Rijksmonumentenregister · Netherlands
Historische aanleg, Leeuwenlaan 42
's-Graveland, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Tuin, park en plantsoen
- Function
- Historische aanleg
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Leeuwenlaan 42, 1243 KB 's-Graveland (Wijdemeren 27)
- Place
- 's-Graveland
- Municipality
- Wijdemeren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.23715, 5.13880
- Part of complex
- 468004
- Monument number
- 468114
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG. Ingehouden parkaanleg in landschapsstijl uit de eerste helft van de 19e eeuw of deels uit het einde der 18e eeuw op formele grondslag en met behoud van een aantal formele elementen. De geschiedenis van de aanleg van het park van Jagtlust gaat terug tot de ontginning van de 's-Gravelandse polder. Omstreeks 1640 werden onder meer aan de oostzijde van de polder een houtwal en scheidingssloot aangelegd ter bescherming van de terreinen tegen mogelijke indringers en loslopend vee. Deze houtwal (thans beplant met 19e-eeuwse eik en beuk) en scheidingssloot is op Jagtlust nog deels in de aanleg bewaard gebleven. De wal, waarover in de 19e eeuw een slingerpad is aangelegd, grenst aan de westzijde van de moestuin. De noordelijke helft van de wal werd in 1794 door Hendrik Otto Arntzenius, de toenmalige eigenaar van Jagtlust, afgegraven in verband met het functioneren van een scheepswerf, die ter hoogte van de tuinmanswoning aan de scheidingssloot grensde (een boothuisje ter plekke herinnert nog aan het vroeger voorkomen hier van de werf). De scheidingssloot verloopt langs deze wal over de gehele diepte van het park van Jagtlust en vormde tot in 1820 de scheiding tussen de buitenplaats Jagtlust en Heilust; in het laatstgenoemde jaar kwam Heilust definitief tot Jagtlust.
De rechthoekige kavel direct ten oosten van deze wal, waarop naderhand de buitenplaats Jagtlust zou ontstaan, werd omstreeks 1670, toen deze kavel deel uitmaakte van het zogenaamde Trompenveld, aangelegd. Cornelis Tromp groef het desbetreffende terrein aan de ZO-zijde van 's-Graveland af tot het niveau van de 's-Gravelandse polder en markeerde de oostzijde van dit terrein door de aanleg van een houtwal en een scheidingssloot. Deze houtwal en brede sloot begrenzen tot op heden het park in landschapsstijl van Jagtlust aan de oostzijde. Deze oostelijke scheidingswal (thans met 18e- of vroeg 19e-eeuwse eiken, 19e-eeuwse en 20e-eeuwse eik, beuk en acacia beplant) in het park van Jagtlust, waarover in de 19e eeuw een slingerpad werd aangelegd, vormt in het gezicht vanuit het huis in het park in landschapsstijl een belangrijke coulisse. In de 18e eeuw werd ook het terrein aan de oostzijde van deze wal afgegraven. Het in deze eeuw aangelegde weiland vormt een belangrijk gezicht in de wandeling over de laatstgenoemde wal en behoort tot de historische aanleg. Deze aanleg wordt door de rij bomen (thans beuken, 19e-eeuws) aan de oostzijde van dit weiland gemarkeerd. Het weiland hoorde al in 1794 bij Jagtlust (zie Bijdragen Bronnenonderzoek Jagtlust, p. 6). Halverwege de oostelijke scheidingswal bevindt zich een overbrugde bepleisterde doorlaat voor het vee van het weiland aan de oostzijde naar een drinkplaats aan de scheidingssloot. De volkstuintjes aan de noordzijde van dit weiland zijn voor de bescherming van ondergeschikte betekenis. Voor 1833 werd op Jagtlust een kleinschalig park in landschapsstijl aangelegd. Deze aanleg, die door middel van een vrij eenvoudige invulling van de formele structuur van het park plaats vond, is nog geheel bewaard gebleven en staat aangegeven op de kaart uit 1833 van Jagtlust (zie Bijdragen Bronnenonderzoek Jagtlust, afb. 6). Even ten oosten van het huis werd de sloot aan de noordzijde van het weiland, ter plaatse van het voormalige Trompenveld, tot een slingerende arm in zuidelijke richting verlengd, die even ten noorden van de moestuin in een ruime krul met ronde kom eindigt. Met de vrij gekomen aarde werd even ten zuidoosten van het huis de huidige heuvelpartij opgeworpen. Ten zuiden hiervan werd een kleinschalig slingerbos aangelegd, dat eveneens nog geheel bewaard is gebleven. Ter verlevendiging van het gezicht vanuit het huis op het genoemde weiland werd ongeveer in het midden van het weiland een kleine boomgroep geplant, waarvan de huidige solitaire eik nog het restant vormt. Vanuit dezelfde overwegingen werden tussen de waterpartij en de heuvel de eveneens nog bestaande tulpenboom en de moerascypres geplant, zo de laatste niet na 1861 is geplant, toen Jan Pieter Six de buitenplaats had gekocht. Op het met hout beplante talud (thans met taxus, rhodo's, beuk, acacia, eik beplant) tussen de noordzijde van het weiland en de Leeuwenlaan werd het huidige slingerpad aangelegd, dat aan de oostzijde over de oostelijke scheidingswal in zuidelijke richting vertakt. Het talud is wellicht van 17e-eeuwse oorsprong. In de dertiende conditie van de in 1634 gepubliceerde Kavelcondities van 's-Graveland worden de kaveleigenaren onder meer verplicht gesteld om de Leeuwenlaan aan weerszijden van een wal te voorzien (zie Bijdragen Bronnenonderzoek 's-Graveland en zijn Buitenplaatsen, nr. 15, p. 13). Aan de westzijde van het talud sluit het pad aan op het slingerpad langs de voet van de genoemde heuvelpartij. Aan de zuidzijde van de heuvelpartij bevindt zich een 19e-eeuwse eikengroep. De monumentale linde direct aan de westzijde van het huis werd eveneens in deze periode geplant, zo ze niet van oudere datum is. De op een kleine heuvel geplante boomgroep (beuk en plataan) aan de ZO-hoek van de moestuin, dateert vermoedelijk eveneens uit de tijd, dat op Jagtlust de parkaanleg in landschapstijl werd gerealiseerd.
De rechthoekige door een houten schutting omgeven moestuin werd waarschijnlijk in 1824 aangelegd, toen de buitenplaats in het bezit was van Teunis Helmich Backer. In de achtermuur van de in de moestuin gelegen westelijke druivenkas is het jaartal 1824 geschreven met de initialen van zijn dochtertje Adriana Jacoba Backer. De moestuin staat aangegeven op de kaart uit 1833 van Jagtlust, evenals de aan de oostzijde van de moestuin gesitueerde boomgaard op langwerpig rechthoekige grondslag. In deze boomgaard, die wellicht in dezelfde tijd als de moestuin is aangelegd, bevinden zich nog enkele hoogstamfruitbomen.
Wellicht is de genoemde aanleg in landschapsstijl tot stand gekomen in de tijd van Teunis Helmich Backer, die Jagtlust in 1820 verwierf. Het is ook mogelijk, dat deze aanleg al aan het einde der 18e eeuw werd gerealiseerd, nadat Hendrik Otto Arntzenius de buitenplaats in 1791 had gekocht. Arntzenius, die in 1795 overleed, heeft op Jagtlust diverse vernieuwingen tot stand gebracht. In de periode na de verkoop van Jagtlust door zijn echtgenote Helena Hodshon in 1803 was Jagtlust tot 1820 verhuurd en tijdelijk in het bezit van speculanten; in deze periode hebben zich in de aanleg waarschijnlijk nauwelijks veranderingen voorgedaan.
Teunis Helmich Backer verwierf in 1820 ook de aan de westzijde van Jagtlust gelegen buitenplaats Heilust, die sindsdien bij Jagtlust behoort. Hij liet voor 1829, toen zijn weduwe de buitenplaats verkocht, het aan de westzijde van Heilust gelegen weiland in landschapsstijl heraanleggen. Hiervoor werd de scheidingssloot tussen Heilust en Jagtlust, die oorspronkelijk niet tot aan het noordeinde van de buitenplaats verliep, in noordelijke richting doorgetrokken en in westelijke richting in een ruime curve omgebogen. Met de vrijgekomen aarde werd een heuvelpartij opgeworpen, waar op het hoogste punt de huidige 8-zijdige ornamentele theekoepel werd gebouwd. De koepel verving een stenen koepel, die in het verlengde van de oorspronkelijke scheidingsloot tussen Jagtlust en Heilust stond, en die bij het doortrekken van deze scheidingssloot afgebroken werd. De boom- en heestergroepen met 19e-eeuwse eik, plataan, beuk en Valse Christusdoorn, rhodo's, hulst en taxus aan de zuid- en westrand van de heuvel en stinseflora (crocus) op het gazon werden deels omstreeks deze tijd en deels na 1861 aangelegd en geplant. De ten zuiden van de koepel geplante slangeden (Araucaria araucana) is hier in 1917 gepoot. De heuvelpartij met koepel, boom- en heestergroepen vormt aan de noordzijde van de aanleg, die hier door de Leeuwenlaan wordt begrensd, een markant en beeldbepalend element. Waarschijnlijk in de tijd van Teunis Helmich Backer werd rondom het weiland ten zuiden van de koepel een omgreppelde in flauwe curven verlopende laansingel (thans aan weerszijden met beuk en eik, 19e- en 20e-eeuws en met rhodo's beplant) aangelegd, die aan de zuidzijde door middel van een brug over de scheidingssloot met de westelijke scheidingswal van Jagtlust verbonden is; deze laansingel, die langs de westgrens van de aanleg, de buitenplaats Land en Bosch, is gelegen, staat op de kaart uit 1833 van Jagtlust aangegeven. In het weiland is toen of naderhand in de 19e eeuw de huidige paardekastanje geplant, die het gezicht vanaf de laansingel op het weiland perspectief verleent.
Na 1861, toen Jan Pieter Six de buitenplaats verwierf, kwamen wederomenkele wijzigingen in de aanleg tot stand. Voor zijn dood in 1899 werd op de heuvel ten zuidoosten van het huis de huidige ornamentele duiventoren gebouwd. Ook werd in de as van de vijver in landschapsstijl aan de noordzijde een ornamentele grot gebouwd. Voorts werd het bomen- en heesterbestand van de buitenplaats in deze tijd verrijkt. Six liet ondermeer rhodo's, hulst en taxus planten, zoals tussen het huis en de heuvel van Heilust, rondom de laansingel van Heilust, ten oosten van het Koetshuis, aan de voor(noord-)zijde van het huis, aan de noordzijde van de aanleg en aan de zuidzijde ervan, die hier door de laan naar Schoonoord wordt begrensd. Wellicht dateert de mosbeplanting van de laansingel rond Heilust in oorsprong uit deze tijd, zo deze bijzondere aankleding niet uit het begin van de 20e eeuw stamt. Waarschijnlijk liet Six ook de huidige in een curve verlopende begrinte oprit aanleggen, die aansluit bij het pad naar de moestuin. Tussen de oprit en de scheidingssloot bevindt zich een door buxus omgeven plantvak, dat vermoedelijk uit deze tijd dateert, en waarin niet winterharde planten werden uitgezet. Uit dezelfde periode dateert waarschijnlijk ook het door ronde buxus omgeven perk met Magnolia tripelata.
In 1900 werd de laat 18e-eeuwse hofstede Jagtlust, die Arntzenius was had bouwen, tot het huidige riante landhuis verbouwd.
De vijfhoekige uitbouw aan de oostzijde van het huis en de oranjerie zijn zodanig georienteerd, dat een optimaal gezicht over de parkaanleg wordt bereikt. Het middelste venster van de uitbouw is ongeveer in het verlengde van de sloot aan de noordgrens van de buitenplaats geplaatst. Het op het zuidoosten gerichte venster en de oranjerie kijken uit over het weiland met vijverpartij in landschapsstijl. De kwaliteit van deze ruimte wordt voor een belangrijk deel bepaald door de wanden van de oostelijke scheidingswal, de beplanting van de laan naar Schoonoord (beuk) aan de zuidzijde, de beplanting van de Leeuwenlaan en door de beplanting van het slingerbos. Op 19 augustus 1910 legde Hieronyma Maria Antonia Fortunata Six de eerste steen van het even ten noordoosten van de koepel op Jagtlust geplaatste ornamentele kinderhuisje "Heilust". De kleine neoformele in buxus uitgezette tuin aan de voor(ZW-)zijde van dit huisje dateert in oorsprong uit deze tijd.
Als zodanig vormt het park van Jagtlust een ingehouden aanleg in landschapsstijl binnen een bewaard gebleven formele structuur, die door haar uitzonderlijke gaafheid van grote cultuurhistorische waarde is.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
HISTORICAL GARDEN AND PARK LAYOUT. Restrained park layout in landscape style from the first half of the 19th century or partly from the end of the 18th century on a formal basis and with retention of a number of formal elements. The history of the layout of the park of Jagtlust goes back to the reclamation of the 's-Graveland polder. Around 1640, among other things, a wood bank and boundary ditch were laid out on the east side of the polder to protect the grounds against possible intruders and loose livestock. This wood bank (now planted with 19th-century oak and beech) and boundary ditch has been partly preserved in the layout at Jagtlust. The bank, over which a winding path was laid out in the 19th century, borders on the west side of the vegetable garden. The northern half of the bank was excavated in 1794 by Hendrik Otto Arntzenius, the then owner of Jagtlust, in connection with the operation of a shipyard, which bordered the boundary ditch at the height of the gardener's house (a small boat house there still recalls the former presence of the yard here). The boundary ditch runs along this bank over the entire depth of the park of Jagtlust and formed the division between the country estate Jagtlust and Heilust until 1820; in the latter year Heilust definitively became part of Jagtlust.
The rectangular plot directly to the east of this bank, on which the country estate Jagtlust would subsequently be built, was laid out around 1670, when this plot formed part of the so-called Trompenveld. Cornelis Tromp excavated the ground in question on the SE side of 's-Graveland to the level of the 's-Graveland polder and marked the east side of this ground by laying out a wood bank and a boundary ditch. This wood bank and wide ditch border the landscape-style park of Jagtlust on the east side to this day. This eastern boundary bank (now planted with 18th- or early 19th-century oaks, 19th-century and 20th-century oak, beech and acacia) in the park of Jagtlust, over which a winding path was laid out in the 19th century, forms an important screen in the view from the house in the landscape-style park. In the 18th century the ground to the east of this bank was also excavated. The meadow laid out in this century forms an important view in the walk over the last-mentioned bank and belongs to the historical layout. This layout is marked by the row of trees (now beeches, 19th-century) on the east side of this meadow. The meadow already belonged to Jagtlust in 1794 (see Contributions Source Research Jagtlust, p. 6). Halfway along the eastern boundary bank there is a bridged plastered culvert for the livestock from the meadow on the east side to a drinking place at the boundary ditch. The small allotments on the north side of this meadow are of subordinate importance for protection. Before 1833 a small-scale landscape-style park was laid out at Jagtlust. This layout, which took place by means of a fairly simple infilling of the formal structure of the park, has been completely preserved and is indicated on the 1833 map of Jagtlust (see Contributions Source Research Jagtlust, fig. 6). Just to the east of the house, the ditch on the north side of the meadow, at the site of the former Trompenveld, was extended into a meandering arm in a southerly direction, which ends just north of the vegetable garden in a spacious curve with a round bowl. With the earth made available, a small hill was constructed just to the southeast of the house. South of this a small winding woodland was laid out, which has also been completely preserved. To enliven the view from the house onto the said meadow, a small group of trees was planted approximately in the middle of the meadow, of which the present solitary oak is still the remnant. From the same considerations, between the water feature and the hill the still existing tulip tree and the marsh cypress were planted, unless the latter was planted after 1861, when Jan Pieter Six had purchased the country estate. On the wood-planted slope (now planted with yew, rhododendrons, beech, acacia, oak) between the north side of the meadow and the Leeuwenlaan, the present winding path was laid out, which branches off to the south on the east side over the eastern boundary bank. The slope is perhaps of 17th-century origin. In the thirteenth condition of the Plot Conditions of 's-Graveland published in 1634, the plot owners are obliged to provide the Leeuwenlaan on both sides of a bank (see Contributions Source Research 's-Graveland and its Country Estates, no. 15, p. 13). On the west side of the slope the path connects to the winding path along the foot of the said hill. On the south side of the hill is a 19th-century oak group. The monumental linden directly on the west side of the house was also planted in this period, if it is not of older date. The group of trees (beech and plane) planted on a small hill at the SE corner of the vegetable garden, presumably also dates from the time when the landscape-style park layout was realized at Jagtlust.
The rectangular vegetable garden surrounded by a wooden fence was probably laid out in 1824, when the country estate was owned by Teunis Helmich Backer. In the back wall of the western grape house located in the vegetable garden the year 1824 is written with the initials of his little daughter Adriana Jacoba Backer. The vegetable garden is indicated on the 1833 map of Jagtlust, as is the orchard situated on the east side of the vegetable garden on an elongated rectangular basis. In this orchard, which was perhaps laid out at the same time as the vegetable garden, there are still a few standard fruit trees.
Perhaps the said landscape-style layout was created in the time of Teunis Helmich Backer, who acquired Jagtlust in 1820. It is also possible that this layout was already realized at the end of the 18th century, after Hendrik Otto Arntzenius purchased the country estate in 1791. Arntzenius, who died in 1795, made various improvements at Jagtlust. In the period after the sale of Jagtlust by his wife Helena Hodshon in 1803, Jagtlust was rented out until 1820 and temporarily owned by speculators; in this period there were probably hardly any changes in the layout.
Teunis Helmich Backer also acquired the country estate Heilust, located on the west side of Jagtlust, in 1820, which has belonged to Jagtlust since then. Before 1829, when his widow sold the country estate, he had the meadow located on the west side of Heilust re-laid out in landscape style. For this purpose, the boundary ditch between Heilust and Jagtlust, which originally did not extend all the way to the north end of the country estate, was extended further in a northerly direction and bent in a wide curve to the west. With the earth made available, a hill was constructed, on the highest point of which the present 8-sided ornamental tea house was built. The house replaced a stone house which stood in the extension of the original boundary ditch between Jagtlust and Heilust, and which was demolished when this boundary ditch was extended. The groups of trees and shrubs with 19th-century oak, plane, beech and False Christ's thorn, rhododendrons, holly and yew on the south and west edges of the hill and spring flowers (crocus) on the lawn were partly laid out around this time and partly after 1861. The monkey puzzle tree (Araucaria araucana) planted south of the house was planted here in 1917. The hill with house, groups of trees and shrubs forms a striking and image-defining element on the north side of the layout, which is bounded here by the Leeuwenlaan. Probably in the time of Teunis Helmich Backer a lane edging was laid out around the meadow to the south of the house, running in shallow curves and bordered (now on both sides with beech and oak, 19th and 20th century, and planted with rhododendrons), which is connected on the south side by a bridge over the boundary ditch with the western boundary bank of Jagtlust; this lane edging, which is located along the western border of the layout, the country estate Land en Bosch, is indicated on the 1833 map of Jagtlust. In the meadow, at that time or later in the 19th century, the present horse chestnut was planted, which lends perspective to the view from the lane edging onto the meadow.
After 1861, when Jan Pieter Six acquired the country estate, several changes were made to the layout. Before his death in 1899, the present ornamental dovecote was built on the hill to the southeast of the house. An ornamental grotto was also built in the axis of the landscape-style pond on the north side. Furthermore, the stock of trees and shrubs of the country estate was enriched in this period. Six had rhododendrons, holly and yew planted, among other places, between the house and the hill of Heilust, around the lane edging of Heilust, to the east of the Coach House, on the front (north) side of the house, on the north side of the layout and on the south side of it, which is bounded here by the lane to Schoonoord. The moss planting of the lane edging around Heilust perhaps dates originally from this time, if this special arrangement does not date from the beginning of the 20th century. Six probably also had the present drive laid out in a curve, which connects to the path to the vegetable garden. Between the drive and the boundary ditch is a planting bed surrounded by box, presumably dating from this period, where non-hardy plants were laid out. From the same period probably also dates the bed surrounded by round box with Magnolia tripelata.
In 1900 the late 18th-century farmstead Jagtlust, which Arntzenius had built, was converted into the present spacious country house.
The pentagonal extension on the east side of the house and the orangery are oriented in such a way that an optimal view over the park layout is achieved. The middle window of the extension is placed approximately in the extension of the ditch on the north border of the country estate. The window facing the southeast and the orangery look out over the landscape-style meadow with pond feature. The quality of this space is determined in large part by the walls of the eastern boundary bank, the planting of the lane to Schoonoord (beech) on the south side, the planting of the Leeuwenlaan and the planting of the winding woodland. On 19 August 1910, Hieronyma Maria Antonia Fortunata Six laid the foundation stone of the ornamental children's house "Heilust" placed just northeast of the house at Jagtlust. The small neoformale garden laid out in box at the front (SW) side of this house dates originally from this period.
As such, the park of Jagtlust forms a restrained landscape-style layout within a preserved formal structure, which is of great cultural-historical value due to its exceptional integrity.
Nearby in the register
- Huis JagtlustKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Bijgebouwen kastelen enz., Leeuwenlaan 42Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Leeuwenlaan bij 42Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Leeuwenlaan 42Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.