Rijksmonumentenregister · Netherlands
Sint Paulus
Heiloo, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Function
- Ziekenpaviljoen
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1928 - 1929
- Address
- De Kroft 2, 1851 VS Heiloo (and others)
- Place
- Heiloo
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.59505, 4.70923
- Part of complex
- 515981
- Monument number
- 515984
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Aan de zuidrand van het complex 'Sint Willibrordus' en de noordzijde van de Ypesteinerlaan ligt het ZIEKENPAVILJOEN 'Sint Paulus' dat dateert uit 1928-1929. In verband met wettelijke voorschriften was het terrein waarop dit voor psychopaten bestemde paviljoen staat afgescheiden van de rest van de de inrichting en via een afzonderlijke weg toegankelijk, de huidige Ypesteinerlaan (vroeger Oosterzijweg geheten). Op 31 juli 1930 is het paviljoen "als eerste RK instituut voor ter beschikking van de regering gestelde psychopaten" officieel geopend door de Minister van Justitie. In 1982 is het paviljoen op de hoek verhoogd met een lage verdieping in aangepaste stijl. Verder verkeren exterieur en interieur nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Het paviljoen is tot op heden in gebruik als patiëntenhuisvesting.
Beschrijving
Op L-vormig grondplan opgetrokken paviljoen bestaande uit twee haakse vleugels van twee bouwlagen onder een schilddak met ruim overstek en daartussen een naderhand verhoogde hoekpartij van drie bouwlagen onder het oorspronkelijke tentdak dat eveneens voorzien is van een ruim overstek en bekroond wordt door een lage gemetselde schoorsteen. De evenwijdig aan de Ypesteinerlaan lopende zuidvleugel is enkele meters langer dan de westvleugel. De schilddaken van beide vleugels worden met de hoekpartij verbonden door middel van een lager en smaller zadeldak met overstek. In de binnenhoek tussen beide vleugels bevindt zich op de begane grond een kleine uitbouw met vierkante plattegrond waarop een groot, voor driekwart ingebouwd balkon waarboven de terugliggende binnenhoek van het hoekblok is afgeschuind. Het tentdak volgt deze afschuining en is daardoor niet vier- maar vijfzijdig. Alle dakvlakken zijn gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Langs de dakranden lopen zinken mastgoten. De twee schilddaken dragen in totaal vijf dakkapellen, alle met leigedekte zijden en een gering overstek: één voorzien van twee vierruits uitzetramen boven de twee kopse gevels, een brede met vier van deze ramen boven de oostgevel van de westvleugel, en twee dakkapellen van het laatste type boven de noordgevel van de zuidvleugel. Het buitenmuurwerk is opgetrokken in rode genuanceerde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met knipvoeg. Halverwege de bovenlichten van de vensters op de eerste verdieping is rondom een uitkragende rode tegelrand ingemetseld. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn hoofdzakelijk zesruits vensters toegepast bestaande uit een vierruits stolpraam waarboven een tweeruits valraam. Alle vensters hebben dunne rode lekdorpeltegels (gres) en een rollaag als latei. Het verhoogde hoekvolume wordt op de eerste verdieping van de west- en zuidgevel geflankeerd door een inpandig balkon met in het midden van de achtermuur een door zesruiters geflankeerde eikenhouten deur voorzien van glaspanelen en een tweeruits bovenlicht. In de gemetselde balustraden van beide balkons zijn acht rode tegels en (lager) een terracotta vogelreliëf ingemetseld. De zuid- en westgevel worden voorbij de balkons geleed door twee driezijdige erkers die zich uitstrekken over beide bouwlagen en zowel beneden als boven voorzien zijn van een negenruits venster (zesruits vast raam waarboven een drieruits bovenlicht) tussen twee drieruits zijramen (tweeruits draairaam waarboven een enkelruits valraam). Boven de erkervensters is een uitkragende betonnen latei aangebracht en ter hoogte van de verdiepingsvloer zit bij alle vier de erkers een terracotta vogelreliëf ingemetseld. Rond de erkers zijn bloembakken gemetseld. De zuidgevel telt tussen de erkers drie en ter weerszijden twee vensterassen met zesruiters. Onder het balkon bevinden zich nog twee zesruiters. Tussen de twee erkers van de westgevel zijn boven drie zesruiters aangebracht en zit beneden een eikenhouten deur met glaspanelen en tweeruits bovenlicht geflankeerd door in een puntvorm uitgemetselde en met een halve bol bekroonde penanten waarin sierbanden van rode tegels. Ter weerszijden hiervan bevindt zich een zesruits venster. Links van de linker erker zit beneden één zesruiter, rechts van de rechter erker beneden twee en boven één zesruits venster. De hoge hoekpartij telt aan beide zijden drie vensterassen met op de begane grond en de eerste verdieping zesruiters en op de lagere tweede verdieping vierruits stolpramen (de middenste van de westgevel en de rechter van de zuidgevel zijn vervangen door een modern rooster). In de linker vensterras van de westgevel van de hoekpartij zijn de vensters dichtgezet. De zuidgevel van de hoekpartij heeft op de begane grond alleen links een venster. Rechts hiervan zit de hoofdingang bestaande uit een dubbele eikenhouten deur waarboven een betonnen luifel op twee lisenen waarin sierbanden van gestapelde rode tegels en bovenaan een kalkstenen blok met decoratieve inkepingen. Beide deurhelften hebben een staand glaspaneel die voorzien is van drie rijen langwerpige vertikale ruitjes en omgeven wordt door een opliggende sierrand met middenboven een gesneden Latijns kruis. Boven de luifel bevindt zich een drietal kleine glas-in-loodramen (blank glas met een lila bies en in het midden lichtgele rondjes en rechthoeken) waarboven een gevelsteen is aangebracht met de naam van het paviljoen "ST. PAULUS" onder een tweede kleinere luifel. Deze wordt ondersteund door twee kleine lisenen met een console in de vorm van een pelikaan (symbool voor het offer van Christus). Ook in deze lisenen en de penanten tussen de drie glas-in-loodramen zijn sierbanden van gestapelde rode tegels aangebracht. Voor de deur is een stoep gemetseld van rode genuanceerde waalsteen waarin een zwaar ijzeren rooster. Op de hoek van de zuid- en de westgevel bevindt zich een overhoeks uitgemetselde sokkel waarboven een gedeeltelijk in de muur aangebracht en in kalksteen gehouwen beeld van "S(in)t P(aulus)" staande achter zijn zwaard en met een hand onder zijn kin voor zich uit starend.
In de kopse gevel (N) van de westvleugel zijn zowel op de begane grond als de eerste verdieping drie zesruiters aangebracht. De kopse gevel (O) van de zuidvleugel heeft op de eerste verdieping twee zesruiters en op de begane grond van links naar rechts twee van deze vensters, een eikenhouten deur met glaspanelen en een derde zesruiter (in beide kopse gevels is op de eerste verdieping naderhand een branddeur aangebracht). Beide zijden van de genoemde uitbouw in de binnenhoek hebben een samengesteld vijftienruits venster (een negenruits vast raam tussen tweeruits draairamen waarboven een enkelruits valraam) gescheiden door een betonnen hoekpijler die een eveneens betonnen latei draagt. De vleugelgevels ter weerszijden hebben zowel in de eerste als tweede vensteras gerekend vanaf de uitbouw, op de eerste verdieping een vierruits vast venster, daaronder een, vanwege de achterliggende trappenhuizen ter hoogte van de verdiepingsvloer aangebrachte zesruiter, en op de begane grond, in de eerste vensteras een keldervenster (in de noordgevel dichtgezet; in de oostgevel voorzien van gaas) en in de tweede een eikenhouten deur voorzien van glaspanelen. Beide gevels tellen verder vijf vensterassen met zowel beneden als boven een zesruiter. Het balkon boven de uitbouw is toegankelijk via een deur als laatstgenoemd in de afgeschuinde muur waarboven een tweeruits valraam. Ter weerszijden van deze deur zijn drie zesruiters aangebracht. Op de begane grond en de eerste verdieping is de oorspronkelijke indeling nog grotendeels intact. Beide vleugels hebben een brede middengang die voorbij het trappenhuis versmalt. De vloer van de brede middengangen bestaat uit gespikkelde tegels (zwarte en lichtgele spikkels op een wit fond) met langs de randen en in het midden eenvoudige patronen van rode en roodbruine tegels (in het midden onder meer kruismotieven). Langs de wanden van de twee trappenhuizen loopt tot de eerste verdieping een lambrisering van crèmekleurige tegels met een bovenrand van zwarte tegels. De bordestrappen hebben treden van beigekleurig kalksteen en stootborden van rode tegels; op de bordessen ligt een tegelvloer als in de gang. De gepleisterde trapleuningen (op de begane grond aan de binnenzijde betegeld met crèmekleurige tegels) worden afgedekt door een eikenhouten plank waarop smeedijzeren staanders bevestigd zijn die een ronde eikenhouten handlijst dragen. De drie genoemde balkons op de eerste verdieping (twee voor, één achter) hebben een vloer betegeld met witte en langs de randen rode tegels. In de meeste vertrekken op de begane grond en de eerste verdieping zijn moderne verlaagde plafonds aangebracht en wordt de vloer door vloerbedekking aan het oog onttrokken. Een groot deel van de oorspronkelijke deuren is bewaard gebleven. De kamertjes ter weerszijden van de smallere gangdelen op de eerste verdieping hebben (geverfde) houten deuren met een opgelegd paneel waarboven drie raampjes. Daarnaast komen ook eikenhouten deuren met glaspanelen voor. De zolderverdieping is verbouwd.
Waardering
Het ziekenpaviljoen 'Sint Paulus' is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als zorgvuldig ontworpen en gaaf bewaard gebleven onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
On the southern edge of the complex 'Sint Willibrordus' and the north side of the Ypesteinerlaan lies the HOSPITAL PAVILION 'Sint Paulus' dating from 1928-1929. In accordance with statutory regulations, the site on which this pavilion, intended for psychopaths, stands was separated from the rest of the institution and was accessible via a separate road, the present-day Ypesteinerlaan (formerly called Oosterzijweg). On 31 July 1930, the pavilion was officially opened as "the first Catholic institution for psychopaths placed at the disposal of the government" by the Minister of Justice. In 1982, the pavilion at the corner was raised with a low storey in adapted style. Furthermore, the exterior and interior remain largely in their original state. The pavilion continues to be used for patient housing to this day.
Description
A pavilion constructed on an L-shaped ground plan consisting of two perpendicular wings of two storeys under a hipped roof with substantial overhang and between them a subsequently raised corner section of three storeys under the original pyramid roof which is likewise furnished with substantial overhang and crowned by a low brick chimney. The south wing running parallel to the Ypesteinerlaan is several metres longer than the west wing. The hipped roofs of both wings are connected to the corner section by means of a lower and narrower gabled roof with overhang. In the inner corner between both wings there is on the ground floor a small outbuilding with a square ground plan on which sits a large balcony, three-quarters built-in, above which the recessed inner corner of the corner block is angled. The pyramid roof follows this angle and is therefore not four- but five-sided. All roof surfaces are covered with smothered improved Dutch tiles. Zinc gutter boards run along the roof edges. The two hipped roofs carry a total of five dormer windows, all with slate-covered sides and minimal overhang: one furnished with two four-light casement windows above the two gable ends, a broad one with four of these windows above the east facade of the west wing, and two dormer windows of the latter type above the north facade of the south wing. The external masonry is constructed in red varied machine-made clinker brick in Flemish bond with struck joint. Halfway up the fanlights of the windows on the first floor, a projecting red tile band is mortared around the perimeter. On the ground floor and the first floor, mainly six-light windows are used, consisting of a four-light casement window above which is a two-light pivot window. All windows have thin red terracotta drip moulds (gres) and a roll layer as lintel. The raised corner volume is flanked on the first floor of the west and south facade by a built-in balcony with in the centre of the rear wall a wooden oak door flanked by six-light windows furnished with glass panels and a two-light fanlight. In the mortared balustrades of both balconies, eight red tiles and (lower) a terracotta bird relief are mortared. The south and west facades are articulated beyond the balconies by two three-sided bay windows which extend over both storeys and are furnished on both lower and upper levels with a nine-light window (six-light fixed frame above which is a three-light fanlight) between two three-light side windows (two-light casement window above which is a one-light pivot window). Above the bay windows a projecting concrete lintel is fitted and at the height of the floor level, four bird reliefs in terracotta are mortared at all four bays. Flower boxes are mortared around the bays. The south facade has three window axes between the bays and two on either side with six-light windows. Below the balcony there are still two six-light windows. Between the two bay windows of the west facade, three six-light windows are positioned above and below is a wooden oak door with glass panels and a two-light fanlight flanked by point-shaped mortared and half-dome crowned pilasters in which decorative bands of red tiles are set. On either side of this is a six-light window. To the left of the left bay window, there is one six-light window below; to the right of the right bay window, two below and one above. The tall corner section has three window axes on both sides with six-light windows on the ground floor and first floor and four-light casement windows on the lower second floor (the middle one of the west facade and the right one of the south facade have been replaced with a modern grille). In the left window axis of the west facade of the corner section, the windows are blocked up. The south facade of the corner section has only one window on the left on the ground floor. To the right of this is the main entrance consisting of a double wooden oak door above which is a concrete canopy on two lisene strips in which decorative bands of stacked red tiles and at the top a limestone block with decorative notches. Both door leaves have a standing glass panel which is furnished with three rows of elongated vertical small panes and is surrounded by an applied decorative border with a carved Latin cross at the top centre. Above the canopy there is a set of three small stained-glass windows (clear glass with a lilac border and in the centre light yellow circles and rectangles) above which a facade stone is positioned with the name of the pavilion "ST. PAULUS" under a second smaller canopy. This is supported by two small lisene strips with a console in the form of a pelican (symbol of the sacrifice of Christ). In these lisene strips and the pilasters between the three stained-glass windows, decorative bands of stacked red tiles are also fitted. In front of the door is a step mortared in red varied clinker brick with a heavy iron grille. On the corner of the south and west facade is a diagonally mortared plinth above which is partially built into the wall and carved in limestone a figure of "S(in)t P(aulus)" standing behind his sword with a hand under his chin gazing ahead.
In the gable end (N) of the west wing, three six-light windows are positioned both on the ground floor and the first floor. The gable end (O) of the south wing has two six-light windows on the first floor and on the ground floor from left to right two of these windows, a wooden oak door with glass panels and a third six-light window (in both gable ends, a fire door has been subsequently fitted on the first floor). Both sides of the aforementioned outbuilding in the inner corner have a compound fifteen-light window (a nine-light fixed frame between two-light casement windows above which is a one-light pivot window) separated by a concrete corner pillar which carries an equally concrete lintel. The side facades on either side have in both the first and second window axes reckoned from the outbuilding, on the first floor a four-light fixed window, below it a six-light window, fitted at the height of the floor level owing to the stairwells behind, and on the ground floor, in the first window axis a basement window (blocked up in the north facade; furnished with screening in the east facade) and in the second a wooden oak door furnished with glass panels. Both facades further count five window axes with both below and above a six-light window. The balcony above the outbuilding is accessible via a door as lastly mentioned in the angled wall above which is a two-light pivot window. On either side of this door, three six-light windows are positioned. On the ground floor and first floor, the original layout is still largely intact. Both wings have a broad central corridor which narrows past the stairwell. The floor of the broad central corridors consists of speckled tiles (black and light yellow speckles on a white background) with along the edges and in the centre simple patterns of red and reddish-brown tiles (in the centre including cross motifs). Along the walls of the two stairwells, a wainscoting of cream-coloured tiles with an upper border of black tiles runs to the first floor. The main stairs have treads of beige limestone and risers of red tiles; on the landings lies a tiled floor as in the corridor. The plastered stair railings (on the ground floor on the inner side tiled with cream-coloured tiles) are covered by a wooden oak plank on which wrought-iron balusters are attached carrying a round wooden oak handrail. The three aforementioned balconies on the first floor (two in front, one behind) have a floor tiled with white tiles and red tiles along the edges. In most rooms on the ground floor and first floor, modern lowered ceilings have been fitted and the floor is concealed by floor coverings. A large part of the original doors has been preserved. The small rooms on either side of the narrower corridor sections on the first floor have (painted) wooden doors with an applied panel above which are three small windows. In addition, there are also wooden oak doors with glass panels. The attic floor has been remodelled.
Valuation
The hospital pavilion 'Sint Paulus' is of general importance for its cultural and architectural-historical value as a carefully designed and well-preserved component of the complex 'Sint Willibrordus'.
Nearby in the register
- Onze Lieve Vrouwe van LourdesKapelunder 1 mi
- S.M. Glorieux, St. AloysiusGezondheidszorgunder 1 mi
- Dokterswoning, Kennemerstraatweg 468Dienstwoningunder 1 mi
- Klein YpesteinDienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.