Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Mariannalaan 4
Apeldoorn, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1904
- Address
- Mariannalaan 4, Locatie: Parken, 7316 DT Apeldoorn
- Place
- Apeldoorn
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.22211, 5.96008
- Monument number
- 514536
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 19 Arnhem, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Deze VILLA is (vermoedelijk) naar ontwerp van de architect van Driesum in 1904 gebouwd in een Overgangsarchitectuur op de rechterhoek van de kruising Louisalaan/Mariannalaan. In de Overgangsarchitectuur waarin het pand is ontworpen zijn ondermeer elementen uit de Chaletstijl en Art Nouveau, maar ook enkele Neo-Renaissance invloeden verwerkt. De tuin rond het pand wordt door een smeedijzeren tuinhek met draaihek van de weg gescheiden.
Dit gebied rond de Bas Backerlaan, de Emmalaan en Mariannalaan had omstreeks 1880 een geheel andere opzet en werd toen Emmapark genoemd. De Mariannalaan was rond 1896 wel aangelegd, maar kende nog nauwelijks bebouwing. In de periode tussen 1900 en 1905 zouden hier de eerste villa's gebouwd worden. Op de beide hoeken van de aansluiting van de Louisalaan op de Mariannalaan verschenen in de jaren 1902-1904 twee forse, rijk gedecoreerde villa's, waarvan de villa op de linker hoek (Mariannalaan 6) is ontworpen door architect A. van Driesum. Beide panden vertonen overeenkomsten, maar ook verschillen in ondermeer de uitvoering van het gevelwerk.
In 1962 is het pand geschikt gemaakt voor dubbele bewoning in opdracht van mej. L.M. ter Brake en naar ontwerp van de architect G.J. Konings uit Winterswijk. In de rechter zijgevel werd het keukenraam gewijzigd en rechts naast de risaliet een tweede toegang aangebracht, waardoor ook een aanpassing van het interieur op deze plek nodig was. In de achtergevel van de achteraanbouw werd rechts een deur vervangen door een raam.
Omschrijving
De rijk gedetailleerde vrijstaande villa heeft een samengestelde plattegrond, met een rechthoekige tweelaags kernbouw. De villa heeft een omlopend afgeplat schilddak, met een lagere zadeldakvormige steekkap met sierspant boven de topgevel aan de voorzijde en boven de topgevel van de linker zijgevel. Het boven de daklijst van het hoofddak doorgetrokken en uitgebouwde trappenhuis tegen de rechterzijgevel, sluit af met een lessenaarsdak. Alle windveren hebben gestileerde wolvekoppen. Het voorschild van het hoofddak heeft een dakkapel met een lessenaarsdak en dubbele draairamen met 2-ruits bovendelen. De hoofdkap heeft een overstek op naar buiten omgebogen korbelen en mastgoten en is belegd met rode geglazuurde kruispannen. De steekkappen boven beide topgevels bezitten ook een groot overstek op naar binnen gebogen korbelen, welke zijn verbonden met muurstijlen van het vakwerk van deze topgevels. Boven in de steekkappen bevinden zich sierspanten met een gebogen haanhout en verticaal hierop geplaatste stijlen. Op het linker dakschild en het achterschild staan hoge schoorstenen. De gevels hebben een gepleisterde plint, zijn in kruisverband gemetseld en zijn voorzien van gepleisterde speklagen en hoekblokken, gepleisterde lateien met bakstenen segmentboogvormige ontlastingsbogen boven de ramen en deuren. Een deel van de segmentbogen gaat in het middendeel over in een strek, welke hoger is dan de boogdelen zelf. De erkerramen bezitten alleen lateien. De raam- en deurkozijnen zijn overwegend ongeprofileerd met uitzondering van de bovendorpels en de tussenstijlen van de brede drielichtramen. De ramen bezitten schuin aflopende lekdorpels uitgevoerd in twee boven elkaar geplaatste stroken geglazuurde profielstenen. De gepleisterde, deels in vakwerk uitgevoerde topgevels worden ondersteund door twee bakstenen rondbogen op kraagsteentjes, die in het midden onderling zijn verbonden door een brede segmentboog. Het fries dat de gevels afsluit is ook gepleisterd en bezit vakwerk. De gevels sluiten verder onder dit fries af met een houten geprofileerde architraaflijst. De rolluikbakken van de ramen breken door deze lijst heen, waardoor de lateien en ontlastingsbogen van het venster opgenomen zijn in het fries. De bogen zijn hierbij uitgevoerd als schoon baksteenwerk. De VOORGEVEL heeft rechts een topgevelrisaliet met in de eerste bouwlaag een gemetselde driezijdig gesloten erker. De erker bezit in de beide schuin geplaatste zijden een enkelruits schuifraam met 4-ruits bovenlicht en in de kopgevel een schuifraam met 8-ruits bovenlicht. De ramen hebben houten rolluikbakken met tandlijstversiering en kroonlijst en houten pilastervormige rolluikgeleiders. De erker sluit af met een houten, geprofileerde bakgoot en een houten balkonhek met balusters. Op de verdieping heeft dit balkon dubbele balkondeuren met 12-ruits bovenlichten. Ook hier nog rolluikgeleiders. De gepleisterde topgevel bezit in het middendeel een getoogde raamopening onder een segmentboog, met een kozijn met geprofileerde tussenstijl en getoogde draairamen met 2-ruits bovendelen. Het topgevelgedeelte links en rechts van dit middendeel bezit vakwerk, bestaande uit muurstijlen, met horizontale dwarsbalkjes en diagonaal geplaatste gebogen stijlen. De boogstelling van deze topgevel rust op muurdammetjes welke worden opgevangen door gepleisterde, trapsgewijs verspringende kraagsteentjes. Het terugliggende linker deel van de voorgevel bezit in beide bouwlagen een driedelige raampartij met twee geprofileerde tussenstijlen en enkelruits schuiframen. Het brede middenraam heeft een 6-ruits bovenlicht, de beide zijramen elk een 4-ruits bovenlicht. Boven de raampartijen bevinden zich houten rolluikbakken. Het gepleisterde fries boven dit geveldeel bezit links en rechts diagonaal geplaatste elkaar kruisende houten schoren, tussen korbeelstellen en daartussen in reliëf in Art Nouveau-vormgeving het bouwjaar "1904". De RECHTER ZIJGEVEL bezit rechts van de middenas een forse rechthoekige trappenhuistorenuitbouw. Links hiervan bevindt zich een deurkozijn met een Art Nouveau paneeldeur met deurroosters en een 10-ruits bovenlicht. Op de verdieping bevindt zich een schuifraam met een 8-ruits bovenlicht. De luiken zijn verdwenen. Rechts van de torenuitbouw bevindt zich een kelderkoekoek met kelderlicht en diefijzers. Verder bevindt zich hier een niet oorspronkelijke ingang en een gewijzigd raam. De trappehuistoren bezit in de eerste bouwlaag een klein toiletraam. Daarboven bevinden zich boven elkaar twee gekoppelde raampartijen met elk twee schuiframen met 4-ruits bovenlichten met in Art Nouveau stijl uitgevoerd glas-in-lood. De LINKER ZIJGEVEL bezit rechts een houten serre op een bakstenen borstwering. De serre heeft in de voorgevel niet oorspronkelijke tuindeuren met een bovenlicht met sober geometrisch glas-in-lood uit de jaren '20. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een zijlicht met bovenlicht met dito glas-in-lood. De beide zijgevels bezitten een raam met glas-in-lood bovenlicht, aan weerszijden geflankeerd door een smaller zijlicht. Het houten fries bezit panelen en de geprofileerde gootlijst rust op een met vellingkanten versierde balk, welke weer rust op winkelhaakvormige versierde klossen. Op de serre staat een zelfde balkonhek als beschreven bij de erker. Op de verdieping heeft dit balkon dubbele balkondeuren met enkelruits ramen en een 12-ruits bovenlicht. De gepleisterde topgevel hierboven bezit in het middendeel een getoogd raamopening met een detaillering als in de voorgevel. Het topgevelgedeelte links en rechts van dit middendeel bezit vakwerk als in de voorgevel. Het linker deel van deze gevel bezit zowel onder als boven een enkelruits schuifraam en 8-ruits bovenlicht en houten rolluikbak en geleiders. Het gepleisterde fries boven dit geveldeel bezit links en rechts diagonaal geplaatste elkaar kruisende houten schoren, tussen korbeelstellen. In het middendeel is de latei en de bakstenen segmentboog met boogtrommel met siermetselwerk van de vensterafsluiting opgenomen. De ACHTERGEVEL heeft tegen het linker deel van de eerste bouwlaag een rechthoekige gemetselde éénlaags uitbouw. In de achtergevel bezit deze uitbouw links een deurkozijn onder een strek met paneeldeur en gepleisterde stoepplaat. Rechts hiervan bevindt zich een bakstenen uitgebouwd kolenhok. De gevel bezit verder een klein raam onder een strek met rechts daarvan een evenhoog, maar iets breder klapraam onder een strek. Dit raam heeft diefijzers. In de beide zijgevels bevindt zich een getoogd ijzeren 9-ruits raampje. De uitbouw sluit af met een vlakke gootlijst. In de eerste bouwlaag van de achtergevel van de kernbouw, rechts van deze uitbouw bevindt zich een breed kozijn met dubbele tuindeuren, met getoogde gekoppelde panelen onder en een groot raam boven, geprofileerd kalf en 12-ruits bovenlicht. Het kozijn bezit persiennes. Op de verdieping bevindt zich links een enkelruits schuifraam met 8-ruits bovenlicht. In het INTERIEUR zijn door verbouwingen in 1960 tot twee wooneenheden diverse onderdelen, waaronder de trap gewijzigd. Het pand bezit nog wel ondermeer oorspronkelijke binnendeurkozijnen. De woonkamer is ingedeeld als kamer-en-suite met een porte brisée (oorspronkelijk met panelen in de deuren, thans beglaasd), twee hoekschouwen met zwart marmeren schoorsteenmantels, twee stucplafonds in Art Nouveau met kastanjebladmotieven in de rozetten en vierpas-hoekornamenten. Voorts een keukenschouw met vellingkantprofielen, erkerkamer met zwart marmeren schoorsteenmantel en stucplafond met middenrozet.
Waardering
VILLA uit 1904, vermoedelijk ontworpen door architect van Driesum.
- Van architectuurhistorische waarde als in 1904 ontworpen villa met een karakteristieke bouwmassa, die zich kenmerkt door een uitgebouwd torenvormig trappenhuis en meedere representatief uitgevoerde gevels met gepleisterde vakwerk topgevels en fraaie gevelelementen. Het is één van de betere voorbeelden van villa-architectuur zoals die rond 1900 in Apeldoorn gangbaar werd, met een combinatie van stadsvakwerk, Chaletstijl, Art Nouveau en Neo-Renaissance motieven. Deze villa is van een bouwtype dat voor de Parken zeer karakteristiek genoemd kan worden, met meerdere representatief uitgewerkte gevels en een romantisch opgezette bouwmassa met schilderachtige details, waardoor het huis zeer goed aansluit bij de schilderachtige opzet van de wijk.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand werd gebouwd als huisvesting van de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale villa's in ruim opgezette romantisch aangelegde villawijken. De Parken behoort tot de grootste en oudste villawijken van dit type in ons land en de aanleg droeg er toe bij dat het aanzien van het dorp en de sociale gelaagdheid van haar bevolking sterk veranderde.
- Van stedenbouwkundige waarde als markant gesitueerd hoekpand dat in combinatie met het op de tegenovergelegen hoek gesitueerde pand (Mariannalaan 6) een zeer sterk beeldbepalend ensemble vormt. Het pand vormt in combinatie met de vele particuliere en openbare groenelementen een belangrijk onderdeel van deze wijk.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This VILLA was (presumably) built according to a design by the architect van Driesum in 1904 in a Transitional architecture style on the right corner of the intersection of Louisalaan/Mariannalaan. In the Transitional architecture in which the building was designed, elements from the Chalet style and Art Nouveau are incorporated, along with some Neo-Renaissance influences. The garden surrounding the building is separated from the road by a wrought-iron garden fence with a swing gate.
This area around the Bas Backerlaan, the Emmalaan and Mariannalaan had a completely different layout around 1880 and was then called Emmapark. The Mariannalaan was laid out around 1896, but had barely any buildings. In the period between 1900 and 1905, the first villas were built here. On both corners of the junction of the Louisalaan with the Mariannalaan, two substantial, richly decorated villas appeared in the years 1902-1904, of which the villa on the left corner (Mariannalaan 6) was designed by architect A. van Driesum. Both buildings show similarities, but also differences in, among other things, the execution of the facade work.
In 1962 the building was adapted for dual occupancy on behalf of Miss L.M. ter Brake and according to a design by architect G.J. Konings from Winterswijk. In the right side facade, the kitchen window was modified and a second entrance was added to the right of the risalit, which also required an adaptation of the interior at this location. In the rear facade of the rear extension, a door on the right was replaced by a window.
Description
The richly detailed detached villa has a composite floor plan, with a rectangular two-storey core structure. The villa has a hipped roof that extends around, with a lower gabled-roof-shaped thrust gable with decorative roof truss above the top gable at the front and above the top gable of the left side facade. The staircase tower protruding above the eaves line of the main roof and projecting against the right side facade, closes off with a catslide roof. All wind braces have stylised wolf's head finials. The front slope of the main roof has a dormer window with a catslide roof and double casement windows with 2-pane fanlights. The main roof has an overhang on outward-curved corbels and roof gutters and is covered with red glazed cross tiles. The thrust gables above both top gables also have a large overhang on inward-curved corbels, which are connected with wall posts of the timber framing of these top gables. In the top of the thrust gables are decorative roof trusses with a curved collar tie and vertical posts placed on it. High chimneys stand on the left roof slope and rear slope. The facades have a plastered plinth, are laid in stretcher bond and are provided with plastered banding and corner blocks, plastered lintels with brick segmental arch relieving arches above the windows and doors. Part of the segmental arches transitions in the central section into a straight arch, which is higher than the arch parts themselves. The bay windows have lintels only. The window and door frames are predominantly unprofiléed except for the upper capitals and the mullions of the wide three-light windows. The windows have sloping sill boards executed in two glazed profile stones placed one above the other. The plastered top gables, partly executed in timber framing, are supported by two brick round arches on corbel stones, which are connected in the middle by a wide segmental arch. The frieze that closes off the facades is also plastered and has timber framing. The facades further close off below this frieze with a wooden profiled architrave moulding. The roller shutter boxes of the windows break through this moulding, so that the lintels and relieving arches of the window are incorporated in the frieze. The arches are hereby executed as visible brickwork. The FRONT FACADE has on the right a top gable risalit with in the first storey a brickwork three-sided closed bay window. The bay window has in both angled sides a single-pane sash window with 4-pane fanlight and in the end wall a sash window with 8-pane fanlight. The windows have wooden roller shutter boxes with toothed moulding and cornice and wooden pilaster-shaped roller shutter guides. The bay window closes off with a wooden, profiled gutter and a wooden balcony railing with balusters. On the upper floor this balcony has double balcony doors with 12-pane fanlights. Also roller shutter guides here. The plastered top gable has in the central section an arched window opening under a segmental arch, with a frame with profiled mullion and arched casement windows with 2-pane fanlights. The top gable section to the left and right of this central section has timber framing, consisting of wall posts, with horizontal cross beams and diagonally placed curved posts. The arching of this top gable rests on wall buttresses which are supported by plastered, step-wise projecting corbel stones. The recessed left part of the front facade has in both storeys a three-part window arrangement with two profiled mullions and single-pane sash windows. The wide central window has a 6-pane fanlight, the two side windows each a 4-pane fanlight. Above the window arrangements are wooden roller shutter boxes. The plastered frieze above this facade section has on the left and right diagonally placed crossing wooden braces, between corbel sets and in relief in Art Nouveau design the building year "1904". The RIGHT SIDE FACADE has on the right of the central axis a substantial rectangular staircase tower projection. To the left of this is a door frame with an Art Nouveau panelled door with door grilles and a 10-pane fanlight. On the upper floor is a sash window with an 8-pane fanlight. The shutters have disappeared. To the right of the tower projection is a basement light with basement window and theft bars. There is also a non-original entrance here and a modified window. The staircase tower has in the first storey a small toilet window. Above this are two coupled window arrangements placed one above the other, each with two sash windows with 4-pane fanlights with glass-in-lead executed in Art Nouveau style. The LEFT SIDE FACADE has on the right a wooden conservatory on a brick parapet. The conservatory has in the front facade non-original garden doors with a fanlight with sober geometric glass-in-lead from the 1920s. On either side of this is a side light with fanlight with the same glass-in-lead. Both side facades have a window with glass-in-lead fanlight, flanked on either side by a narrower side light. The wooden frieze has panels and the profiled gutter rests on a beam decorated with chamfered corners, which in turn rests on angle-shaped decorated brackets. On the conservatory stands the same balcony railing as described with the bay window. On the upper floor this balcony has double balcony doors with single-pane windows and a 12-pane fanlight. The plastered top gable above this has in the central section an arched window opening with detailing as in the front facade. The top gable section to the left and right of this central section has timber framing as in the front facade. The left part of this facade has both below and above a single-pane sash window and 8-pane fanlight and wooden roller shutter box and guides. The plastered frieze above this facade section has on the left and right diagonally placed crossing wooden braces, between corbel sets. In the central section the lintel and the brick segmental arch with arch drum with decorative brickwork of the window closure is incorporated. The REAR FACADE has against the left part of the first storey a rectangular brickwork single-storey projection. In the rear facade this projection has on the left a door frame under a straight arch with panelled door and plastered step. To the right of this is a brick-built coal store projection. The facade further has a small window under a straight arch with to the right of it an equally high, but slightly wider casement window under a straight arch. This window has theft bars. In both side facades is an arched iron 9-pane window. The projection closes off with a flat gutter moulding. In the first storey of the rear facade of the core structure, to the right of this projection is a wide frame with double garden doors, with arched coupled panels below and a large window above, profiled calf and 12-pane fanlight. The frame has venetian blinds. On the upper floor on the left is a single-pane sash window with 8-pane fanlight. In the INTERIOR, various components, including the staircase, were modified due to alterations in 1960 into two residential units. The building still has, among other things, original internal door frames. The living room is arranged as a suite with a porte brisée (originally with panels in the doors, now glazed), two corner fireplaces with black marble fireplace mantels, two stucco ceilings in Art Nouveau with chestnut-leaf motifs in the rosettes and four-lobe corner ornaments. Furthermore a kitchen fireplace with chamfered-corner mouldings, bay room with black marble fireplace mantel and stucco ceiling with central rosette.
Valuation
VILLA from 1904, presumably designed by architect van Driesum.
- Of architectural-historical value as a villa designed in 1904 with a characteristic building mass, which is characterised by a developed tower-shaped staircase and multiple representatively executed facades with plastered timber framing top gables and fine facade elements. It is one of the better examples of villa architecture as was common around 1900 in Apeldoorn, with a combination of urban timber framing, Chalet style, Art Nouveau and Neo-Renaissance motifs. This villa is of a building type that can be called highly characteristic for the Parks, with multiple representatively worked-out facades and a romantically designed building mass with picturesque details, which means the house fits very well with the picturesque layout of the district.
- Of cultural-historical value as a recognisable element from a societal development. The building was built as housing for the new and capital-wealthy urban elite, who preferred to settle in substantial villas in spaciously laid out romantic villa districts. The Parks is one of the largest and oldest villa districts of this type in our country and its layout contributed to the appearance of the village and the social stratification of its population changing significantly.
- Of urban-planning value as a markedly situated corner building which, in combination with the building situated on the opposite corner (Mariannalaan 6), forms a very strong image-defining ensemble. The building, in combination with the many private and public green elements, forms an important part of this district.
Nearby in the register
- Casa BlancaWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Mr. Van Hasseltlaan 23Woonhuisunder 1 mi
- Klein VredeoordWoonhuisunder 1 mi
- CrijocoraWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.