Rijksmonumentenregister · Netherlands
Historische aanleg, Bunnikseweg bij 39
De Bilt, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Tuin, park en plantsoen
- Function
- Historische aanleg
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1887
- Address
- Bunnikseweg bij 39, 3732 HV De Bilt
- Place
- De Bilt
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.08923, 5.19394
- Part of complex
- 514651
- Monument number
- 529157
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Onderdeel 1
Omschrijving
HISTORISCHE PARKAANLEG, in late-landschapsstijl naar ontwerp van (tuin)architect I.H.J. van Lunteren uit 1887. Van Lunteren respecteerde in het ontwerp de van oorsprong middeleeuwse omvang, evenals de uit dezelfde tijd stammende verkaveling. Daarnaast liet hij ook een aantal elementen uit de achttiende eeuwse formele aanleg intact. Onder laatstgenoemde vallen de boomgaard ten oosten van het huis, de moestuinen ten westen van het huis en de zichtas ten zuiden en noorden van het huis.
De hoofdentree tot de buitenplaats bevindt zich in de noordwest hoek. Een geasfalteerde oprijlaan leidt door een bebost terrein en loopt langs de tuinmanswoning met oranjerie (rechterzijde), vervolgens langs de tuinmuur van de moestuinen (rechterzijde) en het koetshuis (linkerzijde). Na het koetshuis buigt de oprijlaan naar het zuiden af. Hier bevindt zich een rechter aftakking naar de moestuinen en een linker aftakking die de noordelijke zichtas op het landhuis doorkruist, om vervolgens weer met de oprijlaan samen te komen. De oprijlaan zelf maakt na genoemde vertakkingen een halve cirkelvormige bocht vlak voor het landhuis. Na het landhuis loopt de oprijlaan langs de noordelijk grens en voert langs een dienstwoning en een gemetselde boogbrug. Aan de rechterzijde ligt de voormalige boomgaard. Hierna is de weg onverhard en vormde oorspronkelijk onderdeel van een hieronder genoemde rondwandeling.
De aanleg van het park is hoofdzakelijk gecomponeerd ten zuiden van het landhuis en beslaat ongeveer een kwart van de totale oppervlakte. Het belangrijkste en tevens meest gave element hierin vormt de uit de achttiende eeuw stammende zichtas (volgens de tekening van Armauer uit 1778, oorspronkelijk een met bomen beplante zichtlaan) ten zuiden van het huis, die tot aan de zuidgrens van het landgoed loopt. De naar het zuiden toe enigszins wijder wordende zichtas is aan weerszijden begrensd door bospartijen, waarbij de randen geaccentueerd worden door diverse boomsoorten (waaronder rode en groene beuken, eiken en taxussen). Het open terrein van de zichtas is in de nabijheid van het huis voorzien van welbewust geplaatste solitairen (rode beuk en taxus) die de dieptewerking versterken. Het meest zuidelijk deel van de zichtas doorkruist een nagenoeg open gebied.
De zichtas wordt halverwege door een slingervijver doorkruist die naar het westen toe in het parkbos verdwijnt om uiteindelijk in noordelijke richting af te buigen, waarna deze uitmondt op een kavelsloot die de moestuinen omgrenst. In het westelijk gelegen parkbos heeft de vijver een thans drooggevallen noordelijke aftakking. De slingerpaden die Van Lunteren in dit parkbos heeft aangelegd zijn vrijwel allemaal verdwenen. Van het negentiende eeuwse padenpatroon resteert slechts een beperkt deel en heeft bovendien tijdens de reorganisatie van 1980 door Copijn grotendeels een andere loop gekregen. Het zuidelijk deel van het parkbos heeft tegenwoordig een moerassig karakter waar, na de storm van 25 januari 1990, een `pad op palen' is aangelegd dat onderdeel vormt van een door het Utrechts Landschap gemaakte rondwandeling. Via een omweg komt dit nieuwe pad uit op een van oorsprong negentiende eeuws pad ten oosten van de zichtas. Dit pad eindigt uiteindelijk ten oosten van het landhuis.
Vanwege de historische eenheid van het landgoed vallen ook die delen zonder duidelijke parkstructuren onder de bescherming. Deze fungeren tegenwoordig als natuur- of stiltegebieden (waaronder vogelbroedplaatsen) die slechts gedeeltelijk toegankelijk zijn. Ten oosten van het landhuis bevindt zich een langgerekt, door kavelsloten omgrensde rechthoekige kavel, waarop zich sinds de achttiende eeuw een boomgaard bevond (zie ook hierboven). Meer naar het oosten bevindt zich een kavel met jonge boomaanplanten uit 1989. De begrenzing van het landgoed bestaat met uitzondering van de noordelijk zijde uit een smalle strook met verwilderde struikbegroeïing en bomen. Van Lunteren ontwierp langs deze grens een rondwandeling, waarmee hij de oorspronkelijke omvang als gevolg van de middeleeuwse ontginnningen respecteerde en de historisch gegroeide eenheid van het terrein benadrukte. De rondwandeling is in aanzet nog aanwezig, maar door wildgroei en drassigheid van het terrein is deze nagenoeg ontoegankelijk. De archeologische importantie van het zuidelijke deel van het landgoed wordt nog eens benadrukt door een in de jaren tachtig en negentig uitgegraven meander van de Oude Rijn.
Waardering
De in late-landschapsstijl uitgevoerde parkaanleg van de historische buitenplaats Oostbroek, met elementen uit de achttiende eeuwse formele aanleg, is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde vanwege de lange en opmerkelijke ontwikkelingsgeschiedenis in relatie met de middeleeuwse ontginningen en de transformatie tot particuliere buitenplaats vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw. Tevens vanwege de tuinarchitectuurhistorische waarde als voorbeeld van een parkaanleg in late-landschapsstijl en als onderdeel in het oeuvre van I.H.J. van Lunteren.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Component 1
Description
HISTORICAL PARK LAYOUT, in late landscape style according to the design of (garden) architect I.H.J. van Lunteren from 1887. Van Lunteren respected in his design the originally medieval extent, as well as the subdivision dating from the same period. Furthermore, he also left intact a number of elements from the eighteenth-century formal layout. Among the latter are the orchard to the east of the house, the vegetable gardens to the west of the house and the sight lines to the south and north of the house.
The main entrance to the country estate is located in the northwest corner. A tarmacked drive leads through wooded terrain and runs past the gardener's house with orangery (right side), then past the vegetable garden wall (right side) and the coach house (left side). After the coach house the drive turns southward. Here there is a right branch toward the vegetable gardens and a left branch that crosses the northern sight line to the manor house, then rejoins the drive. The drive itself makes a semicircular curve just in front of the manor house after the aforementioned branches. After the manor house the drive runs along the northern border and leads past a service dwelling and a brick arch bridge. On the right side lies the former orchard. After this the road is unsurfaced and originally formed part of a circumnavigation walk mentioned below.
The layout of the park is composed mainly to the south of the manor house and covers approximately a quarter of the total area. The most important and best-preserved element within it is the sight line dating from the eighteenth century (according to the drawing by Armauer from 1778, originally a tree-lined avenue of vision) to the south of the house, which extends to the southern boundary of the estate. The sight line, which becomes somewhat wider toward the south, is bounded on both sides by wooded areas, with the edges accentuated by various tree species (including red and green beeches, oaks and yews). The open terrain of the sight line is, in the vicinity of the house, provided with deliberately placed specimens (red beech and yew) that enhance the sense of depth. The most southern part of the sight line crosses an almost open area.
The sight line is crossed halfway by a winding pond that disappears toward the west into the park woodland and ultimately bends in a northerly direction, after which it opens into a field ditch that bounds the vegetable gardens. In the westerly located park woodland the pond has a now dried-up northern branch. The winding paths that Van Lunteren laid out in this park woodland have almost all disappeared. Of the nineteenth-century path pattern only a limited part remains and has moreover largely acquired a different course during the 1980 reorganisation by Copijn. The southern part of the park woodland nowadays has a marshy character where, after the storm of 25 January 1990, a 'boardwalk' has been laid out that forms part of a circumnavigation walk created by the Utrechts Landschap. Via a detour this new path emerges onto one of the originally nineteenth-century paths to the east of the sight line. This path ultimately ends to the east of the manor house.
On account of the historical unity of the estate, those parts without clear park structures also fall under protection. These nowadays function as nature or quiet areas (including bird-breeding sites) which are only partially accessible. To the east of the manor house there is an elongated rectangular plot bounded by field ditches, on which since the eighteenth century an orchard has been located (see also above). Further to the east there is a plot with young tree plantings from 1989. The boundary of the estate consists, with the exception of the northern side, of a narrow strip with wild shrubby growth and trees. Van Lunteren designed a circumnavigation walk along this boundary, with which he respected the original extent as a result of the medieval land clearances and emphasised the historically established unity of the terrain. The circumnavigation walk is present in outline, but due to wild growth and waterlogging of the terrain it is now almost inaccessible. The archaeological importance of the southern part of the estate is further emphasised by a meander of the Oude Rijn excavated in the 1980s and 1990s.
Valuation
The park layout of the historic country estate Oostbroek, executed in late landscape style, with elements from the eighteenth-century formal layout, is of general importance on account of its cultural-historical value because of the long and remarkable development history in relation to the medieval land clearances and the transformation into a private country estate from the second half of the seventeenth century. Also on account of its garden-architectural-historical value as an example of a park layout in late landscape style and as a component in the oeuvre of I.H.J. van Lunteren.
Nearby in the register
- OostbroekKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Koetshuis(L), Bunnikseweg 25Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- OostbroekTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Boerderij, Bisschopsweg 2Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.