TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kazemat, Houten Houten

Houten, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kazemat
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1918
Address
Houten Houten
Place
Houten
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.05056, 5.13573
Part of complex
531105
Monument number
531106

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1902 map "Chromo-topographische kaart voor het Garnizoen Utrecht / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 48.

Inleiding

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I in het gebied rond de forten bij Vechten en bij 't Hemeltje als onderdeel van lineaire en accesverdediging op basis van loopgravenstelsels, gedekte wegen en dergelijke. Schuilplaatsen Type 1918/I en Type 1918/II zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp in 1918 op meerdere plaatsen in West-Nederland gebouwd. Beide typen komen in ieder geval voor binnen de Stelling van Amsterdam (onder meer bij Spaarndam) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (onder meer bij Naarden, bij Fort Everdingen en in het gebied tussen het Fort bij Rijnauwen en het Fort bij Vechten (= de Houtense Vlakte). De meeste nog bestaande exemplaren op de Houtense Vlakte laten zich in het veld gemakkelijk herkennen, waardoor dit complexonderdeel als typerend kan worden beschouwd. Het totaal aantal gebouwde exemplaren in de Nieuwe Hollandse Waterlinie bedraagt ongeveer 225; het merendeel (ca. 165) hiervan bestaat nog. De grootste concentratie van schuilplaatsen Type 1918/I en /II bevindt zich op de Houtense Vlakte, waar er 147 zijn gerealiseerd. De schuilplaats Type 1918/I (ca. 125 stuks) kwam meestal tot stand aan de voorste van dubbele loopgraafstelsels. De schuilplaats Type 1918/II (ca. 100 stuks) is meestal gebouwd langs de achterste loopgraaf. Doordat de loopgraven en andere aardwerken later vrijwel overal zijn geëffend, liggen de (toegangen van de) betonnen schuilplaatsen tegenwoordig bijna altijd voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten frontzijde van de groepschuilplaatsen was gewoonlijk geheel gedekt door aardwerken die deel uitmaakten van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of van een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of slechts met moeite herkenbaar. In een aantal gevallen is de aanaarding aan de frontzijde of de flank in de jaren 1936-1938 met opzet (slechts ten dele) verwijderd of opnieuw aangebracht om de toen 20 jaar oude schuilplaatsen Type 1918/I en 1918/II om te vormen tot mitrailleurkazematten. Van dergelijke omgebouwde exemplaren zijn er tientallen aanwezig in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van de Typen 1918/I en 1918/II bestaan varianten, die zich onder meer laten herkennen in de hellingshoek van de keelzijde en door verschillend uitgevoerde toegangsopeningen. Een aantal nog bestaande objecten binnen het cluster Tussenstelling 't Hemeltje-Vechten bevindt zich thans tussen latere bebouwing.

Omschrijving

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn éénlaagse, gewoonlijk in ca. 100 cm dik gewapend gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 8 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 15-21. De schuilplaatsen 1918/I zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten van ongeveer 5,00 x 5,50 x 3,70 m, (b x d x h) waarvan de basis zelden zichtbaar is. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert. De beide blinde zijgevels en de gesloten voorzijde / frontzijde zijn verticaal uitgevoerd, om met een scherpe knik over te gaan in het naar achteren iets oplopende dakvlak. Dit dakvlak daalt na een stompe hoek onder een helling van ongeveer 45 0 naar de vaak niet, of maar ten dele zichtbare, lage, verticale gevel aan de keelzijde. Een variant van Type 1918/I kent hier een minder steile helling. In een aantal gevallen zijn in de gevels ijzeren haken meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. De schuilplaatsen Type 1918/I zijn als monolithische betonnen werken geconstrueerd en zijn slechts via één toegangsopening, aan de loopgraafzijde - de keelzijde - toegankelijk geweest. Deze excentrisch, rechts in de gevel gelegen toegangen zijn omgeven door een verdikte betonnen omlijsting, die in hetzelfde vlak als het achterste, schuin verlopende dakvlak is aangebracht. In deze omlijstingen komen variaties voor, onder meer met een verzwaring aan de bovenzijde. De laag uitgevoerde toegangen zijn later meestal dichtgezet door middel van metselwerk of beton, maar ook met puin volgestopte exemplaren komen voor. In enkele gevallen zijn de schuilplaatsen nog open of opnieuw geopend. (Resten van) deuren of luiken zijn niet aangetroffen en zijn in elk geval uiterst schaars; wel bevinden zich nog ijzeren haken in de plafonds bij de toegangen, waarin vermoedelijk ijzeren luiken konden worden gehangen. In een aantal gevallen is in de jaren 1936-1938 aan de voorzijde, overhoeks of opzij een extra gevelopening gemaakt om als schietgat voor een mitrailleur te dienen. Hiermee veranderde de functie van zo'n werk van schuilplaats in die van mitrailleurkazemat. Het interieur van de schuilplaatsen Type 1918/I bestaat uit een ongeveer voor de helft beneden het huidige maaiveld gelegen, rechthoekige ruimte, die in gebukte houding via de in de hoek gelegen betonnen trap van enkele treden bereikbaar is. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen, ongeveer een meter dikke plafonds lopen aan de voorzijde iets gebogen af.

Waardering

SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de en 20ste eeuw) c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw)

Het betreft hier onderdelen uit de periode 1914-1918. Deze onderdelen zijn voorbeelden van gewapend betonnen schuilplaatsen.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder als een met een loopgravenstelsel samenhangend relict.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als onderdeel van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.

* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard en laten zich als gebouwde onderdelen nog goed in het veld herkennen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 48.

Introduction

SHELTERS TYPE 1918/I in the area around the forts at Vechten and at 't Hemeltje as part of linear and access defence based on trench systems, covered roads and the like. Shelters Type 1918/I and Type 1918/II were built in 1918 at multiple locations in western Netherlands according to a more or less uniform or standard design. Both types occur in any case within the Amsterdam Fortification Line (among others at Spaarndam) and at various locations in the New Holland Water Line (among others at Naarden, at Fort Everdingen and in the area between the Fort at Rijnauwen and the Fort at Vechten (= the Houtense Vlakte). Most surviving specimens on the Houtense Vlakte can be easily recognised in the field, which means this complex component can be regarded as typical. The total number of built specimens in the New Holland Water Line amounts to approximately 225; the majority (ca. 165) of these still exist. The largest concentration of shelters Type 1918/I and /II is located on the Houtense Vlakte, where 147 were constructed. The shelter Type 1918/I (ca. 125 pieces) usually came about on the front of double trench systems. The shelter Type 1918/II (ca. 100 pieces) was usually built along the rear trench. Because the trenches and other earthworks were later levelled almost everywhere, the (entrances of the) concrete shelters nowadays lie almost always partly below ground level. The wholly enclosed front side of the group shelters was usually completely covered by earthworks that formed part of a glacis to protect the trench or a covered road. These earthworks are nowadays mostly no longer present or recognisable only with difficulty. In a number of cases the soil covering on the front side or the flank was in the years 1936-1938 deliberately (only partly) removed or newly applied to convert the then 20-year-old shelters Type 1918/I and 1918/II into machine gun casemates. Dozens of such converted specimens are present in the New Holland Water Line. Variants of Types 1918/I and 1918/II exist, which can be recognised among other things in the slope angle of the throat side and through differently executed entrance openings. A number of surviving objects within the cluster Intermediate Position 't Hemeltje-Vechten are now located among later buildings.

Description

SHELTERS TYPE 1918/I are single-storey, usually executed in ca. 100 cm thick reinforced cast concrete, grenade-proof, military shelters, which could provide protection for 8 infantrymen / artillerymen, at protection class W 15-21. The shelters 1918/I were built on a rectangular ground plan, with dimensions of approximately 5.00 x 5.50 x 3.70 m, (w x d x h), of which the base is rarely visible. The visible height above ground level varies. Both blind side gables and the enclosed front / front side are executed vertically, to transition with a sharp angle to the roof plane sloping slightly backwards. This roof plane descends after a blunt angle under a slope of approximately 45° towards the often not, or only partly visible, low, vertical gable on the throat side. A variant of Type 1918/I has a less steep slope here. In a number of cases iron hooks were cast into the gables that could serve for the attachment of camouflage material. The shelters Type 1918/I were constructed as monolithic concrete works and were accessible only via one entrance opening, on the trench side - the throat side. These eccentrically, right-positioned entrances in the gable are surrounded by a thickened concrete frame, which is arranged in the same plane as the rear, sloping roof plane. Variations occur in these frames, among other things with a reinforcement at the top. The low-positioned entrances were later usually closed off by means of masonry or concrete, but specimens stuffed with rubble also occur. In some cases the shelters are still open or have been reopened. (Remains of) doors or shutters have not been found and are in any case extremely rare; however, iron hooks still remain in the ceilings at the entrances, in which iron shutters could presumably be hung. In a number of cases in the years 1936-1938 an extra gable opening was made at the front, diagonally or to the side to serve as a loophole for a machine gun. This changed the function of such a work from shelter to that of machine gun casemate. The interior of the shelters Type 1918/I consists of a rectangular space, approximately half of which lies below the current ground level, which is accessible in a crouched position via the concrete stair of a few steps located in the corner. The ceilings, located at approximately two metres above floor level, approximately one metre thick, curve off slightly at the front.

Evaluation

SHELTERS TYPE 1918/I are of general importance by reason of:

* Cultural-historical values as part of the New Holland Water Line as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially constructed from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of a coherent system of inundation fields and associated inundation means and field of fire. This system was supplemented with diverse types of built or constructed (defence) works dating from different periods that served to or contributed to the closure of non-inundatable areas or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building, based on: a. the system of inundation and access defence (19th and 20th century), b. the race with strengthening offensive means (19th and 20th century) c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century)

These are components from the period 1914-1918. These components are examples of reinforced concrete shelters.

* Ensemble value and situational values as part of the New Holland Water Line. Also by reason of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular as a relic associated with a trench system.

* The components are representative (characteristic) because they are clearly recognisable as components added to the existing fortification system as part of a deconcentrated defence line.

* The components are reasonably well preserved and can still be easily recognised in the field as built components.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map