Rijksmonumentenregister · Netherlands
Schuilplaats, Betonnen werken Muiderberg Muiderberg (Gooise meren 27)
Muiderberg, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bomvrij militair object
- Function
- Schuilplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1939 - 1940
- Address
- Betonnen werken Muiderberg Muiderberg (Gooise meren 27)
- Place
- Muiderberg
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.32277, 5.11441
- Part of complex
- 531315
- Monument number
- 531316
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "Sleeswijk's kaart van Gooi- en Eemland : voor wandelaars, wielrijders en automobilisten : naar officieele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 1. Groepsschuilplaatsen Type P.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn twintigste-eeuwse, in serie gebouwde toevoegingen aan de bestaande verdediging. De groepsschuilplaatsen binnen het complex Betonnen Werken Muiderberg liggen op verschillende plaatsen ten noorden, oosten en zuiden van Muiderberg. Groepsschuilplaatsen type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp (vooral) in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan in de Nieuwe Hollandse Waterlinie ongeveer 570; het merendeel (circa 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgerond en van een aantal exemplaren is bekend dat ze nooit zijn voltooid. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit de zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal bestaande en nieuwe accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen en (geëlektrificeerde of te elektrificeren) spoorwegen. De groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig nogal eens voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de groepsschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er bestaan diverse varianten van het Type P, zowel qua maatvoering en dekkingsklasse als in uitvoering en detaillering. Zo zijn er exemplaren gebouwd in de dekkingsklassen W 15-21 en W 21-28 bij maten die uiteenlopen van circa 5.50 bij 7.20 bij 4.70 meter tot 6.50 bij 8.20 bij 4.90 meter (breedte maal diepte maal hoogte). Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een zichtbaar geworden paalfundering is toegepast, terwijl vaak een keermuur en incidenteel een trog met trap ter kering van inundatiewater is ingebracht in de dan hoog gelegen, vierkante toegang en bij nog weer andere is een rondom uitstekende betonnen funderingsplaat aanwezig.
Omschrijving
De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P liggen ten zuiden van het dorp Muiderberg aan de rand van het voormalige inundatiegebied, ten oosten van het dorp en als lineair stelsel langs het IJsselmeer. Ook aan de noordzijde van het dorp resteert een aantal groepsschuilplaatsen van het type P. Ze zijn één bouwlaag hoog, gewoonlijk in gewapend, circa 1.00 tot 1.80 meter dik gietbeton uitgevoerd en vormden een granaatvrij, militair onderkomen, dat beschutting kon bieden aan tien tot twaalf manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 12-15 of W 21-28. In het Oostfront behoren de meeste tot de zwaarste klasse. De groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten die uiteenlopen van ongeveer 5.50 bij 720 bij 4.70 meter tot 6.50 bij 8.20 bij 4.90 meter (breedte maal diepte maal hoogte). De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert echter. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3.00 meter hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 graden naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette), meestal vierkante toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter zelden of nooit aangebracht. Het interieur van de groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar moest zijn door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur met grendels. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden bestreken door een geweerschietgat. De stalen deuren zijn echter zelden of nooit geplaatst en de ingangen zijn later vaak dichtgezet met baksteen en gepleisterd. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken of een steun voor het vuurwapen voor de bestrijking van de ingang.
Waardering
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.
* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.
* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (twintigste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (twintigste eeuw) c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (twintigste eeuw)
Het betreft hier voorbeelden van gewapend betonnen manschappenschuilplaatsen, zonder aarden dekking, uit de periode 1939-1940.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als onderdeel van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.
* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard en laten zich als gebouwde onderdelen nog goed in het veld herkennen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 1. Group shelters Type P.
NEW HOLLAND WATERLINE
Introduction
GROUP SHELTERS TYPE P are twentieth-century, series-built additions to existing fortifications. The group shelters within the complex Concrete Works Muiderberg are located at various points to the north, east and south of Muiderberg. Group shelters type P were built according to a more or less uniform standard design (mainly) in the years 1939-1940 at multiple locations in the Netherlands. The total number of built examples is approximately 700, of which approximately 570 in the New Holland Waterline; the majority (approximately 400) of these still exist. The building programme of the group shelters Type P had not been completed at the outbreak of the Second World War and it is known of a number of examples that they were never finished. Type P (also known as 'the pyramid' because of its distinctive shape) is presumably the most well-known type of concrete fortification in the Netherlands. The type originated from the so-called VIS 77 (Fortification Instruction Regulation no. 77), from 1928, and had among other purposes the role of forming part of the defence of a number of existing and new accesses, including especially (motor) roads and (electrified or to be electrified) railways. The group shelter Type P usually came into being in the immediate vicinity of already existing or contemporaneously realised casemates, gun emplacements, fortifications or trenches. Because the trenches and other earthworks were later almost everywhere levelled or demolished, the concrete shelters nowadays often lie partly below ground level. The front side or frontal side of the group shelters Type P, which was traditionally entirely closed, was in many cases covered by earthworks which could form part of a glacis for the protection of the trench or a covered way. These earthworks are now mostly no longer present or only with difficulty recognisable, but particularly on forts or in otherwise uneven terrain they are sometimes still present. There are various variants of Type P, varying in dimensions and cover rating as well as in execution and detailing. Thus there are examples built in cover ratings W 15-21 and W 21-28 in dimensions ranging from approximately 5.50 by 7.20 by 4.70 metres to 6.50 by 8.20 by 4.90 metres (width by depth by height). Numerous examples of Type P were built in inundatable areas, whereby in a number of cases a visible pile foundation was applied, while often a water barrier and occasionally a trough with stairs for keeping out inundation water was incorporated in the then elevated, square entrance, and in yet others a surrounding protruding concrete foundation slab is present.
Description
The GROUP SHELTERS TYPE P are located to the south of the village of Muiderberg at the edge of the former inundation area, to the east of the village and as a linear system along the IJsselmeer. Also on the north side of the village a number of group shelters of type P remain. They are one storey high, usually executed in reinforced concrete, approximately 1.00 to 1.80 metres thick, and formed a shrapnel-proof military shelter that could provide protection for ten to twelve infantrymen/artillerymen, with cover rating W 12-15 or W 21-28. On the East front, most belong to the heaviest class. The group shelters Type P are built on a rectangular ground plan, with dimensions ranging from approximately 5.50 by 7.20 by 4.70 metres to 6.50 by 8.20 by 4.90 metres (width by depth by height). The visible height above ground level varies, however. Both blind side walls and the gorge side are executed vertically to a height of approximately 3.00 metres. Above this these walls slope inward at an angle of approximately 45 degrees, then transition into a flat roof. On the right in the gorge side is an (later either sealed or left open) usually square entrance opening at locally varying height above ground level. The entirely vertical, closed frontal side reflects the 45 degree angles and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases iron hooks or brackets were cast into the wall(s) that could serve for the attachment of camouflage material. A characteristic component on top of the type P shelter is the conical concrete 'outlet' that was intended for the use of a periscope. In practice, however, these periscopes were rarely or never installed. The interior of the group shelters Type P consists of a short corridor (usually with a concrete water barrier or balustrade and generally several descending steps) and from there a 'lock' directed to the left that was to be closeable by a (multi-part) heavy steel door with bolts. Via a second similar door, a space to the right could be reached, the actual shelter located behind. The entrance could be swept from this space by a rifle loophole. However, the steel doors were rarely or never installed and the entrances were later often sealed with brick and plastered. The ceilings located at approximately two metres above floor level are flat and rectangular. In a number of cases interior components are still present, such as (remains of) wooden benches or a support for the firearm for sweeping the entrance.
Valuation
GROUP SHELTERS TYPE P are of general importance by reason of:
* Cultural-historical values as part of the New Holland Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially built from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.
* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of an interconnected system of inundation areas and associated inundation means and fields of fire. This system was supplemented with various types of built or laid fortification works from different periods that served or contributed to the closure of terrain not to be inundated or other accesses.
* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based on: a. the system of inundation and access defence (twentieth century), b. the race with increasingly powerful offensive means (twentieth century), c. the system of 'live' field fortification in depth (twentieth century)
These are examples of reinforced concrete enlisted-men shelters, without earth cover, from the period 1939-1940.
* Ensemble value and situational values as components of the New Holland Waterline. Also by reason of the functional and physical coherence with the remaining components of the complex.
* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognisable as additions to the existing fortification system as part of a deconcentrated defence line.
* The components are reasonably well preserved and as built components are still easily recognisable in the field.
Nearby in the register
- Kazemat (B10), Betonnen werken Muiderberg Muiderberg (Gooise meren 27)Kazematunder 1 mi
- Het RechthuisKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- AmeliaWoonhuisunder 1 mi
- Begraafplaats en -onderdelen, Googweg 6Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.