Rijksmonumentenregister · Netherlands
Diergaarde Blijdorp
Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Welzijn, kunst en cultuur
- Function
- Tentoonstellingsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1939 - 1941
- Address
- Van Aerssenlaan bij 51, 3039 KE Rotterdam
- Place
- Rotterdam
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.92800, 4.44355
- Part of complex
- 530738
- Monument number
- 527986
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "37 Rotterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het tentoonstellingsgebouw 'Rivièrahal' is het hoofdgebouw van de diergaarde en werd gebouwd naar het ontwerp van S. van Ravesteyn in typerende neobarokke/functionalistische stijl. Het gebouw is prominent gepositioneerd op de centrale, symmetrische as. In de centrale hal was een wintertuin aanwezig. De zijvleugels waren bestemd voor onder meer het verblijf van reptielen, dikhuiden en apen. De naam van de hal verwijst naar de Franse Rivièra. Deze was dan ook bedoeld om bezoekers het gevoel te geven zich in een exotisch omgeving te bevinden. Door het scheppen van een mediterrane, subtropische sfeer was de dierentuin ook in de winter aantrekkelijk voor publiek. Men kon er van oorsprong dineren in een sjiek restaurant en iets drinken in een cafetaria. Eén van de meest ingrijpende wijzigingen was de sloop van de uitkijktoren in 1972. Van grote invloed op de uitstraling is verder de vervanging van staalprofielen door aluminiumprofielen in de enorme glaspuien. Verder zijn er ornamenten, schilderingen, armaturen, tegelwerk en andersoortige bekleding verwijderd of vervangen.
Omschrijving
Het TENTOONSTELLINGSGEBOUW (1) bestaat uit een langgerekte centrale hal met een van zuid naar noord uitwaaierende plattegrond. Aan weerszijden bezit de hal twee smallere zijbeuken met aan het zuidelijke einde ieder een cirkelvormig paviljoen. De hal wordt bekroond door een gebogen dak zonder nok. De zijbeuken worden bedekt door platte daken, gebogen daken en de paviljoens met koepeldaken. Alle daken zijn geheel rondom voorzien van een doorlopende strook bovenlichten. De dakranden zijn afgewerkt met geglazuurde tegels. Omdat de hal deels als wintertuin werd gebouwd, kent het gebouw een kasachtige opzet met veel glas ten behoeve van daglicht- en warmtetoetreding. Het gebouw is uitgevoerd met een staalskelet dat plaatselijk voorzien is van een plastisch vormgegeven betonmantel. De symmetrische zuidgevel van de hal kent aan weerszijden twee entrees onder een luifel. Daartussen bevindt zich een uitspringend halfrond volume met een betonnen afgeronde borstwering, van oorsprong de begrenzing van een terras op die plek. Op de door stalen kolommen gedragen luifels staan beeldengroepen van de kunstenaar Charles Eyck: links een vrouwenfiguur met herten en rechts een mannenfiguur met herten. Het bijhorende uurwerk en windijzer zijn verdwenen. Het overige deel van de gevel toont een enorme glazen pui met rechthoekige roedenverdeling. Het dak wordt gedragen door vier gevelhoge kolommen die tussen de puien zijn geplaatst. De noordgevel van de hal kent een vergelijkbare glazen pui. Daarvoor bevond zich de thans gesloopte uitkijktoren, met aan weerszijden twee overhoeks geplaatste paviljoens onder platte daken waarin de cafetaria en het restaurant waren gevestigd. Door de sloop van de toren en bouw van een nieuw restaurant in de jaren zeventig van de twintigste eeuw aan deze zijde van de hal is deze opzet nog maar ten dele herkenbaar. Op het dak boven de noordgevel bevindt zich een beeldengroep van W. van Kuilenburg, voorstellende een engel en twee eenhoorns. De zijaanzichten van de Rivièrahal worden bepaald door de zijvleugels met aan de oostelijke zijvleugel de Victoria-Regina kas. De gevels en de koepeldaken van de oostvleugel zijn van glas, voorzien van een rechthoekige roedenverdeling, uitgezonderd de noordgevel die gestuct is en van een wafelmotief is voorzien. De gevels van de westelijke vleugel en het cirkelvormige paviljoen zijn op enige deuren en lichtopeningen na geheel blind. Ze zijn gestuct en eveneens voorzien van een wafelpatroon, oorspronkelijke zachtroze van kleur. Rondom de dikhuidenverblijven bevindt zich een authentieke loopweide met droge greppels en een betonnen borstwering. In de loopweide staan twee betonnen schuurpalen in de vorm van gecanneleerde zuilen met Medusahoofden, van de hand van W. van Kuilenburg. Rondom het mensapenverblijf bevonden zich van oorsprong kooien in een verdiept terras, thans vervangen door een modern verblijf met koepels. De gevels van de dwarsverbindingen tussen de hal en de zijvleugels bestaan uit glazen puien. De centrale hal bezit inwendig ten behoeve van de flexibiliteit weinig scheidingswanden. De betonnen wanden naar de zijvleugels zijn geschulpt en voorzien van harpvormige bovenlichten. Aan de noordgevel bevindt zich een orkestpodium met aan weerszijden balkons, thans aan het zicht onttrokken door aquaria en terraria. De balkons worden geflankeerd door restanten van sculpturen, voorstellende een man of vrouw met dieren. Achter het orkestpodium bevinden zich trappen naar de toiletten in het souterrain. De wanden naast de trappen bevatten een met travertijn beklede kolom en een ronde gevelopening met in staal het monogram de dierentuin 'DB'. De vloer is hier plaatselijk nog voorzien van de oorspronkelijke bekleding uit zeshoekige geelgemarmerde tegels. In het oorspronkelijke oostelijke, overhoeks geplaatste paviljoen bevindt zich een geschilderde sterrenhemel. Verder bezit de ruimte een fontein met een mozaïek, ontworpen door Van Ravesteyn, voorstellend het scheppingsverhaal. In de zijvleugels en paviljoens is de oorspronkelijke opzet gewijzigd, maar ten dele nog aanwezig. Zo kent de westelijke hal nog de gang die van oorsprong langs de dikhuidenverblijven liep. Het Victoria-Reginabassin is authentiek en bestaat ten behoeve van de isolatie uit twee schalen gewapend beton, die bekleed zijn met plaatstaal.
Waardering
Het TENTOONSTELLINGSGEBOUW (Rivièrahal) is van algemeen belang:
- het object heeft architectuurhistorische waarde vanwege het materiaalgebruik, de toegepaste verhoudingen, de vormgeving en de verzorgde detaillering;
- als karakteristiek voorbeeld van multidisciplinaire kunsttoepassingen;
- het object heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de functionele situering op de centrale as en vanwege de samenhang met andere complexonderdelen;
- het object heeft visueel-ruimtelijke waarde als dominant beeldbepalend onderdeel van het complex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The exhibition building 'Rivièrahal' is the main building of the zoo and was built to the design of S. van Ravesteyn in characteristic neo-baroque/functionalist style. The building is prominently positioned on the central, symmetrical axis. In the central hall there was a winter garden. The side wings were intended for, among other things, the accommodation of reptiles, pachyderms and apes. The name of the hall refers to the French Riviera. It was indeed intended to give visitors the feeling of being in an exotic environment. By creating a Mediterranean, subtropical atmosphere, the zoo was also attractive to the public in winter. Originally one could dine in a chic restaurant and have a drink in a cafeteria. One of the most drastic modifications was the demolition of the observation tower in 1972. Of great influence on the appearance is further the replacement of steel profiles by aluminium profiles in the enormous glass facades. Furthermore, ornaments, paintings, fittings, tilework and other types of cladding have been removed or replaced.
Description
The EXHIBITION BUILDING (1) consists of an elongated central hall with a floor plan fanning out from south to north. On either side the hall has two narrower side aisles, each with a circular pavilion at the southern end. The hall is crowned by a curved roof without a ridge. The side aisles are covered by flat roofs, curved roofs and the pavilions with dome roofs. All roofs are provided all around with a continuous strip of fanlights. The roof edges are finished with glazed tiles. Because the hall was partly built as a winter garden, the building has a greenhouse-like design with much glass for the admission of daylight and heat. The building is executed with a steel skeleton which is locally provided with a plastically shaped concrete mantle. The symmetrical south facade of the hall has two entrances on either side under a canopy. Between these is a projecting semi-circular volume with a concrete rounded parapet, originally the delimitation of a terrace at that spot. On the canopies carried by steel columns stand sculpture groups by the artist Charles Eyck: on the left a female figure with deer and on the right a male figure with deer. The associated clock and weathervane have disappeared. The remainder of the facade shows an enormous glass facade with rectangular glazing bars. The roof is supported by four column-height columns placed between the facades. The north facade of the hall has a similar glass facade. In front of this was the now demolished observation tower, with on either side two pavilions placed at an angle under flat roofs in which the cafeteria and restaurant were housed. Due to the demolition of the tower and construction of a new restaurant in the nineteen-seventies at this side of the hall, this layout is only partially recognizable. On the roof above the north facade is a sculpture group by W. van Kuilenburg, representing an angel and two unicorns. The side elevations of the Rivièrahal are determined by the side wings with the Victoria-Regina glasshouse on the eastern side wing. The facades and dome roofs of the east wing are glass, provided with rectangular glazing bars, except for the north facade which is plastered and provided with a waffle motif. The facades of the western wing and the circular pavilion are, except for a few doors and light openings, entirely blank. They are plastered and likewise provided with a waffle pattern, originally soft pink in colour. Around the pachyderm accommodation is an authentic exercise paddock with dry drainage ditches and a concrete parapet. In the exercise paddock stand two concrete bollards in the form of fluted columns with Medusa heads, by the hand of W. van Kuilenburg. Around the ape accommodation were originally cages in a sunken terrace, now replaced by a modern accommodation with domes. The facades of the cross-connections between the hall and the side wings consist of glass facades. The central hall internally has few partition walls for the sake of flexibility. The concrete walls towards the side wings are sculpted and provided with harp-shaped fanlights. On the north facade is an orchestra platform with balconies on either side, now hidden from view by aquariums and terrariums. The balconies are flanked by remains of sculptures, representing a man or woman with animals. Behind the orchestra platform are stairs to the toilets in the basement. The walls next to the stairs contain a travertine-clad column and a circular window opening with in steel the monogram of the zoo 'DB'. The floor here is locally still provided with the original cladding of hexagonal yellow-veined tiles. In the original eastern, corner-positioned pavilion is a painted starry sky. Furthermore, the space has a fountain with a mosaic, designed by Van Ravesteyn, representing the creation story. In the side wings and pavilions the original layout has been altered, but is partly still present. For instance, the western hall still has the corridor which originally ran along the pachyderm accommodation. The Victoria-Regina basin is authentic and consists, for the sake of insulation, of two shells of reinforced concrete, which are lined with sheet metal.
Valuation
The EXHIBITION BUILDING (Rivièrahal) is of general importance:
- the object has architectural historical value because of the use of materials, the applied proportions, the design and the careful detailing;
- as a characteristic example of multidisciplinary artistic applications;
- the object has urban design and ensemble value because of the functional positioning on the central axis and because of the coherence with other complex components;
- the object has visual-spatial value as a dominant image-determining component of the complex.
Nearby in the register
- Dierenverblijf, Van Aerssenlaan bij 51Dierenverblijfunder 1 mi
- Dierenverblijf(J2), Van Aerssenlaan bij 51Dierenverblijfunder 1 mi
- Dierenverblijf, Van Aerssenlaan bij 51Dierenverblijfunder 1 mi
- Dierenverblijf, Van Aerssenlaan bij 51Dierenverblijfunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.