TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Oliefabriek, Prins Hendrikkade 1

Franeker, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Oliefabriek
Category
onroerend gebouwd
Address
Prins Hendrikkade 1, 8801 JK Franeker (Waadhoeke 21)
Place
Franeker
Municipality
Waadhoeke
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.18399, 5.54806
Monument number
512691

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1630 map "Frisia Occidentalis." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De voormalige OLIEFABRIEK aan de Prins Hendrikkade 1 en 2 te Franeker -thans vestiging van P.S. Rollingswier N.V., margarinefabriek- is in 1911 in deze verschijningsvorm herbouwd, na een forse brand die het oude gebouw had geteisterd. Dat gebouw was in opdracht van Wiltje Pars gebouwd. Het was de eerste oliefabriek die met stoommachines werkte. In 1904 werd de fabriek verkocht aan het bedrijf U. Twijnstra te Franeker, thans UTD (Ulbe Twijnstra Delfia) te Akkrum. Er is een tekening bewaard uit 1905, die een ontwerp voorstelt voor een nieuw pakhuis voor U. Twijnstra te Franeker. Of dit ontwerp ooit gerealiseerd is, is onbekend: het pand is toen wel aan de westzijde uitgebreid. Na de brand is het ook aan de zuidzijde uitgebreid. In 1918 is het gebouw aan N.V. Industriële Maatschappij Franeker verkocht en in 1933 aan Kooij en Trompetter, conservenfabrikanten. In 1937 is het aan de Handelsvereniging van Zaaizaad en Pootgoed (Z.P.C.) verkocht. In 1967 werd het aan P.S. Rollingswier verkocht; jaren eerder, in 1929, had Jurien Rollingswier (vetsmelter) al een pakhuis laten bouwen aan de Prins Hendrikkade 10, in dit gebouw zijn nu de kantoren van P.S. Rollingswier gevestigd. De fabriek met opslagruimte bestaat uit een aaneenschakeling van blokvormige ruimtes. De voorgevel is naar het noorden gericht en ligt aan de zuidzijde van het Van Harinxmakanaal. De stadsgracht sloot toen aan bij de vaarroute tussen Harlingen en Leeuwarden. In 1893 werd de toen in slechte staat verkerende vaarweg verbeterd en werd het Nieuwe Kanaal gerealiseerd, een zuidelijke afsnijding die voor de oude pakhuizen weer aansloot op de stadsgracht. Langs dit water hebben zich in de loop der tijd veel bedrijven gevestigd die in de stad geen ruimte meer ter beschikking hadden en van deze gunstige ligging aan een vaarroute konden profiteren.

Het gebouw is gebouwd in een sobere Overgangsarchitectuur. Aannemer was K.J. Westra (1872-1952), molenbouwer.

Het INTERIEUR komt niet in aanmerking voor de bescherming van rijkswege wegens teveel wijzigingen.

Omschrijving

Het gebouw heeft een onregelmatige langwerpige plattegrond, als gevolg van de uitbreidingen die in de loop der tijd hebben plaatsgevonden. Bij de verbouwing uit 1911, zijn deze in architectonische zin 'geüniformeerd'. Het geheel bestaat uit vier blokvormige volumes: het voorste blok -naar het noorden georiënteerd- dat de vorm heeft van een grote kubus, bestaat aan de voorzijde uit vijf en aan de achterzijde uit vier bouwlagen; de twee blokken erachter uit twee bouwlagen; en het laatste blok uit één bouwlaag. Alle bouwblokken worden door een plat dak gedekt. Onder het dak van de bouwdelen horend bij de westelijke en zuidelijke uitbreiding is een uitstekende houten daklijst op klossen aangebracht. Het gebouw is in gele bakstenen opgetrokken. Voor de decoratie van strekken, hoeklisenen en pirons is rode baksteen gebruikt.

De voorgevel, waaraan de westelijke uitbreiding van ca 1905 nog goed afleesbaar is, bestaat uit een linker deel van twee vensters breed en een rechter deel van drie vensters breed. Drie even uitgemetselde roodbakstenen lisenen met pirons onder met rode hollandse pannen belegd dakje benadrukken de gevelindeling. Over de hele breedte van de voorgevel is een luifel geplaatst, die tot boven de eerste bouwlaag komt en de eerste van de tweede bouwlaag 'scheidt'. Het dak van de luifel is van hout en steunt op een metalen onderstel dat bestaat uit vier ijzeren poten op betonnen basementen, die aan de voorzijde drie ijzeren bogen met ruitmotief ondersteunen. Vanaf de vier steunpunten lopen vier metalen dwarsbalken met ruitmotief die in de voorgevel zijn bevestigd. In de eerste bouwlaag bevinden zich onder de luifel van links naar rechts: een rechthoekig venster met zesruits bovenlicht, een houten inrijdeur met bovenlicht, een rechthoekig venster met zesruits bovenlicht, een driedelig venster met zesruits bovenlicht, een houten inrijdeur en een rechthoekig venster. Helemaal rechts bevindt zich de deur met trede naar het transformatorhuis.

In de overige bouwlagen vijf lichtgetoogde dubbele vensters met T-roedeverdeling en vierruits bovenlichten; roodbakstenen strekken; muurankers. In de westelijke zijgevel zijn alleen in de eerste en tweede bouwlaag twee vensters aangebracht.

De oostelijke zijgevel van het eerste bouwblok wordt in twee delen verdeeld door de even uitgemetselde roodbakstenen lisenen en de vensters van verschillende grootte. In het rechter deel bevinden zich in de eerste bouwlaag een dubbele houten deur met meerruits bovenlichten, met aan weerszijden twee houten deuren met vierruits bovenlichten. In de overige bouwlagen zijn de vensters gelijk aan de vensters in de voorgevel. In het linker geveldeel zitten in de eerste drie bouwlagen in totaal zes vierdelige vensters onder een lichtgebogen strek van rode baksteen, waaronder in het betonnen trommelveld boven de vier vensters nog vier strekken. In de bovenste bouwlaag zitten vier kleinere enkelruits vensters met rode strek. De oostelijke gevels van de overige blokken worden ook door lisenen onderverdeeld en hebben dezelfde soort vensters met strekken.

De achtergevel grenst aan het nieuwe bouwblok.

Waardering

De voormalige oliefabriek uit 1911, thans P.S. Rollingswier-margarinefabriek, is van bijzonder algemeen cultuurhistorisch en sociaal-economisch belang:

- als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling;

- als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling;

- vanwege het materiaalgebruik en de ornamentiek, gerelateerd aan de functie van het gebouw;

- als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch en sociaal-economisch van nationaal belang is;

- vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van de stad;

- vanwege de situering, verbonden met de sociaal-economische ontwikkelingen binnen en buiten de stad;

- vanwege de historisch-ruimtelijke relatie met het water (waterwegen);

- in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving;

- vanwege de typologische en functionele zeldzaamheid op provinciaal niveau.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The former OIL FACTORY at Prins Hendrikkade 1 and 2 in Franeker - now the premises of P.S. Rollingswier N.V., margarine factory - was rebuilt in this form in 1911, following a severe fire that had devastated the old building. That building had been constructed at the behest of Wiltje Pars. It was the first oil factory to operate with steam engines. In 1904 the factory was sold to the company U. Twijnstra in Franeker, now UTD (Ulbe Twijnstra Delfia) in Akkrum. A drawing from 1905 is preserved, which shows a design for a new warehouse for U. Twijnstra in Franeker. Whether this design was ever realized is unknown: the building was expanded on the west side at that time. After the fire it was also expanded on the south side. In 1918 the building was sold to N.V. Industriële Maatschappij Franeker and in 1933 to Kooij and Trompetter, preserves manufacturers. In 1937 it was sold to the Handelsvereniging van Zaaizaad en Pootgoed (Z.P.C.). In 1967 it was sold to P.S. Rollingswier; years earlier, in 1929, Jurien Rollingswier (fat processor) had a warehouse built at Prins Hendrikkade 10, and the offices of P.S. Rollingswier are now housed in this building. The factory with storage space consists of a chain of block-shaped spaces. The front facade faces north and is situated on the south side of the Van Harinxmakanaal. The town moat connected at that time to the shipping route between Harlingen and Leeuwarden. In 1893 the then poorly maintained waterway was improved and the Nieuwe Kanaal was realized, a southern cutoff that reconnected to the town moat beyond the old warehouses. Along this water, many businesses have established themselves over time that no longer had space available in the city and were able to benefit from this favourable location on a shipping route.

The building is constructed in a sober Transitional architecture. The contractor was K.J. Westra (1872-1952), millwright.

The INTERIOR is not eligible for protection by the state due to excessive alterations.

Description

The building has an irregular elongated floor plan, as a result of expansions that have taken place over time. During the 1911 renovation, these were 'unified' in an architectural sense. The whole consists of four block-shaped volumes: the front block - oriented to the north - which has the form of a large cube, consists of five storeys on the front and four storeys on the rear; the two blocks behind it of two storeys; and the last block of one storey. All building blocks are covered by a flat roof. Under the roof of the building sections belonging to the western and southern extension, an outstanding wooden cornice on brackets has been installed. The building is constructed in yellow brick. Red brick has been used for the decoration of bands, corner strips and corner stones.

The front facade, to which the western extension of approximately 1905 is still clearly legible, consists of a left part two windows wide and a right part three windows wide. Three evenly built red brick corner strips with corner stones beneath covered with red Dutch tiles accentuate the facade division. Across the full width of the front facade a canopy has been placed, which extends to above the first storey and 'separates' the first from the second storey. The canopy roof is wooden and rests on a metal frame consisting of four iron posts on concrete bases, which on the front support three iron arches with a diamond motif. From the four support points run four metal crossbeams with diamond motif which are fixed in the front facade. In the first storey, beneath the canopy from left to right: a rectangular window with six-pane fanlight, a wooden loading door with fanlight, a rectangular window with six-pane fanlight, a three-part window with six-pane fanlight, a wooden loading door and a rectangular window. At the far right is the door with step to the transformer house.

In the remaining storeys five light-arched double windows with T-pattern glazing bars and four-pane fanlights; red brick bands; ornamental wall anchors. In the western side facade windows are only installed in the first and second storeys, two in each.

The eastern side facade of the first building block is divided into two sections by the evenly built red brick corner strips and windows of varying size. In the right section are located in the first storey a double wooden door with multi-pane fanlights, flanked on either side by two wooden doors with four-pane fanlights. In the remaining storeys the windows are identical to those in the front facade. In the left facade section there are in the first three storeys in total six four-part windows beneath a light-arched red brick band, under which in the concrete tympanum above the four windows there are still four bands. In the top storey there are four smaller single-pane windows with red band. The eastern facades of the remaining blocks are also subdivided by corner strips and have the same type of windows with bands.

The rear facade borders the new building block.

Valuation

The former oil factory from 1911, now P.S. Rollingswier margarine factory, is of particular general cultural-historical and socio-economic importance:

- as a particular expression of a socio-economic development;

- as a particular expression of a typological development;

- on account of the use of materials and ornamentation, related to the function of the building;

- as an essential part of a larger whole of cultural-historical and socio-economic national importance;

- on account of its location, connected with the development/expansion of the city;

- on account of its location, connected with socio-economic developments within and outside the city;

- on account of the historical-spatial relationship with water (waterways);

- in relation to the structural and visual integrity of the urban environment;

- on account of typological and functional rarity at provincial level.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map