TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Oud Wassenaar

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1843 - 1922
Address
Park Oud Wassenaar 1, 2243 BX Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.12105, 4.37164
Part of complex
508021
Monument number
508020

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 9a. Sudholland. 13. Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 1: LANDHUIS.

Inleiding

In Neo-Renaissancestijl opgetrokken landhuis Oud Wassenaar naar ontwerp van C. Muysken uit 1876-1879 met zeer rijk gedecoreerd en in verschillende stijlen uitgevoerd interieur, dat al door tijdgenoten werd geroemd. De betimmering van de voormalige eetkamer in Neo-Hollandse Renaissancestijl werd in 1877 op een kunstnijverheidstentoonstelling in Amsterdam bekroond met de gouden medaille. De bouw van het kasteel werd opgedragen aan de aannemers gebr. Van Malsen, die in de gelijknamige stoomtimmerfabriek te Den Haag ook de paneelbetimmeringen van de diverse stijlkamers hebben gemaakt. De schilder J. Stortenbeker (Den Haag) verzorgde de plafond- en wandschilderingen in het gebouw, waarvoor Muysken de ontwerpen maakte. In de jaren tien van de twintigste eeuw is het gebouw aan de achterzijde uitgebreid met een zaal naar ontwerp van de architect J.J. Brandes. De terrassen aan weerszijden van de bordestrap bij de entree zijn ook in dezelfde periode toegevoegd. De kamerindeling op de verdieping is in de hoteltijd enigzins gewijzigd.

Omschrijving

In hoofdopzet symmetrisch landhuis op rechthoekige plattegrond met diverse risalieten en twee ronde hoektorens ter weerszijden van de hoofdgevel. Het pand telt een souterrain, twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een samengesteld dak. De steile dakschilden zijn gedekt met leien in Maas- en Rijndekking en schubleien in de kleuren blauw, rood en groen in een decoratief mozaïekpatroon. Langs de dakranden en op de nokken attieken, balustrades en gietijzeren crêtes. De gevels worden horizontaal geleed door speklagen, sterk geprofileerde water- en cordonlijsten en een omgaand hoofdgestel met neo-renaissancistische ornamenten op het fries. De horizontale geleding wordt doorbroken en verlevendigd door de hoektorens en de risalieten onder de steile steekkappen. In de pilasterstelling van de gevels is de Ionische orde boven de Dorische orde geplaatst. Boven de rustica sokkel van ruw behakte blokken natuursteen (petit granite) zijn de gevels opgetrokken in een donkerrode baksteen (Rhijnsteen appelbloesem). De speklagen, het lijstwerk en het overige beeldhouwwerk met renaissancistische motieven aan de rijk geornamenteerde gevels is uitgevoerd in witte kalksteen. Het gebouw bevat overwegend T-vensters met recht of halfrond bovenlicht en smalle schuifvensters. Een groot aantal van de vensters en deuren is voorzien van een bloktandlijst en een segmentboogvormig of driehoekig fronton in witte kalksteen. De symmetrische hoofdgevel (zuidoost) met ronde hoektorens heeft een licht uitspringende middenpartij van vijf traveeën met geprononceerd middenrisaliet over twee bouwlagen. Op de bel-etage de centrale hoofdingang in een loggia van drie rondbogen met daarvoor een brede natuurstenen bordestrap. Deze loggia, nu met glaspuien dichtgezet, wordt overwelfd door in gele IJsselsteen gemetselde koepelgewelven en heeft een vloer van terrazzo-mozaïek tegels. Boven de rondbogen een fries met triglyfen en metopen onder een cordonlijst en attiek met balustrade. Boven de verdiepingvensters en op het fries onder de daklijst natuurstenen reliëfs. De risaliet wordt bekroond door een trapgevel in Hollandse Renaissancestijl met klauwstukken, obelisken en in de top een segmentboogvormig gebroken fronton. In de topgevel drie cartouches met de jaartallen 1876 en 1879 en de naam Oud-Wassenaar en een wijzerplaat in gebeeldhouwde lijst. Aan weerszijden van de topgevel rijk geornamenteerde dakkapellen. De hoektorens zijn ter hoogte van de verdieping voorzien van een rondgaand balkon met gietijzeren hek op consoles en zijn daarboven rijk gedecoreerd met natuurstenen renaissancistische ornamenten. De zinken koepeldakjes met lantaarn worden ondersteund door langgerekte consoles met voluutdecoratie. Tegen de noordoostelijke zijgevel een drie traveeën breed risaliet met een centrale entreepartij op de bel-etage en op de verdieping drie traplichten met roedenverdeling en gebrandschilderd glas. In het steile dakschild boven het risaliet een attiek en dakkapel. Links van de risaliet de hoektoren en rechts een hoekpaviljoen met één vensteras onder een afgeknot tentdak met dakkapel. De smalle gevelpartij naast het hoekpaviljoen wordt bekroond door een met leien gedekt koepeldakje. De zuidwestelijke zijgevel is in hoofdlijnen spiegelbeeldig identiek aan de noordoostgevel. Naast de hoektoren een drie traveeën breed risaliet met attiekbalustrade en steekkap met dakkapel. Links een hoekpaviljoen onder afgeknot tentdak met dakkapel. Op de bel-etage een loggia met centrale rondboog op kolommen, geflankeerd door rechthoekige gepleisterde vakken (oorspronkelijk open) en ronde gevelopeningen met natuurstenen lijst. Naast het hoekpaviljoen een lage ronde traptoren onder kegeldak met naaldspits. De symmetrische achtergevel (noordwest) heeft een vijf traveeën breed middenrisaliet onder dakschild met drie dakkapellen en hoekpaviljoens onder steile afgeknotte tentdaken met één dakkapel. Het souterrain en de bel-etage gaan schuil achter de later aangebouwde zaal. In de 13 vensterassen van de gevel kruisvensters met roedenverdeling en dubbele 10-ruits deuren. De middelste zes pilasters en de borstwering van het balkon zijn bekleed met decoratieve terracottategels. Op de verdieping aan weerszijden van de middenrisaliet twee en in de hoekpaviljoens één venster.

Interieur

In het souterrain zijn onder meer de tegellambriseringen van de gangen en de voormalige bijkeuken (nu: herentoilet) bewaard gebleven, evenals de oude wijnkelder. De verschillende ruimtes worden overspannen door troggewelven en gemetselde kruis- en tongewelven.

Op de bel-etage en de verdieping zijn de vertrekken gegroepeerd rond de rijk uitgevoerde centrale vestibule over twee bouwlagen die wordt verlicht door een cirkelvormige daklicht met een windroos van gebrandschilderd glas. Ter hoogte van de verdieping een galerij met wit marmeren balustrade op zuilen van rood graniet met zwart marmeren basementen en wit marmeren kapitelen. De piëdestals zijn van grijs graniet. De vloer bestaat uit wit geaderd marmer met banden van gekleurd marmer-mozaïek tussen de kolommen. De wanden van de vestibule zijn op de bel-etage bekleed met kunstmarmer (stucco lustro) en geleed door rondboogvormige doorgangen en pilasters met Dorische kapitelen. De wanden op de verdieping zijn beschilderd met ornamenten in Neo- Renaissancestijl en geleed door pilasters met Ionische kapitelen tussen rondbogen onder trompen. In Neo-Renaissancestijl uitgevoerde eiken deuren onder gebroken frontons geven toegang tot de verschillende vertrekken.

In de noordwand van de vestibule een open doorgang van rondbogen naar het met kunstmarmer beklede trappenhuis. De enkele witte marmeren trap met dito balustrade gaat via een bordes over in twee houten trappen met houten balustrade. Plafond met lijstwerk en een centrale ronde plafondschildering. Traplichten met glas-in-loodramen, de middelste met landschap. Het Neo-Hollandse Renaissance-interieur van de eetkamer (nu: jachtkamer) is uitgevoerd in blank eikenhout. Het cassettenplafond bestaat uit met ornamenten beschilderde caissons en een middenvak met geschilderde figurengroep. De rijke paneelbetimmering is met bloem- en vruchtfestoenen geschilderd en de vakken zijn gevuld met speciaal voor Oud-Wassenaar gemaakte gobelins. De wandbetimmering met boekenkasten van de voormalige bibliotheek in Neo-Renaissancestijl is evenals het in caissons verdeelde plafond uitgevoerd in donker notenhout. In de halfronde bovenlichten van de dubbele deuren glas-in-loodramen. Het in lichte kleuren geschilderde Neo-Lodewijk XVI-interieur van de salon en het aangrenzend boudoir met antichambre bestaat uit onder meer een paneellambrisering en ornamentlijsten van papier maché rond vakken met satijnen wandbespanning. De kleine vertrekken rechts van de ingang zijn voorzien van een hoge notenhouten paneellambrisering. De grote balzaal in elegante late Neo-Renaissancestijl is gestucadoord met pilasters, entablement en plafond met geprofileerd lijstwerk rond een rechthoekige plafondschildering met landschap. De vakken tussen de pilasters zijn met satijnstof bekleed, het stucwerk is met luchtige ornamenten geschilderd. In enkele kamers op de verdieping zijn onder meer paneellambriseringen, balkenplafonds en in stucwerk uitgevoerde spiegelgewelven bewaard gebleven. Vanaf de verdieping voert een gietijzeren spiltrap naar de zolderverdieping, die grotendeels in oorspronkelijke staat verkeert. Verspreid in het gebouw staan nog enkele stukken van het oorspronkelijke, speciaal voor Oud Wassenaar ontworpen meubilair.

Waardering

Het LANDHUIS Oud Wassenaar is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde. Het landhuis is een representatief voorbeeld van de Neo-Renaissance, uit de school van de Delftse hoogleraar E. Gugel, en een hoogtepunt in het bouwkundige oeuvre van de architect C.Muysken.

Het Landhuis Oud Wassenaar is een typerend voorbeeld van een 'Gesamtkunstwerk', waarbij de architect zowel exterieur als interieur ontwierp. De hoge kwaliteit van het zeer rijke interieur wordt bepaald door het bijzondere ensemble van de verschillende, bij de oorspronkelijke functie van de vertrekken passende, interieurstijlen, de hoogwaardige uitvoering en het bijzondere materiaalgebruik. Het pand is in hoge mate gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering, zowel uit- als inwendig.

Het landhuis is tevens van belang als beeldbepalend hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Oud-Wassenaar met name vanwege het bewust nagestreefde schilderachtige silhouet en het kleurige materiaalgebruik in relatie tot de landschappelijke parkaanleg.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of component 1: COUNTRY HOUSE.

Introduction

Country house Oud Wassenaar built in Neo-Renaissance style according to a design by C. Muysken from 1876-1879 with a very richly decorated interior executed in various styles, which was already praised by contemporaries. The panelling of the former dining room in Neo-Dutch Renaissance style was awarded the gold medal at an arts and crafts exhibition in Amsterdam in 1877. The construction of the castle was entrusted to the contractors brothers Van Malsen, who also produced the panel panellings of the various style rooms in their steam sawmill of the same name in The Hague. Painter J. Stortenbeker (The Hague) carried out the ceiling and wall paintings in the building, for which Muysken made the designs. In the 1910s the building was extended on the rear side with a hall designed by architect J.J. Brandes. The terraces on either side of the stone staircase at the entrance were also added in the same period. The room layout on the upper floor was slightly altered during the hotel period.

Description

Symmetrical country house in main layout on rectangular plan with various risalits and two round corner towers on either side of the main façade. The building has a basement, two storeys and an attic storey under a composite roof. The steep roof slopes are covered with slates in Meuse and Rhine slating and roof slates in the colours blue, red and green in a decorative mosaic pattern. Along the roof edges and on the ridges attics, balustrades and cast-iron crêtes. The façades are articulated horizontally by band courses, strongly profiled drip mouldings and cornice lines and a surrounding main cornice with neo-renaissance ornaments on the frieze. The horizontal articulation is interrupted and enlivened by the corner towers and the risalits under the steep gables. In the pilaster arrangement of the façades the Ionic order is placed above the Doric order. Above the rusticated base of roughly hewn blocks of natural stone (petit granite) the façades are built in a dark red brick (Rhijnsteen appelbloesem). The band courses, the mouldings and the remaining sculptural work with renaissance motifs on the richly ornamented façades are executed in white limestone. The building contains predominantly T-windows with straight or half-round fanlights and narrow sash windows. A large number of the windows and doors are provided with a block-tooth moulding and a segmental arch or triangular pediment in white limestone. The symmetrical main façade (south-east) with round corner towers has a slightly projecting central section of five bays with a pronounced central risalit over two storeys. On the second storey the central main entrance in a loggia of three round arches with a broad natural stone staircase in front of it. This loggia, now closed off with glazed panels, is spanned by vault domes laid in yellow IJssel stone and has a floor of terrazzo mosaic tiles. Above the round arches a frieze with triglyphs and metopes under a cornice line and attic with balustrade. Above the storey windows and on the frieze below the eaves natural stone reliefs. The risalit is crowned by a stepped gable in Dutch Renaissance style with claw pieces, obelisks and at the top a segmental arch broken pediment. In the top gable three cartouches with the dates 1876 and 1879 and the name Oud-Wassenaar and a clock face in carved surround. On either side of the top gable richly ornamented roof dormers. The corner towers are provided at the level of the storey with a circumambulating balcony with cast-iron railings on consoles and are richly decorated above with natural stone renaissance ornaments. The zinc dome roofs with lantern are supported by elongated consoles with volute decoration. Against the north-eastern side façade a risalit three bays wide with a central entrance section on the second storey and on the upper floor three stairwell openings with glazing bars and stained glass. In the steep roof slope above the risalit an attic and roof dormer. To the left of the risalit the corner tower and to the right a corner pavilion with one window floor under a hipped tent roof with roof dormer. The narrow façade section next to the corner pavilion is crowned by a dome roof covered with slates. The south-western side façade is in main lines mirror-image identical to the north-eastern façade. Next to the corner tower a risalit three bays wide with attic balustrade and gable with roof dormer. On the left a corner pavilion under hipped tent roof with roof dormer. On the second storey a loggia with central round arch on columns, flanked by rectangular plastered bays (originally open) and round façade openings with natural stone surround. Next to the corner pavilion a low round staircase tower under conical roof with needle spire. The symmetrical rear façade (north-west) has a central risalit five bays wide under roof slope with three roof dormers and corner pavilions under steep hipped tent roofs with one roof dormer. The basement and second storey are concealed behind the later added hall. In the 13 window axes of the façade cross windows with glazing bars and double 10-pane doors. The middle six pilasters and the balcony parapet are clad with decorative terracotta tiles. On the upper floor on either side of the central risalit two and in the corner pavilions one window.

Interior

In the basement are preserved amongst others the tile wainscoting of the corridors and the former pantry (now: gentlemen's toilet), as well as the old wine cellar. The various rooms are spanned by trough vaults and masonry cross and barrel vaults.

On the second storey and the upper floor the rooms are grouped around the richly executed central vestibule spanning two storeys which is lit by a circular skylight with a compass rose of stained glass. At the level of the upper floor a gallery with white marble balustrade on columns of red granite with black marble bases and white marble capitals. The pedestals are of grey granite. The floor consists of white veined marble with bands of coloured marble mosaic between the columns. The walls of the vestibule on the second storey are clad with artificial marble (stucco lustro) and articulated by round arch doorways and pilasters with Doric capitals. The walls on the upper floor are painted with ornaments in Neo-Renaissance style and articulated by pilasters with Ionic capitals between round arches under trompe-l'oeil. Executed in Neo-Renaissance style oak doors under broken pediments give access to the various rooms.

In the north wall of the vestibule an open round arch passage to the stairwell clad with artificial marble. The single white marble staircase with matching balustrade continues via a landing into two wooden stairs with wooden balustrade. Ceiling with mouldings and a central round ceiling painting. Stairwell windows with leaded lights, the middle one with landscape. The Neo-Dutch Renaissance interior of the dining room (now: hunting room) is executed in bare oak wood. The coffered ceiling consists of ornament-painted coffered panels and a central panel with a painted figure group. The rich panel wainscoting is painted with floral and fruit festoons and the panels are filled with gobelin tapestries made specially for Oud-Wassenaar. The wall wainscoting with bookcases of the former library in Neo-Renaissance style is, like the ceiling divided into coffered panels, executed in dark walnut wood. In the half-round fanlights of the double doors leaded light windows. The Neo-Louis XVI interior painted in light colours of the salon and the adjacent boudoir with antichambre consists amongst other things of panel wainscoting and ornamental mouldings of papier-mâché around panels with satin wall covering. The small rooms to the right of the entrance are provided with high walnut panel wainscoting. The large ballroom in elegant late Neo-Renaissance style is stuccoed with pilasters, entablature and ceiling with profiled mouldings around a rectangular ceiling painting with landscape. The panels between the pilasters are clad with silk fabric, the stucco is painted with delicate ornaments. In some rooms on the upper floor are preserved amongst other things panel wainscoting, beam ceilings and mirror vaults executed in stucco work. From the upper floor a cast-iron spiral staircase leads to the attic storey, which is in a largely original state. Scattered throughout the building are still some pieces of the original furniture designed specially for Oud Wassenaar.

Valuation

The COUNTRY HOUSE Oud Wassenaar is of general importance for its architectural and cultural-historical value. The country house is a representative example of Neo-Renaissance, from the school of Delft professor E. Gugel, and a high point in the architectural oeuvre of architect C. Muysken.

The Country House Oud Wassenaar is a typical example of a 'Gesamtkunstwerk', where the architect designed both exterior and interior. The high quality of the very rich interior is determined by the particular ensemble of the different interior styles appropriate to the original function of the rooms, the high-quality execution and the special use of materials. The building is to a high degree intact in main form, use of materials and detailing, both externally and internally.

The country house is also of importance as a visually defining main component of the historic country estate Oud-Wassenaar, particularly because of the deliberately pursued picturesque silhouette and the colourful use of materials in relation to the landscape park layout.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map