Rijksmonumentenregister · Netherlands
Begraafplaats
Bussum, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Begraafplaats en -onderdelen
- Function
- Begraafplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1830
- Address
- Bij Amersfoortsestraatweg 13 Bussum (Gooise meren 27)
- Place
- Bussum
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.28210, 5.17932
- Part of complex
- 513208
- Monument number
- 527225
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDigital Commonwealth, Boston Public LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1824 map "Holland." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
AANLEG van de Algemene Begraafplaats Naarden aan de Amersfoortsestraatweg in Bussum, daterend uit 1830. De begraafplaats beslaat ruim anderhalve hectare, is rechthoekig van vorm en wordt aan alle zijden omgeven door hoge bomen en struiken. Het terrein wordt aan de kant van de ingang, de oostzijde, begrensd door de Amersfoortsestraatweg met ventweg (voormalige rijksweg A1), aan de noordwest zijde door een strook bosplantsoen waarin een fietspad is opgenomen met daar achter de Brediusweg, in het zuidwesten door het terrein van de Montessorischool en aan de zuidoost zijde loopt een zandpad, het Nicolaas Beetspad. Aan de andere kant van dit pad ligt de Rooms Katholieke begraafplaats van Naarden.
Naar aanleiding van het Koninklijk Besluit van 18 mei 1825, dat nog langer begraven binnen de bebouwde kom en in kerken verbood, gaven Provinciale Staten van Noord-Holland in 1827 de gemeente Naarden de opdracht "een geschikt kerkhof buiten de stad aan te leggen". De datum waarop de begraafplaats klaar moest zijn, werd vastgesteld op 1 mei 1830. Voor 560,- gulden werd een bosperceel aangekocht ter grootte van 1 bunder en 67 roeden, ongeveer anderhalve hectare. Het perceel was gelegen op de Bussumse Eng aan de toenmalige straatweg van Naarden naar Laren (Amersfoortsestraatweg). Het stuk grond lag op hoge zandgrond op ruim 1300 meter buiten de vesting. Daarmee lag de beoogde begraafplaats buiten de gordel van 300 roeden (1130 meter) die nodig was om een goed schootsveld vanaf de vesting te kunnen hebben. Dit zogenaamde glacis diende volgens de zogeheten kringenwet vrij te blijven van permanente bebouwing. Men stond alleen houten bebouwing binnen het schootsveld toe. Aan de doorgaande weg werd een toegangshek gebouwd. Aan het eind van de hoofdas werd een baarhuisje gebouwd, dat later vervangen werd door het huidige baarhuisje.
Boomkweker J. Jurrissen was betrokken bij de levering van bomen voor de formele en sobere aanleg. Men verdeelde het beschikbare terrein in twee grafvelden, één voor de hervormde gemeenschap en één voor de katholieken, gescheiden door een brede hoofdas. Hoe die velden precies gelegen hebben is tot nu toe nog niet achterhaald. Voor de joodse ingezetenen werd op de noordwestelijke hoek een aparte begraafplaats gerealiseerd. Zij kregen het recht van overpad van de ingang van de algemene begraafplaats aan de Amersfoortsestraatweg naar hun eigen toegangshek. Halverwege de hoofdas loopt een dwarspad waardoor de begraafplaats een duidelijke kruisvorm kreeg. De hoofdas eindigt bij het baarhuisje aan de westzijde.
In 1830 werden de eerste grafvelden, Blok I en II, in gebruik genomen. Bij Blok I zijn de grafstenen van de graven aaneengesloten aangebracht als bij een kerkvloer geplaveid met zerken. Bij Blok II is men aanvankelijk ook zo te werk gegaan, maar hier zijn in een later stadium grafrijen om en om geruimd, waardoor paden tussen de rijen zijn ontstaan. Door deze ruiming zijn in dit blok alle graven gemakkelijker bereikbaar geworden en verviel de noodzaak om andere zerken te betreden. In 1916 is Blok III aangelegd naar de mode van die tijd in de zogenaamde nieuwe architectonische tuinstijl. Dit blok is onderverdeeld in zogenaamde kamers. Hof C, D en F zijn van elkaar gescheiden door taxushagen. Ook aan de buitenkant van de hoven liggen rijen graven. Aan de overkant van Blok III zijn in dezelfde tijd dwars op de hoofdlaan taxushagen geplant met daartussen huurgraven (Blok IV). De grootste wijziging van de begraafplaats vond plaats in 1938. Toen werd een lange strook grond buiten de oorspronkelijke uitleg bij de begraafplaats getrokken. De smalle strook langs Blok II bood ruimte aan twee rijen graven (Blok V). Dit deel werd van Blok II gescheiden door de beukenhaag die oorspronkelijk de afscheiding van de begraafplaats vormde. In dezelfde tijd werd de indeling van Blok IV zodanig gewijzigd dat door het verplaatsen van taxushagen, ten koste van huurgraven, meer ruimte werd gecreëerd voor kindergraven en eigen graven. De behoefte aan uitbreiding van de begraafplaats werd steeds groter maar de realisatie daarvan was niet mogelijk. Ten noorden lag de katholieke begraafplaats en de bebouwing van Bussum was inmiddels zo ver opgerukt dat ook aan de andere zijden geen uitbreiding meer mogelijk was. Het bijtrekken van de strook langs blok II was de laatste mogelijkheid. De gemeente Naarden had al in 1937 een locatie voor de nieuwe begraafplaats gevonden, gelegen ten zuiden van Oud Valkeveen. Pas in 1944 werd de nieuwe algemene begraafplaats van Naarden in gebruik genomen. Op de oude begraafplaats vonden daarna, op een enkele uitzondering na, alleen nog bijzettingen plaats in eigen graven.
In 1882 werd het traject van de Gooische Stoomtram van Amsterdam via Naarden naar Laren langs de begraafplaats aangelegd. De tramrails werd tussen de weg en de begraafplaats gelegd. Hierdoor werd de op- en afrit halverwege door het spoor gekruist. Na het opheffen van de tram in 1942 is ter plekke een brede ventweg aangelegd en is het toegangspad tot de begraafplaats met de helft ingekort. De oude op- en afrit werd omgebouwd tot een keerlus met in het midden een klein plantsoen.
De begraafplaats is afgeschermd door een dichte groene rand. In de rand is deels nog de beukenhaag te herkennen, maar het beeld wordt overwegend bepaald door hoge, oude bomen (beuken, eiken, berken, kastanjebomen en dennen). Ook op de begraafplaats zelf wordt het beeld bepaald door veel groen. De hoofdlaan wordt omzoomd door linden, maar deze omzoming is niet meer volledig intact. In de loop der tijd zijn enkele linden vervangen door lariksen. Eind 20ste eeuw zijn langs de hoofdas de aarden walletjes opnieuw beplant met klimop, een beplanting die ook in het originele ontwerp was opgenomen, maar die in de loop der jaren voor een groot deel was verdwenen. De ooit zo open velden zijn door uitgegroeide grafbeplanting (waaronder fraaie treurboompjes) en allerlei ongewenst en veel opslag van Amerikaanse vogelkers, esdoorn, lijsterbes en eik behoorlijk veranderd. Ook klimop, andere lagere begroeiing en mossen tieren welig. Dit alles maakt dat de begraafplaats een 'vriendelijker' impressie geeft dan wellicht bij het formeel en sober aangelegd ontwerp beoogd werd.
Waardering
De AANLEG van de "Algemene Begraafplaats Amersfoortsestraatweg" te Bussum is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische, alsmede tuin- en funerairhistorische waarde als vroeg voorbeeld van een algemene begraafplaats met een formele en sobere aanleg. De nog goed herkenbare formele aanleg kan gezien worden als tegenhanger van de vele landschappelijk aangelegde stadsbegraafplaatsen uit die tijd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
DEVELOPMENT of the Algemene Begraafplaats Naarden on the Amersfoortsestraatweg in Bussum, dating from 1830. The cemetery covers just over one and a half hectares, is rectangular in shape and is surrounded on all sides by tall trees and shrubs. The site is bounded on the entrance side, the east side, by the Amersfoortsestraatweg with ventage road (former national highway A1), on the northwest side by a strip of wooded plantation incorporating a cycle path with the Brediusweg behind it, in the southwest by the grounds of the Montessorischool and on the southeast side runs a sandy path, the Nicolaas Beetspad. On the other side of this path lies the Roman Catholic cemetery of Naarden.
Following the Royal Decree of 18 May 1825, which prohibited further burials within the built-up area and in churches, the Provincial States of North Holland instructed the municipality of Naarden in 1827 to "establish a suitable cemetery outside the city". The date by which the cemetery had to be ready was set at 1 May 1830. For 560 guilders, a wooded plot was purchased measuring 1 bunder and 67 roods, approximately one and a half hectares. The plot was situated on the Bussumse Eng on the then road from Naarden to Laren (Amersfoortsestraatweg). The land lay on high sandy ground just over 1300 metres outside the fortress. Thus the intended cemetery lay outside the belt of 300 roods (1130 metres) that was necessary to maintain a good field of fire from the fortress. This so-called glacis was required according to the so-called ring law to remain free from permanent buildings. Only wooden structures were permitted within the field of fire. An access gate was built at the through road. At the end of the main axis a mortuary chapel was built, which was later replaced by the current mortuary chapel.
Tree nursery owner J. Jurrissen was involved in supplying trees for the formal and austere layout. The available land was divided into two burial fields, one for the reformed community and one for Catholics, separated by a broad main axis. How these fields were precisely situated has not been determined to this day. For the Jewish residents a separate cemetery was created in the northwest corner. They were given the right of passage from the entrance of the general cemetery on the Amersfoortsestraatweg to their own access gate. Halfway along the main axis runs a cross path, giving the cemetery a clear cross shape. The main axis ends at the mortuary chapel on the west side.
In 1830 the first burial fields, Block I and II, were taken into use. At Block I the gravestones of the graves were placed adjacently, paved like a church floor with grave slabs. At Block II work initially proceeded in the same manner, but at a later stage alternating rows of graves were cleared, creating paths between the rows. Through this clearing all graves in this block became more easily accessible and it became unnecessary to step on other grave slabs. In 1916 Block III was laid out in the fashion of that time in the so-called new architectural garden style. This block is subdivided into so-called chambers. Court C, D and F are separated from each other by yew hedges. There are also rows of graves on the outside of the courts. On the other side of Block III, yew hedges were planted across the main avenue at the same time with hired graves between them (Block IV). The most significant alteration to the cemetery took place in 1938. Then a long strip of land outside the original layout was attached to the cemetery. The narrow strip along Block II provided space for two rows of graves (Block V). This part was separated from Block II by the beech hedge which originally formed the boundary of the cemetery. At the same time the layout of Block IV was modified such that by moving yew hedges, at the expense of hired graves, more space was created for children's graves and private graves. The need to expand the cemetery grew ever greater but its realisation was not possible. To the north lay the Catholic cemetery and the development of Bussum had meanwhile advanced so far that expansion was no longer possible on the other sides either. Attaching the strip along block II was the last possibility. The municipality of Naarden had already found a location for the new cemetery in 1937, situated south of Oud Valkeveen. Not until 1944 was the new general cemetery of Naarden taken into use. After that, on the old cemetery, with few exceptions, only burials in private graves took place.
In 1882 the line of the Gooische Stoomtram from Amsterdam via Naarden to Laren was laid alongside the cemetery. The tram rails were laid between the road and the cemetery. As a result the approach and exit road halfway through was crossed by the track. After the closure of the tram in 1942 a broad ventage road was laid in its place and the access path to the cemetery was shortened by half. The old approach and exit road was converted into a turning loop with a small planted area in the middle.
The cemetery is screened by a dense green border. In the border part of the beech hedge can still be recognised, but the appearance is predominantly determined by tall, old trees (beeches, oaks, birches, chestnut trees and pines). The cemetery itself is also characterised by much greenery. The main avenue is lined with lime trees, but this lining is no longer completely intact. Over time some lime trees have been replaced by larches. At the end of the 20th century the earth banks along the main axis were replanted with ivy, a planting which was also included in the original design but which had largely disappeared over the years. The once so open fields have been considerably changed by overgrown grave plantings (including fine weeping trees) and various unwanted and prolific growth of black cherry, maple, rowan and oak. Ivy, other low-growing vegetation and mosses are also flourishing. All this means that the cemetery gives a 'friendlier' impression than perhaps was intended by the formally and austerely designed layout.
Valuation
The DEVELOPMENT of the "Algemene Begraafplaats Amersfoortsestraatweg" in Bussum is of general importance on grounds of cultural and architectural-historical, as well as garden and funeral-historical value as an early example of a general cemetery with a formal and austere layout. The still clearly recognisable formal layout can be seen as a counterpart to the many landscaped municipal cemeteries of that period.
Nearby in the register
- Grafmonument, Algemene begraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Graf, Algemene begraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Graf, Algemene begraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Grafmonument, Algemene begraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.