes dat een verbinding over de stadsgracht ging onderhouden. Bovendien werd in hetzelfde jaar 1849 het achter de bebouwing gelegen exercitieveld verplaatst naar een terrein aan het Kalverdijkje, omdat de schietoefeningen gevaar gingen opleveren voor de omwonenden. De houten walbeschoeiing van de kade werd in 1859 vervangen door een stenen walmuur en spoedig is de kade geplaveid. In tegenstelling tot de Zuidergrachtswal die nog enige oudere bebouwing kent, lijkt de Oostergrachtswal met een bebouwing uit het laatste kwart van de vorige eeuw pas ontwikkeld te zijn na de ontmanteling van de stad. In deze periode, na de vernieuwing van de kade, is de bebouwing door vernieuwing en nieuwbouw inderdaad totaal van leeftijd veranderd, maar de nieuwe woningen bleven meest herenhuizen.

Tot de vernieuwing van Oostergrachtswal 41 stonden twee panden op deze plaats. In het noordelijke woonde commissionair Pruis met zijn vrouw en in het andere bouwkundige en architect Jacobus Petrus de Rooy. Opdrachtgever van de bouw was de rijke koopman Gajus Hajonides van der Meulen die er met zijn gezin en dienstpersoneel in 1880 introk. Dit gezin kwam van een paar huizen verder, van nummer 37. Tot 1915 bleven de Van der Meulens er wonen, daarna kreeg het een institutionele functie: het werd `kantoor van registratie en domeinen'. In de volgende jaren woont er nog wel personeel bij in, een klerk of een conciërge. Het herenhuis heeft vervolgens een kantoorfunctie behouden. De laatste tientallen jaren zetelde de provinciale planologische dienst, welstandsadviecommissie HUS & HIEM, de Thorbecke Academie van de Noordelijke Hogeschool en ten slotte Waterschap Friesland in het gebouw.

Omschrijving

EXTERIEUR: Herenhuis op een nagenoeg rechthoekige plattegrond van vijf raamvakken breed en twee volledige bouwlagen hoog onder een afgeknotte schildkap. Het brede pand staat in een gesloten gevelwand en is daarin net als nummer 47 verzelfstandigd door een encadrering van verticaal en horizontaal lijstwerk van natuursteen. Dit lijstwerk heeft het gebouw een zekere strengheid gegeven dat weer gerelativeerd wordt door enige decoratieve verrijkingen. Na een natuurstenen plint en borstwering met verdiepte velden en geprofileerde aflijsting van een onderdorpelband volgt opgaand muurwerk van paarsbruine baksteen. Ook de borstwering van de verdieping is bekleed met een brede lijst van natuursteen, opnieuw voorzien van verdiepte velden met dun loofwerkreliëf en een geprofileerde onderdorpelband. De gevel wordt beëindigd door een gecorniste kroonlijst van pleister, voorzien rechthoekige, verdiepte vakken met decoraties van krullend acanthusloof, in het middenvak met een dieper reliëf, een profiel- en tandlijst en een geprofileerde dakgoot. Verticaal wordt de gevel over beide bouwlagen op de hoeken en ter accentuering van de middenpartij geleed door pilasters van natuursteen met onversierde, verdiepte velden. Boven de pilasters zijn tegen de kroonlijst gepaarde consoles onder de gootlijst aangebracht. Thans staan grote, rechtgesloten, ongedeelde schuifvensters in de voorgevel, gedekt door hanekammen. In het middenvak de geprofileerd omlijste ingangspartij met hardstenen stoep van twee treden, portiekvoorzien van sierstuc op wanden en plafond en een dubbele, gebeeldhouwde deur voorzien van oorspronkelijk hang- en sluitwerk met getoogd gesloten bovenlicht. Voor de verdieping is boven de ingang een balkon aangebracht, rustend op rijk gevormde Neo-Renaissance consoles en voorzien van een sierlijk hek van gietijzer. Achter het balkon staat een partij van openslaande deuren met grote glaspanelen en bovenlicht in de verdieping. Boven deze middenpartij staat op het voorschild een eenvoudige dakkapel, getoogd gesloten met tweevoudig geprofileerde lijsten. Op het voorschild en voorste gedeelten van de zijschilden van het dak liggen blauw geglazuurde Lucas IJsbrand-pannen; overigens golfpannen. De achtergevel, waarvan het noordelijk gedeelte door een recente aanbouw aan het zicht is onttrokken, is gemetseld van grauwbruine baksteen. Op de begane grond staan in het midden en de twee zuidelijke vakken openslaande deuren; de andere twee vakken niet meer oorspronkelijk. Zowel deuren als ramen op de verdieping zijn getoogd gesloten. De middenpartij is aan weerszijden in metselwerk pilastervormig afgegrensd; in de verdiepte vakken kruisjes van gele steen. In de achtergevel stichtingssteen met: `Op den 16 Juni 1879 is aan dit gebouw de eerste steen gelegd door Nollius Hajonides van der Meulen oud 3 jaar en 3 maanden'

INTERIEUR: Achter de portiekingang bevindt zich een vestibule met witmarmeren vloer, dubbele tochtdeuren met bovenlicht en op wanden en plafond rijk stucwerk met koof, lijst en middenornament. In de gang die niet tot de tuin toe doorloopt, is soortgelijk gedecoreerd. Deuren meervoudig geprofileerd omlijst en met hoekornamenten in de vorm van acanthusbladeren. De deur naar de zuidelijke salon is verplaatst. Aan de noordzijde een korfbogige poortdoorgang - hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk de opening naar een trapopgang - die thans naar de naastgelegen nieuwbouw leidt, gevormd door pilastervormige penanten met blokvormige acanthuskapitelen en een boog voorzien van cassetten met rozetten. De noordelijke voorsalon bezit oorspronkelijke vensteromtimmering, een zwart marmeren schouw in beweeglijke vormen en schoorsteenmantel met Korinthische hoekzuiltjes en bekroning van hoge rand decoratiewerk. Buitengewoon rijk, zelfs rusteloos stucplafond met koof, velerlei lijst- en paswerk versierd met loof, bloemen en vruchten. De vergelijking met panden van Kramer waarvan bekend is dat hij Belgische pleisterwerkers aan het werk zette dringt zich hier op. De zuidelijke voorsalon is meer gemoderniseerd, maar bezit nog wel een (overigens minder rijk) stucplafond, Van beide salons zijn de omlijste paneeldeuren nog origineel. De overige ruimten voorzien van systeemplafonds. De oorspronkelijke trap is verdwenen; de salons op de verdieping kunnen langs trappen in de belendende panden bereikt worden. Op de verdieping zijn in de meeste vertrekken systeemplafonds. De voorsalon aan de voorzijde heeft nog een oorspronkelijk stucplafond en een decoratieve zwart marmeren schouw. De zolder is geheel voor de kantoorfunctie verbouwd en betimmerd. In 1971 is het belendende pand nummer 39 geheel vernieuwd en sterk naar achter uitgebreid, waarbij de achtervleugel voor een klein deel achter dit herenhuis kwam te staan.

WAARDERING

Herenhuis van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang

- vanwege de vooral uitwendig gave stijlzuiverheid in Eclectische stijl;

- vanwege bijzondere, oorspronkelijke interieuronderdelen, in het bijzonder het gave interieur van de noordelijke hoofdsalon;

- vanwege de markante plaats van het gebouw in de geschiedenis van de singelbebouwing;

- vanwege de stedenbouwkundige ligging als een van de belangrijke elementen in de gesloten grachtbebouwing.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Forenoon, broad mansion designed in 1879 possibly according to a design by Hendrik Kramer in Eclecticism, institutionally used for decades and previously partly rebuilt and broken through with the properties 37 to 47.

The Grachtswal, only separated into the Zuidergrachtswal and Oostergrachtswal after the opening of the Nieuwe Kanaal in 1895, has for centuries had a highly varied, mostly continuous built environment, consisting mainly of country houses of the wealthy. Map material shows an alternation at that wall of large plots with substantial buildings and extensive gardens. This is evident from the minutely drawn town plan that Johann Hermann Knoop drew around 1760. One of the most remarkable buildings was the Marcelis Goverts Gasthuis, founded in 1658, consisting of a front house with gate and rooms around a courtyard behind. The gasthuis was sold after the new construction at the Noordersingel in 1877 together with three adjoining dwelling houses. Parts of the gasthuis stood for a long time behind the built environment, where no trace of it can now be found. In the middle of the nineteenth century, the housing density of the Grachtswal and surroundings had so increased that the city administration brought a small ferry into the water channel just south of the gasthuis in 1849 for access to the area, the first of seven ferries that would maintain a connection over the city canal. Moreover, in the same year 1849 the exercise field located behind the built environment was moved to land at the Kalverdijkje, because shooting practice had begun to pose a danger to the residents. The wooden wall lining of the quay was replaced by a stone quay wall in 1859 and the quay was soon paved. In contrast to the Zuidergrachtswal which still has some older buildings, the Oostergrachtswal with buildings from the last quarter of the previous century appears to have been developed only after the dismantling of the city defences. In this period, after the renewal of the quay, the built environment has indeed been completely changed in age through renewal and new construction, but the new houses remained mostly mansions.

Until the renewal of Oostergrachtswal 41, two properties stood on this site. In the northern one lived commission agent Pruis with his wife and in the other building engineer and architect Jacobus Petrus de Rooy. The client for the construction was the wealthy merchant Gajus Hajonides van der Meulen who moved in with his family and household staff in 1880. This family came from a couple of houses further down, from number 37. The Van der Meulens remained living there until 1915, after which it acquired an institutional function: it became 'office of registration and domains'. In the following years household staff still lived there, a clerk or a caretaker. The mansion subsequently retained an office function. In the last few decades the provincial planning service, Wellstand Advisory Commission HUS & HIEM, the Thorbecke Academy of the Noordelijke Hogeschool and finally Waterschap Friesland were located in the building.

Description

EXTERIOR: Mansion on an approximately rectangular floor plan five window bays wide and two full storeys high under a truncated hipped roof. The broad building stands in a closed facade wall and is, like number 47, individualized in it by a framing of vertical and horizontal moulding in natural stone. This moulding has given the building a certain severity which is relativized again by some decorative enrichments. After a natural stone plinth and breastwork with recessed fields and profiled edging of a transom band, follows raised brickwork of purplish-brown brick. The breastwork of the upper storey is also clad with a broad band of natural stone, again provided with recessed fields with thin leaf relief and a profiled transom band. The facade is terminated by a plastered cornice with rectangular recessed panels decorated with curling acanthus leaves, with deeper relief in the central bay, a profiled dentil and cyma moulding and a profiled roof gutter. Vertically, the facade across both storeys is articulated at the corners and to emphasize the central section by natural stone pilasters with undecorated recessed fields. Above the pilasters paired consoles are placed against the cornice under the gutter line. The facade now has large, square-headed, undivided sash windows, covered by half-timbered roof gables. In the central bay the profiled-moulded entrance section with hardstone steps of two treads, entrance vestibule provided with ornamental plaster on walls and ceiling and a double, sculpted door provided with original hinges and fastening with arched-headed fanlight. Above the entrance on the upper storey a balcony is installed, resting on richly formed Neo-Renaissance consoles and provided with an elegant wrought-iron railing. Behind the balcony stands a set of double doors with large glass panels and fanlight in the upper storey. Above this central section stands on the front slope a simple roof dormer, arched-headed with doubly profiled mouldings. On the front slope and front portions of the side slopes of the roof lie blue glazed Lucas IJsbrand tiles; otherwise pantiles. The rear facade, of which the northern portion is obscured from view by a recent extension, is built in greyish-brown brick. On the ground floor doors stand in the middle and the two southern bays; the other two bays no longer original. Both doors and windows on the upper storey are arched-headed. The central section is demarcated on both sides by pilaster-form brickwork; in the recessed fields small crosses of yellow stone. In the rear facade a foundation stone with: 'On the 16th June 1879 the first stone of this building was laid by Nollius Hajonides van der Meulen aged 3 years and 3 months'

INTERIOR: Behind the entrance vestibule entrance is a vestibule with white marble floor, double draught doors with fanlight and on walls and ceiling richly decorated plasterwork with cove, moulding and central ornament. In the hallway which does not continue to the garden, similar decoration is present. Doors with multiple profiled mouldings and corner ornaments in the form of acanthus leaves. The door to the southern salon has been moved. On the north side a basket-arched doorway - most likely originally the opening to a stair access - which now leads to the adjacent new building, formed by pilaster-form pilasters with block-shaped acanthus capitals and an arch provided with coffered panels with rosettes. The northern front salon possesses original window furnishings, a black marble fireplace in flowing forms and mantelpiece with Corinthian corner columns and high-bordered decorative work crowning. Extraordinarily rich, even restless stucco ceiling with cove, manifold moulding and pastework decorated with leaves, flowers and fruits. The comparison with properties by Kramer from which it is known that he employed Belgian plasterers suggests itself here. The southern front salon is more modernized, but still possesses a (albeit less rich) stucco ceiling. From both salons the moulded panel doors are still original. The remaining rooms provided with suspended ceilings. The original staircase has disappeared; the salons on the upper storey can be reached via stairs in the adjacent properties. On the upper storey most rooms have suspended ceilings. The front salon at the front still has an original stucco ceiling and a decorative black marble fireplace. The attic has been completely rebuilt and panelled for the office function. In 1971 the adjacent property number 39 was entirely renewed and greatly extended to the rear, with the rear wing partly standing behind this mansion.

VALUATION

Mansion of general cultural-historical and architectural-historical importance

- on account of its especially outwardly well-preserved stylistic purity in Eclectic style;

- on account of exceptional, original interior components, in particular the well-preserved interior of the northern main salon;

- on account of the distinctive place of the building in the history of the canal-ring development;

- on account of its urban planning location as one of the important elements in the closed canal-side building environment.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map