Rijksmonumentenregister · Netherlands
Huis Jagtlust
's-Graveland, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Kasteel
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Leeuwenlaan 42, 1243 KB 's-Graveland (Wijdemeren 27)
- Place
- 's-Graveland
- Municipality
- Wijdemeren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.23845, 5.13803
- Part of complex
- 468004
- Monument number
- 468113
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
HOOFDGEBOUW (Huis Jagtlust). Een in oorsprong uit de 17e en uit het einde der 18e eeuw daterend huis, deels onder met zwarte kruispannen gedekt schilddak (door een met zink gedekt flauw tentdak afgeplat) en deels onder plat dak, dat in zijn huidige verschijningsvorm voor het grootste gedeelte uit 1900 dateert. In het laatstgenoemde jaar werd door het Architectenbureau Schill en Haverkamp de toenmalige eenvoudige onderkelderde hofstede op vierkante grondslag met een verdieping verhoogd en in eclectische trant van enkele ruime aanbouwen voorzien. Aan de oostzijde kwam een driezijdige uitbouw met terrassen tot stand. Evenwijdig aan de westgevel van de voormalige hofstede werd een twee verdiepingen hoge koetsierswoning op rechthoekige grondslag opgetrokken. Aangrenzend aan de koetsierswoning en de voormalige hofstede werd een ruime oranjerie met bovenverdieping gebouwd, die in een hoek van 45 graden ten opzichte van de voormalige hofstede en koetsierswoning werd geprojecteerd. In het midden van de bouwmassa's van de voormalige hofstede, de oranjerie en de koetsierswoning kwam een ruim cirkelvormig trappenhuis tot stand, dat door een torenachtige uitbouw onder met leien gedekt klokvormig dak wordt bekroond. Voorts werd de resterende open driehoekige lichtschacht in het midden van de genoemde bouwmassa's door een schacht-venster afgedekt. Hierdoor worden 6 in het trappenhuis ingebouwde halfronde vitrine-kasten, waarvan de achterwand beglaasd is, van natuurlijk licht voorzien. De op de Leeuwenlaan (N-zijde) gerichte gevelindeling met hoofd-entree, voorafgegaan door een bordes en aan weerszijden door schuifvensters geflankeerd, is in feite nog de hoofd-entree van de oude hofstede, die tussen 1792 en 1794 in opdracht van Hendrik Otto Arntzenius werd gebouwd, vermoedelijk op de grondslag van de 17e-eeuwse herberg Groot Jan. De oude boerderij, die tegen de zuidzijde van de hofstede was gebouwd, werd bij de verbouwing ontmanteld en aan de NW-hoek van de moestuin weer opgebouwd. Aan de handhaving van een deel van de oude hofstede bij de verbouwing uit 1900 liggen naast economische waarschijnlijk ook familie-sentimenten ten grondslag. Het uit 1899 daterende ontwerp werd in het jaar vervaardigd, waarin Jhr Dr Jan Pieter Six - eminent numismaticus en oudheidkundige en vader van de opdrachtgever Jhr Willem Six - overleed. In de tijd, dat zijn vader eigenaar was van Jagtlust, kwam op de buitenplaats een intensief en veelzijdig familieleven tot uitdrukking.
In het ontwerp uit 1899 klinkt de weerspiegeling door van de erudiete, behoudende en kunstminnende levensinstelling van de familie Six. Sentimentele overwegingen, de historische familieband met Amsterdam, voorliefde voor zuid-Europese cultuur, liefde voor het buitenleven en de behoefte om een relatie te scheppen met de tot Jagtlust behorende parkaanleg zijn elementen, die in het ontwerp een plek kregen en die gedeeltelijk tot op heden in de architectuur van het huis zijn terug te vinden.
De hoofdingangs(noord- )zijde van het huis, die loodrecht op de Leeuwenlaan is gesitueerd, vertoont gelijkenis met een Amsterdams grachtenhuis uit de tweede helft van de 18e eeuw. De oostzijde van het huis bestaat uit een driezijdige, twee verdiepingen hoge uitbouw, die oorspronkelijk door een rijk bewerkte koof en balustrade met balustervormige spijlen in de stijl van Daniel Marot werd bekroond. De middelste vensters van deze uitbouw boden een gezicht op de Zanderij, een grootscheepse aanleg in landschapsstijl aan de westzijde van de Leeuwenlaan, die toentertijd bij Jagtlust behoorde; thans is dit gezicht dichtgeplant. De uitgebouwde oranjerie roept door haar strakke rechthoekige gevelopbouw met rondboogvensters in de benedenverdieping en balustrade met hardstenen bustes van een mans- en vrouwenpersoon op het dak (thans is de balustrade, die een motief van monumentale kettingschalmen vertoonde, niet meer aanwezig; de mansbuste staat tegenwoordig op het dak boven de driezijdige uitbouw en de vrouwenbuste is thans op het dak boven de voormalige koetsierswoning aan de zuidzijde geplaatst) associaties op met een Italiaanse Renaissance villa. Voorts bieden de oranjerie en de erboven gelegen vertrekken een optimaal gezicht in het park van Jagtlust.
Ook in het inwendige van het huis vormt deze in 1900 gebouwde oranjerie aan de ZW-zijde, die tevens als wintertuin dienst doet, een markant onderdeel. De betekenis van deze rechthoekige oranjerie komt niet alleen tot uitdrukking in haar proporties - het is de grootste ruimte in het huis - maar ook in de mate waarin zij is gedecoreerd. Het stucwerk van de oranjerie is rijk uitgevoerd en draagt bij tot het karakter van de oranjerie als een tuinzaal in Lodewijk XV- stijl. Verder heeft de oranjerie bezien vanuit het woonvertrek op Jagtlust de functie van een tuin in het huis en van intermediair tussen het huis en de parkaanleg. De oranjerie ligt op tuinniveau, ca. een meter lager dan het onderkelderde woonvertrek en is hieruit zichtbaar gemaakt door een door een beschilderd luik te dichten rondboogvenster, dat is aangebracht in de omlijsting boven de schoorsteen, die tegen de noordzijde van de oranjerie is gesitueerd (het motief van een venster boven een schoorsteen is in 's-Graveland ook te vinden op het huis Hilverbeek, dat toentertijd in het bezit was van Jhr Pieter Hendrik Six). In de oranjerie, ter hoogte van venster een ornamentele stuccovaas in neo-Marotstijl De oranjerie op Jagtlust vormt de enige inpandige oranjerie in Nederland. In de gestucte voorstelling van afwisselend een mans- en een vrouwenbuste aan de bovenzijde van de lisenen, die de binnenwanden van de oranjerie in velden geleden, ligt een niet geheel heldere symbolische waarde besloten. De afgebeelde bustes zijn vrijwel identiek aan de genoemde bustes van de mans- en vrouwenpersoon op het dak. De mansbuste, die getooid is met een snor en een sik, vertoont zowel gelijkenis met de bouwer van het huis, de ongehuwd gebleven Jhr Willem Six, als met David Tulp, die wel de grondlegger van het financiele imperium van de familie Six wordt genoemd. Aan wie de vrouwspersoon refereert is onduidelijk.
Voor(noord-)zijde: een in drie traveeën gelede gevelpartij met in het midden de door een hardstenen bordes van zes treden aan weerszijden voorafgegane ingangspartij, bestaande uit een deur met paneelvakken en 3-ruits bovenlicht, omgeven door lijstwerk in neo-Lodewijk XV-stijl, dat tevens het erboven gelegen T-ruitsschuifvenster met 3-ruits bovenlicht omsluit. De gevel wordt afgesloten door een kroonlijst, die omgaat aan de overige vier zijden van dit gedeelte van het huis. Aan weerszijden van de ingangsdeur een 6-hoekige smeedijzeren lantaarn met 6 ruiten en met een bewerkte smeedijzeren arm. Het bordes is van een eenvoudige smeedijzeren balustrade met rozetten in Lodewijk XVI-stijl voorzien. Het bordes met balustrade staat aangegeven op de foto van de voormalige hofstede uit ca. 1895 (Bijdragen Bronnenonderzoek Jagtlust, afb. 3). Centraal aan de voorzijde van het bordes een 4-ruits souterrainvenster met diefijzers. Aan weerszijden van het bordes een 6-ruitsschuif- souterrainvenster (afgebeeld op foto uit ca. 1895). Op de beganegrond aan weerszijden van de entree een T-ruitsschuifvenster met 6-ruits bovenlicht. Ook de overige vensters van de bel-etage aan de linker en rechter zijde van de voormalige hofstede hebben hun oorspronkelijke meerruits bovenlichten behouden. Op de verdieping aan weerszijden van het genoemde venster een T-ruitsschuifvenster met 3-ruits bovenlicht. Op de centrale travee ter hoogte van de kap een 4-ruitsdakkapel met eenvoudige wangen en met tympaan-bekroning. De dakkapel is van de voormalige hofstede afkomstig en staat, afgezien van de tympaanbekroning, op de foto uit ca. 1895 afgebeeld.
In de rechter(west-) gevel is een duidelijke tweedeling zichtbaar tussen het woongedeelte (links) en de koetsierswoning (rechts); de koetsierswoning springt een fractie naar voren en is iets minder hoog opgetrokken. De vensterindeling van het woongedeelte beganegronds en op souterrain- niveau is vermoedelijk nog de indeling van de voormalige hofstede. Deze bestaat uit een travee aan weerszijden en uit een ongelijke vensterindeling ertussen. Beganegronds vertoont dit gedeelte drie T- ruitsschuifvensters met persiennes en met 6-ruits bovenlichten. Op de verdieping op de twee traveeën twee T-ruitsschuifventers met persiennes en met 3-ruitsbovenlichten. Ertussen een stenen oeil de boeuf in neo- Lodewijk XV-stijl. Op souterrain-niveau ter hoogte van de linker travee een 6-ruitsschuifvenster. Rechts van het midden een 4-ruits deur naar de keuken en rechts hiervan twee 6-ruitsschuifvensters. Direct aansluitend aan de rechter zijde de ingangspartij van de koetsierswoning, bestaande uit een door een trap van 8 treden voorafgegane stenen trap naar een portaal met rondboog-doorgang, waarachter de toegangsdeur met paneelbetimmering. Rechts van de trap een rechthoekig kelderluik in een halfronde nis. Aansluitend aan het portaal beganegronds rechts een T-ruitsschuifvenster met persiennes en 6-ruits bovenlicht. Op de verdieping een T-ruitsschuifvenster met persiennes en met 3-ruits bovenlicht. Rechts hiervan een klein enkelruits venster. De achter(zuid-)zijde van de koetsierswoning vertoont een venstertravee met ter hoogte van het souterrain een toegangsdeur naar de appelkelder, beganegronds een T-ruitsschuifvenster met 6-ruits bovenlicht en persiennes en op de verdieping een T- ruitsschuifvenster met 4-ruits bovenlicht en persiennes.
De linker(oost-)gevel van het woongedeelte is in vijf venstertraveeen geleed. De drie linker traveeen zijn driezijdig uitgebouwd. Beganegronds in de schuine zijden van de uitbouw twee T- ruitsschuifvensters met 6-ruits bovenlichten. In het centrale vlak van de uitbouw een tot de vloer doorgetrokken schuifvenster met 8-ruits bovenlicht. Rechts van de uitbouw een dubbele terrasdeur met een 8-ruits bovenlicht. Rechts hiervan een T-ruitsschuifvenster met 6-ruits bovenlicht. Op de verdieping 5 T-ruitsschuifvensters met 3-ruits bovenlichten. In de as van de uitbouw op kaphoogte een eenvoudige 4-ruits dakkapel. De vensters beganegronds en op de verdieping zijn van persiennes voorzien. Het huis is aan deze zijde van een ruim vierzijdig uitgebouwd rood bakstenen terras voorzien, dat is afgesloten door een door zuilsokkels gelede smeedijzeren balustrade. Aan de linkerzijde een hardstenen bordestrap van 7 treden. Links hiervan is het terras tot een uitbouw opgetrokken, die met haar rug tegen de rechter zijkant van de oranjerie is gelegen. Naar de tuin is deze uitbouw, die door een kroonlijst wordt afgeloten, met een venster met ruitvormige roedenverdeling in 46 ruiten afgezet. Naar het terras is de uitbouw open. De gevels van het terras zijn van brede getoogde keldervensters voorzien, waarvan de vensters door een ongebruikelijke roedenverdeling van drie rondbogen zijn geleed. In de rechterzijde twee kleine vensters. In de overige drie zijden een enkel breed vensters.
ZO-zijde. In vier traveeen gelede oranjerie met beganegronds vier dubbele enkelruits deuren met luiken. De deuren zijn van rondboog-bovenlichten voorzien met een pauwenveer-vormige roedenverdeling in Jugendstil in 15 ruiten. Op de verdieping vier T-ruitsschuifvensters met 3-ruits bovenlichten en persiennes.
Inwendig: de indeling van het noordelijke gedeelte van huis Jagtlust is beganegronds en op souterrain-niveau vermoedelijk in oorsprong nog laat 18e-eeuws. Centraal en haaks op de voorgevel is de rechte hal gesitueerd met eenvoudige stuc-decoraties in Lodewijk XVI-stijl en met een wit-marmeren vloer en lambrisering. Gezien vanaf de entree aan de oostzijde links een rechthoekige zitkamer met 18e-eeuwse schoorsteen met houten imitatie-marmeren mantel met rozetten in Lodewijk XVI-stijl, en rechts de eetkamer, die nog van de oorspronkelijke Rath en Doodeheefver-wandbespanning is voorzien. Deze papieren wandbespanning, die uit ca. 1900 dateert, vertoont een rijk en kleurig patroon van bloemmotieven. Aan weerszijden van de entree van de eetkamer een ingebouwde buffetkast uit ca. 1900 in Lodewijk XV-stijl met rijk gesneden koofwerk, bestaande uit een onderstel met dubbele deuren en een bovenstuk met twee glazen 8-ruitsdeuren. Centraal aan de zuidzijde een 18e-eeuwse marmeren schoorsteenmantel in Lodewijk XV- stijl met schelpmotief. Erboven een rondboogvenster, dat een gezicht biedt in de oranjerie. Evenals de overige vertrekken in dit noordelijke gedeelte van het huis en de vertrekken boven de oranjerie zijn de wanden van deze kamer van een houten lambrisering met paneelvakken voorzien. Aan de westzijde van de hal rechts een studeerkamer met een 18e-eeuwse schoorsteen met hoogopgetrokken marmeren mantel uit ca. 1900 in Lodewijk XV-stijl met smeedijzeren voorzetstuk en links een garderobe-kamer met aansluitend een toilet. Deze kamer en het toilet zijn tot heuphoogte met Jugendstil-tegels met bloemmotieven bekleed. In de garderobe-kamer een stenen wasbak op houten onderstuk met paneelvakken. Dit onderstuk is evenals de deurpartijen, de lambriseringen en de vensterpartijen in licht-bruin imitatie houtnerf beschilderd, een beschildering die terugkeert bij de deurkozijnen van de gang van het noordelijke gedeelte van het huis en ter hoogte van het trappenhuis op de eerste verdieping. Aansluitend aan de hal het ronde trappenhuis met houten trap met balustervormige spijlen en een houten handlijst, die aan de uiteinden in een voluut eindigt. De wanden van het trappenhuis alsmede de wanden van de gang op de verdieping van het noordelijke gedeelte van het huis zijn aan de onderzijde van een witte imitatie-marmeren beschildering voorzien.
Op souterrain-niveau aan de westzijde de keuken met 19e-eeuwse inrichting met grote schouw, inbouw- en servieskasten en marmeren aanrecht. De keuken is rondom met witjes bekleed.
De oranjerie-vloer is betegeld met kleine vierkante gebroken witte tegels, die afgewisseld worden door bruine tegels met vierpas-motief. Aan de tuinzijde worden de vloertegels over de gehele breedte en halverwege de lengte van de oranjerie door een gietijzeren verwarmingsrooster onderbroken De gestucte wanden van de oranjerie worden door eveneens gestucte lisenen in velden geleed, die door afwisselend een mans- en vrouwenbuste worden bekroond. Op de lisenen en deels op de velden 10 Jugendstil wandlampen, bestaande uit bewerkte smeedijzeren arm met bewerkte glazen bol.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
MAIN BUILDING (Huis Jagtlust). A house originally dating from the 17th century and from the end of the 18th century, partly covered with a hipped roof clad in black cross-pantiles (flattened by a shallow tent roof covered in zinc) and partly under a flat roof, which in its present appearance dates largely from 1900. In that year, the architectural firm Schill and Haverkamp raised the then-simple, partly-cellared farmstead on square foundations by one storey and provided it with several spacious extensions in eclectic style. On the east side a three-sided extension with terraces was created. Parallel to the west gable of the former farmstead a two-storey coach-house was erected on rectangular foundations. Adjacent to the coach-house and the former farmstead, a spacious orangery with upper storey was built, which was projected at a 45-degree angle to the former farmstead and coach-house. In the centre of the masses of the former farmstead, the orangery and the coach-house, a spacious circular stairwell was created, which is crowned by a tower-like extension under a bell-shaped roof clad in slate. Furthermore, the remaining open triangular light shaft in the centre of the said building masses was covered by a shaft-window. Through this, six semicircular display cabinets built into the stairwell, whose back wall is glazed, are provided with natural light. The facade arrangement on the Leeuwenlaan (north side) with main entrance, preceded by a flight of steps and flanked on both sides by sash windows, is in fact still the main entrance of the old farmstead, which was built between 1792 and 1794 on commission of Hendrik Otto Arntzenius, presumably on the foundations of the 17th-century inn Groot Jan. The old barn, which had been built against the south side of the farmstead, was dismantled during the renovation and rebuilt at the NW corner of the kitchen garden. The preservation of part of the old farmstead in the 1900 renovation was likely based not only on economic considerations but also on family sentiment. The design dating from 1899 was produced in the year in which Jhr Dr Jan Pieter Six—eminent numismatist and antiquary and father of the client Jhr Willem Six—died. During the time when his father owned Jagtlust, an intensive and multifaceted family life was expressed at the country estate.
In the 1899 design the reflection of the learned, conservative and art-loving way of life of the Six family resonates. Sentimental considerations, the historical family ties to Amsterdam, a preference for southern European culture, a love of country life and the need to create a relationship with the park layout belonging to Jagtlust are elements that found a place in the design and which are partly still to be found in the architecture of the house to this day.
The main entrance (north) side of the house, which is situated perpendicular to the Leeuwenlaan, shows similarity with an Amsterdam canal house from the second half of the 18th century. The east side of the house consists of a three-sided, two-storey extension, which was originally crowned by a richly worked cornice and balustrade with baluster-shaped balusters in the style of Daniel Marot. The central windows of this extension offered a view of the Zanderij, a large-scale landscaped layout on the west side of the Leeuwenlaan, which at that time belonged to Jagtlust; this view is now obscured by planting. The extended orangery evokes associations with an Italian Renaissance villa through its austere rectangular facade with round-arched windows on the ground floor and balustrade with stone busts of a male and female figure on the roof (the balustrade, which displayed a motif of monumental chain links, is no longer present; the male bust now stands on the roof above the three-sided extension and the female bust is now placed on the roof above the former coach-house on the south side). Furthermore, the orangery and the rooms above it offer an optimal view into the park of Jagtlust.
Also in the interior of the house, this orangery built in 1900 on the SW side, which also serves as a winter garden, forms a striking component. The significance of this rectangular orangery is expressed not only in its proportions—it is the largest room in the house—but also in the degree to which it is decorated. The stucco work of the orangery is richly executed and contributes to the character of the orangery as a garden room in Louis XV style. Furthermore, the orangery, viewed from the living room at Jagtlust, has the function of a garden within the house and of intermediary between the house and the park layout. The orangery is at garden level, approximately one metre lower than the cellared living room and is made visible from it by a round-arched window closed by a painted shutter, which is placed in the frame above the chimney, which is situated against the north side of the orangery (the motif of a window above a chimney is also found in 's-Graveland on the house Hilverbeek, which at that time was owned by Jhr Pieter Hendrik Six). In the orangery, at the level of the window an ornamental stucco vase in neo-Marot style. The orangery at Jagtlust is the only internal orangery in the Netherlands. In the stuccoed representation of alternating male and female busts at the top of the pilasters, which divide the interior walls of the orangery into fields, lies a not entirely clear symbolic value. The depicted busts are virtually identical to the said busts of the male and female figure on the roof. The male bust, adorned with a moustache and a goatee, shows similarity both with the builder of the house, the unmarried Jhr Willem Six, and with David Tulp, who is regarded as the founder of the financial empire of the Six family. To whom the female figure refers is unclear.
Front (north) side: a facade section divided into three bays with in the centre the entrance arrangement preceded on both sides by a stone flight of steps of six treads, consisting of a door with panelled fields and 3-pane fanlight, surrounded by moulding in neo-Louis XV style, which also encloses the T-pane sash window above it with 3-pane fanlight. The facade is closed off by a cornice, which extends around the other four sides of this part of the house. On either side of the entrance door a hexagonal wrought-iron lantern with 6 panes and with an worked wrought-iron arm. The flight of steps is provided with a simple wrought-iron balustrade with rosettes in Louis XVI style. The flight of steps with balustrade is indicated on the photograph of the former farmstead from circa 1895 (Contributions Source Research Jagtlust, fig. 3). Central at the front of the flight of steps a 4-pane basement window with anti-theft bars. On either side of the flight of steps a 6-pane sash basement window (depicted in photograph from circa 1895). On the ground floor on either side of the entrance a T-pane sash window with 6-pane fanlight. The other windows of the bel-étage on the left and right side of the former farmstead have also retained their original multi-pane fanlights. On the first floor on either side of the said window a T-pane sash window with 3-pane fanlight. On the central bay at roof height a 4-pane roof dormer with simple sides and tympanum crest. The roof dormer comes from the former farmstead and is depicted in the photograph from circa 1895, apart from the tympanum crest.
In the right (west) gable a clear two-fold division is visible between the residential part (left) and the coach-house (right); the coach-house steps slightly forward and is raised somewhat less high. The window arrangement of the residential part on the ground floor and at basement level is presumably still the arrangement of the former farmstead. This consists of a bay on either side and an unequal window arrangement between them. On the ground floor this section displays three T-pane sash windows with shutters and with 6-pane fanlights. On the first floor on the two bays two T-pane sash windows with shutters and with 3-pane fanlights. Between them a stone oeil de boeuf in neo-Louis XV style. At basement level at the height of the left bay a 6-pane sash window. To the right of the centre a 4-pane door to the kitchen and to the right of this two 6-pane sash windows. Directly adjoining on the right side the entrance arrangement of the coach-house, consisting of a stone staircase preceded by a flight of 8 treads leading to a portal with round-arched passage, behind which the access door with panel boarding. To the right of the staircase a rectangular cellar hatch in a semicircular niche. Adjoining the portal on the ground floor to the right a T-pane sash window with shutters and 6-pane fanlight. On the first floor a T-pane sash window with shutters and with 3-pane fanlight. To the right of this a small single-pane window. The rear (south) side of the coach-house displays a window bay with at the level of the basement an access door to the apple cellar, on the ground floor a T-pane sash window with 6-pane fanlight and shutters and on the first floor a T-pane sash window with 4-pane fanlight and shutters.
The left (east) gable of the residential part is divided into five window bays. The three left bays are three-sided extensions. On the ground floor in the angled sides of the extension two T-pane sash windows with 6-pane fanlights. In the central plane of the extension a sash window extending to the floor with 8-pane fanlight. To the right of the extension a double terrace door with an 8-pane fanlight. To the right of this a T-pane sash window with 6-pane fanlight. On the first floor 5 T-pane sash windows with 3-pane fanlights. In the axis of the extension at roof height a simple 4-pane roof dormer. The windows on the ground floor and on the first floor are provided with shutters. The house on this side is provided with a spacious four-sided extended red brick terrace, which is closed off by a wrought-iron balustrade divided by column pedestals. On the left side a stone flight of steps of 7 treads. To the left of this the terrace extends to an extension, which with its back against the right side of the orangery is situated. Towards the garden this extension, which is closed off by a cornice, is set off with a window with diamond-shaped glazing bars divided into 46 panes. Towards the terrace the extension is open. The facades of the terrace are provided with broad arched basement windows, of which the windows are divided by an unusual glazing bar pattern of three round arches. In the right side two small windows. In the remaining three sides a single broad window.
SW side. Orangery divided into four bays with on the ground floor four double single-pane doors with shutters. The doors are provided with round-arched fanlights with a peacock-feather-shaped glazing bar pattern in Art Nouveau in 15 panes. On the first floor four T-pane sash windows with 3-pane fanlights and shutters.
Interior: the layout of the northern part of Jagtlust house is presumably still late 18th-century in origin on the ground floor and at basement level. Central and at right angles to the front facade is the straight hall situated with simple stucco decorations in Louis XVI style and with a white marble floor and wainscoting. Viewed from the entrance on the east side to the left a rectangular sitting room with an 18th-century fireplace with wooden imitation-marble mantelpiece with rosettes in Louis XVI style, and to the right the dining room, which is still provided with the original Rath and Doodeheefver wallpaper. This paper wallpaper, which dates from circa 1900, displays a rich and colourful pattern of floral motifs. On either side of the entrance to the dining room a built-in sideboard from circa 1900 in Louis XV style with richly carved cornice work, consisting of a base with double doors and an upper part with two glazed 8-pane doors. Central on the south side an 18th-century marble fireplace mantelpiece in Louis XV style with shell motif. Above it a round-arched window, which offers a view into the orangery. Like the other rooms in this northern part of the house and the rooms above the orangery, the walls of this room are provided with wooden wainscoting with panelled fields. On the west side of the hall to the right a study with an 18th-century fireplace with a tall marble mantelpiece from circa 1900 in Louis XV style with wrought-iron fender and to the left a dressing room with adjoining a toilet. This room and the toilet are clad to hip height with Art Nouveau tiles with floral motifs. In the dressing room a stone washbasin on wooden base with panelled fields. This base, like the door frames, the wainscoting and the window frames, is painted in light-brown imitation wood grain, a painting which recurs at the door frames of the corridor of the northern part of the house and at the height of the stairwell on the first floor. Adjoining the hall the round stairwell with wooden staircase with baluster-shaped balusters and a wooden handrail, which ends at the ends in a volute. The walls of the stairwell as well as the walls of the corridor on the floor of the northern part of the house are provided at the lower side with white imitation-marble painting.
At basement level on the west side the kitchen with 19th-century fittings with large hearth, built-in and china cabinets and marble worktop. The kitchen is clad all around with small tiles.
The orangery floor is paved with small square off-white tiles, which are alternated by brown tiles with four-lobed motif. On the garden side the floor tiles are interrupted across the full width and halfway along the length of the orangery by a cast-iron heating grate. The stuccoed walls of the orangery are divided by similarly stuccoed pilasters into fields, which are crowned by alternating male and female busts. On the pilasters and partly on the fields 10 Art Nouveau wall lamps, consisting of worked wrought-iron arm with worked glass globe.
Nearby in the register
- Bijgebouwen kastelen enz., Leeuwenlaan 42Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Leeuwenlaan bij 42Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Leeuwenlaan 42Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Leeuwenlaan 42Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.