Rijksmonumentenregister · Netherlands
O.L.V. van Altijddurende bijstand
Bussum, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1920
- Address
- Brinklaan 40 A, Locatie: Dorp, 1404 EW Bussum (Gooise meren 27)
- Place
- Bussum
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.27712, 5.16196
- Monument number
- 513238
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Rooms-katholieke KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, gebouwd in neo-romaanse bouwtrant in 1920-1921 naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. De kerk is terugliggend en beeldbepalend gelegen aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum. Het plein wordt aan de zuidzijde afgesloten door de pastorie, in 1925-1926 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter en Van Bronkhorst en aan de noordzijde door de voormalige rooms-katholieke meisjesschool, in 1928 gebouwd naar het ontwerp van N. Rigter. De pastorie is door middel van een gang aan de zuidoostzijde met de kerk verbonden.
N.B. De sacristie in de zuidwesthoek werd in 1968 uitgebreid (het oorspronkelijke deel onderscheidt zich door glas-in-loodramen).
Omschrijving
De kerk is een centraalbouw, met een veelhoekige flauwgebogen koepel op schijntamboer, bekroond door een lantaarn. De rechthoekige, vooruitspringende ingangspartij aan de centrale ruimte wordt aan de zijgevels herhaald, terwijl zich aan de westzijde een veelhoekig gesloten koor bevindt. De kerk is opgetrokken uit bruine baksteen waarbij rijkelijk gebruik is gemaakt van decoratieve metselverbanden, zowel in het interieur als aan het exterieur. De dakvlakken zijn gedekt met rode Hollandse pannen. De gootlijsten rusten op gesneden consoles. De vensters bevatten gekleurde glas-in-loodramen. Tegen de koepel liggen op de vier hoeken tussen de armen en het koor halve tentdaken die de overgang van het vierkante grondvlak naar de veelhoek van de buitenkoepel maken. In de vlakken van de koepelonderbouw zijn driedelige rondboogvensters geplaatst. Langs de daklijst lopen decoratieve bakstenen banden. De lantaarn bestaat uit een lage zone met raampjes rondom en een stompe veelhoekige spits met kruis op de top.
De voorgevel (O) bevat in het midden een risalerend volume waarin deuren in een aediculavormige omlijsting aan twee zijden toegang verlenen tot de portalen. Boven de deuren bevindt zich een halfrond mozaïekveld. Boven de hoofdingang zijn vijf hoge, smalle vensters naast elkaar aangebracht en op de top staat een open bakstenen klokkestoel. De ingangspartij met zadeldak dwars op de weg wordt geflankeerd door twee zijkapellen onder lagere zadeldaken met de noklijn evenwijdig aan de weg. In de gevels zijn steunberen en driedelige rondboogvensters aangebracht. Links van het risalerende volume bevindt zich een kwartronde uitbouw met rondboogvensters in de gevel.
De linker zijgevel (Z) bevat in het midden een risalerende toegangspartij onder zadeldak. De houten deuren onder boogveld in aediculavormige omlijsting geven toegang tot een ruimte onder lessenaarsdak met kleine vensters hoog in de gevel. Boven de toegangsdeur in de voorbouw onder zadeldak zijn drie hoge, smalle vensters naast elkaar aangebracht. Aan de rechterzijde bevindt zich een lessenaarsdak tussen de voorbouw en de zijkapel. De parochiezaal is hier aangebouwd. Aan de linkerzijde bevindt zich de sacristie onder opgaande schilddaken.
De rechter zijgevel (N) bevat een toegangspartij die identiek is uitgevoerd als die aan de zuidzijde. Aan de linkerzijde bevindt zich een overgangsvolume onder lessenaarsdak met een driedelig rondboogvenster in de gevel naar de topgevel van de zijkapel met driedelig rondboogvenster waarboven een groot en twee kleine ronde vensters. Aan de rechterzijde bevindt zich een rechthoekige uitbouw die de overgang vormt naar de vierkante stookruimte met smalle rechthoekige vensters en een in vieren gelede schoorsteen op de hoek. Aan de westzijde bevindt zich een veelhoekige lage uitbouw onder veelhoekige steekkap. Een toegangsdeur is geplaatst in de hoek tussen de volumes.
De achtergevel (W) bevat in het midden het veelhoekige koor met abside onder opgaande dakschilden. De boognissen in het interieur worden in het metselwerk zichtbaar gemaakt. Boven vijf velden bevinden zich driedelige rondboogvensters. In de gevels van de sacristie smalle rechthoekige vensters. De hoeken tussen de abside en de rechthoekige volumes zijn opgevuld met lage aanbouwen, aan de rechterzijde oorspronkelijk met vier smalle rechthoekige vensters, aan de linkerzijde met een deur, bereikbaar via enkele bakstenen treden.
Het INTERIEUR van de kerk bevat een grote achthoekige ruimte waarbij de hoekpijlers de koepel op gemetselde bogen dragen. Deze staan afwisselend op grotere en kleinere afstand van elkaar zodat er vier grote en vier kleine bogen (naar de zijkapellen) ontstaan. Op de vloer liggen in de centrale ruimte natuurstenen platen en in de zijruimten rode zeshoekige plavuizen. Er staan vier bankenblokken met paden ertussen die op het koor en de absiden aanlopen zodat er een axiale ruimtewerking ontstaat. Het koorgedeelte ligt zes treden hoger. De halfronde sluiting bevat negen nissen die beschilderd zijn met onder andere de afbeeldingen van de twaalf apostelen. In de halve koepelvorm erboven is de Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand afgebeeld. De schilderingen zijn in 1950 door de Benedictijner monnik François Mes vervaardigd. De vier absiden waarvan de linker naast het koor recht gesloten is vanwege de achterliggende sacristie, waren oorspronkelijk beschilderd maar nu witgepleisterd. Aan de oostkant bevindt zich de orgelgalerij, waarachter zich de vijf rondboogvensters bevinden. Rondom loopt de kruiswegstatie in veertien zandstenen reliëfs, in oorsprong vervaardigd door Mari Andriessen voor de Heilig Hartkerk te Bussum. De biechtstoelen bevinden zich aan de noord- en zuidzijde waarboven schilderingen van de monnik Mes. De koepel bevat een meloenvormig gewelf dat uit ribben is opgebouwd met de geboorte op een gemetselde ring beneden de vensters. De druk wordt afgeleid via de pijlers en zijwaarts via de gewelven van de lagere nevenruimten. Vanuit de pijlers waartegen heiligenbeelden zijn aangebracht en vanuit de ongelijke zwikken gaat een twintigtal ribben omhoog, waartussen trogvormige overkluizingen, samenkomend bij de lantaarn. De op de koepel aansluitende ruimten bevatten kruisgraatgewelven en halfkoepels. De bogen zijn in bruine baksteen gemetseld, in de gewelven is een gele en in de vullende muurdelen is een rode klinker toegepast. Pneumatisch ogel met twee klavieren en vrij pedaal, gemaakt door de firma G.F. Steinmeyer en Co uit Ottingen in 1923. Het instrument is gebouwd voor de Hilversumse Clemenskerk en in 2012 gerestaureerd en overgeplaatst naar deze kerk.
Waardering
De rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens cultuur-, kunst- en architectuurhistorische waarde als zeldzaam en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een centraalbouw, gebouwd in 1920-1921 in neo-romaanse bouwtrant naar het ontwerp van Joseph Cuypers met medewerking van Pierre Cuypers jr. en gedecoreerd conform de midden-20ste eeuwse op traditionele kerkelijke kunst geïnspireerde opvattingen. Daarnaast is de kerk stedebouwkundig van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de westzijde van de Brinklaan te Bussum.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Roman Catholic CHURCH Our Lady of Perpetual Succour, built in neo-Romanesque style in 1920-1921 after the design of Joseph Cuypers with the collaboration of Pierre Cuypers jr. The church is set back and forms a distinctive landmark on the western side of the Brinklaan in Bussum. The square is closed off on the southern side by the presbytery, built in 1925-1926 after the design of N. Rigter and Van Bronkhorst and on the northern side by the former Roman Catholic girls' school, built in 1928 after the design of N. Rigter. The presbytery is connected to the church by means of a corridor on the south-eastern side.
N.B. The sacristy in the south-western corner was enlarged in 1968 (the original section is distinguished by stained glass windows).
Description
The church is a central structure, with a polygonal shallow curved dome on a false drum, crowned by a lantern. The rectangular, projecting entrance section to the central space is repeated on the side facades, while on the western side a polygonal closed choir is situated. The church is constructed of brown brick with abundant use of decorative brickwork patterns, both in the interior and on the exterior. The roof surfaces are covered with red Dutch tiles. The gutter mouldings rest on carved consoles. The windows contain coloured stained glass. Against the dome lie half hipped roofs at the four corners between the arms and the choir, forming the transition from the square ground plan to the polygon of the outer dome. In the sections of the dome base are placed three-part round-arched windows. Along the roof line run decorative brick bands. The lantern consists of a low zone with small windows all around and a squat polygonal spire with a cross on top.
The front facade (E) contains in the middle a projecting volume in which doors in an aedicule-shaped frame on two sides provide access to the portals. Above the doors is a semicircular mosaic field. Above the main entrance five tall, narrow windows are placed side by side and at the top stands an open brick bell turret. The entrance section with gabled roof perpendicular to the road is flanked by two side chapels under lower gabled roofs with the ridge line parallel to the road. In the facades are buttresses and three-part round-arched windows. To the left of the projecting volume is a quarter-round projection with round-arched windows in the facade.
The left side facade (S) contains in the middle a projecting entrance section under a gabled roof. The wooden doors under an arch in an aedicule-shaped frame provide access to a space under a sloped roof with small windows high in the facade. Above the entrance door in the projection under a gabled roof are three tall, narrow windows placed side by side. On the right side is a sloped roof between the projection and the side chapel. The parish hall is built here. On the left side is the sacristy under rising hipped roofs.
The right side facade (N) contains an entrance section executed identically to that on the southern side. On the left side is a transitional volume under a sloped roof with a three-part round-arched window in the facade to the top gable of the side chapel with three-part round-arched window above which are one large and two small round windows. On the right side is a rectangular projection forming the transition to the square furnace room with narrow rectangular windows and a four-part chimney on the corner. On the western side is a polygonal low projection under a polygonal lean-to roof. An entrance door is placed in the corner between the volumes.
The rear facade (W) contains in the middle the polygonal choir with apse under rising roof slabs. The arches in the interior are made visible in the brickwork. Above five sections are three-part round-arched windows. In the facades of the sacristy narrow rectangular windows. The corners between the apse and the rectangular volumes are filled with low additions, on the right side originally with four narrow rectangular windows, on the left side with a door, accessible via several brick steps.
The INTERIOR of the church contains a large octagonal space in which the corner piers carry the dome on mortared arches. These stand alternately at greater and lesser distances from each other so that four large arches and four small arches (to the side chapels) are created. On the floor in the central space are natural stone slabs and in the side spaces red hexagonal tiles. There are four pew blocks with aisles between them running towards the choir and the apses creating an axial spatial effect. The choir section is six steps higher. The semicircular closure contains nine niches painted with images including those of the twelve apostles. In the half dome above is depicted Our Lady of Perpetual Succour. The paintings were created in 1950 by the Benedictine monk François Mes. The four apses, of which the one on the left next to the choir is closed squarely on account of the sacristy behind it, were originally painted but are now whitewashed. On the eastern side is the organ gallery, behind which are the five round-arched windows. Around runs the Way of the Cross in fourteen sandstone reliefs, originally created by Mari Andriessen for the Sacred Heart Church in Bussum. The confessionals are located on the north and south sides above which are paintings by the monk Mes. The dome contains a melon-shaped vault constructed of ribs with the springing on a mortared ring below the windows. The thrust is diverted via the piers and laterally via the vaults of the lower side spaces. From the piers against which holy images are placed and from the unequal pendentives rise some twenty ribs, between which are trough-shaped relieving vaults, converging at the lantern. The spaces adjoining the dome contain cross vaults and half-domes. The arches are mortared in brown brick, in the vaults a yellow brick is used and in the filling wall sections a red brick. Pneumatic organ with two manuals and free pedal, made by the firm G.F. Steinmeyer and Co from Öttingen in 1923. The instrument was built for the Hilversum Clemens Church and was restored and relocated to this church in 2012.
Valuation
The Roman Catholic church Our Lady of Perpetual Succour with its associated interior is of general importance for its cultural, artistic and architectural heritage value as a rare and well-preserved example of a central structure, built in 1920-1921 in neo-Romanesque style after the design of Joseph Cuypers with the collaboration of Pierre Cuypers jr. and decorated in accordance with mid-20th century views inspired by traditional ecclesiastical art. Furthermore, the church is of urban design importance on account of its distinctive location on the western side of the Brinklaan in Bussum.
Nearby in the register
- Woonhuis, Lindelaan 10Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Lindelaan 11Woonhuisunder 1 mi
- Koetshuis(L), Lindelaan bij 11Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Abri, Lindelaan bij 11Transportunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.