TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Jansbasiliek

Laren, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1924 - 1925
Address
Brink 31, 1251 KT Laren
Place
Laren
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.25628, 5.22674
Monument number
511274

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KRUISBASILIEK, gewijd aan St. Jan de Doper, gebouwd in 1924-1925 naar ontwerp van architect Wolter te Riele Gzn. uit Utrecht. De kerk, opgetrokken in een neo-gotische bouwtrant met expressionistische detailleringen, verving een waterstaatskerk uit 1844, die westelijk van de huidige kerk stond. De kerk werd ingewijd op 29 oktober 1925 door de bisschop van Utrecht; op 8 december 1937 ontving de kerk de eretitel "Basilcia Minor". Jaarlijks vertrekt op de zondag van St. Jan in deze kerk de sacramentsprocessie naar het St. Janskerkhof aan de Langsakker: dit is de enige processie op de openbare weg boven de grote rivieren.

De kerk vormt tezamen met de pastorie (Brink 33), het voormalige klooster (Brink 29) en de voormalige meisjesschool een monumentale gevelwand langs de oostzijde van de Brink te Laren. De kerk is teruggelegen ten opzichte van de rooilijn en wordt van de weg gescheiden door een voorplein en bakstenen erfscheiding met twee monumentale lantaarns.

In het interieur bevinden zich veertien fresco's uit de kruiswegstatie, geschilderd door P.C. de Moor, die ook onder de bescherming vallen. Het orgel valt niet onder de bescherming.

Omschrijving

Kruisbasilikaal kerkgebouw, bestaande uit een schip ter diepte van drie traveeën met zijbeuken, een kruising met vieringskoepel, een pseudotransept met absidiale beëindiging, een zevenzijdige absis aan de oostzijde en een westwerk met twee torens. De kerk is opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een platte voeg. De plint wordt afgesloten door een rollaag. De langsgevels worden afgesloten door een tandlijst en muizetand onder een houten gootlijst op eenvoudige houten consoles. Het schip wordt gedekt door een zadeldak met noklijn loodrecht op de Brink. De zijbeuken hebben een lessenaarsdak, de absis en absiden van de zijbeuken een ingestoken vijfzijdig schilddak. Alle dakschilden zijn gedekt met rode Hollandse pannen. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen een in baksteen uitgevoerd spitsboogvenster (gedrukte spitsbooog) met glas-in-loodramen. De deuren zijn getoogd, opgeklampt en voorzien van siersmeedijzeren hang- en sluitwerk.

De symmetrisch ingedeelde voorgevel (W) wordt beheerst door de twee hoogoprijzende, zich verjongende torens. Tussen de torens bevindt zich een risalerende ingangspartij onder lessenaarsdak met een geprononceerde topgevel. Het middenrisaliet bevat van beneden naar boven een ingangsportaal, bereikbaar via twee treden, een loggia onder lessenaarsdak en een groot venster in de topgevel. In het ingangsportaal, met spitsboogvormig gewelf deels in kepervorm gemetseld, bevinden zich twee dubbele deuren die worden gekoppeld door bovenlicht met boogvormige traceringen en glas-in-lood in ruitpatronen. Tussen de deuren bevindt zich een bakstenen console met natuurstenen beeld van St.Jan. In de zijwanden van het portaal bevindt zich een zijdeur. De loggia heeft een bakstenen borstwering en zeven vensterassen, waarvan de middelste een driepas-spitsboog onder ingestoken zadeldak bevat, bekroond door een stenen kruis. De drie assen aan weerszijden hiervan bevatten een rechthoekige opening. De hoogopgemetselde kopgevels bevatten een spitsboogvormige opening en worden afgesloten door een ezelsrug. Het grote spitsboogvenster heeft traceringen en glas-in-lood. De topgevel wordt afgesloten door een puntgevel. De twee torens zijn vrijwel identiek: ze worden geleed door vier afzaten en zich verjongende steunberen. Onder de eerste afzaat is het muurwerk blind, tussen de eerste en tweede bevat het muurwerk een spitsboog- en een klein rond venster, tussen de tweede en derde is het muurwerk wederom blind. Boven de derde afzaat bevat de gevel twee spitsboogvormige spaarvelden elk met twee smalle openingen er in. Boven de vierde afzaat zijn eveneens dergelijke spaarvelden aangebracht waarin zich de galmgaten bevinden, ter hoogte van welke de steunberen puntig eindigen. Daarboven gaat de toren over in een kleine achtzijdige trommel, die wordt beëindigd door een in baksteen uitgevoerde achtzijdige spits. De linkertoren bevat in de achthoekige trommel in elk vlak een spitsboogvenster, de rechtertoren heeft aan alle zijden behalve de noordzijde een uurwerk in een miniatuur-trapgevel. De torens worden tussen de derde en vierde afzaat verbonden door een rechte luchtbrug, met drie spitsboogvormige openingen en spaarvelden, en wordt afgesloten door een zadeldak. De noklijn van het middenschip eindigt ook ter hoogte van deze verbinding. Aan weerszijden van de torens is de voorgevel uitgebouwd met twee uitbouwen onder lessenaarsdak, die eindigen bij de tweede afzaat van de torens. Deze uitbouwen bevatten twee spitsboogvenster boven de eerste afzaat en een smal venster in de top.

De rechterzijgevel (Z) bevat geheel links het verbindingslid tussen kerk en pastorie. Daarnaast heeft de zuidgevel van links naar rechts: zes vensterassen (van de zijbeuk), de kopgevel van het pseudotransept en de zuidgevel van de sacristie. De zes vensters worden gescheiden door steunberen met afzaat en zijn alternerend voorzien van keperboogvormige c.q. spitsboogvormige traceringen in baksteen. De kopgevel van het pseudotransept heeft drie vensters: een groot centraal geplaatst spitsboogvenster met traceringen en een kleiner, smaller spitsboogvenster aan weerszijden hiervan. De topgevel heeft twee ruitvormen met decoratief metselwerk en drie spitsboogvormige spaarvelden in de nok. De kopgevel wordt afgesloten door een zadeldak met tuit (schoorsteen) op de nok. Rechts van deze kopgevel bevindt zich een doorgang, met drie vensters en een deur, die de kerk met de sacristie verbindt. De doorgang wordt afgesloten door een plat dak.

De sacristie is opgetrokken in dezelfde materialen en met dezelfde detailleringen als de kerk. De sacristie heeft een rechthoekige plattegrond en een bouwlaag onder een zadeldak met oost-westgerichte noklijn. De westelijke kopgevel bevat twee spitsboogvensters met glas-in-lood en in de kap, boven een afzaat, vijf spitsboogvormige spaarveleden, waarvan de drie middelste smalle openingen met glas-in-lood bevatten. De topgevel wordt afgesloten door een tandlijst, muizetand, enkele kleine schouderstukken en een tuit. De zuidgevel heeft een breedte van drie vensterassen, waarvan de linker een spitsboogvormig spaarveld met getoogde deur bevat en keperboogvormig bovenlicht met glas-in-lood. De twee rechterassen bevatten een dubbel spitsboogvenster, gekoppeld door een spaarveld, en voorzien van traliewerk. De lekdorpel bestaat uit een doorlopende afzaat. De symmetrisch ingedeelde oostgevel heeft een vergelijkbare opbouw als de westgevel. De begane grond bevat vier door een afzaat verbonden spitse vensters, met glas-in-lood en traliewerk. De twee middelste vensters zijn gekoppeld door een spaarveld. In de kap bevindt zich een tweede afzaat, waarboven zich vijf spitse spaarvelden bevinden. Het middelste veld bevat een getoogde zolderdeur, de tweede en vierde een smalle opening. De noordgevel heeft twee spitsboogvormige vensters.

De achtergevel van de kerk (O) heeft links en rechts vijfzijdig afgesloten absiden (als beëindiging van de zijbeuken), waarvan de drie middelste zijden een spitsboogvenster bevatten. Op de hoeken bevinden zich lisenen met daartussen, ter hoogte van de vensters, een afzaat. Tegen de oostgevel van de zuidelijke abside bevindt zich een uitbouw ten behoeve van de doorgang van de sacristie naar een achthoekige traptoren met enkele smalle vensteropeningen. Boven de absiden zijn de oostgevels van het pseudotransept zichtbaar. Deze geveldelen bevatten elk twee spitsboogvormige spaarvelden met een spitsboogvenster ertussen. De grote zevenzijdig afgesloten absis in het midden heeft zich verjongende hoeklisenen en in vijf zijden een hooggeplaatst spitsboogvenster. De absis heeft twee afzaten: een ter hoogte van die van de absiden en een waarop de vensters rusten.

De koepel heeft een vierkante basis met daarop een achthoekige trommel, afgesloten door een achthoekig tentdak en achthoekige lantaarn met spitsboogvensters op de nok. In de gevelzijden van de koepel zijn spitsboogvormige spaarvelden van ongelijke groote aangebracht en enkele spitsboogvensters. Bij de overgang van vierkant naar achthoek zijn op de hoeken kleine vierkante torens aangebracht met achthoekige top en koperen tentdakje.

De linkerzijgevel van de kerk (N) is - op de sacristie na - identiek aan de zuidgevel. De noordgevel van de uitbouw geheel rechts (ten noorden van de toren) bevat een getoogde houten deur, die dient als zij-ingang voor de kerk, en boven een afzaat drie spitsboogvensters.

Het interieur van de kerk is volledig uitgevoerd in schoonmetselwerk: alle gewelven zijn kruisribgewelven, gemetseld in rode baksteen halfsteensverband, evenals de nissen en delen van het muurwerk. De ribben, pijlers, bogen en overige delen van het muurwerk zijn uitgevoerd in een grauwbruine tint baksteen, gemetseld in kruisverband. De gewelfaanzetten hebben verschillende detailleringen in baksteen. De kerkruimte heeft een schip van drie traveeën dat van de zijbeuken wordt gescheiden door spitse scheibogen, rustend op natuurstenen bundelpijlers en gekoppelde zuilen met versierde kapitelen. Boven de scheibogen bevindt zich een triforium met vensters in de lichtbeuk. De zijbeuken hebben per scheiboog twee spitsboognissen op de begane grond en twee getraceerde vensters erboven. In totaal zijn er in de kerk veertien nissen die een frescoschildering uit de kruiswegstatie bevatten. In enkele nissen bevindt zich een in expressionistische stijl uitgevoerde houten biechtstoel. Aan de westzijde bevinden zich twee opgangen naar de (oorspronkelijke orgel-)balustrade. Tevens bevat de westzijde rechts een Mariakapel en links een doopkapel. In de zuidzijde van het interieur bevinden zich twee doorgangen: oostelijk de doorgang naar de sacristie, westelijk naar de pastorie. De kerkvloer is uitgevoerd in diverse tinten baksteen, gelegd in verschillende geometrische patronen. De oorspronkelijke houten kerkbanken met panelen rugleuningen en houtsnijwerk in de zijleuningen zijn nog aanwezig. Mechanisch torenuurwerk, gemaakt door de firma Eijsbouts te Asten in 1922.

Waardering

De kerk is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf bewaard voorbeeld van een kruisbasiliek uit de jaren '20 van de 20ste eeuw, opgetrokken in een neo-gotische bouwtrant met expressionistische detailleringen. Daarnaast heeft de kerk situationele en ensemblewaarde door de markante stedebouwkundige ligging aan de oostzijde van de Brink, tezamen met de pastorie (Brink 33), het voormalige klooster (Brink 29) en de voormalige meisjesschool (Brink 27). Tevens is de kerk van belang als karakteristiek onderdeel uit het oeuvre van architect Wolter te Riele.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CRUCIFORM BASILICA, dedicated to St. John the Baptist, built in 1924-1925 according to the design of architect Wolter te Riele Gzn. from Utrecht. The church, erected in a neo-Gothic architectural style with expressionistic detailing, replaced a waterboard church from 1844, which stood west of the present church. The church was consecrated on 29 October 1925 by the bishop of Utrecht; on 8 December 1937 the church received the honorary title "Basilica Minor". Each year, on the Sunday of St. John, the sacramental procession departs from this church to the St. Janskerkhof on the Langsakker: this is the only procession on the public road north of the great rivers.

The church together with the parsonage (Brink 33), the former cloister (Brink 29) and the former girls' school forms a monumental facade along the east side of the Brink in Laren. The church is set back from the building line and is separated from the road by a forecourt and brick boundary wall with two monumental lamp posts.

In the interior there are fourteen frescoes from the Stations of the Cross, painted by P.C. de Moor, which are also protected. The organ is not protected.

Description

Cruciform basilica church building, consisting of a nave extending three bays in depth with side aisles, a crossing with a vaulting dome, a pseudo-transept with an apsidal termination, a seven-sided apse on the east side and a western structure with two towers. The church is erected in red brick, laid in a herringbone bond and finished with a flat joint. The plinth is finished with a moulding course. The side facades are finished with a toothed band and mouse-tooth moulding beneath a wooden gutter moulding on simple wooden consoles. The nave is covered by a gabled roof with a ridge line perpendicular to the Brink. The side aisles have a half-hipped roof, the apse and apses of the side aisles an inset five-sided hipped roof. All roof tiles are covered with red Dutch tiles. Unless otherwise stated, the window axes contain a pointed-arch window executed in brick (depressed pointed arch) with leaded glass panes. The doors are arched, clamped and provided with ornamental wrought-iron hinges and latches.

The symmetrically arranged front facade (W) is dominated by the two towering, tapering towers. Between the towers is a projecting entrance section under a half-hipped roof with a pronounced gable. The central projection contains from bottom to top an entrance portal, reached via two steps, a loggia under a half-hipped roof and a large window in the gable. In the entrance portal, with a pointed-arch-shaped vault partly laid in a herringbone bond, there are two double doors coupled by a fanlight with arched traceries and leaded glass in lozenge patterns. Between the doors is a brick console with a stone statue of St. John. In the side walls of the portal is a side door. The loggia has a brick parapet and seven window axes, of which the middle one contains a three-lobed pointed arch under an inset gabled roof, crowned by a stone cross. The three axes on either side of this contain a rectangular opening. The high-raised gable ends contain a pointed-arch-shaped opening and are finished by a saddle-back. The large pointed-arch window has traceries and leaded glass. The gable is finished with a pointed gable. The two towers are virtually identical: they are articulated by four setbacks and tapering buttresses. Below the first setback the masonry is blank, between the first and second the masonry contains a pointed-arch and a small round window, between the second and third the masonry is again blank. Above the third setback the facade contains two pointed-arch-shaped relief fields each with two narrow openings in them. Above the fourth setback similar relief fields are likewise arranged containing the sound holes, at the height of which the buttresses end in points. Above this the tower transitions into a small octagonal drum, which is terminated by an octagonal spire executed in brick. The left tower contains in the octagonal drum in each face a pointed-arch window, the right tower has clocks in a miniature stepped-gable on all sides except the north side. The towers are connected between the third and fourth setback by a straight flying bridge, with three pointed-arch-shaped openings and relief fields, and is finished by a gabled roof. The ridge line of the central nave also ends at the height of this connection. On either side of the towers the front facade is extended with two extensions under a half-hipped roof, which end at the second setback of the towers. These extensions contain two pointed-arch windows above the first setback and a narrow window at the top.

The right side facade (S) contains on the far left the connecting section between the church and parsonage. Adjacent to this, the south facade from left to right has: six window axes (of the side aisle), the gable end of the pseudo-transept and the south facade of the sacristy. The six windows are separated by buttresses with setback and are alternately provided with herringbone-arch-shaped and pointed-arch-shaped traceries in brick. The gable end of the pseudo-transept has three windows: a large centrally positioned pointed-arch window with traceries and a smaller, narrower pointed-arch window on either side of this. The gable has two lozenge shapes with decorative masonry and three pointed-arch-shaped relief fields at the ridge. The gable end is finished by a gabled roof with a spout on the ridge. To the right of this gable end is a passage, with three windows and a door, which connects the church with the sacristy. The passage is finished by a flat roof.

The sacristy is erected in the same materials and with the same detailing as the church. The sacristy has a rectangular floor plan and one storey under a gabled roof with an east-west oriented ridge line. The western gable end contains two pointed-arch windows with leaded glass and in the roof, above a setback, five pointed-arch-shaped relief fields, of which the three middle ones contain narrow openings with leaded glass. The gable is finished with a toothed band, mouse-tooth moulding, some small shoulder pieces and a spout. The south facade has a width of three window axes, of which the left one contains a pointed-arch-shaped relief field with an arched door and herringbone-arch fanlight with leaded glass. The two right axes contain a double pointed-arch window, coupled by a relief field, and provided with grillwork. The drip moulding consists of a continuous setback. The symmetrically arranged east facade has a comparable structure to the west facade. The ground storey contains four tapered windows connected by a setback, with leaded glass and grillwork. The two middle windows are coupled by a relief field. In the roof there is a second setback, above which five pointed relief fields are located. The middle field contains an arched attic door, the second and fourth a narrow opening. The north facade has two pointed-arch-shaped windows.

The rear facade of the church (O) has on the left and right five-sided terminated apses (as terminations of the side aisles), of which the three middle sides contain a pointed-arch window. On the corners there are pilaster strips with, at the height of the windows, a setback between them. Against the east facade of the southern apse is an extension for the passage from the sacristy to an octagonal staircase tower with a few narrow window openings. Above the apses the east facades of the pseudo-transept are visible. These facade sections each contain two pointed-arch-shaped relief fields with a pointed-arch window between them. The large seven-sided terminated apse in the centre has tapering corner pilaster strips and in five sides a high-positioned pointed-arch window. The apse has two setbacks: one at the height of those of the apses and one on which the windows rest.

The dome has a square base with on it an octagonal drum, finished by an octagonal tent roof and octagonal lantern with pointed-arch windows at the ridge. In the facade sides of the dome are pointed-arch-shaped relief fields of unequal size arranged and some pointed-arch windows. At the transition from square to octagon, small square towers are arranged at the corners with an octagonal top and copper tent roof.

The left side facade of the church (N) is - except for the sacristy - identical to the south facade. The north facade of the extension at the far right (north of the tower) contains an arched wooden door, which serves as a side entrance to the church, and above a setback three pointed-arch windows.

The interior of the church is completely executed in exposed masonry: all vaults are cross-ribbed vaults, laid in red brick half-brick bond, as are the niches and parts of the wall structure. The ribs, pillars, arches and other parts of the wall structure are executed in a greyish-brown brick tone, laid in a herringbone bond. The vault supports have different detailing in brick. The church space has a nave of three bays separated from the side aisles by pointed relieving arches, resting on natural stone compound pillars and coupled columns with decorated capitals. Above the relieving arches is a triforium with windows in the clerestory. The side aisles have per relieving arch two pointed-arch niches on the ground floor and two tracered windows above. In total there are fourteen niches in the church containing a fresco painting from the Stations of the Cross. In some niches is a confessional executed in an expressionistic style. On the west side there are two staircases to the (original organ) balustrade. The west side also contains on the right a Chapel of Mary and on the left a baptismal chapel. On the south side of the interior are two passages: to the east the passage to the sacristy, to the west to the parsonage. The church floor is executed in various shades of brick, laid in different geometric patterns. The original wooden church pews with panel backrests and woodcarving in the side panels are still present. Mechanical tower clock, made by the firm Eijsbouts in Asten in 1922.

Valuation

The church is of general interest from a cultural and architectural-historical perspective as a well-preserved example of a cruciform basilica from the 1920s of the 20th century, erected in a neo-Gothic architectural style with expressionistic detailing. Furthermore, the church has situational and ensemble value through its distinctive townscape location on the east side of the Brink, together with the parsonage (Brink 33), the former cloister (Brink 29) and the former girls' school (Brink 27). The church is moreover important as a characteristic component of the oeuvre of architect Wolter te Riele.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map