TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stelling, Ten oosten van de Grebbeberg Rhenen

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Function
Stelling
Category
onroerend gebouwd
Built
1743 - 1744
Address
Ten oosten van de Grebbeberg Rhenen
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.95353, 5.61045
Part of complex
528641
Monument number
528642

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1708 map "La Seigneurie d'Ultrecht." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

Het Hoornwerk aan de Grebbe was bedoeld voor de afsluiting en verdediging van de weg Wageningen-Rhenen. Met dit doel werden twee halve bastions aan weerskanten van de Grebbedijk aangelegd. De linkervleugel was afgesloten met een lunet. De oorspronkelijke borstwering was bijna twee meter hoog. Om op een eventuele vijand te kunnen schieten was er een kleine verhoging (banket) aangebracht achter de aarden wal. De dikte van de wal was bijna anderhalve meter. Ook lagen er aan weerszijden van de Grebbedijk natte grachten. De twee bastions waren verbonden door een courtine, waarop als extra hindernis doornhagen waren geplant. Verder lag voor de courtine nog een tenaille die lager was dan de achterliggende wallen. Rond deze werken was nog een derde beschermingswal aangelegd. In de hoeken daarvan kon geschut worden geplaatst. In 1785 werd dit alles nog aangevuld met posities voor het geschut en de borstwering werd plaatselijk verhoogd.

Omschrijving:

Tussen 1743 en 1745 aangelegd aarden VERDEDIGINGSWERK, genaamd Hoornwerk aan de Grebbe, verbeterd in 1785, bestaande uit vier (oorspronkelijk vijf) kleine bastions omgeven door een dubbele omgrachting.

De vier bastions hebben met de dubbele omgrachting een maximale oppervlakte van 470 bij 520 meter.

Waardering:

Het complex is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Van groot belang door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:

a. het systeem van inundatie en accesverdediging (18de, 19de en 20ste eeuw), b. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw) c. de voorpostfunctie tijdens de mobilisatie en oorlogshandelingen 1939 - 1940

Het betreft hier een complex dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:

fase 1: vanaf 1744, aanleg liniedijk en werken

Archeologische waarden vanwege de verwachte in de bodem aanwezige sporen van loopgraven, tankgrachten en dergelijke

Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen, in het bijzonder in de directe relatie tot het ten zuiden hiervan gelegen complex van de drie bastions op de uiterwaarden en het acces. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang van de onderdelen van het complex. Tenslotte is hier sprake van een gave/redelijk gave relatie met het schootsveld en inundatieveld

Het complex is zeldzaam omdat het een nog vrijwel compleet bestaand voorbeeld is van een 18e eeuws verdedigingswerk in de Grebbelinie en het is als zodanig representatief (karakteristiek) voor dit type verdedigingswerken.

Het complex is goed bewaard omdat nog vrijwel alle ertoe behorende onderdelen in meer of minder herkenbare vorm en functie aanwezig zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometers in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, the greater part of the line wall, the closure dikes and the earthen defensive works have been preserved. The Grebbelinie comprises dikes, earthen forts, sluices, casemates, outposts, tank traps, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line had to be defended by a temporary field army, no permanent quarters for military personnel were built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie was meant to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. On those places that were too high to be inundated, defensive works were constructed. In the construction of the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. To be able to flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 basins. Water was dammed up in each basin with the help of a closure dike which lay transversely to the line dike.

After sporadic fortifications had been constructed in this area from the end of the 16th century, in 1744 at the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, a start was made with the construction of the earthen wall which would later become the Grebbeline dike. The wall was meant to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, the plan provided for the construction of closure dikes or transverse dikes to hold back water, on account of the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee. In this way, a series of water-filled basins was created, which descended progressively northwards like a series of steps. In total, eight closure dikes were constructed to be able to flood the area in a controlled manner. In 1786 further fortifications were constructed.

The first time the line was brought to readiness was in 1793 when France declared war on the Netherlands. However, the water level in the Rhine at that time was too low to inundate the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that time. When, however, the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be inundated. But a severe frost period at the beginning of 1795 meant that the French armies were able to cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, the French gave the line its final form in 1799. They paid much attention to improving the defence of the closure dikes and constructed earthen outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that there was no longer any danger from the east, the Grebbelinie was abolished as a defensive work.

Only in 1846 did people begin to understand the importance of the Grebbelinie for national defence again. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, this was laid transversely through the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defensive lines of our country. Following this, new dam sluices were placed in the most important closure dikes, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866 the Omleidingskanaal was constructed east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. However, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the more important defensive line, because inundations could be achieved more quickly and easily there.

Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the principal defensive line of our country. Because the Valleikanaal had been dug shortly before to improve the drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as a tank ditch and also offered better opportunities for inundating the area.

Large areas on the eastern side were now flooded and farms that stood in the field of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the eastern front of the Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, tank ditches and barbed wire barriers, particularly in the areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal that could not be inundated. On 10 May German troops invaded our country. Although the fighting at the Grebbeberg became the most well-known, heavy fighting also took place at other places on the line. The Germans ultimately made the final modification to the line in 1944. The line was now given the name Pantherstellung. The aim of the line was to stop an enemy advancing towards Germany and the main line of fire was this time towards the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are still preserved today. In 1951 the Grebbelinie was permanently abolished as a defensive line.

The Hoornwerk at the Grebbe was intended for the closure and defence of the road Wageningen-Rhenen. With this aim, two half-bastions were constructed on either side of the Grebbeliniedijk. The left wing was closed off with a lunette. The original parapet was almost two meters high. In order to be able to shoot at a possible enemy, a small elevation (banquette) was provided behind the earthen wall. The thickness of the wall was almost one and a half meters. There were also wet ditches on both sides of the Grebbeliniedijk. The two bastions were connected by a curtain, on which thorn hedges were planted as an extra obstacle. In front of the curtain there was also a tenaille which was lower than the walls behind. A third protective wall was constructed around these works. Artillery could be positioned at the corners of this. In 1785 all of this was further supplemented with positions for artillery and the parapet was raised in places.

Description:

Earthwork DEFENSIVE WORK, called Hoornwerk aan de Grebbe, constructed between 1743 and 1745, improved in 1785, consisting of four (originally five) small bastions surrounded by a double line of ditches.

The four bastions, together with the double line of ditches, have a maximum area of 470 by 520 metres.

Valuation:

The complex is of general importance by virtue of:

Cultural-historical values as part of the Grebbelinie, as this was constructed in six phases over a period of 200 years. Of great importance due to its commemorative value by virtue of its role during the fighting in 1939-1940.

Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building practice, which is based on:

a. the system of inundation and access defence (18th, 19th and 20th centuries), b. the system of 'living' field fortification in depth (20th century) c. the outpost function during the mobilisation and fighting 1939 - 1940

This concerns a complex which, in its original construction, is an example of defensive works from the period:

phase 1: from 1744, construction of line dike and works

Archaeological values due to the expected traces of trenches, tank ditches and similar features present in the soil

Ensemble value due to its location within the system of the Grebbelinie in general, in particular in direct relation to the complex of the three bastions on the floodplain situated to the south of this and the access. Also due to the functional and physical coherence of the components of the complex. Finally, there is here a preserved/reasonably preserved relationship with the field of fire and inundation field.

The complex is rare because it is still an almost complete surviving example of an 18th-century defensive work in the Grebbelinie and as such is representative (characteristic) of this type of defensive work.

The complex is well-preserved because almost all of the components belonging to it are still present in more or less recognizable form and function.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map