Rijksmonumentenregister · Netherlands
Tehuis, Mauritskade 25 A
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Tehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1888 - 1890
- Address
- Mauritskade 25 A, 1092 AA Amsterdam (and others)
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.36150, 4.91612
- Part of complex
- 526941
- Monument number
- 526942
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
HOOFDGEBOUW van het voormalig St. Elisabethgesticht uit rechthoeken samengesteld en grotendeels symmetrisch grondplan. Gebouw is deels onderkelderd en heeft twee bouwlagen boven het maaiveld en een kapverdieping en bestaat in hoofdlijnen uit vier om een binnenhof gelegen vleugels onder uitbreiding met op drie hoekpaviljoens aangebouwde verdere vleugels. Symmetrische en sterk horizontaal en vertikaal gelede gevels op plint uit ruw behakte blokken natuursteen. De gevels zijn verder opgebouwd uit bruinrode baksteen in staand verband afgewisseld met natuurstenen hoeklisenen, kraag- en sluitstenen, speklagen, cordon- en gevellijsten en overige ornamenten. Geprofileerde gootlijst op klossen en consoles. Gedekt door een samenstel aan zadel- en schilddaken met pannen. De vensters hebben dubbele draairamen en bovenlichten en een zware houten geleding en zijn geplaatst in verdiepte spaarvelden onder korfboog met herhaling met kleinere bogen boven de bovendorpel. Tussen de vensters bevinden zich gemetselde pilasters met banden en eenvoudig kapiteel. Voorgebouw aan de Mauritskade met aan weerszijden een rijk bewerkte en verhoogde halsgevel ter afsluiting van de vooruitspringende bouwgedeelten, waar oorspronkelijk de regenten- en regentessenkamers in waren ondergebracht. Deze bouwgedeelten zijn twee vensterassen breed en hebben nissen in natuurstenen bewerkt kader naast de vensters en ijzeren sierstukken op de hoger opgetrokken noklijn. Centraal in de gevel een middenrisaliet van vier vensterassen en met eenvoudige trap naar hoofdtoegang met rijke natuurstenen omlijsting met Dorische halfzuilen en hoofdgestel en gebroken fronton. De oorspronkelijke bekroning van de ingangspartij met een beeld van St. Elisabeth, uitgevoerd door de Amsterdamse beeldhouwer E. van den Bossche, is thans verdwenen. Natuurstenen geblokte hoeklisenen, sierende elementen en figuratieve consoles en kroonlijst waarop geveltop in de vorm van verhoogde halsgevel met pirons, klauwstukken en fronton met siervaas. Op de noklijn nog een open dakruiter. Flankerende geveldelen elk drie vensterassen. Dakkapellen met klauwstukken en fronton. Aan de gevel aan de zijde van het binnenhof een halfronde uitbouw over begane grond en eerste verdieping met omlopende vensters. Aan de oostzijde bevinden zich twee vanuit het carré uitgaande en parallel geplaatste vleugels onder afgeplat schilddak en met zijgevels van vijf ongelijke vensterassen met alternerende vensters met verschillende geleding. Verder per bouwlaag twee smalle en licht getoogde vensters met natuurstenen kalf en halfronde abside over de twee bouwlagen van de kopse gevel met drie smalle venster en met toegespitst koepeldak met leien. Aan de westzijde een vleugel onder afgeknot schilddak op de hoek van de Mauritskade en de 's Gravesandestraat met vijf ongelijke vensterassen met alternerende vensters met verschillende geleding. Aan de kopse gevel een rijk bewerkte verhoogde halsgevel ter afsluiting. Tussen voorgebouw en keukenvleugel in het zuiden twee verbindende vleugels van het carré, waarbij de gevel aan de 's Gravesandestraat, waarop de kamers van de eerste en tweede klas-patiënten op uitkwamen, zijn voorzien van loggia's. Vanaf 1892 bevond zich in de westelijke zijvleugel de functionele hoofdtoegang. Keukenvleugel met middenrisaliet met ingestoken kap en met drie vensterassen met brede en hoge vensters in spaarvelden met verschillende boogvormen en een tuitgevel met gemetselde en deels uitkragende schoorsteen en gemetselde sierlijst. Drie vensterassen brede flankerende geveldelen en zowel aan de linker- als aan de rechterzijde de recht afgesloten aanhechtingen waaraan de oorspronkelijk geplande uitbreiding was gepland.
Aan de oostzijde van de keukenvleugel bevindt zich de verbindende GANG naar de KAPEL. Deze gang onder zadeldak met pannen is vier traveeën lang en is opgenomen in de niet beschermde nieuwbouw van het café-restaurant. De oorspronkelijk driebeukige kapel met galerijen en hoog middenschip heeft in het noorden een vijfzijdig uitgebouwde apsis met twee bouwlagen en onder zinken spits met piron. Gelede vensters met spaarvelden en geprofileerde gootlijst en gemetselde sierlijsten. Aan weerszijden een flankerende annex en boven het geheel een hoge tuitgevel met voluten op de schouders. Aan de korte zuidgevel een hogere vijfzijdig uitgebouwde absis onder spits met pannen. Lagere uitbouw met zinken afsluiting. Hoge en ronde vensteropeningen aan de zijgevels van de apsis ter verlichting van het oorspronkelijke priesterkoor. De zijgevels van de kapel worden deels aan het oog onttrokken door de aanwezigheid van lagere aanbouwen. De vensteropeningen ter verlichting van de zijbeuken waren oorspronkelijk voorzien van glas-in-lood raamvulling; de hogere vensters ter verlichting van de galerijen zijn afgesloten. Hierboven een rechte beëindiging met gootlijst en verder gemetselde luchtbogen waartussen nog afgesloten ronde vensteropeningen. Hierboven een geprofileerde gootlijst op gemetselde consoles. Op de dakschilden bevinden zich kleine dakkapellen. Zowel aan de oost- als aan de westzijde een recht afgesloten aanhechting waartegen de oorspronkelijke vleugels van de uitbreiding waren gepland.
Interieur De plattegrond bevat een combinatie van het corridorsysteem en het paviljoensysteem. De elkaar haaks kruisende gangen omsluiten een rechthoekige binnenplaats. Op de vier hoeken bevinden zich de trappenhuizen. Dwars over de binnenplaats, vanuit de voormalige hoofdingang aan de Mauritskade loopt de noord-zuid as van het gesticht. De paviljoens, in het verlengde van de oost-west gangen, zijn dwars op noord-zuid as gelegen. De kapel ligt, door een gang met het gesticht verbonden, aan de zuidzijde van het gesticht in het verlengde van de noord- zuid as. De draagconstructie van de gangen en de trappenhuizen bestaat uit troggewelfjes die rusten op gepleisterde balken en dito consoles. De voormalige hoofdingang heeft een overwelfde vestibule, de bogen rustend op vier centrale kolommen en, tegen de muur, pilasters. De Dorische kapitelen en basementen zijn, net als de lambrisering, uitgevoerd in hardsteen. De gepleisterde, bakstenen kruisgewelven met geprofileerde schijnribben hebben gewelfschilden van elf centimeter dikte. In de boogvulling van de vestibule naar het gesticht bevindt zich een stichtingssteen van natuursteen voorstellende twee puti die een plaat dragen. In de cartouche zijn vier kleine beschilderde wapenschilden van de regenten opgenomen. De draagconstructie bevat zware, gepleisterde balken op gipsen consoles met dwars daarop troggewelfjes. De tegelvloer van de hal bevat sierpatronen van bloemen en vogels.
De zalen in de paviljoens, twee voor niet betalende en een voor wel betalende gasten, hebben aan weerszijden open hoven, zodat ventilatie en lichttoetreding optimaal gewaarborgd waren. Aan de kopse kanten van eerstgenoemde twee paviljoens liggen halfronde wasgelegenheden. De twee zuidelijke trappen, geheel vrij in de ruimte gelegen, zijn samengesteld uit drie armen. De twee noordelijke trappen zijn uit twee armen samengesteld. De zwevende armen rusten op gietijzeren kolommen, met daartussen ajour gietijzeren boogvullingen. De traptreden zijn van hardsteen, dan wel van comblanchien. De balustrades met gedraaide spijlen, zijn uitgevoerd in rijk smeedijzer. Op de verdieping van de trappenhuizen omringt lijstwerk met consoles een glazen bovenlicht met haakse roedeverdeling. Naar de muur toe bevinden zich troggewelfjes. Het zuidoostelijke trappenhuis heeft aan de zijkant een kleiner trappenhuis met een geheel in hardsteen uitgevoerde spiltrap, voorzien van een smeedijzeren leuning.
De neo-byzantijnsche kapel heeft op galerijhoogte in het schip alternerend vierkante pijlers en ronde hardstenen zuilen die rondbogen dragen. Het tongewelf wordt gedragen door ribben op consoles, terwijl de zijbeuken troggewelfjes hebben. In de lichtbeuk bevinden zich, boven een kroonlijst, ronde vensters. Het interieur is integraal voorzien van een decoratieschema, naar ontwerp van A.C. Bleijs. De apsis heeft figuratieve voorstellingen, de pijlers, gewelven, bogen en muren non-figuratieve. De galerij loopt verder door dan de begane grond. In de muur naar een driezijdige uitbouw bevindt zich een glas-in-lood roosvenster van bescheiden afmetingen, in een beschilderde boogtrommel. De zaal beneden heeft geaderd, zwart marmeren zuilen die rondbogen met gepleisterde speklagen en consoles dragen. In de zijbeuken, voorzien van tongewelven, bevindt zich de kruiswegstatie. De achteringang tegenover de kapel, heeft de oorspronkelijke tegelvloer.
Waardering
Hoofdgebouw met verbindende gang en kapel van tehuis van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als hoofdonderdeel van het complex St. Elisabeth-gesticht.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
MAIN BUILDING of the former St. Elisabeth Institution composed of rectangles and largely symmetrical ground plan. Building is partly cellared and has two storeys above ground level and an attic storey and consists in essence of four wings situated around an inner courtyard under expansion with further wings built onto three corner pavilions. Symmetrical and strongly horizontally and vertically articulated facades on a plinth of roughly dressed blocks of natural stone. The facades are further built up of red-brown brick in stretcher bond alternated with natural stone corner quoins, corbel stones and closure stones, stone courses, stringcourses and cornice lines and other ornaments. Profiled cornice on brackets and consoles. Covered by an assembly of gabled and hipped roofs with tiles. The windows have double casement windows and fanlights and heavy timber glazing and are set in recessed reveals under basket arches with repetition with smaller arches above the lintel. Between the windows are set brick pilasters with bands and simple capitals. Front building on the Mauritskade with on either side a richly worked and raised neck gable closing off the projecting building sections, where originally the regents' and regentesses' chambers were housed. These building sections are two window-bays wide and have niches in a frame of worked natural stone next to the windows and iron ornaments on the higher drawn up ridgeline. Centrally in the facade a central risalit of four window-bays and with simple staircase to main entrance with rich natural stone moulding with Doric half-columns and entablature and broken pediment. The original crowning of the entrance section with a sculpture of St. Elisabeth, executed by Amsterdam sculptor E. van den Bossche, is now gone. Natural stone block corner quoins, ornamental elements and figurative consoles and cornice on which gable top in the form of raised neck gable with cresting, jaw-pieces and pediment with ornamental urn. On the ridgeline still an open roof turret. Flanking gable sections each three window-bays. Roof dormers with jaw-pieces and pediment. On the facade on the side of the inner courtyard a semi-circular projection over ground floor and first storey with continuous windows. On the east side are two wings extending from the square and placed parallel under truncated hipped roof and with side facades of five unequal window-bays with alternating windows with different glazing. Furthermore per storey two narrow and slightly arched windows with natural stone lintel and semi-circular apse over the two storeys of the end gable with three narrow windows and with pointed dome roof with slates. On the west side a wing under truncated hipped roof on the corner of the Mauritskade and the 's Gravesandestraat with five unequal window-bays with alternating windows with different glazing. On the end gable a richly worked raised neck gable closing off. Between front building and kitchen wing in the south two connecting wings of the square, whereby the facade on the 's Gravesandestraat, onto which the rooms of the first and second class patients opened, are provided with loggias. From 1892 the functional main entrance was located in the western side wing. Kitchen wing with central risalit with recessed gable and with three window-bays with broad and tall windows in reveals with different arch forms and a spout gable with brick and partly corbelled chimney and brick ornamental line. Three window-bays wide flanking gable sections and on both the left and right sides the straight closed attachments to which the originally planned extension was designed.
On the east side of the kitchen wing is the connecting CORRIDOR to the CHAPEL. This corridor under gabled roof with tiles is four bays long and is incorporated in the unprotected new building of the café-restaurant. The originally three-aisle chapel with galleries and tall central nave has in the north a five-sided projection with two storeys and under zinc spire with cresting. Articulated windows with reveals and profiled cornice and brick ornamental lines. On either side a flanking annex and above the whole a tall spout gable with volutes on the shoulders. On the short south gable a taller five-sided projection under spire with tiles. Lower projection with zinc closure. High and round window openings on the side facades of the apse for lighting of the original priests' choir. The side facades of the chapel are partly hidden from view by the presence of lower projections. The window openings for lighting of the side aisles were originally provided with stained glass window panes; the higher windows for lighting of the galleries are closed. Above this a straight termination with cornice and further brick relieving arches between which are still closed round window openings. Above this a profiled cornice on brick consoles. On the roof slopes are small roof dormers. On both the east and west sides a straight closed attachment against which the original wings of the extension were planned.
Interior The ground plan contains a combination of the corridor system and the pavilion system. The mutually perpendicular corridors enclose a rectangular courtyard. On the four corners are the staircases. Transverse across the courtyard, from the former main entrance on the Mauritskade runs the north-south axis of the institution. The pavilions, in the extension of the east-west corridors, are transverse to the north-south axis. The chapel is, connected to the institution by a corridor, on the south side of the institution in the extension of the north-south axis. The load-bearing structure of the corridors and staircases consists of barrel vaults resting on plastered beams and similar consoles. The former main entrance has a vaulted vestibule, the arches resting on four central columns and, against the wall, pilasters. The Doric capitals and bases are, like the wainscotting, executed in hard stone. The plastered brick cross vaults with profiled false ribs have vault panels of eleven centimetres thickness. In the arch infill of the vestibule to the institution is a foundation stone of natural stone depicting two putti bearing a plate. In the cartouche are four small painted heraldic shields of the regents. The load-bearing structure contains heavy plastered beams on gypsum consoles with barrel vaults transverse on them. The tile floor of the hall contains ornamental patterns of flowers and birds.
The halls in the pavilions, two for non-paying and one for paying guests, have on either side open courtyards, so that ventilation and light admission were optimally guaranteed. On the short sides of the first mentioned two pavilions are semi-circular washing facilities. The two southern staircases, entirely free in the space, are composed of three flights. The two northern staircases are composed of two flights. The floating flights rest on cast iron columns, with between them open cast iron arch infills. The stair treads are of hard stone, or of Comblanchien limestone. The balustrades with turned balusters are executed in rich wrought iron. On the landing of the staircases ornamental work with consoles surrounds a glazed fanlight with right-angle glazing bars. Towards the wall are barrel vaults. The south-eastern staircase has on the side a smaller staircase with a spiral staircase entirely executed in hard stone, provided with a wrought iron handrail.
The neo-Byzantine chapel has at gallery height in the nave alternating square pillars and round hard stone columns carrying round arches. The barrel vault is carried by ribs on consoles, while the side aisles have barrel vaults. In the clerestory are, above a cornice, round windows. The interior is integrally provided with a decoration scheme, designed by A.C. Bleijs. The apse has figurative representations, the pillars, vaults, arches and walls non-figurative. The gallery runs further than the ground floor. In the wall to a three-sided projection is a stained glass rose window of modest dimensions, in a painted arch trumpet. The hall below has veined black marble columns carrying round arches with plastered stone courses and consoles. In the side aisles, provided with barrel vaults, is the Way of the Cross station. The rear entrance opposite the chapel has the original tile floor.
Valuation
Main building with connecting corridor and chapel of institution of public benefit for architectural and cultural historical value as main component of the St. Elisabeth Institution complex.
Nearby in the register
- Hek, Mauritskade 25 AErfscheidingunder 1 mi
- Fabrieksschoorsteen, Mauritskade 25 AIndustrieunder 1 mi
- Lourdesgrot, 's-Gravesandestraat bij 55Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Pastorie(F), 's-Gravesandestraat 53Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.