TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kazemat (B10), Op Hoornwerk ten noorden van de Nude Rhenen

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kazemat
Function
Kazemat (B10)
Category
onroerend gebouwd
Built
1936
Address
Op Hoornwerk ten noorden van de Nude Rhenen
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.95496, 5.61024
Part of complex
528641
Monument number
528645

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "39 Rhenen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

De kazemat is in 1939-1940 gebouwd in het kader van de versterking van de Valleistelling en is gelegen op het Hoornwerk aan de Grebbe. Het is één van de in totaal 4 kazematten uit deze periode die op dit gedeelte van de Valleistelling nog resteren.

Omschrijving:

In 1936 aangelegd VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit een betonnen mitrailleurkazemat van het type P De kazemat is gebouwd in het kader van de versterking van de Valleistelling en is gelegen aan de achterzijde van het noordelijkste bastion. In totaal zijn er in de Grebbelinie twee exemplaren van gebouwd, waarvan dit het enige is dat nog resteert.

Het betreft hier een kazemat voor pantserafweergeschut, ontwikkeld en gebouwd in 1936. De kazemat heeft een rechthoekige plattegrond met een oppervlakte van 6 bij 3,40 meter. De kazemat heeft een ingang aan de achterzijde en een schietgat aan de voorzijde. De constructie is in gewapend beton met muren en een bovendekking van 0,20 meter dikte.

Waardering:

De kazemat is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarde door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, the greater part of the line embankment, the weirs and the earthen fortifications have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line would have to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for military personnel was built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating the land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie was designed to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At those places which were too high to be inundated, fortifications were constructed. In the laying out of the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. To be able to flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 compartments. The water was dammed up in each compartment using a weir which lay transversely to the line embankment.

Although fortifications had been constructed sporadically in this area since the end of the 16th century, in 1744 on the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, work began on the construction of the earthen embankment which later became the Grebbeliniedijk. The embankment had to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, in view of the difference in height between the Nederrijn and the IJsselmeer, the plan provided for the construction of weirs or cross-dikes which could hold back the water. In this way a series of water-filled compartments was created, descending step by step further to the north. In total, eight weirs were constructed to allow the area to be flooded in a controlled manner. In 1786, further fortifications were constructed.

The first time the line was brought to readiness was in 1793 when France declared war on the Netherlands. However, the water level in the Rhine was too low at that moment to flood the line. Because the advance was not pursued, the French did not reach the line at that time. However, when the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be flooded. But a severe frost period in early 1795 meant that French armies could pass over the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, in 1799, the French gave the line its final form. They paid much attention to improving the defence of the weirs and laid earthen outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that there was no longer any danger from the east, the Grebbelinie was abolished as a fortification.

Only in 1846 did people begin to appreciate the importance of the Grebbelinie for the defence of the country again. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, it was laid across the fort at the Buursteeg. In 1860 it was decided that the Grebbelinie should be one of the most important defensive lines in the country. Following this, new dam sluices were installed in the main weirs, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866, the Omleidingskanaal east of Veenendaal was constructed, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. But nonetheless, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defensive line, because inundations could be achieved more quickly and easily there.

Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defensive line of the country. Because shortly before this the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now come into being between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better possibilities for flooding the area.

Large areas on the east side now came under water and farms that were in the line of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the east front of the Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and barbed wire entanglements, particularly in the non-inundatable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May, German troops invaded our country. Although the fighting at the Grebbeberg became most well-known, heavy fighting also took place at other places on the line. The Germans ultimately made the final adaptation of the line in 1944. The line was now given the name Pantherstellung. The purpose of the line was to stop an enemy advancing towards Germany and the main direction of fire was this time towards the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 have now been preserved. In 1951, the Grebbelinie was permanently abolished as a defensive line.

The casemate was built in 1939-1940 in the context of the strengthening of the Valleilinie and is located on the Hoornwerk at the Grebbe. It is one of four casemates from this period that still remain on this section of the Valleilinie.

Description:

A FORTIFICATION constructed in 1936, consisting of a concrete machine-gun casemate of type P. The casemate was built in the context of the strengthening of the Valleilinie and is located on the rear side of the northernmost bastion. In total, two examples of this type were built in the Grebbelinie, of which this is the only one that remains.

This is a casemate for anti-tank guns, developed and built in 1936. The casemate has a rectangular ground plan with an area of 6 by 3.40 metres. The casemate has an entrance on the rear side and an embrasure on the front side. The construction is in reinforced concrete with walls and roof covering 0.20 metre thick.

Valuation:

The casemate is of general importance because of:

Cultural-historical value due to its commemorative significance because of its role during the combat operations in 1939-1940.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map