Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Brink 33
Laren, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1924
- Address
- Brink 33, 1251 KT Laren
- Place
- Laren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.25600, 5.22669
- Monument number
- 511275
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
PASTORIE, behorend bij de basiliek St. Jan de Doper. De pastorie werd gebouwd in omstreeks 1924 naar ontwerp van architect H.F. Smit in een traditionele bouwtrant (Interbellum-architectuur). De pastorie is gesitueerd aan de oostzijde van de Brink, ten zuiden van het voorplein van de kerk, en vormt tezamen met de kerk (Brink 31), een voormalig klooster (Brink 29) en een voormalige meisjesschool (Brink 27) een monumentale wand langs de oostzijde van de Brink.
Omschrijving
Pastorie, gebouwd op rechthoekig grondplan, bestaande uit twee bouwlagen onder een schilddak met rode Hollandse pannen. De noklijn is oost-westgericht en wordt op de hoeken doorsneden door een vierkante bakstenen schoorsteen. In het dak zijn vier houten dakkapellen aangebracht onder ingestoken schildeind, voorzien van kleine rechthoekige houten vensters met zesruits-roedenverdeling. Het pand is opgetrokken in gele baksteen boven een plint in rode baksteen, beide gemetseld in kettingverband en afgewerkt met een platte voeg. De plint wordt afgesloten door een uitgemetselde streklaag. De gevels hebben een asymmetrische indeling. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen een rechthoekig houten kruisvenster met bakstenen lekorpels. De kruisvensters hebben draairamen in de onderste delen en bovenlichten met een meerruits-roedenverdeling (negenruits- op de begane grond, zesruits- op de eerste verdieping); tussen de roeden zijn glas-in-loodruitjes aangebracht. De gevel wordt afgesloten door drie baksteenbanden in verticaal metselwerk en een breed dakoverstek met houten bakgoot.
De asymmetrisch ingedeelde voorgevel (N) is de noordelijke langsgevel die grenst aan het voorplein van de kerk. De voorgevel heeft een breedte van zes vensterassen. De nadruk ligt op de tweede as van rechts, gevat in een licht risalerend geveldeel dat wordt afgesloten door een puntgevel onder ingestoken zadeldak. Dit geveldeel bevat op de begane grond de entree, bestaande uit een rondboogvormige eiken paneeldeur met glas-in-lood boven- en zijlichten. De voordeur is bereikbaar via twee bakstenen treden. De rondboogvormige omlijsting is uitgevoerd in baksteen met op de constructieve punten gefrijnde blokken van rode zandsteen. Boven de voordeur bevindt zich op de eerste verdieping een in rode zandsteen uitgevoerde driezijdige erker met de glas-in-loodramen van het trappenhuis. De erker wordt afgesloten door houten bakgoot en een driezijdig koperen dak. In de topgevel is een klein driehoekig venster aangebracht. Rechts van het risaliet bevindt zich een geveldeel ter breedte van één vensteras, die zowel op de begane grond als eerste verdieping een kruisvenster bevat. Links van het risaliet bevindt zich een geveldeel ter breedte van vier vensterassen. Op de begane grond bevatten drie vensterassen een kruisvenster en de vierde as, geheel links, wordt in beslag genomen door het tussenlid dat de pastorie met de kerk verbindt. Op de eerste verdieping bevatten drie vensterassen een kruisvenster; de vierde as, geheel links, bevat een rechthoekig venster met zesruits-bovenlicht.
De rechterzijgevel (W), de westelijke kopgevel aan Brink, heeft een breedte van twee vensterassen. De nadruk ligt op de rechteras die is opgenomen in een risalerend geveldeel met topgevel onder een ingestoken, samengesteld dak. Dit risaliet bevat op de begane grond een driezijdige erker op trapeziumvormig grondplan. De erker heeft in de twee schuine zijden een rechthoekig draaivenster met negenruits-bovenlicht, in de voorzijde een kruisvenster. De erker wordt afgesloten door een plat dak annex balkon, met een opengewerkte bakstenen borstwering. Op de eerste verdieping van het risaliet bevinden zich drie vensterassen, van elkaar gescheiden door muurdammen in baksteen en zandsteen en gekoppeld door een houten luifel met twee koperen afdekstukken boven de muurdammen. De drie vensterassen bevatten een balkondeur met zesruits-bovenlicht met aan weerszijden een rechthoekig vensters met zesruits-bovenlicht. Het risaliet wordt afgesloten door een puntgevel waarin een klein driehoekig venster is aangebracht. Links van het risaliet bevindt zich een geveldeel ter breedte van één vensteras, dat zowel op de begane grond als op de eerste verdieping een rechthoekig venster met driedeling bevat, met in de onderste delen drie draairamen en in de bovenste delen drie negenruits-bovenlichten.
De achtergevel (Z) heeft een breedte van zeven vensterassen. De eerste, vijfde en zesde as van links bevatten zowel op de begane grond als eerste verdieping een kruisvenster. De tweede, derde en vierde as bevatten zowel op de begane grond als eerste verdieping een smal rechthoekig venster met meerruits-bovenlicht. De zevende as, geheel rechts, wordt afgesloten door een puntgevel onder ingestoken zadeldak. Deze as bevat op de begane grond een driezijdige erker als aan de westelijke kopgevel, eveneens met plat dak en bakstenen borstwering. Op de eerste verdieping bevindt zich een kruisvenster. In de topgevel is een klein driehoekig venster aangebracht. Rechts van de achtergevel bevindt zich een uitgebouwde tuinkamer op rechthoekige grondslag, ter hoogte van één bouwlaag, onder een plat dak. Aan de zuidzijde heeft de tuinkamer een rechthoekig houten venster met driedeling en negenruitsbovenlichten boven het middenkalf.
De linkerzijgevel (O), de oostelijke kopgevel, is op de begane grond over de gehele breedte voorzien van eenlagige uitbouwen. Links bevindt zich de tuinkamer met plat dak en bakstenen bosrstwering erop. De tuinkamer heeft een breedte van twee vensterassen. De linkeras bevat twee openslaande tuindeuren met negenruits-bovenlichten en aan weerszijden een zijvenster met dezelfde bovenlichten, de rechteras is iets teruggelegen en bevat een rechthoekige deur met twaalfruits-bovenlicht. Rechts van de tuinkamer bevindt zich een tweede uitbouw die is vastgebouwd aan de tuinkamer. Deze eveneens eenlagige uitbouw heeft een breedte van vijf vensterassen, waarvan er vier een vierruitsvenster met vierruits-bovenlicht bevatten en één, de tweede as van links, een rechthoekige deur met achtruits-bovenlicht. Op de eerste verdieping heeft de linkerzijgevel een breedte van drie vensterassen, waarvan de twee buitenste een kruisvenster bevatten en de middelste een in een rondboogvormig portiek gelegen balkondeur met achtruits-bovenlicht.
Geheel rechts aan de oostelijke kopgevel bevindt zich het tussenlid dat pastorie en kerk verbindt. Dit eenlagig tussenlid is gebouwd op rechthoekig grondplan onder een schilddak met rode Hollandse pannen. De noklijn van het tussenlid is oost-westgericht. Aan de tuinzijde van de pastorie bevinden zich de zuid- en de oostgevel: de zuidgevel bevat twee kruisvensters, de oostgevel twee openslaande deuren met meerruits-roedenverdeling. Aan de zijde van het voorplein van de kerk, de westzijde, bevat de gevel twee kleine vensters en een deur. Aan de noordzijde is het tussenlid verbonden met de kerk.
Het interieur van de pastorie is nog grotendeels intact, zowel wat betreft de ruimtelijke indeling als diverse detailleringen. Het interieur bevat onder andere nog de oorspronkelijke hal en gang met tegelvloer, bestaande uit doffe zwarte, rode en witte tegels in een patroon van vierkanten en kruisvormen en lambrizeringen. De lambrizering in de gang heeft een hoogte van circa een meter en is bekleed met beige en zachtgroene geglazuurde tegels. In de hal is een lambrizering met staande panelen aangebracht. De deuren in het interieur zijn nog vrijwel alle oorspronkelijk en bestaan uit paneeldeuren met eenvoudig geprofileerde houten deuromlijstingen. Tussen de hal en de voordeur bevindt zich een tochtportaal, afgesloten door twee houten klapdeuren met glas-in-loodruiten. In de grote voorkamer, aan de westzijde van het pand, is het oorspronkelijke plafond teruggebracht, bestaande uit een cassetteplafond met gestucte cassettes tussen houten ribben voorzien van een peerkraalprofiel. Bij de erker is een onderslagbalk aangebracht met geprofileerde sleutelstukken.
Waardering
De pastorie is van algemeen belang als gaaf bewaard voorbeeld van een uit het Interbellum daterende religieuze dienstwoning in traditionele bouwtrant. Daarnaast heeft de pastorie situationele en ensemblewaarde vanwege de stedebouwkundig markante situering aan de oostzijde van de Brink, tezamen met de St. Jansbasiliek (Brink 31), het voormalige klooster (Brink 29) en de voormalige meisjesschool (Brink 27).
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RECTORY, belonging to the basilica of St. John the Baptist. The rectory was built around 1924 according to the design of architect H.F. Smit in a traditional building style (Interwar architecture). The rectory is situated on the east side of the Brink, south of the church forecourt, and together with the church (Brink 31), a former monastery (Brink 29) and a former girls' school (Brink 27) forms a monumental façade along the east side of the Brink.
Description
Rectory, built on a rectangular ground plan, consisting of two storeys under a hipped roof with red Dutch tiles. The roof ridge runs east-west and is interrupted at the corners by a square brick chimney. Four wooden roof dormers are inserted into the roof under set-back half-hipped ends, fitted with small rectangular wooden windows with six-pane glazing bars. The building is constructed in yellow brick above a plinth in red brick, both laid in chain bond and finished with a flat joint. The plinth is finished with a projecting course. The façades have an asymmetrical layout. Unless otherwise stated, the window axes contain a rectangular wooden cross window with brick lintels. The cross windows have opening sashes in the lower parts and fanlights with multiple-pane glazing bars (nine-pane on the ground floor, six-pane on the first floor); between the bars are leaded glass panes. The façade is finished with three brick bands in vertical brickwork and a wide roof overhang with wooden gutter.
The asymmetrically laid-out front façade (N) is the northern long façade adjoining the church forecourt. The front façade has a width of six window axes. The emphasis lies on the second axis from the right, set within a slightly projecting façade section that is finished with a pointed gable under a set-back saddle roof. This façade section contains on the ground floor the entrance, consisting of a rounded oak panelled door with leaded glass transom and side lights. The front door is accessed via two brick steps. The rounded surround is executed in brick with red sandstone blocks worked at the structural points. Above the front door, on the first floor, is a three-sided oriel executed in red sandstone with the leaded glass windows of the staircase. The oriel is finished with a wooden gutter and a three-sided copper roof. In the top gable is a small triangular window. To the right of the risalit is a façade section with a width of one window axis, which contains a cross window on both the ground floor and first floor. To the left of the risalit is a façade section with a width of four window axes. On the ground floor three window axes contain a cross window and the fourth axis, furthest left, is occupied by the connecting section linking the rectory to the church. On the first floor three window axes contain a cross window; the fourth axis, furthest left, contains a rectangular window with six-pane fanlight.
The right side façade (W), the western gable end on the Brink, has a width of two window axes. The emphasis lies on the right axis which is set within a projecting façade section with top gable under a set-back, composite roof. This risalit contains on the ground floor a three-sided oriel on a trapezoidal ground plan. The oriel has on its two slanting sides a rectangular opening window with nine-pane fanlight, on its front a cross window. The oriel is finished with a flat roof including balcony, with an openwork brick parapet. On the first floor of the risalit are three window axes, separated from each other by piers in brick and sandstone and connected by a wooden canopy with two copper capping pieces above the piers. The three window axes contain a balcony door with six-pane fanlight with rectangular windows with six-pane fanlight on either side. The risalit is finished with a pointed gable in which a small triangular window is inserted. To the left of the risalit is a façade section with a width of one window axis, which contains on both the ground floor and first floor a rectangular window with three-part division, with three opening sashes in the lower parts and three nine-pane fanlights in the upper parts.
The rear façade (S) has a width of seven window axes. The first, fifth and sixth axis from the left contain on both the ground floor and first floor a cross window. The second, third and fourth axes contain on both the ground floor and first floor a narrow rectangular window with multiple-pane fanlight. The seventh axis, furthest right, is finished with a pointed gable under a set-back saddle roof. This axis contains on the ground floor a three-sided oriel as on the western gable end, also with flat roof and brick parapet. On the first floor is a cross window. In the top gable is a small triangular window. To the right of the rear façade is a built-out garden room on rectangular base, at the height of one storey, under a flat roof. On the south side the garden room has a rectangular wooden window with three-part division and nine-pane fanlights above the central panel.
The left side façade (E), the eastern gable end, is furnished on the ground floor over its entire width with single-storey outbuildings. On the left is the garden room with flat roof and brick parapet on top. The garden room has a width of two window axes. The left axis contains two opening garden doors with nine-pane fanlights and a side window with the same fanlights on either side, the right axis is set back slightly and contains a rectangular door with twelve-pane fanlight. To the right of the garden room is a second outbuilding built up against the garden room. This likewise single-storey outbuilding has a width of five window axes, of which four contain a four-pane window with four-pane fanlight and one, the second axis from the left, a rectangular door with eight-pane fanlight. On the first floor the left side façade has a width of three window axes, of which the two outer ones contain a cross window and the middle one a balcony door located in a rounded portico with eight-pane fanlight.
Furthest right on the eastern gable end is the connecting section linking rectory and church. This single-storey connecting section is built on a rectangular ground plan under a hipped roof with red Dutch tiles. The roof ridge of the connecting section runs east-west. On the garden side of the rectory are the south and east façades: the south façade contains two cross windows, the east façade two opening doors with multiple-pane glazing bars. On the side of the church forecourt, the west side, the façade contains two small windows and a door. On the north side the connecting section is joined to the church.
The interior of the rectory is still largely intact, both as regards the spatial layout and various detailing. The interior contains among other things the original hall and corridor with tiled floor, consisting of dull black, red and white tiles in a pattern of squares and crosses, and wainscoting. The wainscoting in the corridor is approximately one metre in height and is clad with beige and soft green glazed tiles. In the hall wainscoting with vertical panels has been fitted. The doors in the interior are almost all still original and consist of panelled doors with simply profiled wooden door surrounds. Between the hall and the front door is a draught lobby, closed off by two wooden folding doors with leaded glass panes. In the large front room, on the west side of the building, the original ceiling has been reinstated, consisting of a coffered ceiling with stuccoed coffers between wooden ribs fitted with a pearl moulding profile. At the oriel an oversill beam has been fitted with profiled keystones.
Valuation
The rectory is of general importance as a well-preserved example of a religious service dwelling dating from the Interwar period in traditional building style. Furthermore, the rectory has situational and ensemble value because of its urbanism-significant location on the east side of the Brink, together with the St. John Basilica (Brink 31), the former monastery (Brink 29) and the former girls' school (Brink 27).
Nearby in the register
- Erfscheiding(D1), Brink bij 31Erfscheidingunder 1 mi
- St. JansbasiliekKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Boerderij, Eemnesserweg 5Boerderijunder 1 mi
- Gemeentehuis, Sint Janstraat 1 ABestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.