Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, De Wier 7
Koarnjum, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1873
- Address
- De Wier 7, 9056 PM Koarnjum (Leeuwarden 21)
- Place
- Koarnjum
- Municipality
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.24338, 5.78260
- Part of complex
- 515444
- Monument number
- 515445
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUtrecht University Library
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De KERK is in 1873 in Eclectische bouwtrant gebouwd naar ontwerp en onder toezicht van de architect Foppe Brouwer uit Cornjum, door de aannemer G.P. Keuning uit Ternaard, die beiden vermeld staan op de gedenksteen in de westgevel. De inwijding vond plaats op 7 december 1873. De kerk staat op een vrij lage terp op een ruim kerkhof met een dichte boomzoom, nabij Martenastate. De nieuwbouw verving een vroeg-middeleeuwse kerk met gebruikmaking van de oude fundamenten, maar met een vloerpeil dat ongeveer 0.8 meter hoger ligt. In vergelijking met andere in deze periode vervangen kerken is de traditionele hoofdvorm op decoratieve wijze uitgevoerd. Van de architect F. Brouwer zijn uit de jaren 1860-1880 vooral opdrachten voor boerderijbouw bekend, maar hij ontwierp ook de kerken van Oldeholtwolde (1875), Schingen (1877) en de kerktoren van Wier (1881). In de toren hangen twee luidklokken, beide van 1948, met de veelzeggende tekst "Mei it wrâldsbestel sa forrinne dat hja nou hingjen bliuwe kinne". De klokken zijn gegoten door Jacobus van Bergen te Midwolda ter vervanging van de oude luidklokken, die in de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen.
Omschrijving
Het grondplan van de zaalkerk is globaal rechthoekig met aan de oostzijde een vijfzijdige koorsluiting en aan de westzijde een half ingebouwd vierkant torenlichaam. De kerk is in de lengterichting symmetrisch ingedeeld. De kerkzaal is zes raamtraveeën diep; door de geringe uitbouw -met geveltoppen onder een klimmend rondboogfries- van de twee middelste raamtraveeën wordt de suggestie gewekt van transepten. In de geveltop een klein spitsboogvenster. Het kerkschip wordt verticaal geleed door een borstwering met cordonlijst, een gemetselde lijst ter hoogte van en in de vorm van een afzaat van de spitsboogvensters en een gevellijst onder de dakvoet. De gevellijst is geleed door gemetselde gootklossen. De gevels zijn opgetrokken in bruine bakstenen en horizontaal geleed door lisenen, die ruim onder de gevellijst blijven met een eenvoudige pseudo-abacus. De lisenen aan weerszijden van de pseudo-transepten zijn opgetrokken tot boven de dakvoet en dienen als aanzetten van de geveltop. Deze lisenen hebben een volledige abacus waarop een eenvoudig pinakel; de geveltop wordt beëindigd door een aveinkel met een voetstuk. De gietijzeren spitsboogramen hebben een ruitvormige roedeverdeling en in de beëindiging driepassen met gekleurd en geëtst glas. Aan de oostzijde zijn drie blinde vensters. Alle worden aan de bovenzijde afgesloten met een gemetselde wenkbrauwboog. Het dak is belegd met zwart geglazuurde, gegolfde Friese pannen. De toren heeft drie geledingen die ongelijk van hoogte zijn en sterk verjongen. Op de overgangen van de geledingen zijn geprofileerde cordonlijsten van kunststeen aangebracht. In de onderste geleding aan de westzijde is de ingang met een spitsbogig bovenlicht. Daarboven is de gedenksteen aangebracht met het opschrift: In het jaar 1873 is op last van Floreenplichtigen der Hervormde gemeente alhier het bouwen dezer Kerk en Toren aanbesteed door de Kerkvoogden JHr V.L. VEGELIN VAN CLAERBERGEN te Joure, R.S. SPAN en IJ.D. v.d. WERF te Cornjum aan G.P. KEUNING van Ternaard, volgens ontwerp en onder toezigt van F. BROUWER alhier. In de tweede geleding zijn de vier zijden als spaarvelden opgevat en afgesloten door een boogfries; aan de westzijde zijn twee lancetvensters boven elkaar en aan de overige drie zijden een ronde wijzerplaat. In de derde geleding zijn de vier zijden als spaarvelden opgevat en afgesloten met een boogfries; aan vier zijden gepaarde spitsbogen als galmgaten met houten schoepen. De toren wordt beëindigd door een achtzijdige, ingesnoerde spits, belegd met schubleien in Rijndekking, en een overstek rustend op houten consoles. De spits wordt bekroond door een torenkruis met appel en weerhaan. Het inpandige deel van het torenlichaam verschaft de toegang tot de ruime voorkerk, de klokkenzolder en de orgelgalerij. De voorkerk is één raamtravee diep en heeft een decoratief kraalschroten plafond. Een porte brisée geeft toegang tot de kerkruimte. De gestucadoorde wanden van de kerkruimte zijn geleed door lisenen met composietkapitelen waarin fruitschalen zijn verwerkt; het plafond heeft een eenvoudig, gestucadoord, korfbogig gewelf op een voorlijst en trekstangen. De grote ronde ventilatieroosters in het plafond hebben een spaakvormige geleding.
In het INTERIEUR zijn onder meer de volgende waardevolle onderdelen van belang: een achttiende-eeuwse eikenhouten preekstoel met achtzijdige kuip, baretknop op het rugschot en klankbord, met koperen doopbekkenhouder aan de trappaal, binnen een negentiende-eeuws doophek met gietijzeren balustrade. Een van de kerkeraadsbanken binnen het doophek is tevens een teltafel. In de koorsluiting hangt een compleet stel van drie zeventiende-eeuwse tekstborden met de geloofsbelijdenis ("Het Algemeyn Christen Geloove"; 1608, "vernieuwd" 1855), een Tiengebodenbord (1602, "vernieuwd" 1853) en een bord met het Onze Vader ("Het gebedt onses Heeren"; XVII, "vernieuwd" in 1853). Verder hangen er aan de muur twee psalmborden uit de negentiende eeuw. In de kerkzaal staan drie 19de-eeuwse herenbanken met voorbanken en een hemel op slanke gietijzeren zuilen. Onder de huidige houten vloer bevinden zich een gotisch kinderzerkje, zestiende-eeuwse, zeventiende-eeuwse (1612, David van Goorle) en achttiende-eeuwse zerken. Onder de vloer bevinden zich twee grafkelders. Aan de westzijde op de paneelwand met gemarmerde zuilen is in de balustrade van de galerij het orgelfront opgenomen; op de midden- en zijtorens zijn bekroningen gesneden van respectievelijk de symbolen van de deugden geloof, hoop en liefde: kruis, anker en hart én decoratieve kuiven. Het eenklaviersorgel is in 1882 vervaardigd. Boven het toetsenbord is in eglomisé-techniek het opschrift aangebracht: Jh. V.L. Vegelin van Claerbergen / R. Span / Y.D. v.d. Werff / kerkvoogden L. van Dam & Zonen Fecit / Leeuwarden 1882.
Waardering
De in Eclectische trant gebouwde hervormde kerk naar ontwerp van F. Brouwer uit 1873 is van algemeen cultuurhistorische en bouwhistorische waarde:
- als exemplarisch voorbeeld van de kerkvernieuwingen in het derde kwart van de negentiende eeuw in Friesland;
- vanwege de hoge mate van bijzonder belang van het object voor het oeuvre van de architect,
- vanwege de hoge mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- wegens de bijzondere decoratieve oplossing van de zaalkerk met pseudo-transepten,
- wegens de redelijke mate van uitzonderlijkheid van de stijlkeuze voor een protestantse kerk,
- vanwege de bijzondere betekenis van het object in relatie tot het complex Martenastate, in zowel ruimtelijk als historisch opzicht,
- wegens de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur en het interieur,
- wegens de aanwezigheid van zowel historische als contemporaine waardevolle interieuronderdelen,
- vanwege de structurele en visuele gaafheid in relatie tot de dorpse en landschappelijke omgeving.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The CHURCH was built in 1873 in Eclectic style according to the design and under the supervision of architect Foppe Brouwer from Cornjum, by contractor G.P. Keuning from Ternaard, both mentioned on the memorial stone in the west facade. The inauguration took place on 7 December 1873. The church stands on a fairly low terp on a spacious churchyard with a dense tree border, near Martenastate. The new building replaced an early medieval church using the old foundations, but with a floor level approximately 0.8 metres higher. In comparison with other churches replaced in this period, the traditional main form is executed in a decorative manner. From architect F. Brouwer's work in the years 1860-1880, farm building commissions are particularly known, but he also designed the churches of Oldeholtwolde (1875), Schingen (1877) and the church tower of Wier (1881). In the tower hang two bell bells, both from 1948, with the significant text "Mei it wrâldsbestel sa forrinne dat hja nou hingjen bliuwe kinne". The bells were cast by Jacobus van Bergen in Midwolda as replacements for the old bell bells, which disappeared during the Second World War.
Description
The ground plan of the hall church is roughly rectangular with a five-sided choir closure on the east side and a half-built square tower section on the west side. The church is arranged symmetrically in the longitudinal direction. The church hall is six window bays deep; the slight projection -with gable tops under a rising round arch frieze- of the two middle window bays creates the suggestion of transepts. In the gable top a small pointed arch window. The church nave is divided vertically by a parapet with a cordon moulding, a masonry moulding at the height of and in the form of an offset of the pointed arch windows and a cornice under the roof edge. The gable cornice is divided by masonry gutter blocks. The facades are constructed in brown brick and divided horizontally by pilasters, which remain well below the gable cornice with a simple pseudo-abacus. The pilasters on either side of the pseudo-transepts are built up above the roof edge and serve as the setting for the gable top. These pilasters have a complete abacus on which sits a simple pinnacle; the gable top is terminated by a corner stone with a pedestal. The cast iron pointed arch windows have a diamond-shaped glazing bar pattern and are terminated with three-foil openings containing coloured and etched glass. On the east side are three blind windows. All are closed at the top with a masonry eyebrow arch. The roof is covered with black glazed, corrugated Frisian tiles. The tower has three sections of unequal height and tapering sharply. At the transitions between the sections are profiled cordon mouldings of artificial stone. In the lowest section on the west side is the entrance with a pointed arch fanlight. Above it is the memorial stone inscribed: In the year 1873, by order of those liable for the Flora tax of the Reformed parish here, the building of this Church and Tower was contracted by the Church Wardens JHr V.L. VEGELIN VAN CLAERBERGEN at Joure, R.S. SPAN and IJ.D. v.d. WERF at Cornjum to G.P. KEUNING of Ternaard, according to the design and under the supervision of F. BROUWER here. In the second section the four sides are treated as spare fields and closed by an arch frieze; on the west side are two lancet windows one above the other and on the other three sides a round clock face. In the third section the four sides are treated as spare fields and closed with an arch frieze; on four sides paired pointed arches as sound holes with wooden dampers. The tower is terminated by an octagonal, constricted spire, covered with roof slates in Rhine covering, and an overhang resting on wooden consoles. The spire is crowned by a tower cross with apple and weather vane. The interior part of the tower section provides access to the spacious vestry, the bell loft and the organ gallery. The vestry is one window bay deep and has a decorative beaded ceiling. A folding door provides access to the church space. The stuccoed walls of the church space are divided by pilasters with composite capitals incorporating fruit baskets; the ceiling has a simple, stuccoed, barrel-vault with a moulded edge and tie rods. The large round ventilation grilles in the ceiling have a spoke-shaped division.
In the INTERIOR the following valuable components are of importance: an eighteenth-century oak pulpit with octagonal body, beret knob on the back panel and sounding board, with a copper baptismal basin holder on the stair rail, within a nineteenth-century baptismal enclosure with cast iron balustrade. One of the church council benches within the baptismal enclosure is also a counting table. In the choir closure hangs a complete set of three seventeenth-century text boards with the Confession of Faith ("Het Algemeyn Christen Geloove"; 1608, "renewed" 1855), a Decalogue board (1602, "renewed" 1853) and a board with the Lord's Prayer ("Het gebedt onses Heeren"; XVII, "renewed" in 1853). Further, there hang on the wall two psalm boards from the nineteenth century. In the church hall stand three 19th-century gentlemen's benches with front benches and a canopy on slender cast iron columns. Beneath the current wooden floor are a Gothic child's tombstone, sixteenth-century, seventeenth-century (1612, David van Goorle) and eighteenth-century tombstones. Beneath the floor are two burial vaults. On the west side on the panelled wall with marbled columns, the organ front is incorporated in the gallery balustrade; on the central and side towers are carvings of the symbols of the virtues of faith, hope and charity: cross, anchor and heart and decorative crockets. The single-manual organ was made in 1882. Above the keyboard is inscribed in eglomisé technique: Jh. V.L. Vegelin van Claerbergen / R. Span / Y.D. v.d. Werff / church wardens L. van Dam & Zonen Fecit / Leeuwarden 1882.
Valuation
The Reformed church built in Eclectic style according to F. Brouwer's design from 1873 is of general cultural-historical and architectural-historical value:
- as an exemplary example of church renovations in the third quarter of the nineteenth century in Friesland;
- because of the high degree of particular importance of the object for the architect's oeuvre,
- because of the high degree of aesthetic quality of the design,
- because of the special decorative solution of the hall church with pseudo-transepts,
- because of the reasonable degree of unusualness of the style choice for a Protestant church,
- because of the special significance of the object in relation to the Martenastate complex, in both spatial and historical respects,
- because of the high degree of architectural integrity of the exterior and interior,
- because of the presence of both historical and contemporary valuable interior components,
- because of the structural and visual integrity in relation to the village and landscape setting.
Nearby in the register
- Toegangshek, De Wier bij 7Erfscheidingunder 1 mi
- Baarhuisje, De Wier bij 7Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Kasteel, buitenplaats, Swarte Singel 2Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Swarte Singel bij 2Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.