TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

S.M. Glorieux, St. Aloysius

Heiloo, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Ziekenpaviljoen
Category
onroerend gebouwd
Built
1932 - 1940
Address
Kennemerstraatweg 464, 1851 NG Heiloo
Place
Heiloo
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.59639, 4.70884
Part of complex
515981
Monument number
515982

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het HOOFDGEBOUW is in twee fasen gebouwd als onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'. De beide zijvleugels - de linker is genoemd naar S.M. Glorieux, de stichter van de congregatie van de broeders van O.L.V. van Lourdes, de rechter draagt de naam Sint Aloysius - en de tussenliggende poortgebouwen dateren uit 1932. Het middendeel met de achterliggende kapel is later tussengevoegd. In februari 1938 vond de aanbesteding hiervan plaats en in maart 1940 was deze fase en daarmee het gehele complex voltooid. Het hoofdgebouw heeft tot nu toe haar oorspronkelijke functies grotendeels behouden: in het representatieve middendeel zijn de staf en de administratie gehuisvest, de twee zijvleugels zijn nog steeds in gebruik als patiëntenhuisvesting en daartoe inwendig gemoderniseerd. Het exterieur van de zijvleugels is nauwelijks gewijzigd. Het middendeel verkeert afgezien van de vergrote entree uit 1987 zowel in- als uitwendig nog grotendeels in de oorspronkelijke staat.

Beschrijving

Rond een trapeziumvormige binnenhof opgetrokken hoofdgebouw waarvan het gedeelte middenvoor ter weerszijden door een lager terugliggend poortgebouw wordt verbonden met twee zijvleugels die ten opzichte van het middendeel geren. "Het aanzien wordt hierdoor levendiger, en tegelijk wordt daardoor een suggestie gegeven van vertrouwdheid, van veiligheid en van beschutting", aldus de architect. Alle vleugels van het hoofdgebouw zijn geheel of gedeelteijk onderkelderd en tellen twee gelijke bouwlagen onder een zadeldak gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De totale frontbreedte bedraagt 184 meter. Ter plaatse van de hoofdingang in het midden van de voorgevel is het zadeldak door tussenvoeging van een lage tweede verdieping over vier vensterassen plaatselijk verhoogd. Beide zijvleugels eindigen in een sterk risalerende hoekpartij onder een hoog zadeldak en met middenvoor een driezijdige erker die boven de dakvoet uitsteekt en voorzien is van een plat dak. De linker zijvleugel is rechtsachter (vanaf de achterkant gezien links) rechthoekig uitgebouwd rond een vierkante binnenplaats. Alle buitenmuren zijn opgetrokken in gele genuanceerde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met licht achteroverhellende voeg. Bij de zijvleugels en poortgebouwen is tot onder de vensters van de begane grond rode genuanceerde waalsteen toegepast. Alle kopse gevels zijn uitgevoerd als tuitgevel met onderaan een geveltrap waartegen de op geprofileerde klossen rustende houten bakgoten eindigen. Boven de vernieuwde hoofdingang in het midden van de symmetrische voorgevel (W) is in bronzen letters de naam "SINT WILLIBRORDUSSTICHTING" aangebracht. De vier vensters erboven hebben gebeeldhouwde penanten van tufsteen (P.Biesiot) voorstellend een zonnebloem (l), symbool van de Christelijke naastenliefde, de patroonheilige Sint Willibrordus in het midden, en een gebroken keten met esculaap als symbool voor de medische hulp (r). In de voorgevel zijn op de begane grond en de eerste verdieping hoofdzakelijk kruisvensters toegepast voorzien van twee vierruits onderramen en twee tweeruits valramen bovenin. De vensters hebben uitkragende betonnen lateien en zijn op regelmatige wijze geplaatst in vensterassen met onderin een even breed keldervenster bestaande uit twee gekoppelde tweeruits valramen. Het middendeel telt achtien vensterassen: in het midden vier, rechts en links een enkele, en daartussen een groep van zeven waarvan de penanten tussen de kruisvensters door zeven terugliggende metsellagen een geblokt karakter hebben. De vensters in de vier middenste vensterassen hebben hardstenen lekdorpels, de overige rode lekdorpeltegels (gres). In het midden van de zijvleugels bevinden zich beneden en boven drie grote samengestelde rondboogvensters met natuurstenen aanzetstenen. Onder de drie bovenste vensters is in bronzen letters de naam van het paviljoen aangebracht: links "GLORIEUX" en rechts "ALOYSIUS". Ter weerszijden van de drie rondboogvensters tellen beide zijgevels vier vensterassen met tussen de kruisvensters geblokte penanten als in het middendeel. Ook de zijvleugels hebben naast het terugliggende poortgebouw een vensteras die door een brede en vlakke penant los staat van de overige. In de risalerende hoekpartijen zit ter weerszijden van de erker beneden een zesruits venster en boven een vierruits venster. De erker zelf heeft in elk van de drie zijden een vensteras als bovengenoemd. De voorzijde van de erker wordt op de begane grond geflankeerd door lisenen waarop een hardstenen ornament met symbolische voorstelling (bovenin een Latijns kruis). De vensters van de zijvleugels hebben forse zwartgeglazuurde lekdorpeltegels. Middenboven de zijvleugels is een brede dakkapel aangebracht voorzien van vijf vierruits draairamen, en ter weerszijden hiervan een kleinere met drie gekoppelde dito ramen (bij de rechter dakkapel van de linker vleugel zijn twee ramen vervangen door een modern rooster). Het middendeel telt zowel links als rechts van de verhoogde middenpartij drie dakkapelen voorzien van twee gekoppelde vierruits uitzetramen. Alle genoemde dakkapelen hebben leigedekte zijwanden (maasdekking) en een plat dak met overstek.

De twee doorgangen tussen het middendeel en de zijvleugels worden geaccentueerd door kalkstenen beelden op de flankerende hoeken van het middendeel en de zijvleugels: van links naar rechts S.M. Glorieux, St. Vincentius, St. Jozef en St. Aloysius. Beide doorgangen worden overwelfd door een tongewelf van gele machinale baksteen in halfsteens verband met knipvoeg, en aan de achterzijde afgesloten door een smeedijzeren spijlenhek waarin bloemmotieven. In beide doorgangen zit aan de kant van de zijvleugel een opgeklampte deur met halfrond bovenlicht voorzien van houtsnijwerk. Links naast de in eikenhout uitgevoerde deur in de linker doorgang bevindt zich een loket met een samengesteld venster voorzien van glas-in-lood en twee draairamen. Boven beide doorgangen zijn op de eerste verdieping zowel voor als achter vijf vierruits stolpramen aangebracht, aan de voorzijde geplaatst op een uitkragende natuurstenen rand. De achtergevel van het rechter poortgebouw telt echter slechts één vierruits stolpvenster en ter weerszijden een tweeruits draairaam. In de zij- en achtergevels van de zijvleugels en de vleugels rond de binnenhof komen diverse venstertypen voor, waarbij (gekoppelde) vierruits draairamen, vierruits ramen waarboven een tweeruits valraam, en kruisvensters als in de voorgevel verreweg in de meerderheid zijn. De meeste vensters zijn op regelmatige wijze in de gevels geplaatst, veelal evenals bij de voorgevel in vensterassen, maar zonder de absolute symmetrie van de voorgevel. De oostgevel van de genoemde uitbouw aan de achterzijde van de linkerzijvleugel en de aan de binnenhof grenzende achtergevel van het middendeel zijn wel symmetrisch en voorzien van een middenrisaliet. Die van het middendeel is verhoogd en voorzien van een brede gebogen uitbouw over twee bouwlagen afgesloten door een plat dak waarlangs een ijzeren leuning. Tussen de zesruits vensters van deze uitbouw zijn contrasterende banden gemetseld van rode handvormsteen waalformaat. In de diverse vleugels zijn uiteenlopende deurtypen toegepast, waaronder opgeklampte rechte en rondboogdeuren, en (dubbele) eikenhouten deuren met glaspanelen. Op alle vleugels zijn dakkapelen aangebracht als boven de voorgevel, het merendeel met twee gekoppelde vierruits uitzetramen.

In het middendeel van het hoofgebouw is het oorspronkelijke interieur voor een groot gedeelte bewaard gebleven. Op de begane grond loopt rond de binnenhof een brede, ter plaatse van de oostvleugel verhoogde gang die uitmondt in de centrale hal gesitueerd achter de gebogen uitbouw aan de achterzijde van het middendeel én in het verlengde van de vestibule middenvoor. De vloeren van de de hal, de gang, en de vestibule (gedeeltelijk) zijn betegeld met Solenhofener leisteen, de muren uitgevoerd in schoonmetselwerk van gele genuanceerde handvormsteen (formaat ca. 22-23 x 7 cm) in kettingverband met terugliggende voeg. In de linkerzijmuur (N) van de vestibule is een eerste steen ingemetseld gedateerd 10 september 1938. Tussen de hal en de gang en tussen de gangvleugels zijn rondboogdoorgangen aangebracht. Vanuit de gang geven zesruits rondboogvensters uitzicht op de binnenhof. De deuren die op de hal en de gang uitkomen zijn getoogd en beschoten met vertikale eikenhouten planken voorzien van cannelures. Op de kruispunten van de vier vleugels rond de binnenhof bevinden zich vier trappenhuizen met bordestrappen. De treden van deze trappen en de bordestrap die vanuit de vestibule leidt naar de kelder zijn uitgevoerd in crèmekleurig kalksteen. Op beide verdiepingen loopt een middengang met ter weerszijden kamers. Ook deze gangen hebben een tegelvloer als beneden. De muren van de gang op de tweede verdieping zijn gepleisterd; de gang op de eerste verdieping heeft een lambrisering van crèmekleurige tegels met een onderrand van zwarte tegels. Beide verdiepingen hebben vlakke deuren met bovenin een liggend raam en een geprofileerde deuromlijsting. De kamers op de begane grond en de verdiepingen zijn gemoderniseerd (o.a. verlaagde plafonds) en deels door het plaatsen of uitbreken van tussenwanden verkleind of vergroot. De paviljoens "Glorieux" en Aloysius" zijn met uitzondering van de trappenhuizen inwendig verbouwd. Ook deze trappenhuizen hebben bordestrappen met treden van crèmekleurig kalksteen.

Waardering

Het hoofdgebouw is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als zorgvuldig ontworpen en gaaf bewaard gebleven hoofdonderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'. Het hoofdgebouw heeft situationele waarde vanwege de markante stedenbouwkundige situering aan de Kennemerstraatweg.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The MAIN BUILDING was constructed in two phases as part of the 'Sint Willibrordus' complex. Both side wings - the left one named after S.M. Glorieux, the founder of the congregation of the brothers of O.L.V. van Lourdes, the right one bearing the name Sint Aloysius - and the intermediate gatehouse buildings date from 1932. The central section with the chapel behind it was inserted later. In February 1938 the tender for this took place and in March 1940 this phase and thus the entire complex was completed. The main building has largely retained its original functions to date: the administrative staff are housed in the representative central section, the two side wings are still in use as patient accommodation and have been modernised internally for this purpose. The exterior of the side wings has scarcely been altered. The central section, apart from the enlarged entrance from 1987, remains largely in its original state both internally and externally.

Description

Main building erected around a trapezoidal inner courtyard of which the central front section is connected on both sides by a lower set-back gatehouse building with two side wings which are set back relative to the central section. "This gives a livelier appearance, and at the same time suggests a sense of familiarity, of safety and of shelter", according to the architect. All wings of the main building are wholly or partly basement-level and count two equal storeys under a gabled roof covered with dampened improved Dutch tiles. The total front width is 184 metres. At the location of the main entrance in the middle of the front façade, the gabled roof is locally heightened by the insertion of a low second storey over four window bays. Both side wings end in a strongly projecting corner section under a high gabled roof and with in the middle a three-sided bay window which projects above the eaves and is provided with a flat roof. The left side wing is extended to the rear (viewed from the back on the left) in a rectangular form around a square inner courtyard. All external walls are built in yellow-toned machine-made brick of Waal format in stack bond with slightly raking joints. On the side wings and gatehouse buildings red-toned Waal brick is used up to below the ground floor windows. All end gables are executed as spout gables with a gable stair at the bottom against which the wooden gutters resting on profiled corbels end. Above the renewed main entrance in the middle of the symmetrical front façade (W), the name "SINT WILLIBRORDUSSTICHTING" is displayed in bronze letters. The four windows above it have carved piers of tufa stone (P.Biesiot) depicting a sunflower (l), symbol of Christian charitable love, the patron saint Sint Willibrordus in the middle, and a broken chain with Aesculapius as symbol for medical aid (r). In the front façade on the ground floor and first floor mainly cross windows are used provided with two four-pane lower sashes and two two-pane upper casements. The windows have projecting concrete lintels and are placed on a regular basis in window bays with below a similarly wide basement window consisting of two coupled two-pane casements. The central section counts eighteen window bays: in the middle four, on the right and left a single one, and between them a group of seven in which the piers between the cross windows through seven set-back courses of brickwork have a blocked character. The windows in the four middle window bays have ashlar drip mouldings, the remainder red drip moulding tiles (stoneware). In the middle of the side wings there are below and above three large composite rounded-arch windows with natural stone string courses. Below the three upper windows the name of the pavilion is displayed in bronze letters: on the left "GLORIEUX" and on the right "ALOYSIUS". On both sides of the three rounded-arch windows both side façades count four window bays with between the cross windows blocked piers as in the central section. The side wings also have next to the set-back gatehouse building a window bay which stands apart from the others through a broad and flat pier. In the projecting corner sections there is on both sides of the bay window below a six-pane window and above a four-pane window. The bay window itself has in each of its three sides a window bay as mentioned above. The front of the bay window is flanked on the ground floor by pilasters on which a stone ornament with symbolic representation (at the top a Latin cross). The windows of the side wings have substantial dark-glazed drip moulding tiles. Midway above the side wings a broad roof dormer is placed provided with five four-pane casement windows, and on both sides of this a smaller one with three coupled likewise windows (at the right roof dormer of the left wing two windows have been replaced by a modern grille). The central section counts on both the left and right of the heightened central section three roof dormers provided with two coupled four-pane opening casement windows. All mentioned roof dormers have slate-clad side walls (Maas coverage) and a flat roof with overhang.

The two passages between the central section and the side wings are accentuated by limestone sculptures on the flanking corners of the central section and the side wings: from left to right S.M. Glorieux, St. Vincentius, St. Joseph and St. Aloysius. Both passages are spanned by a barrel vault of yellow machine-made brick in half-brick bond with cut joints, and closed off on the rear side by a wrought-iron railing fence in which flower motifs. In both passages there is on the side wing a clamped door with a semicircular fanlight provided with wood carving. To the left of the door executed in oak in the left passage there is a counter with a composite window provided with leaded glass and two casement windows. Above both passages on the first floor both front and rear five four-pane pivot windows are placed, positioned on the front on a projecting natural stone edge. The rear façade of the right gatehouse building, however, counts only one four-pane pivot window and on both sides a two-pane casement window. In the side and rear façades of the side wings and the wings around the inner courtyard various window types occur, with (coupled) four-pane casement windows, four-pane windows with above a two-pane upper casement, and cross windows as in the front façade being by far the majority. Most windows are placed regularly in the façades, often as at the front in window bays, but without the absolute symmetry of the front façade. The east façade of the aforementioned extension to the rear of the left side wing and the rear façade bordering the inner courtyard of the central section are indeed symmetrical and provided with a central projection. That of the central section is heightened and provided with a broad curved extension over two storeys closed off by a flat roof along which an iron railing. Between the six-pane windows of this extension contrasting bands are bonded in red hand-formed Waal format brick. Various door types are used in the different wings, including clamped straight and rounded-arch doors, and (double) oak doors with glazed panels. On all wings roof dormers are placed as above the front façade, the majority with two coupled four-pane opening casement windows.

In the central section of the main building the original interior has been largely preserved. On the ground floor a broad corridor runs around the inner courtyard which at the location of the east wing is heightened and opens into the central hall situated behind the curved extension on the rear of the central section and in line with the vestibule in the middle front. The floors of the hall, the corridor, and the vestibule (partly) are tiled with Solnhofen limestone, the walls executed in fair-faced brickwork of yellow-toned hand-formed brick (format approx. 22-23 x 7 cm) in stack bond with set-back joints. In the left side wall (N) of the vestibule a foundation stone is set dated 10 September 1938. Between the hall and the corridor and between the corridor wings rounded-arch passages are placed. From the corridor six-pane rounded-arch windows provide a view of the inner courtyard. The doors which open onto the hall and the corridor are arched and lined with vertical oak boards provided with fluting. At the intersections of the four wings around the inner courtyard there are four staircases with monumental flights of stairs. The steps of these stairs and the monumental staircase leading from the vestibule to the basement are executed in cream-coloured limestone. On both floors a central corridor runs with rooms on both sides. These corridors too have a tiled floor as below. The walls of the corridor on the second floor are plastered; the corridor on the first floor has a dado of cream-coloured tiles with a lower strip of black tiles. Both floors have flat doors with a horizontal window at the top and a profiled door frame. The rooms on the ground floor and the floors have been modernised (including lowered ceilings) and partly reduced or enlarged by placing or removing partition walls. The pavilions "Glorieux" and "Aloysius" have been internally remodelled with the exception of the staircases. These staircases too have monumental flights of stairs with steps of cream-coloured limestone.

Valuation

The main building is of general importance for its cultural and architectural-historical value as a carefully designed and well-preserved main component of the 'Sint Willibrordus' complex. The main building has situational value because of its striking urban planning setting on the Kennemerstraatweg.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map