Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kazemat (B10), Aan de voorzijde van het eerste bastion Rhenen
Rhenen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kazemat
- Function
- Kazemat (B10)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1939 - 1940
- Address
- Aan de voorzijde van het eerste bastion Rhenen
- Place
- Rhenen
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.95063, 5.60648
- Part of complex
- 528648
- Monument number
- 528650
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
De Grebbelinie is een waterlinie van ongeveer 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.
De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.
Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.
De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.
Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.
Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.
Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.
Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.
De kazemat is in 1939-1940 gebouwd op het eerste van de drie bastions aan de Grebbe in het kader van de versterking van de Valleistelling
Omschrijving:
In 1939-1940 aangelegd VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit een betonnen mitrailleurkazemat van het type S3. De kazemat is gebouwd in het kader van de versterking van de Valleistelling en bevindt zich aan op en in de voorzijde van het eerste bastion.
Het betreft hier een lichte kazemat van het type S3 of Stekelvarken 3 genoemd vanwege de ijzeren pennen aan de buitenzijde waaraan camouflagemateriaal kon worden bevestigd en de drie schietgaten. De kazemat was bedoeld voor één lichte mitrailleur ten behoeve van frontaal en flankerend vuur. De drie schietgaten hadden samen een schootsveld van 110 graden. De twee ongebruikte schietgaten konden desgewenst worden afgesloten met een luik van 2cm staal. Er waren geen voorzieningen voor observatie. De kazemat heeft een rechthoekige plattegrond met een rechte voor- en achterzijde. De afmetingen zijn: achterzijde 5,20 meter, zijzijden recht 1 meter, zijzijden schuin 2 meter en voorzijde 2,50 meter. De hoogte inclusief vloerplaat is 3 meter. De kazemat bestaat enkel uit een gevechtsruimte met een achteruitgang, drie geweerschietgaten en heeft muren van 80 cm gewapend beton. In de omtrek van het dak zijn afschuiningen gemaakt om het afschampen van granaten te bewerkstelligen.
Waardering:
De kazemat is van algemeen belang vanwege:
Cultuurhistorische waarde door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, most of the line embankment, the weirs and the earthen defensive works have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line had to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for military personnel was built in the Grebbelinie.
The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be halted. The Grebbelinie was intended to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the line using vessels. At locations that were too high to be inundated, defensive works were erected. In laying out the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. In order to flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 compartments. The water was held back in each compartment by means of a weir that ran across the line embankment.
After occasional fortifications had been laid out in this area since the end of the 16th century, in 1744 a start was made, on the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, on the construction of the earthen embankment that would later become the Grebbelinie dike. The embankment had to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, the plan provided, on account of the difference in height between the Nederrijn and the Zuiderzee, for the construction of weirs or cross-dikes that could hold back the water. In this way, a series of water-filled compartments was created, which descended further northward like a series of steps. In total, eight weirs were constructed to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786 further fortifications were laid out.
The first time the line was put on alert was in 1793 when France declared war on the Netherlands. The water level in the Rhine at that time was, however, too low to flood the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that time. However, when the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be flooded. But a severe frost period in early 1795 meant that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.
Ultimately, the French gave the line its final form in 1799. They devoted much attention to improving the defence of the weirs and laid out earthen outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that there was no longer any danger from the east, the Grebbelinie was decommissioned as a defensive work.
It was not until 1846 that the importance of the Grebbelinie for national defence was recognised again. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, this was laid across the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie was to be one of the most important defensive lines of our country. Following this, new dam sluices were installed in the most important weirs, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866 the Omleidingskanaal was laid out to the east of Veenendaal, which meant the inundation time could be reduced from 20 to 12 days. Nevertheless, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defensive line, because inundations there could be accomplished more quickly and easily.
Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defensive line of our country. Because shortly before this the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better opportunities for flooding the area.
Large areas on the east side now came under water and farms that were in the field of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940 the main defence of the eastern front of Fortress Holland was relocated from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and barbed wire obstacles, particularly in the non-inundable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May German troops invaded our country. Although the battle at the Grebbeberg became most well-known, heavy fighting also took place at other locations on the line. The Germans ultimately made the final adjustment to the line in 1944. The line now received the name Pantherstellung. The objective of the line was to halt an enemy advancing towards Germany and the main direction of fire was this time to the west and south. More than 20 cannon casemates were built, of which 12 are now preserved. In 1951 the Grebbelinie was permanently decommissioned as a defensive line.
The casemate was built in 1939-1940 on the first of the three bastions at the Grebbe as part of the reinforcement of the Valleilinie.
Description:
A DEFENSIVE WORK built in 1939-1940, consisting of a concrete machine-gun casemate of the S3 type. The casemate was built as part of the reinforcement of the Valleilinie and is located on and in the front face of the first bastion.
This is a light casemate of the S3 type or Stekelvarken 3, so named because of the iron pins on the outside to which camouflage material could be attached and the three firing ports. The casemate was intended for one light machine gun for frontal and flanking fire. The three firing ports together had a field of fire of 110 degrees. The two unused firing ports could if desired be closed with a 2cm steel shutter. There were no provisions for observation. The casemate has a rectangular floor plan with a straight front and rear side. The dimensions are: rear side 5.20 metres, side sides straight 1 metre, side sides slanting 2 metres and front side 2.50 metres. The height including floor slab is 3 metres. The casemate consists only of a fighting chamber with a rear exit, three rifle firing ports and has walls of 80 cm reinforced concrete. Chamfers have been made around the perimeter of the roof to cause shells to ricochet.
Valuation:
The casemate is of general importance because of:
Cultural-historical value due to its commemorative value because of its role during the fighting operations in 1939-1940.
Nearby in the register
- Stelling, Op de uiterwaarden langs de oostzijde van Grebbeberg RhenenOpen verdedigingswerkunder 1 mi
- Archeologie, Heimenberg RhenenArcheologieunder 1 mi
- Stelling, Ten oosten van de Grebbeberg RhenenOpen verdedigingswerkunder 1 mi
- Kazemat (B10), Op Hoornwerk ten noorden van de Nude RhenenKazematunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.