Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klein Ypestein
Heiloo, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Dienstwoning
- Function
- Directeurswoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1929
- Address
- Kennemerstraatweg 466, 1851 NG Heiloo
- Place
- Heiloo
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.59594, 4.70723
- Part of complex
- 515981
- Monument number
- 515986
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Aan de oostzijde van de Kennemerstraatweg en rechts (Z) van het hoofdgebouw gelegen voormalige DIRECTEURSWONING "Klein Ypestein" met HEKWERK, gebouwd in 1929 als onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus' in opdracht van de Sint Willibrorduisstichting ten behoeve van de huisvesting van de geneesheer-directeur. De traditionalistische architectuur van dit door Thunissen en Hendricks ontworpen en door P. Bot gebouwde herenhuis sluit aan bij die van de eerste paviljoens. De huidige functie van het pand is patiëntenhuisvesting. Van het oorspronkelijke interieur zijn de indeling en diverse kenmerken bewaard gebleven. De voortuin wordt van de weg gescheiden door een vermoedelijk van vlak na de bouwtijd daterend hek dat zich voortzet voorbij de naastgelegen tweede dokterswoning.
Beschrijving
Op rechthoekig grondplan gebouwd woonhuis van twee bouwlagen onder een onderaan licht ingesnoerd schilddak met een ruim overstek en de nokrichting evenwijdig aan de straat. De rechterzijgevel (Z) heeft over de volle breedte een uitgebouwde parterre waarvan het linker gedeelte halfrond uitsteekt en voorzien is van een haaks op de zijgevel staand zadeldak met negenzijdig eindschild en een dekking van kleine gesmoorde leipannen. Haaks op de achtergevel is rechts (N) een rechthoekige aanbouw (garage annex keuken) opgetrokken van één bouwlaag onder een overstekend en licht ingesnoerd zadeldak met dito eindschild. Dit dak is evenals het hoofddak gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen en voorzien van een zinken mastgoot. Midden op de nok van het hoofddak staat een gemetselde schoorsteen van gele genuanceerde waalsteen waarop een ijzeren kap. De buitenmuren zijn beneden de vensters van de begane grond opgetrokken in rode genuanceerde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met platvolle voeg, en daarboven in gele genuanceerde waalsteen met knipvoeg (eveneens kettingverband). Onder de vensters zijn tenzij anders vermeld dunne roodbruine lekdorpeltegels (gres) toegepast.
De voorgevel (W) heeft in het midden een driezijdige erker die zich uitstrekt over twee bouwlagen en eindigt in een ingesnoerd driezijdige dakje haaks op het hoofddak. In het midden van de erker is ter hoogte van de verdiepingsvloer een terracotta reliëf van een uil, symbool van de wijsheid, ingemetseld. De drie erkervensters op de begane grond hebben bovenlichten, de drie op de verdieping (evenals beneden een breed vast middenraam tussen smallere draairamen) zijn gekoppeld en rusten op een doorgaande kalkstenen lekdorpel die doorloopt onder het vaste raam links van de erker. De overige vensters op de eerste verdieping, links een driedelig en rechts een vijfdelig, zijn samengesteld uit gekoppelde draai- en vaste ramen (om en om). Beneden is zowel links als rechts in de gevel een breed venster aangebracht waarboven een uitkragende betonnen latei bekroond door twee halve sierbollen. Het rechter raam wordt bovendien geflankeerd door twee smalle zijramen waarvan het (ter hoogte van de halve bollen) door twee hardstenen penanten met siermotieven wordt gescheiden. Links naast de erker zit nog een smal draairaam. In het voorschild is links en rechts een dakkapel aangebracht met drie gekoppelde ramen (twee draairamen waartussen een vast raam) en een plat dak met overstek. De linkerzijgevel (N) heeft rechts en in het midden een draairaam, en links een terugliggende en door smalle zijramen geflankeerde voordeur voorzien van een draairaampje waarvoor decoratief smeedwerk. De via een gemetselde stoep bereikbare voordeur is beschoten met vertikale eikenhouten planken met accoladeprofiel en wordt geflankeerd door twee lisenen waarin contrasterende sierbanden van oranje tegels en waarboven zowel links als rechts een ingemetseld terracotta reliëf van een duif als symbool van de huwelijksliefde. Boven de voordeur loopt het onderste deel van het overstekende zadeldak van de genoemde aanbouw als afdak door. De aanbouw heeft van links naar rechts een aan zware kruisgehengen afgehangen dubbele eikenhouten garagedeur voorzien van twee kleine ramen, een laaggeplaatst luik waarboven een uitkragende betonnen latei met halve bol, en drie gekoppelde draaivensters ter hoogte van de keuken. Op de eerste verdieping van de linkerzijgevel zit rechts een rondvenster met bloemmotief in rood, paars en blauw glas-in-lood, en links een driedelig venster met een vast raam tussen twee draairamen. De uitgebouwde parterre van de rechterzijgevel (Z) heeft rechts naast de halfronde uitbouw een dubbele eikenhouten tuindeur voorzien van glaspanelen, en verder rondom gekoppelde (vaste) ramen. Boven het rechter gedeelte van de uitbouw zijn gepotdekselde delen aangebracht (waarboven een vernieuwd balkonhek). Het balkon boven dit deel is bereikbaar via een dubbele eikenhouten balkondeur met glaspanelen. Links hiervan zit een rondvenster als in de andere zijgevel. Op het dak staat een kleine dakkapel met een uitzetraam en een plat dak met overstek. Links op de hoek is een hoge schoorsteen opgetrokken in hetzelfde metselwerk als de gevels.
De achtergevel (O) heeft op de begane grond links een breed venster met uitkragende betonnen latei bekroond door 2 halve sierbollen, in het midden een vanwege de achterliggende trap hoog geplaatst venster onder een dito latei met één sierbol, en rechtsonder twee draairaampjes ter hoogte van de keldertrap. De eerste verdieping springt rechts in en is daar voorzien van een rondvenster als in de zijgevels. Middenboven in de achtergevel zit een tweedelig venster (het linker raam vast, het rechter draaiend) en in de linker helft vier draairaampjes. Het achterschild heeft een brede dakkapel met een overstekend plat dak en vijf gekoppelde ramen: een breed vast raam tussen twee paar draairamen. De achtergevel van de aanbouw telt vijf draairaampjes tussen twee gemetselde sierlisenen. In de zuidgevel van de aanbouw zit rechts een tweede dubbele garagedeur als genoemd en links hiervan een eikenhouten achterdeur (met raampje) geflankeerd door twee hoog geplaatste draairaampjes. Op het zuidelijke dakschild van de aanbouw staat een dakkapel als boven de voorgevel. Waar de nok van dit dak aansluit tegen de achtergevel van het woonhuis staat een hoge derde schoorsteen, eveneens gemetseld in gele genuanceerde baksteen. In het interieur is de oorspronkelijke indeling bewaard gebleven. De ruime vertrekken zijn gegroepeerd rond een centrale rechthoekige hal in het verlengde van de vestibule. Beide ruimten hebben een tegelvloer bestaande uit een raster van lichtblauwe tegels met een vulling van witte, rode en paarsbruine tegels. De vestibule heeft bovendien een lambrisering van crèmekleurige tegels met boven- en onderaan een contrasterende rand van blauwe tegels. De wanden van de tussen de vestibule en de garage gelegen keuken zijn betegeld met crèmekleurige tegels. De gepleisterde wanden van de diverse kamers worden tot ruim onder de vlakke plafonds door houten lijstwerk in grote vakken geleed. Tegen de noordwand van de woonkamer rechtsvoor bevindt zich een brede schouw waarvan de schoorsteenmantel betegeld is met zwarte tegeltjes en wordt afgesloten door een zwartmarmeren plaat. Tussen de hal en de achtergevel is een betonnen steektrap gesitueerd die uitkomt in de nog originele wijnkelder. Boven deze keldertrap leidt een houten bordestrap vanuit de hal naar de ruime overloop op de eerste verdieping waaromheen de slaapkamers gesitueerd zijn. De trap heeft een ronde eikenhouten handlijst op getrapt gesneden klampen. De deuren op de begane grond en de eerste verdieping dateren uit de bouwtijd (de meeste met bovenin een vernieuwd liggend raam en daaronder een opgelegd paneel) en hebben een brede geprofileerde omlijsting.
Het tuinhek is samengesteld uit gemetselde pijlers met een betonnen dekplaat en lage muurdelen met een ezelsrug waarboven twee horizontale stalen buizen.
Waardering
De voormalige directeurswoning 'Klein Ypestein' met hekwerk is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als historisch-functioneel onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'. De voormalige directeurswoning heeft situationele waarde vanwege de markante stedenbouwkundige situering aan de Kennemerstraatweg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former DIRECTOR'S RESIDENCE "Klein Ypestein" with FENCE, located on the east side of the Kennemerstraatweg and to the right (S) of the main building, built in 1929 as part of the 'Sint Willibrordus' complex commissioned by the Sint Willibrordusstichting for the accommodation of the medical director. The traditionalist architecture of this gentleman's residence designed by Thunissen and Hendricks and built by P. Bot is consistent with that of the first pavilions. The current function of the building is patient accommodation. The original interior layout and various features have been preserved. The front garden is separated from the road by a fence presumably dating from shortly after construction, which continues past the adjacent second doctor's residence.
Description
A two-storey residential building built on a rectangular ground plan beneath a hipped roof that is slightly pinched at the bottom with a generous overhang and ridge direction parallel to the street. The right side gable (S) has a built-out ground floor across its full width, of which the left section projects in a semicircle and is provided with a gabled roof at right angles to the side gable with a nine-sided gable end and a covering of small smoke-fired slate tiles. At right angles to the rear gable, a rectangular extension (garage and kitchen) of one storey has been constructed to the right (N) beneath an overhanging and slightly pinched gabled roof with the same gable end. This roof, like the main roof, is covered with smoke-fired improved Dutch tiles and provided with a zinc gutter. In the middle of the ridge of the main roof stands a masonry chimney of yellow-toned valued brickwork with an iron cap. The exterior walls below the ground-floor windows are constructed in red-toned machine-made brickwork in Waal format in chain bond with full flush jointing, and above in yellow-toned valued brickwork with struck jointing (also in chain bond). Below the windows, thin reddish-brown drip-edge tiles in stoneware (gres) are used unless otherwise noted.
The front facade (W) has in the centre a three-sided oriel window that extends over two storeys and ends in a pinched three-sided roof gable at right angles to the main roof. In the middle of the oriel at the height of the floor of the upper storey is a terracotta relief of an owl, symbol of wisdom, set into the masonry. The three oriel windows on the ground floor have fanlights; those on the first floor (as well as below a wide fixed centre window between narrower casement windows) are coupled and rest on a continuous limestone drip-edge that runs beneath the fixed window to the left of the oriel. The remaining windows on the first floor, on the left a three-part and on the right a five-part window, are composed of coupled casement and fixed windows (alternating). Below, a wide window has been inserted both to the left and right in the facade, above which an overhanging concrete lintel is crowned by two half ornamental spheres. The right window is moreover flanked by two narrow side windows, of which the upper (at the height of the half spheres) is separated by two limestone pilasters with decorative motifs. To the left of the oriel is a narrow casement window. In the roof gable are dormers on the left and right, each with three coupled windows (two casement windows with a fixed window between them) and a flat roof with overhang. The left side gable (N) has a casement window on the right and in the centre, and on the left a recessed entrance door flanked by narrow side windows, provided with a casement fanlight with decorative wrought ironwork. The entrance door, reached via a masonry step, is clad with vertical oak boards with ogee moulding and is flanked by two pilasters with contrasting decorative bands of orange tiles and above both left and right an inset terracotta relief of a dove as symbol of conjugal love. Above the entrance door the lower part of the overhanging gabled roof of the aforementioned extension continues as a canopy. The extension has from left to right a double oak garage door hung on heavy cross-hinges, provided with two small windows, a low-placed shutter above which an overhanging concrete lintel with half sphere, and three coupled casement windows at the height of the kitchen. On the first floor of the left side gable on the right is a round window with flower motif in red, purple and blue leaded glass, and on the left a three-part window with a fixed window between two casement windows. The built-out ground floor of the right side gable (S) has to the right of the semicircular projection a double oak garden door provided with glass panes, and further around coupled (fixed) windows. Above the right section of the projection pot-roofed sections are provided (above which a renovated balcony railing). The balcony above this section is accessible via a double oak balcony door with glass panes. To the left of this is a round window as in the other side gable. On the roof is a small dormer with a casement window and a flat roof with overhang. On the left at the corner a tall chimney has been constructed in the same masonry as the facades.
The rear facade (E) has on the ground floor on the left a wide window with overhanging concrete lintel crowned by 2 half ornamental spheres, in the centre a window positioned high owing to the staircase behind it beneath a similar lintel with one decorative sphere, and below right two casement fanights at the height of the cellar stairs. The first floor steps back on the right and is provided there with a round window as in the side gables. In the middle above on the rear facade is a two-part window (the left window fixed, the right one casement) and in the left section four casement fanights. The rear gable has a broad dormer with an overhanging flat roof and five coupled windows: a wide fixed window between two pairs of casement windows. The rear facade of the extension has five casement fanights between two masonry decorative pilasters. In the south gable of the extension on the right is a second double garage door as mentioned and to the left of this an oak back door (with fanlight) flanked by two high-placed casement fanights. On the southern roof gable of the extension is a dormer as above the front facade. Where the ridge of this roof meets the rear facade of the residence stands a tall third chimney, also masonry in yellow-toned brickwork. In the interior the original layout has been preserved. The spacious rooms are grouped around a central rectangular hall in line with the vestibule. Both spaces have a tile floor consisting of a grid of light blue tiles with a fill of white, red and purple-brown tiles. The vestibule moreover has wainscoting of cream-coloured tiles with above and below a contrasting border of blue tiles. The walls of the kitchen situated between the vestibule and the garage are tiled with cream-coloured tiles. The plastered walls of the various rooms are divided into large panels by wooden moulding work well below the flat ceilings. Against the north wall of the living room at the front right is a broad fireplace with the chimney-piece tiled in black tiles and closed off by a black marble panel. Between the hall and the rear facade is a concrete stair with landings situated which leads into the still original wine cellar. Above this cellar stairs a wooden stair leads from the hall to the spacious landing on the first floor around which the bedrooms are situated. The stair has a round oak handrail on stepped cut brackets. The doors on the ground floor and the first floor date from the time of construction (most with a renewed horizontal window above and an applied panel below) and have broad moulded surrounds.
The garden fence is composed of masonry piers with a concrete top plate and low wall sections with a roof tile edge above which two horizontal steel tubes.
Valuation
The former director's residence 'Klein Ypestein' with fence is of general interest owing to its cultural and architectural-historical value as a historic-functional component of the 'Sint Willibrordus' complex. The former director's residence has situational value owing to its striking urban design position on the Kennemerstraatweg.
Nearby in the register
- Dokterswoning, Kennemerstraatweg 468Dienstwoningunder 1 mi
- Tuin, Kennemerstraatweg bij 464Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- S.M. Glorieux, St. AloysiusGezondheidszorgunder 1 mi
- Onze Lieve Vrouwe van LourdesKapelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.