Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gemaal(M3), Gemaalweg 25
Rutten, Flevoland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Function
- Gemaal(M3)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1939 - 1941
- Address
- Gemaalweg 25, 8313 PR Rutten (Noordoostpolder 24)
- Place
- Rutten
- Municipality
- Noordoostpolder
- Province
- Flevoland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.83736, 5.71355
- Part of complex
- 527007
- Monument number
- 514750
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Stanford LibrariesUtrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1922 map "Bl. 8 Heerenveen, 1922" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het elektrisch GEMAAL behorende bij het gemaalcomplex "Buma" werd gebouwd in 1939-1941 in opdracht van Rijkswaterstaat, Afdeling Rijksdienst IJsselmeerpolders (R.IJ.P.). Het is één van de oorspronkelijk drie gemalen die zijn gebouwd voor de bemaling van de "Noordoostelijke Polder". De andere twee zijn de qua vormgeving sterk verwante gemalen bij Urk (Vissering) en De Voorst (Smeenge). Met de voorbereidende werkzaamheden aan het complex - de aanleg van een werkhaven met opslagterrein - werd al begonnen in 1936. Het ontwerp voor de in een functionalistische stijl opgetrokken behuizing van het gemaal was van ingenieur D. Roosenburg (Den Haag). Verantwoordelijk voor de constructie van het complex was de Dienst der Zuiderzeewerken afdeling Noordoostpolderwerken. Het staalskelet van de bovenbouw (met baksteenvulling) voor de "brand-, bom- en scherfvrije" bovenbouw van het gemaal is vervaardigd door de N.V. Machinefabriek Braat te Rotterdam. De slakkenhuizen met de zuig- en persleidingen van de centrifugaalpompen zijn gemaakt van gewapend beton. Het afwerken van zowel het gemaal, als het transformatorgebouw en de twee dienstgebouwtjes aan de kop van de sluis werd in 1940 gedaan door de firma Rietveld & Verdoorn's Aannemersbedrijf (Papendrecht). In het eigenlijke gemaalgebouw werden uiteindelijk drie pompen en hun elektromotoren ondergebracht. De drie centrifugaalpompen met waaiers van 2,5 meter diameter werden vervaardigd en opgesteld door N.V. Werkspoor, Amsterdam. De pompen hebben elk een capaciteit van 550 kubieke meter per minuut. De vervaardiging en opstelling van de machinale inrichting van synchrone asynchroon-draaistroommotoren met verticale assen en een capaciteit van 850 pk elk was in handen van N.V. Electrotechnische voorheen Willem Smit (Slikkerveer) in samenwerking met N.V. Werkspoor (Amsterdam), voorzover het de pompen betreft. Het elektrotechnische gedeelte werd verzorgd door de N.V. Heemaf te Hengelo. (Gemaalgebouw plus op perskokers gefundeerde transformator-/schakelgebouw). Op 7 januari 1941 werden de pompen in werking gesteld, waarmee kon worden begonnen met de bemaling van de polder. In oktober 1941 werd uiteindelijk de brug over de zuigmond van het gemaal aanbesteed.
Omschrijving
Het onderkelderde, vanuit een voornamelijk rechthoekige plattegrond opgetrokken gebouw is voorzien van een stalen geraamte, waarbinnen muren van schone baksteen in kruisverband zijn opgetrokken. Het gemaalgebouw bevat voornamelijk rechtgesloten gevelopeningen en heeft door het hoogteverschil aan de langsgevelzijden alleen aan de noordzijde en aan de westelijke kopse kant een onderbouw met een granieten bovenrand. Het gebouw staat onder uitkragende, met verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken. De nokken van de dakdelen kragen verder uit en vormen een stompe punt. De betonnen onderkanten van de uitkragende dakdelen zijn voorzien van cassettevormige uitsparingen. De gevels worden geleed door de groen en wit geschilderde stalen skeletdelen. Aan de wegzijde (polderzijde) een lange, boven een granieten rand staande en door stalen stijlen en regels doorsneden vakwerkgevel met een iets terugliggend rechter deel. Hierin een deur, een hoog driedelig venster en een kleiner rechthoekig venster, beide met aluminium ramen en evenals de deur onder rollaag. Brede, tussen hoge, uitpandige, opgemetselde schoorstenen staande linker gevelpartij. De vrijwel blinde onderste helft van de gevel bevat slechts twee kleinere vensters met aluminium ramen in het rechter gevelveld. De bovenste helft van de gevel bevat een doorlopende reeks, binnen stalen omlijstingen geplaatste vensters met ramen van aluminium, die de oorspronkelijke stalen ramen hebben vervangen. Tussen de vensters staan zeven gemetselde penanten. De stalen stijlen aan weerszijden van de vensters zijn tevens de spantbenen van de spantconstructie. Hieraan zijn acht eveneens stalen luifelspanten bevestigd, die een stalen balk (rail) dragen. Deze constructie dient voor de ophanging van de noodschuif van het gemaal. De linker (westelijke) kopgevel van dit hoger opgaande hoofdvolume is blind. Het tegen deze gevel aanstaande lagere bouwdeel bevat een vierkant, tussen rollagen staand rooster. Op de granieten rand van de iets bredere onderbouw van de kopgevel staan drie kleine vensters met aluminium ramen. Evenals een stalen deur in deze gevel staan ze onder rollaag. Het gemaalgebouw heeft aan de noordwestzijde een brede, minder hoog opgaande en onder uitkragend lessenaarsdak staande uitbouw. De ongelede onderbouw is blind en wordt afgedekt door een granieten rand. Hierboven wordt de gevel geleed door stalen stijlen en bevat vier, in de bredere gevelvelden geplaatste ronde vensters met stalen ramen en betonnen lekgootjes. Tussen het lessenaarsdak van deze uitbouw en de kap ligt in het hoofdvolume een fries van samengestelde vensters met smalle penanten van tussen stalen stijlen staande baksteen. De linker hoek van de uitbouw wordt geaccentueerd door een ijzeren staander. Het geveldeel links van de uitbouw heeft een kleine, lage rechthoekige uitbouw en een op de granieten rand van de onderbouw staand venster onder rollaag. Het iets terugliggende linker geveldeel is boven de onderbouw, horizontaal in tweeën gedeeld en bevat drie smalle vensters in het onderste en één groter venster in het bovenste deel van de gevel. De oostelijke kopgevel heeft in de middentravee een grote, dubbele stalen deur en daarboven een breed venster. Het onderste deel van de rechter travee bevat een klein, smal venster. Het venster in het muurvlak hierboven is groter. De linker travee is voorzien van een hoog venster met driedelig raam als die in de zuid-oostgevel. Het gemaal heeft aan de polderzijde drie zuigopeningen met krooshek en aansluitende vleugelmuren naar de sluis. Het gemaal heeft aan de IJsselmeerzijde drie persbuizen met bijbehorend uitmondingscomplex.
Waardering
Het gemaal is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.
- Het gemaal heeft grote cultuurhistorische waarde omdat de bouw ervan het begin van de Noordoostpolder markeert en tot de oudste nog bestaande bouwwerken in de Noordoostpolder behoort. Het gemaal is tevens van belang vanwege de plaats die het inneemt in de technische en typologische ontwikkeling van het gemaal in Nederland.
- Het gemaal is van architectuurhistorisch belang vanwege de specifieke, voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving en constructie van het gebouw, vanwege de bijzondere inventaris en als belangrijk werk uit het oeuvre van een vooraanstaand bouwkundige. - Het gemaal heeft ensemblewaarde vanwege de bijzondere visuele en functionele samenhang met de overige onderdelen van het complex en vanwege de specifieke locatie, waarmee het onverbrekelijk is verbonden.
- Het gemaal is van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van het exterieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The electric PUMPING STATION belonging to the pumping station complex "Buma" was built in 1939-1941 on behalf of the Rijkswaterstaat, Department State Service IJsselmeer Polders (R.IJ.P.). It is one of the originally three pumping stations that were built for the drainage of the "Noordoostelijke Polder". The other two are the pumping stations at Urk (Vissering) and De Voorst (Smeenge), which are very similar in design. Preliminary work on the complex - the construction of a work harbour with storage area - had already begun in 1936. The design for the housing of the pumping station, constructed in a functionalist style, was by engineer D. Roosenburg (Den Haag). The Dienst der Zuiderzeewerken Noordoostpolderwerken department was responsible for the construction of the complex. The steel skeleton of the superstructure (with brick infill) for the "fire-, bomb- and shrapnel-proof" superstructure of the pumping station was manufactured by N.V. Machinefabriek Braat in Rotterdam. The pump housings with the suction and delivery pipes of the centrifugal pumps were made of reinforced concrete. The finishing of both the pumping station, the transformer building and the two service buildings at the head of the sluice was carried out in 1940 by the firm Rietveld & Verdoorn's Aannemersbedrijf (Papendrecht). In the actual pumping station building, three pumps and their electric motors were ultimately housed. The three centrifugal pumps with impellers of 2.5 metres diameter were manufactured and installed by N.V. Werkspoor, Amsterdam. The pumps each have a capacity of 550 cubic metres per minute. The manufacture and installation of the mechanical equipment of synchronous asynchronous three-phase motors with vertical shafts and a capacity of 850 hp each was handled by N.V. Electrotechnische formerly Willem Smit (Slikkerveer) in cooperation with N.V. Werkspoor (Amsterdam), as far as the pumps were concerned. The electrotechnical section was provided by N.V. Heemaf in Hengelo. (Pumping station building plus transformer/switchgear building founded on pressure pipes). On 7 January 1941, the pumps were put into operation, allowing the drainage of the polder to commence. In October 1941, the bridge over the suction inlet of the pumping station was finally put out to tender.
Description
The cellaried building, erected from a predominantly rectangular floor plan, is provided with a steel frame, within which walls of fair-faced brick in crossing bond are erected. The pumping station building contains mainly right-angled gable openings and, due to the height difference on the long facade sides, only has a basement on the north side and on the western end with a granite top edge. The building stands under projecting, covered gabled roofs with improved Dutch tiles. The ridges of the roof parts project further and form a blunt point. The concrete undersides of the projecting roof parts are provided with cassette-shaped recesses. The facades are articulated by the green and white painted steel skeleton elements. On the road side (polder side) a long half-timbered facade standing above a granite edge and traversed by steel posts and rails with a slightly recessed right section. In it a door, a high three-part window and a smaller rectangular window, both with aluminium frames and like the door under roller shutter. Broad left facade section standing between tall, projecting, built-up chimneys. The virtually blind lower half of the facade contains only two smaller windows with aluminium frames in the right facade field. The upper half of the facade contains a continuous series of windows placed within steel frames with aluminium sashes, which have replaced the original steel frames. Between the windows stand seven brick pilasters. The steel posts on either side of the windows are also the arch members of the arch structure. Eight steel canopy trusses are attached to these, which carry a steel beam (rail). This structure serves for the suspension of the emergency sluice gate of the pumping station. The left (western) end facade of this higher rising main volume is blind. The lower building section adjoining this facade contains a square grille standing between roller shutters. On the granite edge of the slightly wider basement of the end facade stand three small windows with aluminium frames. Like a steel door in this facade they stand under roller shutter. The pumping station building has on the north-west side a broad, lower rising lean-to roof projection. The unarticulated basement is blind and is covered by a granite edge. Above this the facade is articulated by steel posts and contains four round windows placed in the wider facade fields with steel frames and concrete drainage gutters. Between the lean-to roof of this projection and the roof in the main volume lies a frieze of composite windows with narrow pilasters of brick standing between steel posts. The left corner of the projection is emphasised by an iron post. The facade section to the left of the projection has a small, low rectangular projection and a window standing on the granite edge of the basement under roller shutter. The slightly recessed left facade section is divided horizontally in two above the basement and contains three narrow windows in the lower and one larger window in the upper part of the facade. The eastern end facade has in the centre bay a large, double steel door and above it a wide window. The lower part of the right bay contains a small, narrow window. The window in the wall surface above it is larger. The left bay is provided with a tall window with three-part frame like that in the south-east facade. The pumping station has on the polder side three suction openings with debris screen and adjoining wing walls to the sluice. The pumping station has on the IJsselmeer side three delivery pipes with associated discharge complex.
Valuation
The pumping station is of general importance because of its cultural-historical and architectural-historical value.
- The pumping station has great cultural-historical value because its construction marks the beginning of the Noordoostpolder and belongs to the oldest still existing structures in the Noordoostpolder. The pumping station is also important because of the place it occupies in the technical and typological development of the pumping station in the Netherlands.
- The pumping station is of architectural-historical importance because of the specific, characteristic design and construction of the building for its period of construction, because of the special inventory and as an important work from the oeuvre of a leading architect. - The pumping station has ensemble value because of the special visual and functional coherence with the other components of the complex and because of the specific location, with which it is inextricably linked.
- The pumping station is important because of the recognisability and integrity of its exterior.
Nearby in the register
- Gemaal, Gemaalweg bij 25Gemaalunder 1 mi
- Gemaal, Schutsluis tussen Lemstervaart en IJsselmeer Rutten (Noordoostpolder 24)Gemaalunder 1 mi
- Gemaal, Gemaalweg 27 Rutten (Noordoostpolder 24)Gemaalunder 1 mi
- Gemaal, Gemaalweg bij 25Gemaalunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.