Rijksmonumentenregister · Netherlands
Casa Blanca
Apeldoorn, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1901 - 1903
- Address
- Mariannalaan 6, Locatie: Parken, 7316 DV Apeldoorn
- Place
- Apeldoorn
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.22229, 5.95964
- Monument number
- 514537
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Kaart ten behoeve der cavaleriemanoeuvres in 1892 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Deze STADSVILLA Casa Blanca werd in 1903/1904 door architect A. van Driesum in een overgangsstijl gebouwd op de linkerhoek van de kruising Louisalaan/Mariannalaan. In de vormgeving van het pand zijn ondermeer elementen uit de Chaletstijl en Art Nouveau, maar ook Indische invloeden verwerkt. De tuin rond het pand wordt door een smeedijzeren tuinhek met draaihek van de weg gescheiden.
Dit gebied rond de Bas Backerlaan, de Emmalaan en Mariannalaan had omstreeks 1880 een geheel andere opzet en werd toen Emmapark genoemd. De Mariannalaan was rond 1896 wel aangelegd, maar kende nog nauwelijks bebouwing. In de periode tussen 1900 en 1905 zouden hier de eerste villa's gebouwd worden. Op de beide hoeken van de aansluiting van de Louisalaan op de Mariannalaan verschenen in de jaren 1902-1904 twee forse, rijk gedecoreerde villa's, Mariannalaan 4 en 6. Beide panden vertonen overeenkomsten, maar ook verschillen in bijvoorbeeld de gevelbehandeling. Het pand bezit tevens nog een vrijwel compleet interieur uit de bouwtijd.
Omschrijving
Deze rijk gedetailleerde vrijstaande villa heeft een samengestelde plattegrond, met een tweelaags kernbouw, bestaande uit twee haaks op elkaar geplaatste rechthoekige bouwdelen, beide onder een zadeldak met overstekken, waarvan het met de nok haaks op de Mariannalaan geplaatste zadeldak rechts een klein wolfeind en rijk uitgevoerd sierspant bezit. De dakvlakken zijn belegd met rode kruispannen. De met de topgevel naar de Mariannalaan gerichte vleugel rechts is smaller dan de hier haaks op geplaatste vleugel links en heeft derhalve een dak met een steilere helling. Deze vleugel springt aan de voor- en achterzijde iets uit ten opzichte van het andere bouwdeel, waardoor de werking van een topgevelrisaliet is verkregen. De kappen hebben een forse overstek op klossen en decoratieve houten windveren. De windveren van de topgevel aan de voorzijde eindigen in gesneden drakekoppen. Ook de windveren van het lessenaarsdak van de veranda bezitten een dergelijke versiering met drakekop. Op het rechter dakschild staat een dakkapel met een lessenaarsdak met windveren, een tweelichtkozijn met draairamen met 2-ruits bovendelen. De kappen bezitten bij het overstek boven de zijgevels mastgoten met houten waterborden. Op het nokeinde van het zadeldak rechts bevindt zich boven het wolfeind een zinken kruisbloem. Op de windveren van de topgevelrisaliet van de voorgevel sluiten de gedecoreerde spantbenen van het sierspant aan. Deze hebben aan het ondereinde een hangende, gedraaide knop en zijn boven onderling verbonden door een ligger boven en gebogen haanhout daaronder. Tussen de ligger en het haanhout bevinden zich negen verticale stijlen met sierknoppen aan onderzijde. De spantbenen van het sierspant rusten op een viertal, rijk geprofileerde, korbeelstellen welke zijn geplaatst op muurstijlen op bakstenen muurdammetjes. Op het dak bevinden zich drie in stijl aangepaste schoorstenen.
De gevels bezitten een uitspringende bakstenen plint met waterlijst in geglazuurde profielsteen en gepleisterde, wit geschilderde gevels met speklagen en hoekblokken in baksteen (drie lagen). De eerste bouwlaag bezit drie speklagen, de tweede twee met halverwege op de hoeken hoekblokken. De segmentbogen boven de gepleisterde lateien van ramen en deuren zijn ook uitgevoerd in schoon baksteenwerk. De gepleisterde lateien bezitten in de eerste bouwlaag uitgespaarde gestileerde plant- en zweepslagmotieven. De lateien op de verdieping bezitten aan de onderzijde een licht verdiept segmentboogvormig veld. De erkerramen bezitten alleen lateien. De raam- en deurkozijnen zijn overwegend geprofileerd en bezitten hardstenen onderdorpels met neutjes. Onder de ramen bevinden zich trapsgewijs schuin aflopende lekdorpels, uitgevoerd in twee boven elkaar geplaatste stroken geglazuurde profielstenen. De wisseldorpels van de schuiframen en kalven van de serre hebben een tandlijst. De bovenlichten van de ramen zijn veelal in rood kathedraalglas uitgevoerd. De voorgevel heeft rechts een topgevelrisaliet met in de eerste bouwlaag een gemetselde driezijdig gesloten erker. De erker bezit in de beide schuin geplaatste zijden een enkelruits schuifraam met 4-ruits bovenlicht en in de kopgevel een schuifraam met 8-ruits bovenlicht. De ramen bezitten vlakke houten rolluikbakken met een Art Nouveau kroonlijst met tandlijstversiering en houten pilastervormige rolluikgeleiders met een uitgespaarde lijndecoratie. De geleiders zijn middels een bij de hoeken gebogen verlopende smeedijzeren strip aan de bak verankerd. De erker sluit af met een houten, geprofileerde bakgoot en een houten balkonhek. Op de verdieping is in het risaliet boven dit balkon een enkelruits schuifraam met 8-ruits bovenlicht geplaatst, met rolluikbakken als genoemd. Aan weerszijden van dit raam is de naam CASA BLANCA geschilderd.
De gepleisterde, ten opzichte van de onderbouw licht uitspringende topgevel van de voorgevel wordt ondersteund door twee bakstenen rondbogen op kraagsteentjes, die in het midden onderling zijn verbonden door een brede segmentboog. De muurstijlen van de korbeelstellen worden links en rechts verbonden door horizontale houten liggers met daartussen volgens een S-lijn gebogen verlopende diagonaalschoren en een verticaal schoortje. In de geveltop bevindt zich een getoogd dubbel raam met een geprofileerde tussenstijl. De gekromde bovendelen van de ramen hebben een 3-ruits verdeling. Het topgevelgedeelte rondom dit venster bezit een verticale houten beschieting met een uitgezaagde versiering aan de onderzijde. Het terugliggende linker deel van de voorgevel bezit in de eerste bouwlaag links een driedelig gekoppelde raampartij met twee geprofileerde tussenstijlen en enkelruits schuiframen met 6-ruits (midden) en 4-ruits bovenlichten. Deze raampartij heeft een rolluikbak als beschreven. Rechts bevindt zich bij de aansluiting op het risaliet een deurpartij met kozijn met hardstenen neuten en onderdorpel, geprofileerd kalf en een paneeldeur met drie hoge smalle raampjes met smeedijzeren glasbeschermers in geometrische Art Nouveau vormen. Het 6-ruits bovenlicht heeft rood kathedraalglas. Voor de deur ligt een hardstenen bordestrap. De tweede bouwlaag bezit twee enkelruits schuiframen met 6-ruits bovenlicht. De oorspronkelijk aanwezige luiken zijn verdwenen. Boven de ramen bevinden zich bakstenen segmentbogen.
De rechterzijgevel heeft rechts in zowel de eerste als de tweede bouwlaag een schuifraam met 8-ruits bovenlicht. De luiken ontbreken. Het raam boven heeft nog wel persiennes met in het onderste deel een houten paneel met kraaldelen met zandloperbeschildering in wit en donkergroen.
Links in deze gevel bevindt zich een forse houten serre op een gepleisterde borstwering met bakstenen plint. De serre heeft in de voorgevel dubbele tuindeuren met dubbele panelen onder en een groot raam met een 10-ruits bovenlicht boven. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een zijlicht met enkelruits raam met 8-ruits bovenlicht. De beide zijgevels van de serre bezitten twee enkelruits ramen met 8-ruits bovenlichten. De kalven zijn geprofileerd en voorzien van een tandlijst, de kozijnstijlen bezitten vellingkantprofielen op de hoeken, het houten fries bezit panelen en de geprofileerde gootlijst rust op versierde klossen. Op de serre staat een houten veranda met een zelfde balkonhek als beschreven bij de erker. De veranda heeft dezelfde traveeindeling middels met vellingkanten versierde stijlen als de serre eronder. De rechter zijgevel van deze veranda is als windscherm gesloten uitgevoerd, met een borstwering van kraaldelen en twee ramen. De kozijnstijlen van de veranda zijn aan de bovenzijde onderling verbonden door een kalf met daarop per vak een drietal verticale stijltjes, die een reeks van vier kleine openingen vormen (in de rechter zijgevel gevuld met rood kathedraalglas). Deze stijltjes en de kalven zijn weer versierd met vellingkanten, terwijl de bovenliggers, tussen de aansluitingen van deze stijltjes zijn versierd met biljoenen. In de voorgevel en linker zijgevel rusten de kalven bij de aansluiting op de kozijnstijlen op omgebogen, met snijwerk versierde consoles. De halve topgevels van de veranda, boven de zijgevels zijn bedekt met verticale kraaldelen met een uitgezaagd schouderboogmotief aan de onderzijde. Het lessenaarsdak van de veranda heeft aan de binnenzijde een beschieting bestaande uit kraalschroten op gordingen. Op de verdieping komt op het balkon van de veranda een balkondeurenopening uit met dubbele balkondeuren met enkelruits ramen en paneel onder en een 12-ruits bovenlicht. Ook dit balkondeurkozijn heeft persiennes als beschreven bij het verdiepingsraam rechts van deze veranda. De linkerzijgevel is grotendeels blind uitgevoerd en bezit slechts in de linker as in de beide bouwlagen een enkelruits schuifraam met 8-ruits bovenlicht. De luiken ontbreken. Tegen de achtergevel bevindt zich een rechthoekige gepleisterde éénlaags uitbouw met twee speklagen in baksteen en kleine ramen. In de rechter zijgevel van deze aanbouw bevindt zich rechts een deurkozijn met paneeldeur met 6-ruits bovenlicht. De uitbouw sluit af met een vlakke gootlijst met op regelmatige afstanden onderbroken vellingkanten aan de onderzijde. In de eerste bouwlaag van de achtergevel van de kernbouw, links van deze uitbouw bevindt zich een breed kozijn met dubbele tuindeuren, met getoogde gekoppelde panelen onder en een groot raam boven, geprofileerd kalf en 12-ruits bovenlicht. Het kozijn bezit persiennes, welke in het middendeel een draaibaar kraaldelenpaneel met zandloperbeschildering bezitten. Op de verdieping bevindt zich in het midden een breed trappenhuisvenster met kozijn met middenstijl en twee enkelruits schuiframen met 6-ruits bovenlichten. Deze ramen hebben Art Nouveau glas-in-lood. Het pand bezit een vrijwel compleet interieur uit de bouwtijd, met een fraai dubbel Art Nouveau glas-in-lood raam van de bekende "Glasfabriek J.J.B.J. Bouvy" uit Dordrecht. Van belang zijn verder ondermeer de kamer en suite rechts met porte brisee, stucplafonds in Art Nouveau-vormen met rozetten met zonnebloemmotieven en dubbele lijsten met bloem- en bladmotieven, zwart marmeren schoorsteenmantels met uitgespaarde gestileerde, vergulde bloemmotieven. In de vestibule en gang gepleisterde gemarmerde lambriseringen met houten plinten en sierlijsten, paneeldeuren met geprofileerde kozijnen, terrazzovloeren, trappenhuis met blank houten grenen trap met door knoppen, ringen en cannelures (en zonnebloemen op de trappaal beneden) versierde trappalen, rijk versierde spijlen, geprofileerde treden en leuningen. Voorts een tochtportaal in vestibule met deur met geëtst glas in Art Nouveau-vormen en een porseleinen fontein met bloemmotieven in de gang. Op de verdieping bezit de kamer rechts voor nog een stucplafond met profiellijsten en middenrozet met rozen en bloementuiltjes. In de keuken bevindt zich nog een houten schouw met geprofileerd tablet, met aan weerszijden daarvan wandkasten.
Waardering
Stadsvilla uit 1903/1904, ontworpen door architect van Driesum.
- Van architectuurhistorische waarde als in 1903 ontworpen villa met een zeer opvallende, evenwichtig opgezette en markante bouwmassa, met meerdere representatief uitgevoerde gevels met topgevels met fraai uitgewerkt schijnspant, vensters met fraaie rolluikbakken, een rijk uitgevoerde forse serre met daarop een veranda. Het rijke Art Nouveau-interieur is vrij gaaf bewaard gebleven. Het is één van de betere voorbeelden van villa-architectuur zoals die rond 1900 in Apeldoorn gangbaar werd, met een combinatie van stadsvakwerk, Chaletstijl en Art Nouveau, met hier zelfs enige Indische motieven. Deze villa is van een bouwtype dat voor de Parken zeer karakteristiek genoemd kan worden. Het pand neemt binnen het oeuvre van de Apeldoornse architect A. van Driesum een belangrijke plaats in.
- Van stedebouwkundige waarde als markant gesitueerd hoekpand dat in combinatie met het op de tegenovergelegen hoek gesitueerde pand (Mariannalaan 4) een zeer sterk beeldbepalend ensemble vormt. Het pand vormt in combinatie met de vele particuliere en openbare groenelementen een belangrijk onderdeel van deze wijk.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand werd gebouwd als huisvesting van de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale villa's in ruim opgezette romantisch aangelegde villawijken. De Parken behoort tot de grootste en oudste villawijken van dit type in ons land en de aanleg droeg er toe bij dat het aanzien van het dorp en de sociale gelaagdheid van haar bevolking sterk veranderde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This CITY VILLA Casa Blanca was built in 1903/1904 by architect A. van Driesum in a transitional style on the left corner of the intersection of Louisalaan/Mariannalaan. In the design of the building are incorporated amongst other things elements from the Chalet style and Art Nouveau, but also Indian influences. The garden around the building is separated from the road by a wrought-iron garden fence with a swing gate.
This area around the Bas Backerlaan, the Emmalaan and Mariannalaan had a completely different layout around 1880 and was then called Emmapark. The Mariannalaan was laid out around 1896, but had scarcely any buildings. In the period between 1900 and 1905 the first villas would be built here. On both corners of the junction of the Louisalaan with the Mariannalaan there appeared in the years 1902-1904 two imposing, richly decorated villas, Mariannalaan 4 and 6. Both buildings show similarities, but also differences in for example the facade treatment. The building also still possesses a virtually complete interior from the time of construction.
Description
This richly detailed detached villa has a complex floor plan, with a two-storey central structure, consisting of two rectangular building units placed at right angles to each other, both under a gabled roof with overhangs, of which the gabled roof placed with its ridge at right angles to the Mariannalaan on the right has a small half-hipped end and richly executed decorative roof truss. The roof surfaces are covered with red interlocking tiles. The wing facing the Mariannalaan with its apex gable on the right is narrower than the wing placed here at right angles on the left and therefore has a roof with a steeper pitch. This wing projects slightly at the front and back with respect to the other building unit, thereby creating the effect of an apex gable projection. The roofs have a substantial overhang on brackets and decorative wooden wind braces. The wind braces of the apex gable at the front end in carved dragon heads. The wind braces of the catslide roof of the veranda also have such decoration with a dragon head. On the right roof slope stands a roof dormer with a catslide roof with wind braces, a two-light window with opening casements with 2-pane fanlights. The roofs have at the overhang above the side facades rain gutters with wooden water boards. At the ridge end of the gabled roof on the right, above the half-hipped end, there is a zinc roof cross. On the wind braces of the apex gable projection of the front facade the decorated roof truss members of the decorative roof truss are connected. These have at their lower end a hanging, turned knob and are above mutually connected by a beam above and curved tie beam beneath. Between the beam and the tie beam there are nine vertical posts with decorative knobs at the bottom. The roof truss members of the decorative roof truss rest on four richly profiled corbel brackets which are placed on wall posts on brick wall sills. On the roof there are three chimneys adapted to the style.
The facades have a projecting brick plinth with drip moulding in glazed profiled stone and plastered, white painted facades with brick courses and corner stones in brick (three courses). The first storey has three brick courses, the second two with corner stones halfway on the corners. The segmental arches above the plastered lintels of windows and doors are also executed in exposed brickwork. The plastered lintels have in the first storey recessed stylised plant and whiplash motifs. The lintels on the upper storey have a slightly recessed segmental arch-shaped field at the bottom. The bay windows have only lintels. The window and door frames are predominantly profiled and have stone sills with dowels. Below the windows there are stepped sloping drip sills, executed in two strips of glazed profiled stone placed one above the other. The alternating sills of the sash windows and frames of the conservatory have a dentil course. The fanlights of the windows are mostly executed in red cathedral glass. The front facade has on the right an apex gable projection with in the first storey a brick three-sided closed bay window. The bay window has in both slanted sides a single-pane sash window with 4-pane fanlight and in the gable wall a sash window with 8-pane fanlight. The windows have flat wooden roller shutter boxes with an Art Nouveau cornice with dentil decoration and wooden pilaster-shaped roller shutter guides with a recessed line decoration. The guides are anchored to the box by means of a wrought-iron strip bent at the corners. The bay window closes with a wooden, profiled rain gutter and a wooden balcony railing. On the upper storey in the projection above this balcony is a single-pane sash window with 8-pane fanlight placed, with roller shutter boxes as mentioned. On either side of this window the name CASA BLANCA is painted.
The plastered apex gable of the front facade, projecting slightly with respect to the lower structure, is supported by two brick arches on corbels, which in the middle are mutually connected by a broad segmental arch. The wall posts of the corbel brackets are connected left and right by horizontal wooden beams with between them diagonally braced members curved in an S-line and a vertical strut. In the gable top there is an arched double window with a profiled centre post. The curved upper parts of the windows have a 3-pane division. The gable section around this window has vertical wooden boarding with a sawn-out decoration at the bottom. The recessed left part of the front facade has in the first storey on the left a three-part linked window group with two profiled centre posts and single-pane sash windows with 6-pane (centre) and 4-pane fanlights. This window group has a roller shutter box as described. On the right, at the junction with the projection, there is a door group with frame with stone dowels and sill, profiled transom and a panel door with three tall narrow panes with wrought-iron glass protectors in geometric Art Nouveau forms. The 6-pane fanlight has red cathedral glass. Before the door lies a stone step. The second storey has two single-pane sash windows with 6-pane fanlight. The originally present shutters have disappeared. Above the windows there are brick segmental arches.
The right side facade has on the right in both the first and second storey a sash window with 8-pane fanlight. The shutters are missing. The window above still has jalousies with in the lower part a wooden panel with beading with hourglass decoration in white and dark green.
On the left in this facade there is a substantial wooden conservatory on a plastered parapet with brick plinth. The conservatory has in the front facade double garden doors with double panels below and a large window with a 10-pane fanlight above. On either side of this there is a sidelight with single-pane window with 8-pane fanlight. Both side facades of the conservatory have two single-pane windows with 8-pane fanlights. The transom frames are profiled and provided with a dentil course, the frame posts have bevelled edge profiles at the corners, the wooden frieze has panels and the profiled gutter course rests on decorated brackets. On the conservatory stands a wooden veranda with the same balcony railing as described for the bay window. The veranda has the same bay division by means of posts decorated with bevelled edges as the conservatory below. The right side facade of this veranda is closed as a wind screen, with a parapet of beading and two windows. The frame posts of the veranda are connected at the top mutually by a transom with per bay three vertical posts, which form a series of four small openings (in the right side facade filled with red cathedral glass). These posts and the transoms are again decorated with bevelled edges, while the upper beams, between the connections of these posts, are decorated with moulding. In the front facade and left side facade the transoms rest at the connection to the frame posts on bent, carved decorative consoles. The half apex gables of the veranda, above the side facades, are covered with vertical beading with a sawn-out shoulder arch motif at the bottom. The catslide roof of the veranda has on the inside boarding consisting of beaded boarding on girders. On the upper storey on the veranda balcony a balcony door opening emerges with double balcony doors with single-pane windows and panel below and a 12-pane fanlight. This balcony door frame also has jalousies as described for the upper storey window to the right of this veranda. The left side facade is largely blind and only has in the left axis in both storeys a single-pane sash window with 8-pane fanlight. The shutters are missing. Against the back facade there is a rectangular plastered single-storey extension with two brick courses in brick and small windows. In the right side facade of this extension there is on the right a door frame with a panel door with 6-pane fanlight. The extension closes with a flat gutter course with at regular intervals interrupted bevelled edges at the bottom. In the first storey of the back facade of the central structure, to the left of this extension, there is a broad frame with double garden doors, with arched linked panels below and a large window above, profiled transom and 12-pane fanlight. The frame has jalousies, which in the middle part have a rotating beaded panel with hourglass decoration. On the upper storey there is in the middle a broad staircase window with frame with centre post and two single-pane sash windows with 6-pane fanlights. These windows have Art Nouveau stained glass. The building possesses a virtually complete interior from the time of construction, with a fine double Art Nouveau stained glass window by the well-known "Glasfabriek J.J.B.J. Bouvy" from Dordrecht. Of importance are furthermore amongst other things the room en suite on the right with folding doors, stucco ceilings in Art Nouveau forms with rosettes with sunflower motifs and double mouldings with flower and leaf motifs, black marble fireplace surrounds with recessed stylised, gilded flower motifs. In the vestibule and corridor plastered marbled wainscoting with wooden plinths and decorative mouldings, panel doors with profiled frames, terrazzo floors, staircase with plain wooden pine staircase decorated by knobs, rings and fluting (and sunflowers on the lower newel post) decorated newel posts, richly decorated balusters, profiled treads and railings. Further an entrance porch in vestibule with door with etched glass in Art Nouveau forms and a porcelain fountain with flower motifs in the corridor. On the upper storey the room on the right front has a stucco ceiling with profile mouldings and central rosette with roses and small flower posies. In the kitchen there is still a wooden chimney breast with profiled shelf, with on either side wall cupboards.
Valuation
City villa from 1903/1904, designed by architect van Driesum.
- Of architectural historical value as a villa designed in 1903 with a very striking, evenly composed and prominent building mass, with multiple representatively executed facades with apex gables with beautifully worked out ornamental roof truss, windows with fine roller shutter boxes, a richly executed substantial conservatory with above it a veranda. The rich Art Nouveau interior has been preserved in fairly good condition. It is one of the better examples of villa architecture as it became common around 1900 in Apeldoorn, with a combination of Tudor style, Chalet style and Art Nouveau, with here even some Indian motifs. This villa is of a building type that can be described as very characteristic for the Parks. The building occupies an important place within the oeuvre of the Apeldoorn architect A. van Driesum.
- Of urban planning value as a markedly situated corner building which in combination with the building situated on the opposite corner (Mariannalaan 4) forms a very strong image-defining ensemble. The building forms in combination with the many private and public green elements an important component of this neighbourhood.
- Of cultural historical value as a recognizable element from a social development. The building was constructed as housing for the new and wealthy urban elite, who preferred to settle in substantial villas in spaciously laid out romantically arranged villa neighbourhoods. The Parks is among the largest and oldest villa neighbourhoods of this type in our country and its development contributed to the fact that the appearance of the village and the social stratification of its population changed significantly.
Nearby in the register
- Woonhuis, Mariannalaan 4Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Mr. Van Hasseltlaan 23Woonhuisunder 1 mi
- Klein VredeoordWoonhuisunder 1 mi
- CrijocoraWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.