Rijksmonumentenregister · Netherlands
Schuilplaats, Rijksstraatweg bij 9
Nieuwersluis, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bomvrij militair object
- Function
- Schuilplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Rijksstraatweg bij 9, 3631 AA Nieuwersluis (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Nieuwersluis
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.17065, 5.01406
- Part of complex
- 531461
- Monument number
- 531462
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 19. Groepsschuilplaatsen type P.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P als aan een bestaande verdedigingslijn toegevoegde gewapend betonnen werken. Het betreft hier enige nog bestaande, aan de oostzijde van de Vecht gebouwde groepsschuilplaatsen die deel hebben uitgemaakt van de versterking van de hoofdverdedigingslijn van de Nieuwe Hollandse Waterlinie nabij Breukelen. Van eventuele toenmalige aard-, houten of betonnen werken, zoals gedekte wegen, loopgraven en dergelijke is weinig of niets meer aan de oppervlakte te herkennen. Een onbekend aantal exemplaren van de groepsschuilplaatsen is in de loop der jaren verloren gegaan door verschillende oorzaken. De Groepsschuilplaatsen Type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp (vooral) in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Ze komen in ieder geval in groten getale voor aan het Zuidfront van de zogenoemde Vesting Holland (aan de Nieuwe Merwede en het Hollandsch Diep) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie - toen het Oostfront van de Vesting Holland genoemd (onder meer in het gebied ten oosten van de Vecht, tussen Fort Rijnauwen en Fort Vechten (de Houtense Vlakte) en op en bij Fort Everdingen). Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan ongeveer 570 in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; het merendeel (ca. 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgerond en van een aantal exemplaren is bekend dat ze nooit zijn voltooid. Zo is een onbekend aantal slechts afsluitbaar gebleven door middel van houten deuren. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit de zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal nieuwe accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen en (geëlektrificeerde) spoorwegen. De Groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig soms voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de Groepschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten, in dijken of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een nu nog zichtbare paalfundering is toegepast; bij andere is een rondom uitstekende funderingsplaat of ook wel een trog tegen inundatiewater zichtbaar.
Omschrijving
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn éénlaagse, gewoonlijk in gewapend, ca. 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militair onderkomens, die beschutting konden bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 12-15 of W 21-28. In het Oostfront behoren de meeste tot de zwaarste klasse. De Groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten die uiteenlopen van ongeveer 5,50 x 7,20 x 4,70 m tot 6,50 x 8,20 x 4.90 (b x d x h). De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert echter. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette), meestal vierkante toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de Groepsschuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter zelden of nooit aangebracht. Het interieur van de Groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (eventueel met een betonnen keermuur of balustrade en enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar was door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden gedekt door een schietgat. De stalen deuren zijn in de praktijk overigens zelden of nooit aangebracht. De op ruim twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken of een steun voor de mitrailleur voor de bewaking van de ingang. De exemplaren in het complex Betonnen Werken tussen Fort Nieuwersluis en Fort Tienhoven zijn goed herkenbaar in het veld gesitueerd.
De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P van het Complex Betonnen Werken tussen Fort Nieuwersluis en Fort Tienhoven zijn van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).
Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940, namelijk tientallen manschappenschuilplaatsen van het type P (piramide).
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en vanwege de onderlinge functionele, functioneel-ruimtelijke en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar in lineair verband bewaard zijn gebleven.
* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de voornaamste fysieke kenmerken uit de bouwtijd herkenbaar aanwezig zijn gebleven.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 19. Group Shelters type P.
NEW HOLLANDSE WATERLINIE
Introduction
GROUP SHELTERS TYPE P as armed concrete works added to an existing defensive line. This concerns several still-existing group shelters built on the east side of the Vecht, which formed part of the reinforcement of the main defensive line of the Nieuwe Hollandse Waterlinie near Breukelen. Of any contemporary earthworks, wooden or concrete works such as covered ways, trenches and the like, little or nothing remains visible on the surface. An unknown number of examples of group shelters have been lost over the years for various reasons. The Group Shelters Type P were built in the years 1939-1940 in multiple locations in the Netherlands according to more or less uniform or standard designs. They occur in large numbers in particular on the South Front of the so-called Vesting Holland (on the Nieuwe Merwede and the Hollandsch Diep) and in various locations in the Nieuwe Hollandse Waterlinie - then called the East Front of Vesting Holland (among others in the area east of the Vecht, between Fort Rijnauwen and Fort Vechten (the Houtense Vlakte) and on and near Fort Everdingen). The total number of built examples is approximately 700, of which about 570 in the Nieuwe Hollandse Waterlinie; the majority (approximately 400) of these still exist. The building programme for Group Shelters Type P had not been completed at the outbreak of the Second World War and a number of examples are known never to have been completed. Thus an unknown number remained closable only by means of wooden doors. Type P (also called 'the pyramid' due to its distinctive shape) is presumably the most well-known type of concrete defensive work in the Netherlands. The type emerged from the so-called VIS 77 (Regulation for Setting Up Positions no. 77), from 1928, and had among other purposes the function of forming part of the defence of a number of new accesses, particularly (motorway) roads and (electrified) railways. The Group Shelter Type P usually came into existence in the immediate vicinity of already-existing or contemporaneously-realised casemates, gun positions, fortifications or trenches. Because the trenches and other earthworks were subsequently levelled or demolished in most places, the concrete shelters nowadays sometimes lie partly below ground level. The front face or forward-facing side of the Group Shelters Type P, which was entirely closed from the outset, was in many cases covered by earthworks that could form part of a glacis to protect the trench or a covered way. These earthworks are now usually no longer present or can still only be recognised with difficulty, but particularly on forts, in dykes or in otherwise uneven terrain they are sometimes still present. Numerous examples of Type P were built in inundatable areas, in some cases still showing visible piled foundations; in others a surrounding projecting foundation plate or also a trough against inundation water is visible.
Description
GROUP SHELTERS TYPE P are single-storey, usually executed in reinforced cast concrete approximately 100 to 180 cm thick, grenade-proof military shelters, which could provide protection for 10-12 infantrymen / artillerymen, with protection class W 12-15 or W 21-28. On the East Front, most belong to the heaviest class. The Group Shelters Type P were built on a rectangular ground plan, with measurements ranging from approximately 5.50 x 7.20 x 4.70 m to 6.50 x 8.20 x 4.90 m (width x depth x height). The visible height above ground level varies, however. Both blind side walls and the rear wall are executed vertically up to approximately 3 m height. Above this, these walls bend inward at approximately 45 degrees, before subsequently transitioning into a flat roof. On the right side of the rear wall is an access opening (later either open or filled in), usually square, at locally varying height above ground level. The entirely vertical, closed front wall reflects the 45 degree angles and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases, iron hooks or brackets were cast into the wall(s) that could serve for securing camouflage material. A characteristic component on top of the Group Shelter type P is the conical concrete 'outlet', which was intended for the use of a periscope. These periscopes were in practice, however, rarely or never installed. The interior of the Group Shelters Type P consists of a short corridor (possibly with a concrete retaining wall or balustrade and several descending steps) and from there a 'vestibule' directing to the left that could be sealed by a heavy steel door (consisting of multiple parts). Via a second similar door, a rear, virtually square space could be reached to the right, the actual shelter. Access could be covered from this space by a loophole. The steel doors were in practice, however, rarely or never installed. The ceilings situated at just over two metres above floor level are flat and rectangular. In a number of cases, interior components still remain present, such as (remains of) wooden benches or a support for the machine gun for guarding the entrance. The examples in the complex Concrete Works between Fort Nieuwersluis and Fort Tienhoven are clearly recognisable in the field.
The GROUP SHELTERS TYPE P of the Complex Concrete Works between Fort Nieuwersluis and Fort Tienhoven are of general importance because of:
* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realised from 1815 by him, Jan Blanken and Major-Engineer Willem Offerhaus and subsequently reinforced and improved by others for approximately 125 years.
* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building art, which was based on the system of 'living' field fortification in depth (20th century).
This concerns components from the period 1939-1940, namely dozens of men's shelters of type P (pyramid).
* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie in general and because of the mutual functional, functionally-spatial and physical coherence with the remaining components of the complex.
* The components are representative (characteristic) because they have been preserved in a clearly recognisable linear relationship.
* The components are reasonably well preserved because the principal physical characteristics from the construction period have remained recognisable.
Nearby in the register
- Historische aanleg, Zandpad 48Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Zandpad bij 48Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Boerderij, Zandpad 53Boerderijunder 1 mi
- Bijgebouwen kastelen enz., Zandpad 51Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.