TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nutsbedrijf, Tetterodeweg 25 a

Overveen, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1897 - 1898
Address
Tetterodeweg 25 a, 2051 EG Overveen (Bloemendaal 27)
Place
Overveen
Municipality
Bloemendaal
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.39319, 4.59738
Part of complex
511098
Monument number
511099

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1897-1898 in neo-renaissancestijl gebouwde WATERTOREN, onderdeel van het waterwincomplex "Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland". Ontwerper was J. Schotel, een architect-ingenieur die bij de totstandkoming van vele watertorens betrokken is geweest, onder andere te Weesp en Den Helder. Door de situering op een duintop kon voor de druk op het waterleidingnet worden volstaan met de relatief geringe torenhoogte van 26.70 meter. Het gebouw doet qua architectuur denken aan een verdedigingstoren.

Omschrijving

De op cirkelvormig grondplan gebouwde watertoren bestaat uit een zich verjongende torenschacht met daarboven een sterk uitkragend hoogreservoir met ommanteling in metselwerk. Het metselwerk is hoofdzakelijk uitgevoerd in rode baksteen, voor de decoratie is naast rode baksteen gebruik gemaakt van natuursteen en van oranjerode en gele baksteen. De lekdorpels zijn steeds uitgevoerd in natuursteen. De cilindervormige torenschacht bestaat uit een constructie van tien kolommen die aan de buitenzijde herkenbaar zijn en die tien traveeën vormen. De torenschacht is horizontaal geleed in twee gedeelten. Het onderste deel heeft een gebosseerde natuurstenen plint die slechts in één travee wordt doorbroken door een getoogde toegang met trap en dubbele houten deur. Boven de deur bevindt zich een kalf met daarop in reliëf ANNO 1898, in het boogveld daarboven een reliëf met het Haarlemse stadswapen. De overige negen traveeën van het onderste gedeelte van de schacht hebben grote getoogde lichtopeningen, bestaande uit twee smalle en getoogde ijzeren achtruitsramen met daarboven een klein rond vijfruits raam dat bestaat uit vier ruiten rond een cirkelvormige ruit. Het onderste en het bovenste gedeelte van de schacht worden van elkaar gescheiden door krachtig geprofileerde lijsten. Elk van de tien traveeën in het bovenste gedeelte heeft een smalle en hoge lichtopening met getoogde bovenzijde. Deze lichtopeningen hebben elk een getoogd ijzeren achtruitsvenster. De schacht heeft aan de bovenzijde een boogfries dat alternerend aansluit op de kolommen en de vensterassen. Vanuit het boogfries ontstaan twintig gietijzeren consoles die de cilindervormige ommanteling van het hoogreservoir dragen.

Het hoogreservoir, met inhoud van 1200 kubieke meter, heeft een ommanteling waarbij in het metselwerk twintig pilasters met abstract vormgegeven kapitelen, fries en krachtig geprofileerde kroonlijst zijn aangebracht. Boven de kroonlijst wordt het muurwerk beëindigd met kantelen die op vier punten door hoger opgemetselde kantelen worden onderbroken. Midden het dak bevindt zich een klein vierhoekige toren met kanteelachtige bekroning. Deze kleine toren geeft vanaf de centrale spiltrap toegang tot het dak. Het cilindervormige hoogreservoir, geconstrueerd door de firma F.A. Neuman te Eschweiler (D), is samengesteld uit metalen platen volgens het type Intze II, waarbij een bodem is toegepast met een kegelvormige aanzet en een schotelvormig centraal gedeelte. Het hoogreservoir heeft een diameter van 15.00 meter en een inhoud van 1200 kubieke meter. In het centrum van de toren verbindt de eerdergenoemde spiltrap de parterre met de lekvloer. De trap zet zich voort door het centrum van het hoogreservoir en eindigt in de kleine vierhoekige toren op het dak.

Waardering

De watertoren is van algemeen belang uit cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt: als historisch-functioneel en markant onderdeel van het waterwincomplex "Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland"; omwille van de gave hoofdvorm, de detaillering en het materiaalgebruik; als zeldzaam voorbeeld van een authentieke watertoren met verjongende cilindervormige torenschacht met daarop rustend een sterk uitkragend reservoirgedeelte; omwille van de samenhang tussen de staalconstructie en het baksteenmetselwerk; als één van de best bewaard gebleven watertorens uit het oeuvre van ir. J. Schotel; omwille van de authentieke samenhang tussen de watertoren en het hoogreservoir type Intze II.

Inleiding

Voormalig vrijstaand RAADHUIS, gebouwd in 1870 in neo-classicistische bouwtrant. Het pand is gelegen aan de zuidzijde van de Raadhuisstraat, de westzijde is gelegen aan het voorplein van de Nederlands Hervormde kerk uit 1868. Het raadhuis werd gebouwd op de plaats van de in 1868 gesloopte Nederlands Hervormde kerk. De bouw werd aanbesteed aan J.H. Vlaming, timmerman te Hoogwoud. Het basement van het raadhuis was aanvankelijk secretariswoning. Bij een verbouwing in 1911 is het dak van het raadhuis in zijn geheel vervangen. De kap, de zinken dakbedekking, het fronton en klokkettorentje verdwenen en werden vervangen door een schilddak met dakkapel aan de noordzijde. De oorspronkelijke raadszaal (circa 6.5 bij 5.5 meter) werd in 1930 vergroot tot vrijwel de gehele bovenverdieping. Bij die verbouwing werd tevens het middenvenster in de rechterzijgevel (W) verbreed.

N.B. De latere aanbouw aan de achterzijde (N) en het interieur vallen niet onder de bescherming.

Omschrijving

Voormalig vrijstaand raadhuis, gebouwd op vrijwel vierkant grondplan, bestaande uit twee bouwlagen - een basement (ten dele onderkelderd) en een bel-etage - onder een met zwarte kruispannen gedekt schilddak. De noklijn van het dak staat haaks op de Raadhuisstraat.

Het muurwerk is opgetrokken in rode baksteen boven een gepleisterde plint ter hoogte van het hele basement, met voegwerk ter imitatie van natuursteen. De stootlijst van het basement, de traptreden en het bordes zijn van hardsteen. De lekdorpels van de vensters zijn van Escausijnse steen. Op diverse plaatsen in het muurwerk zijn de schieters van de ankers zichtbaar. Tussen basement en hoofdverdieping is een cordonband aangebracht. Op de hoeken van het basement is het muurwerk verdikt en voorzien van voegen ter imitatie van natuursteen. Op de hoeken van de hoofdverdieping zijn gepleisterde hoekpilasters met zandstenen bladwerkkapitelen aangebracht.

De voorgevel (N) is drie traveeën breed, waarvan de middelste de ingangspartij bevat. De ingang op de hoofdverdieping is bereikbaar via twee steektrappen - ieder met twaalf treden - die op een bordes uitkomen. De trappen overbruggen het niveauverschil tussen straat en hoofdverdieping. De ingang bestaat uit een dubbele paneeldeur met tweeruits-glas-in-loodbovenlicht, met daarin het gemeentewapen. De deur heeft een gepleisterde omlijsting met op de bovendorpel geschilderd "ANNO 1870". Een geprofileerde houten lijst op consoles bekroont de ingang. Links van de deur zijn twee gedenkstenen aangebracht. Eén hardstenen gedenksteen heeft de tekst "OP DEN 24STE JUNI 1870 IS DE EERSTE STEEN AAN DIT GEBOUW GELEGD DOOR CORNELIS FRANCIS BURGEMEESTER VAN HARINGCARSPEL". In de andere door W. Schuurman gesigneerde gedenksteen van gebakken klei staat de tekst "EVACUATIE MEI 1940 DANKBAAR AMERSFOORT". Aan weerszijden van de ingang bevat de travee een hoog houten zesruitsschuifvenster met gestucte, strak geprofileerde, omlijsting. Het basement is blind, op een deur onder het bordes na. De voorgevel wordt bovenlangs afgesloten door een geprofileerde kroon- en gootlijst, rustend op houten consoles. Het in oorsprong aanwezige fronton is vervangen door een houten dakkapel onder ingestoken zadeldak. De detaillering van de voorgevel loopt door over de overige gevels. De rechterzijgevel (W) is drie traveeën breed, waarvan de middelste iets risaleert. In het basement bevatte de linker travee in oorsprong een dubbele paneeldeur, de overige traveeën elk een rechthoekig houten vierruitsvenster. Op de hoofdverdieping bevat elke travee een houten zesruitsschuifvenster met strak geprofileerde omlijsting.

De linkerzijgevel (O) heeft dezelfde geleding en indeling als de rechterzijgevel.

De achtergevel (Z) is drie traveeën breed. Het basement aan deze zijde gaat grotendeels schuil achter de aanbouw. Op de hoofdverdieping bevindt zich in de linker travee een blind venster. De overige vensters zijn houten zesruitsschuifvensters.

Waardering

Het pand is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als merendeels gaaf bewaard voorbeeld van een in neo-classicistische stijl gebouwd raadhuis uit de tweede helft van de 19de eeuw. Daarnaast is het pand van belang vanwege de beeldbepalende ligging in de oude dorpskern van Dirkshorn en vanwege zijn ensemblewaarde in relatie tot de daarachter gelegen Nederlands Hervormde kerk.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

WATER TOWER built in 1897-1898 in neo-Renaissance style, component of the water extraction complex "Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland". The designer was J. Schotel, an architect-engineer who was involved in the construction of many water towers, among others at Weesp and Den Helder. Due to its location on a sand dune top, the relatively modest tower height of 26.70 metres was sufficient to maintain pressure on the water supply network. The building's architecture is reminiscent of a defensive tower.

Description

The water tower, built on a circular plan, consists of a tapering tower shaft topped by a strongly cantilever high-level reservoir with masonry cladding. The masonry is executed principally in red brick; for decoration, in addition to red brick, natural stone and orange-red and yellow brick have been used. The drip moulds are always executed in natural stone. The cylindrical tower shaft consists of a structure of ten columns which are recognisable on the exterior and which form ten bays. The tower shaft is horizontally divided into two sections. The lower section has a rusticated natural stone plinth which is only interrupted in one bay by an arched entrance with stairs and double wooden door. Above the door is a stone tablet with ANNO 1898 in relief; in the arch field above it is a relief with the Haarlem municipal coat of arms. The remaining nine bays of the lower section of the shaft have large arched light openings, consisting of two narrow and arched iron casement windows with above them a small round five-paned window consisting of four panes around a circular pane. The lower and upper sections of the shaft are separated from each other by powerfully profiled mouldings. Each of the ten bays in the upper section has a narrow and tall light opening with arched top. These light openings each have an arched iron casement window. The shaft has at the top an arch frieze which alternately adjoins the columns and the window axes. From the arch frieze arise twenty cast-iron consoles which support the cylindrical cladding of the high-level reservoir.

The high-level reservoir, with a capacity of 1200 cubic metres, has cladding in which twenty pilasters with abstractly designed capitals, frieze and powerfully profiled cornice have been incorporated in the masonry. Above the cornice the brickwork is finished with crenellations which are interrupted at four points by higher built-up crenellations. In the centre of the roof stands a small rectangular tower with crenellated crown. This small tower provides access to the roof from the central spiral staircase. The cylindrical high-level reservoir, constructed by the firm F.A. Neuman at Eschweiler (Germany), is composed of metal plates according to the Intze II type, with a bottom featuring a conical section and a dish-shaped central part. The high-level reservoir has a diameter of 15.00 metres and a capacity of 1200 cubic metres. In the centre of the tower the aforementioned spiral staircase connects the ground floor with the leakage floor. The staircase continues through the centre of the high-level reservoir and ends in the small rectangular tower on the roof.

Valuation

The water tower is of general importance from a cultural-historical and architectural-historical perspective: as a historically-functional and striking component of the water extraction complex "Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland"; on account of its well-preserved main form, detailed design and use of materials; as a rare example of an authentic water tower with a tapering cylindrical tower shaft supporting a strongly cantilever reservoir section; on account of the coherence between the steel structure and the brick masonry; as one of the best-preserved water towers from the oeuvre of engineer J. Schotel; on account of the authentic coherence between the water tower and the high-level reservoir type Intze II.

Introduction

Former detached TOWN HALL, built in 1870 in neo-classical style. The building is situated on the south side of Raadhuisstraat; the west side faces the forecourt of the Dutch Reformed Church dating from 1868. The town hall was built on the site of the Dutch Reformed Church which was demolished in 1868. The construction was contracted out to J.H. Vlaming, carpenter at Hoogwoud. The basement of the town hall originally housed the secretary's residence. During a renovation in 1911 the roof of the town hall was entirely replaced. The truss, zinc roof covering, pediment and small clock tower disappeared and were replaced by a hipped roof with a roof dormer on the north side. The original council chamber (approximately 6.5 by 5.5 metres) was enlarged in 1930 to cover virtually the entire upper storey. During that renovation the central window in the right-hand side gable (W) was also widened.

N.B. The later extension on the rear (N) and the interior do not fall within the protection.

Description

Former detached town hall, built on an approximately square plan, consisting of two storeys - a basement (partly cellared) and a principal storey - under a hipped roof covered with black pantiles. The roof ridge line runs perpendicular to Raadhuisstraat.

The masonry is built in red brick above a plastered plinth at the level of the entire basement, with pointing imitating natural stone. The socle course of the basement, the steps and the landing are of hardstone. The drip moulds of the windows are of Escausijnse stone. At various places in the masonry the wall anchors are visible. Between the basement and principal storey a cordon band has been installed. At the corners of the basement the masonry is thickened and provided with pointing imitating natural stone. At the corners of the principal storey plastered corner pilasters with sandstone foliage capitals have been applied.

The front facade (N) is three bays wide, the central bay containing the entrance. The entrance on the principal storey is accessible via two flights of steps - each with twelve treads - which lead to a landing. The stairs bridge the level difference between street and principal storey. The entrance consists of a double panelled door with two-pane leaded-glass fanlight, containing the municipal coat of arms. The door has a plastered frame with "ANNO 1870" painted on the upper lintel. A profiled wooden moulding on consoles crowns the entrance. To the left of the door two memorial stones have been placed. One hardstone memorial stone bears the text "ON THE 24TH JUNE 1870 THE FIRST STONE OF THIS BUILDING WAS LAID BY CORNELIS FRANCIS BURGOMASTER OF HARINGCARSPEL". The other memorial stone of fired clay, signed by W. Schuurman, bears the text "EVACUATION MAY 1940 GRATEFUL AMERSFOORT". On either side of the entrance the bay contains a tall wooden six-pane sash window with plastered, tightly profiled frame. The basement is blind except for a door below the landing. The front facade is finished at the top by a profiled cornice and gutter moulding, resting on wooden consoles. The originally present pediment has been replaced by a wooden roof dormer under a recessed saddle roof. The detailing of the front facade continues over the other gables. The right-hand side gable (W) is three bays wide, the central bay slightly projecting. In the basement the left bay originally contained a double panelled door; the remaining bays each a rectangular wooden four-pane window. On the principal storey each bay contains a wooden six-pane sash window with tightly profiled frame.

The left-hand side gable (O) has the same articulation and layout as the right-hand side gable.

The rear gable (Z) is three bays wide. The basement on this side is largely concealed by the extension. On the principal storey there is a blind window in the left bay. The remaining windows are wooden six-pane sash windows.

Valuation

The building is of general importance from a cultural-historical and architectural-historical perspective as a largely well-preserved example of a town hall built in neo-classical style in the second half of the 19th century. Furthermore, the building is significant due to its visually defining location in the old village centre of Dirkshorn and on account of its ensemble value in relation to the Dutch Reformed Church situated behind it.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map