TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stelling, Op de uiterwaarden langs de oostzijde van Grebbeberg Rhenen

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Function
Stelling
Category
onroerend gebouwd
Built
1785
Address
Op de uiterwaarden langs de oostzijde van Grebbeberg Rhenen
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.95020, 5.60290
Part of complex
528648
Monument number
528649

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Leiden University Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1764 map "Carte du Comté de Hollande" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De Grebbelinie is een waterlinie van ongeveer 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de zestiende eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

De drie bastions aan de Grebbe zijn gelegen in een grote boog langs de oostzijde van de Grebbeberg en de Grift. De bastions zijn aangelegd ter verbetering van de verdediging van de Buitengrift. Via deze grift werd het inundatiewater uit de Neder-Rijn naar de Grebbesluis gevoerd. Deze Grebbesluis is na de oorlog vervangen door een eigentijds gemaal.

Omschrijving:

In 1785 aangelegd aarden VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit drie bastions. De bastions hebben een maximale oppervlakte van 900 bij 200 meter inclusief grachten en verbindingswallen. Aan de noordzijde zijn de bastions verbonden met het Hoornwerk aan de Grebbe. Waardering:

Het complex is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Van groot belang door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:

a. het systeem van inundatie en accesverdediging (achttiende, negentiende en twintigste eeuw), b. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (twintigste eeuw) c. de voorpostfunctie tijdens de mobilisatie en oorlogshandelingen 1939 - 1940

Het betreft hier een complex dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:

fase 2: 1785 -'86, versterking

Archeologische waarden vanwege de verwachte in de bodem aanwezige sporen van loopgraven, tankgrachten en dergelijke

Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen en in het bijzonder in de directe relatie tot het complex Hoornweg aan de Grebbe en het acces. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang van de onderdelen van het complex. Tenslotte is hier sprake van een gave/redelijk gave relatie met het schootsveld en inundatieveld.

Het complex is zeldzaam omdat het een nog vrijwel compleet bestaand voorbeeld is van een achtteinde eeuws verdedigingswerk in de Grebbelinie en het is als zodanig representatief (karakteristiek) voor dit type verdedigingswerken.

Het complex is goed bewaard omdat nog vrijwel alle ertoe behorende onderdelen in meer of minder herkenbare vorm en functie aanwezig zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Grebbelinie is a waterline approximately 60 kilometres long, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a waterline constructed in the eighteenth century. Since no major interventions have been made to the structure of the line, the greater part of the linewall, the weirs and the earthen defence works have been preserved. The Grebbelinie comprises weirs, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line would have to be defended by a temporary field army, no permanent barracks for the soldiers were built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie was designed to ensure this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and guns from passing through, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At those places too high to be inundated, defence works were constructed. In laying out the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. To flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 basins. The water in each basin was held back by means of a weir which ran across the line dike.

After sporadic fortifications had been constructed in this area from the end of the sixteenth century onwards, in 1744, at the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, work began on constructing the earthen wall which would later become the Grebbeline dike. The wall had to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, given the difference in height between the Nederrijn and the Zuiderzee, the plan included the construction of weirs or cross-dikes which could hold back the water. In this way a series of water-filled basins was created, which descended like steps progressively northwards. In total, eight weirs were constructed to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786 further fortifications were added.

The first time the line was brought to readiness was in 1793 when France declared war on the Netherlands. The water level in the Rhine was, however, too low at that time to flood the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that point. When, however, the French under General Pichegru returned in late 1794, the line could be flooded. But a severe frost period in early 1795 ensured that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, in 1799 the French gave the line its final form. They paid considerable attention to improving the defence of the weirs and established earthen outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that there was no longer any danger from the east, the Grebbelinie was abolished as a defence work.

Only in 1846 did people begin to recognise the importance of the Grebbelinie for national defence. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, it was laid directly through the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defence lines of the country. Following this, new dam sluices were installed in the principal weirs, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866 the Omleidingskanaal east of Veenendaal was constructed, which reduced the flooding time from 20 to 12 days. However, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defence line because the inundations could be achieved there more quickly and easily.

Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defence line of the country. Because shortly before this the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better opportunities for flooding the area.

Large areas on the eastern side were now flooded and farms that were in the line of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940 the main defence of the eastern front of Fortress Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and wire entanglements, particularly in the non-inundatable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May German troops invaded the country. Although the battle at Grebbeberg became the most famous, heavy fighting also occurred at other points on the line. The Germans ultimately made the final adaptation of the line in 1944. The line was now given the name Pantherstellung. The purpose of the line was to hold back an enemy advancing towards Germany and the main direction of fire this time was westwards and southwards. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are now still preserved. In 1951 the Grebbelinie was permanently abandoned as a defence line.

The three bastions at the Grebbe are located in a large arc along the eastern side of Grebbeberg and the Grift. The bastions were constructed to improve the defence of the Buitengrift. Via this grift the inundation water from the Neder-Rijn was conveyed to the Grebbesluis. This Grebbesluis was replaced after the war by a modern pumping station.

Description:

Earthwork DEFENCE WORK constructed in 1785, consisting of three bastions. The bastions have a maximum area of 900 by 200 metres including ditches and connecting walls. On the northern side the bastions are connected with the Hornwork at the Grebbe. Assessment:

The complex is of general importance because of:

Cultural-historical values as part of the Grebbelinie, as this was constructed in six phases over a period of 200 years. Of great importance because of its commemorative value owing to its role in the fighting in 1939-1940.

Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building design, which is based on:

a. the system of inundation and access defence (eighteenth, nineteenth and twentieth centuries), b. the system of 'living' field fortification in depth (twentieth century) c. the outpost function during the mobilisation and fighting 1939-1940

This is a complex which as originally constructed is an example of defence works from the period:

phase 2: 1785-'86, fortification

Archaeological values because of the anticipated presence in the soil of traces of trenches, anti-tank ditches and the like

Ensemble value because of its location within the Grebbelinie system in general and in particular in the direct relationship to the complex Hornweg at the Grebbe and the access. Also because of the functional and physical coherence of the components of the complex. Finally, there is here a good/reasonably good relationship with the field of fire and inundation area.

The complex is rare because it is a still virtually complete surviving example of an eighteenth-century defence work in the Grebbelinie and as such is representative (characteristic) of this type of defence work.

The complex is well preserved because virtually all the components belonging to it are still present in more or less recognisable form and function.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map