TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Braak

Amstelveen, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Wandelpark
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1939 - 1941
Address
Gelegen bij de Amsterdamseweg Amstelveen
Place
Amstelveen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.31430, 4.85014
Monument number
532028

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De Braak is een openbaar PARK met inheemse beplanting, aangelegd in de eerste helft van de twintigste eeuw rond een oude veenplas met dezelfde naam.

De gemeente Nieuwer-Amstel was tot in de jaren twintig van de twintigste eeuw een agrarische gemeente in een polderlandschap met weilanden. Het dorp Nieuwer-Amstel vormde de kern. Net zoals het aangrenzende Amsterdam, kwam de gemeente Nieuwer-Amstel in deze periode met uitbreidingsplannen. De gemeente hoopte forenzen te trekken door het creëren van een groene woonomgeving in Amstelveen.

De Vaste Commissie voor Uitbreidingsplannen in Noord-Holland had als taak de Amstelveense- en Amsterdamse uitbreidingsplannen in goede banen te leiden. De Commissie boog zich al in 1925 over het uitbreidingsplan Nieuwer-Amstel van 1924. De Commissie besteedde speciale aandacht aan stedelijk groen en natuurschoon. Het basisplan voor de gemeente Nieuwer-Amstel werd in 1935 goedgekeurd. In 1939 gaf de gemeente toestemming voor de aanleg van het eerste heempark. Met het oog op werkverschaffing drong het gemeentebestuur aan op een versnelde aanleg van de openbare parken. In 1964 veranderde de naam van het bestuursgebied Nieuwer-Amstel, vanwege de groei van Amstelveen, in Amstelveen.

Afdeling Plantsoenen. In 1927 werd de 25 jarige tuinbaas C.P. (Chris) Broerse (1902-1995) als gemeentelijke groenbeheerder aangesteld. Al in 1931 werd hij bevorderd tot directeur van de in datzelfde jaar opgerichte gemeentelijke afdeling Plantsoenen en begraafplaats Zorgvlied, en zorgde voor ontwerp en aanleg van nieuwe plantsoenen. Hij kreeg in 1938 assistentie van J. (Koos) Landwehr (1911-1996), die zijn kwekerij moest beëindigen vanwege de aanleg van het Amsterdamse Bos. Landwehr was naast plantenkenner ook tekenaar en illustreerde de botanische werken die hij zelf schreef. Broerse en Landwehr zijn de grondleggers van een nieuwe natuurstijl die na 1945 in Nederland veel invloed heeft gehad en ook internationaal gezien een nieuwe richting in de tuinkunst vertegenwoordigt.

Broerse ontwikkelde zich tot een productief ontwerper; het merendeel van de parken en plantsoenen in Amstelveen zijn van zijn hand. Daarnaast tekende hij in de periode 1946-1954 zo'n 300 plannen voor de herbeplanting van Walcheren. Broerse brak internationaal door met zijn heemtuin op de Internationale Tuinbouwtentoonstelling Floriade in Rotterdam (1960). Daarnaast was hij jarenlang voorzitter van de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten (BNT), en schreef veel artikelen. Hij bevorderde het werken met inheemse beplanting bij collega's van andere gemeenten. Broerse bleef tot zijn pensioen voor de gemeente Amstelveen werken. Zijn werk werd in 1976 bekroond met de J.T.P Bijhouwerprijs voor tuin- en landschapsarchitectuur vanwege de "bijzonder creatieve en artistieke kwaliteiten van zijn gehele oeuvre". Opgemerkt werd verder: "Zonder nochtans de natuurlijke orde na te bootsen, weet de heer Broerse voor steeds verschillende uitgangspunten overtuigende oplossingen te vinden. ... Door dit werk van waarlijk internationale allure en om zijn grote kennis van de Nederlandse flora en zijn gebruik daarvan, komt de heer Broerse de J.T.P. Bijhouwerprijs toe".

Ontstaansgeschiedenis De Braak. Eind negentiende eeuw bestonden in Nederland al diverse verenigingen ter bestudering van flora en fauna. Zij hadden een klein ledenbestand van academici en deskundige amateurs. Vanaf 1900 neemt de popularisering van de botanie en biologie een vlucht. Verschillende publicaties verschijnen (waaronder De Levende Natuur en de Verkade albums) en de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Vereniging tot het behoud van Natuurmonumenten worden opgericht. Men (her-)ontdekte dat op zandgronden een andere combinatie van planten groeide dan in veen- of kleigebieden. De interesse voor de wilde plant leidde ertoe dat deze vanaf de jaren twintig een plek kreeg in de tuinkunst.

Broerse presenteerde in het najaar van 1939 de ontwerptekeningen voor de parkaanleg in de omgeving van de veenplas De Braak, en in hetzelfde werd gestart met de aanleg. Het is het eerste project waarin Broerse zijn ideeën over de aanleg van een park op veenbodem uitwerkte. De plas De Braak heeft zijn ontstaan te danken aan een breuk in de oude dijk waarover nu de Amsterdamseweg loopt. Het ontwerp van De Braak omvatte in 1939 het deel direct rond de plas. Vrijwel alle bestaande plassen en waterlopen zijn benut in het ontwerp. Mede vanwege de slappe en natte bodem koos Broerse voor natuurlijke beplanting. Voor Broerse waren verlanding en veenvorming interessante processen. Een heempark op laagveen kon naar zijn mening het beste vanuit het water opgebouwd worden. De veenbodem van de oude ondiepe plas was ongeveer twee meter dik met daaronder klei. Het uitgebaggerde veen leverde voldoende op voor een lichte ophoging van het terrein. Van de veenbodem rondom de plas werd de bovenlaag plaatselijk ondergespit zodat de zuivere veenlaag, die voorheen onder het grondwater lag, boven kwam te liggen. De paden werden verhard met riet en bagger en afgezoomd met takken. Drijvende bruggen, eveneens gemaakt van takken, vormden een verbinding met het schiereiland in de plas.

In het voorjaar van 1941 besloot de gemeenteraad de parkaanleg van de Braak naar het oosten (tot de spoorlijn) uit te breiden met De Doorbraak, bijna 4 hectare groot. Eerst werd aansluitend op de Braak een vijver gegraven naar de oostelijk gelegen ringvaart van de Middelpolder wat de mogelijkheden voor bemaling en afvoer van overtollig water vergrootte. De grondwaterstand was meestal heel hoog, maar zomers lag het gebied soms droog. Een verbindingsduiker onder de Amsterdamse weg zorgde ervoor dat water uit de Buitendijkse Polder kon worden ingelaten bij droogte.

Broerse experimenteerde met planten die sociologisch bij elkaar werden gezet. Al gauw bleek dat veranderingen zich heel anders voltrokken dan in de natuur. Dit leidde tot de conclusie dat het behouden van vrijwel zuivere plantengemeenschappen niet haalbaar was. Daarop besloot Broerse dat grotere groepen van dezelfde soort werden aangeplant. Door de verminderde concurrentie tussen de planten vergde het onderhoud minder inspanning. Bovendien vond Broerse dat de groepsgewijze menging een grotere aantrekkingskracht had op het publiek. Hierin wijkt Broerse af van natuurtuinen (ook heemtuinen genoemd) zoals bijvoorbeeld Thijsse's hof in Bloemendaal (1926) waar wordt gestreefd de karakteristieke plantengemeenschappen zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsen. Desalniettemin is de beplanting in De Braak gebaseerd op de natuurlijke plantengemeenschappen van het laagveengebied, rekening houdend met bodem, waterhuishouding en zuurtegraad. De inheemse beplanting werd opgedeeld in een aantal lagen, afhankelijk van de grondwaterstand. Een groep elzen met onderbeplanting ging bijvoorbeeld op een hoger gelegen gedeelte over in een berken/wilgenbos. Het hoogst gelegen waren het wilgen/populierenbos en het eiken/haagbeukenbos met soorten als esdoorn, beuk en kardinaalsmuts. In het water liet Broerse witte waterlelies, gele plomp en watergentiaan planten. De oevers werden verrijkt met onder meer planten zoals zwanenbloem, waterdrieblad, gele lis, harig wilgenroosje, dotterbloem, moerasvaren en kruipend zenegroen; heemplanten met sierwaarde.

Omdat de beplanting vrijwel niet aangeschaft kon worden werd er een kwekerij voor eigen gebruik ingericht. Planten werden (en worden) hier niet alleen vermeerderd maar ook door selectie geschikt gemaakt voor de gewenste plekken in de heemparken (ook in het J.P. Thijssepark). Het natuurlijk ogende park vergt zeer intensief onderhoud door gespecialiseerd personeel dat voortdurend de afweging maakt waar ze de natuur haar gang laat gaan en waar ze ingrijpt. Kruiden moeten met de hand worden uitgetrokken om gewenste zaailingen over te houden.

In 1957 ontwierp Broerse aan de zuidzijde van De Braak en visueel aansluitend, een 8 hectare groot heempark rond het hoofdkantoor van de Van Leer Vatenfabriek (ontworpen door de architect Marcel Breuer). Het kantoor met een deel van het park is aangewezen als rijksmonument (complexnummer 531203). Visueel lopen De Braak en het park van Van Leer in elkaar over en fysiek was er oorspronkelijk contact tussen beide parken door middel van een kleine ophaalbrug en een grote ophaalbrug. Aan de Amsterdamseweg staat een banpaal (monumentnummer 8140).

Park De Braak ligt in het noordwesten van Amstelveen, ten oosten en zuiden van de haakse bocht in de Amsterdamseweg. De begrenzing wordt gevormd door de tuinen van de op de Amsterdamseweg gerichte woningen aan de west- en noordwestzijde, door het terrein van de scouting aan de noordoostkant, de watergang langs de spoorlijn aan de westzijde en de watergang en het terrein van Van Leers Vatenfabriek aan de zuidzijde. De begrenzing is aangegeven op bijbehorende kaart.

Omschrijving

Het openbare WANDELPARK De Braak is opgebouwd rondom de plassen De Braak en De Doorbraak. De gebogen paden lopen afwisselend langs het water en door opgaande begroeiing en zijn voorzien van een halfverharding, vaak afgezoomd met takken. Het park is ruimtelijk evenwichtig opgebouwd met toepassing van grote groepen van, vaak inheemse, planten, en een sterke structuur van bomen en struiken.

Er zijn twee entreepaden aan de noordzijde, twee aan de westzijde, en één aan de oostzijde. De grootste, westelijk gelegen plas De Braak, is een veelvormige watervlakte met een omlijsting van afwisselende groepen beplanting. Vanuit de westelijk entree loopt een pad via bruggen en twee eilandjes vanuit de zuidwestelijke ingang richting de kwekerij in het noordwesten. De kwekerij wordt aan de parkzijde afgescheiden door een haag en aan de noordzijde door een watergang. In schalen (diameter circa een meter) zijn miniatuurvegetaties gemaakt. Verschillende stadia van het verlandingsproces worden hierin getoond. Naast educatie wordt de kwekerij gebruikt om beplanting voor de (Amstelveense) heemparken te vermeerderen en op te kweken.

Het pad leidt verder naar het oosten, naar de kleinere plas De Doorbraak. De beplanting in dit deel is een combinatie van inheemse met een meer 'exotische' beplanting zoals bijvoorbeeld Azalea (Rhododendron). Het pad langs de zuidzijde biedt zicht op het voormalige hoofdkantoor en park van Van Leers Vatenfabriek.

De in hoogte, textuur en kleur afwisselende beplanting en doorkijkjes naar het water zorgen voor een verrassende wandeling met een afwisseling van biotopen en sferen. De kruiden, heesters en bomen zijn direct vanaf het pad, van dichtbij, te bekijken. Sommige planten zijn zeldzaam geworden in de natuur. Waar de oevers beschoeiing nodig hebben (en de oever in het zicht ligt) is, de beschoeiing van takken en stammen vervaardigd.

Door de hoge (winter-)waterstand hebben bomen weinig ruimte om te wortelen en worden soms te zwaar of zakken scheef. Sommige bomen zijn om die reden gekandelaberd of geknot. Karakteristiek zijn de meerstammige bomen die natuurlijk uit kunnen groeien. Om verschillende soorten en volwassen bomen in het park te kunnen hebben wordt de grondwaterstand precies zo gehouden dat deze overleven. De verlaagde waterstand zorgt echter voor oxidatie en inklinking van de veenbodem waardoor deze periodiek aangevuld wordt.

De dynamiek van de beplanting is groot in een heempark. De kruiden en planten blijven niet vast op hun plek staan maar verspreiden zich door bijvoorbeeld uitzaaien en uitlopers. De continuïteit en intensiteit van het onderhoud heeft erin geresulteerd dat het park in goede staat verkeert.

Waardering

Het PARK De Braak is van algemeen en tuinhistorisch belang vanwege:

- het innovatieve karakter; de durf en creativiteit om een groot park te beplanten met wilde planten;

- de invloed op Nederlandse ontwerpers, beheerders en het publiek met betrekking tot het ontwerpen en tuinieren met wilde planten;

- de internationale waardering; - het belang binnen het oeuvre van C.P. Broerse;

- de goede architectonische en materiële staat;

- de uniciteit.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

De Braak is a public PARK with native planting, laid out in the first half of the twentieth century around an old peat lake of the same name.

The municipality of Nieuwer-Amstel was until the twenties of the twentieth century an agricultural municipality in a polder landscape with meadows. The village of Nieuwer-Amstel formed the core. Like the adjacent Amsterdam, the municipality of Nieuwer-Amstel came forward in this period with expansion plans. The municipality hoped to attract commuters by creating a green residential environment in Amstelveen.

The Standing Commission for Expansion Plans in North Holland had the task of steering the Amstelveen and Amsterdam expansion plans in the right direction. The Commission looked into the Nieuwer-Amstel expansion plan of 1924 as early as 1925. The Commission paid special attention to urban green and natural beauty. The master plan for the municipality of Nieuwer-Amstel was approved in 1935. In 1939 the municipality gave permission for the creation of the first heempark. With a view to providing employment, the municipal administration pressed for accelerated development of the public parks. In 1964 the name of the administrative area Nieuwer-Amstel changed to Amstelveen due to the growth of Amstelveen.

Department of Parks. In 1927 the 25-year-old gardener C.P. (Chris) Broerse (1902-1995) was appointed as municipal green manager. As early as 1931 he was promoted to director of the municipal Department of Parks and Zorgvlied Cemetery, established that same year, and oversaw the design and creation of new parks. In 1938 he received assistance from J. (Koos) Landwehr (1911-1996), who had to close his nursery due to the development of the Amsterdamse Bos. Landwehr was, in addition to plant expert, also a draughtsman and illustrated the botanical works he himself wrote. Broerse and Landwehr are the founders of a new naturalistic style that after 1945 had great influence in the Netherlands and internationally also represented a new direction in garden art.

Broerse developed into a productive designer; the majority of the parks and green spaces in Amstelveen are from his hand. In addition, he drew around 300 plans for the replanting of Walcheren in the period 1946-1954. Broerse achieved international breakthrough with his heemtuin at the International Horticultural Exhibition Floriade in Rotterdam (1960). In addition, he was for many years chairman of the Association of Dutch Garden Architects (BNT), and wrote many articles. He promoted working with native planting among colleagues from other municipalities. Broerse continued to work for the municipality of Amstelveen until his retirement. His work was awarded in 1976 with the J.T.P. Bijhouwer Prize for garden and landscape architecture for the "exceptionally creative and artistic qualities of his entire oeuvre". It was further noted: "Without, however, imitating the natural order, Mr. Broerse is able to find convincing solutions for ever different starting points. ... Because of this work of truly international calibre and because of his great knowledge of the Dutch flora and his use thereof, Mr. Broerse deserves the J.T.P. Bijhouwer Prize".

Origin of De Braak. In the late nineteenth century there were already various societies in the Netherlands for the study of flora and fauna. They had a small membership of academics and expert amateurs. From 1900 onwards the popularisation of botany and biology takes flight. Various publications appear (including De Levende Natuur and the Verkade albums) and the Dutch Natural History Society and the Society for the Preservation of Natural Monuments are established. It was (re)discovered that on sandy soils a different combination of plants grew than in peat or clay areas. The interest in the wild plant led to it finding a place in garden art from the twenties onwards.

Broerse presented the design drawings for the park development in the vicinity of the peat lake De Braak in autumn 1939, and development began that same year. It is the first project in which Broerse worked out his ideas about laying out a park on peat soil. The lake De Braak owes its origin to a breach in the old dike over which the Amsterdamseweg now runs. The design of De Braak comprised in 1939 the part directly around the lake. Virtually all existing lakes and waterways were utilised in the design. Partly because of the soft and wet soil, Broerse chose natural planting. For Broerse, silting up and peat formation were interesting processes. In his view, a heempark on lowland peat could best be built up from the water. The peat soil of the old shallow lake was approximately two metres thick with clay beneath. The dredged peat provided sufficient material for a light raising of the terrain. From the peat soil around the lake, the top layer was locally dug in so that the pure peat layer, which had previously lain below the groundwater, came to lie above. The paths were surfaced with reeds and dredgings and edged with branches. Floating bridges, likewise made of branches, formed a connection with the peninsula in the lake.

In spring 1941 the municipal council decided to expand the park development of De Braak to the east (to the railway line) with De Doorbraak, almost 4 hectares in size. First, adjacent to the Braak, a pond was dug towards the ring canal to the east of the Middelpolder, which increased the possibilities for drainage and disposal of excess water. The groundwater level was usually very high, but in summer the area was sometimes dry. A connecting culvert under the Amsterdamseweg ensured that water from the Buitendijkse Polder could be admitted during dry periods.

Broerse experimented with plants that were grouped together sociologically. It soon became apparent that changes took place quite differently than in nature. This led to the conclusion that maintaining virtually pure plant communities was not achievable. Broerse then decided that larger groups of the same species would be planted. The reduced competition between plants required less maintenance effort. Moreover, Broerse found that the groupwise mixing had greater appeal to the public. In this Broerse deviates from natural gardens (also called heemgardens) such as for example Thijsse's hof in Bloemendaal (1926) where the aim is to imitate the characteristic plant communities as naturally as possible. Nevertheless, the planting in De Braak is based on the natural plant communities of the lowland peat area, taking into account soil, water management and pH level. The native planting was divided into a number of layers, depending on groundwater level. A group of alders with underplanting for example gradually changed on a higher-lying part into a birch/willow wood. The highest-lying were the willow/poplar wood and the oak/hornbeam wood with species such as maple, beech and burning bush. In the water Broerse had white water lilies, yellow spatterdock and aquatic gentian planted. The banks were enriched with plants such as fringed water lily, mock pennyroyal, yellow iris, hairy willow herb, marsh marigold, marsh fern and creeping cinquefoil; wild plants with ornamental value.

Because planting could hardly be purchased, a nursery for own use was established. Plants are here not only propagated but also made suitable through selection for the desired places in the heemparks (also in the J.P. Thijssepark). The natural-looking park requires very intensive maintenance by specialised staff who constantly weigh where to let nature take its course and where to intervene. Weeds must be pulled by hand to preserve desired seedlings.

In 1957 Broerse designed on the south side of De Braak and visually adjoining, an 8-hectare heempark around the headquarters of the Van Leer Barrel Factory (designed by architect Marcel Breuer). The office with part of the park has been designated as a national monument (complex number 531203). Visually, De Braak and the Van Leer park merge into each other and physically there was originally contact between the two parks by means of a small drawbridge and a large drawbridge. On the Amsterdamseweg stands a bollard (monument number 8140).

Park De Braak is located in the northwest of Amstelveen, to the east and south of the right-angled bend in the Amsterdamseweg. The boundary is formed by the gardens of the dwellings facing the Amsterdamseweg on the west and northwest side, by the scouting terrain on the northeast side, the waterway along the railway line on the west side and the waterway and terrain of Van Leer Barrel Factory on the south side. The boundary is indicated on the accompanying map.

Description

The public WALKING PARK De Braak is built around the lakes De Braak and De Doorbraak. The curved paths run alternately along the water and through upright vegetation and are provided with semi-surfacing, often edged with branches. The park is spatially well balanced with the use of large groups of, often native, plants, and a strong structure of trees and shrubs.

There are two entrance paths on the north side, two on the west side, and one on the east side. The largest, westerly located lake De Braak, is a multiform water surface with a framing of alternating groups of planting. From the westerly entrance a path runs via bridges and two small islands from the southwest entrance towards the nursery in the northwest. The nursery is separated on the park side by a hedge and on the north side by a waterway. In basins (diameter approximately one metre) miniature vegetations have been created. Different stages of the silting-up process are shown in these. In addition to education, the nursery is used to propagate and cultivate planting for the (Amstelveen) heemparks.

The path continues further to the east, towards the smaller lake De Doorbraak. The planting in this part is a combination of native with more 'exotic' planting such as for example Azalea (Rhododendron). The path along the south side offers a view of the former headquarters and park of Van Leer Barrel Factory.

The planting varying in height, texture and colour and views towards the water provide a surprising walk with an alternation of biotopes and atmospheres. The herbs, shrubs and trees can be observed directly from the path, from close up. Some plants have become rare in nature. Where the banks require revetting (and the bank is in view), the revetting is made of branches and logs.

Due to the high (winter) water level trees have little room to root and sometimes become too heavy or lean over. Some trees have been pollarded or coppiced for this reason. Characteristic are the multi-stemmed trees that can grow naturally. In order to have various species and mature trees in the park, the groundwater level is kept precisely so that they survive. The lowered water level, however, causes oxidation and subsidence of the peat soil, which is periodically replenished.

The dynamics of the planting is great in a heempark. The herbs and plants do not remain fixed in their place but spread through for example self-seeding and runners. The continuity and intensity of maintenance has resulted in the park being in good condition.

Valuation

The PARK De Braak is of general and garden-historical importance because of:

- the innovative character; the courage and creativity to plant a large park with wild plants;

- the influence on Dutch designers, managers and the public with regard to designing and gardening with wild plants;

- the international recognition; - the importance within the oeuvre of C.P. Broerse;

- the good architectural and material condition;

- the uniqueness.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map