TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nutsbedrijf, Watertorenplein 4 A

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1897 - 1899
Address
Watertorenplein 4 A, 1051 PA Amsterdam (and others)
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.38429, 4.86874
Part of complex
526712
Monument number
526713

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1885 map "Het Noordzee-kanaal en zijne omstreken / A. Braakensiek fec." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig POMPGEBOUW, onderdeel van het complex Pompstation van de Gemeentewaterleidingen Amsterdam, centraal gelegen op het voormalige waterleidingterrein.

Omschrijving

Het pompgebouw bestaat uit vier geschakelde parallelle hallen, elk 3 beuken breed en 9 traveeën diep op rechthoekig grondplan en met zadeldak met blauwgrijze gesmoorde kruispannen (behoudens latere restauratie van één dakschild), bekroond door een langgerekte lichtkap met plat dak over de noklijn met aan weerszijden een serie gekoppelde vensters, deels met oorspronkelijke twee-maal-vierruits roedenverdeling. De hallen hebben inwendig in oorsprong geen verdiepingslagen. De middenhallen hebben een vrije hoogte van 15.50 m tot aan de onderkant van de nok. Met uitzondering van de westelijke hal is het pompgebouw geheel onderkelderd. De twee zijhallen hebben een zoldervloer ca. zes meter boven het peil van de grondvloer, hierin zijn de trekstangen ten behoeve van de constructie van de dakspanten opgenomen. De twee identieke middelste hallen zijn hoger en zowel aan de voor- als achterzijde iets verder naar voren uitgebouwd. Ook de lagere buitenste- of zijhallen zijn onderling identiek. Van elk der vier hallen zijn aan de voor- en achtergevel de midden- en zijbeuken gemarkeerd door een geleding met enkele en dubbele lisenen, die boven aan elkaar zijn verbonden door even ver uitgemetselde daklijsten. De hoger opgetrokken lichtkappen krijgen zowel aan de voor- als achterzijde een extra accent door uitkragende bakstenen kroonlijsten waarop kantelen met natuurstenen afdekking. Op de middenhallen worden de kantelen geflankeerd door overhoeks op kraagstenen uitgemetselde en hoger opgetrokken pilaster-consoles. De geledingen tussen midden- en zijhallen worden elk benadrukt door een uitgebouwde vierkante schoorsteen. De getoogde vensters op de begane grond zijn het grootst, met middenstijl en tussendorpel en 36-ruits roedenverdeling. Op de eerste verdieping in beide middenhallen telkens twee gekoppeld, met tussendorpel en gemetselde middenstijl en elk 15-ruits roedenverdeling. Ook in de hogere zijgevels van de middenhallen bevinden zich dergelijke vensters. Op de bovenste verdiepingen onder de kanteellijsten telkens vier rondboogvenstertjes, elk negenruits met verbijzonderde roedenverdeling in de toging, met daarboven bij de middenhallen nog een roosvenster met radiale verdeling. De zijgevels van de zijhallen hebben getoogde spaarvelden in verschillende breedte en eenvoudige toegangspartij onder toging. De architectuur van voor- en achtergevels is gelijkvormig, alleen aan de voorzijde is de detaillering iets rijker: behalve natuurstenen accenten op hoeken en sprongen aan de lisenen, in de plinten en halverwege de schacht, zitten aan deze noordzijde ook in de venstertogen natuurstenen aanzetstenen. Bovendien zijn aan de noordzijde onder de schuine daklijsten, met telkens één tussentrap, klimmende boogfriezen uitgemetseld, en zijn de daklijsten hier verankerd met 24 sierlijke smeedijzeren muurankers. Twee stenen trappen met vier treden leidden tot de oorspronkelijke hoofdtoegangen met paneeldeuren in de twee middenhallen die oorspronkelijk ruimtelijk één geheel vormden en werden gescheiden door een zestal dubbele gietzijzeren zuilen.

In het interieur, ter plaatse van de hoofdas van het gebouw, waar de twee kapconstucties van de zadeldaken boven de middenhallen samenkomen, wordt de draagconstructie gevormd door een zestal dubbele naar boven toe uitlopende gietijzeren zuilen. Betonnen grondvloer van de middenhal afgewerkt met tegelvloer. Vloeren van de zijhallen opgebouwd uit troggewelfvloeren, een combinatie van ijzeren balken en gebogen betonelementen. De zoldervloeren zijn opgebouwd uit stalen liggers. De draagconstuctie van de daken van de middenhallen bestaat uit ijzeren vakwerkspanten en horizontale spanstaven. De spanten rusten ter plaatse van de gemetselde penanten op ingemetselde uitkragende basaltblokken. De draagconstuctie van de daken van de zijhallen wordt gevormd door een vakwerkconstructie. De spanten zijn voorzien van grenen gordingen met kraal, waaroverheen het dakbeschot is aangebracht. De twee middenhallen hebben een gelakt houten cassettenplafond. Kenmerkende onderdelen van het interieur van de middenhallen zijn verder onder meer de twee kraanbanen op acht meter boven de begane grond, de betegelde lambrisering, de geleding middels pilasters, de omlopende wandlijsten en het natuurstenen drinkfontein tegen de zuidelijke wand met waterspuwende vis en florale decoratie.

Waardering

Voormalig pompgebouw met bijbehorend interieur, hoofdonderdeel van het complex Pompstation van de Gemeentewaterleidingen van Amsterdam uit 1897-1899 van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische, alsmede de typologische en industrieel-archeologische waarde. Tevens van belang wegens ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke en historisch-functionele relatie met de overige complexonderdelen alsook met het aan de overzijde gelegen complex van de Westergasfabriek.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former PUMP HOUSE, component of the Pompstation complex of the Amsterdam Municipal Water Works, centrally located on the former water works site.

Description

The pump house consists of four linked parallel halls, each 3 aisles wide and 9 bays deep on a rectangular ground plan and with a gabled roof with blue-grey muffled roof tiles (except for later restoration of one roof section), crowned by an elongated skylight with flat roof over the ridge line with on either side a series of coupled windows, partly with original two-by-four-light glazing bars. The halls have internally no storeys originally. The central halls have a clear height of 15.50 m up to the underside of the ridge. With the exception of the western hall, the pump house is entirely undercellarated. The two side halls have a loft floor approximately six metres above the level of the ground floor, in which are incorporated the tie-rods for the construction of the roof truss structure. The two identical central halls are higher and are both on the front and rear slightly further built forward. The two lower outer or side halls are likewise identical to each other. Of each of the four halls on the front and rear facades the central and side aisles are marked by articulation with single and double pilaster strips, which are connected at the top to each other by equally protruding stone mouldings. The higher erected skylights receive both on the front and rear an additional emphasis through projecting brick cornices on which crenellations with natural stone coping. On the central halls the crenellations are flanked by diagonally on corbels built up and higher erected pilaster-consoles. The articulations between central and side halls are each emphasised by a protruding square chimney. The arched windows on the ground floor are the largest, with central mullion and transom and 36-light glazing bars. On the first floor in both central halls each time two coupled, with transom and mortared central mullion and each 15-light glazing bars. Also in the higher side gables of the central halls are located similar windows. On the upper storeys under the crenellation lines each time four round-arched small windows, each nine-light with special glazing bar division in the arch, with above it in the central halls still a wheel window with radial division. The side gables of the side halls have arched spandrels of various widths and simple entrance arrangement under arch. The architecture of the front and rear facades is of similar form, only on the front is the detailing slightly richer: apart from natural stone accents at corners and breaks in the pilaster strips, in the plinths and halfway up the shaft, on this north side are also in the window arches natural stone setting stones. Moreover on the north side under the sloping cornices, each with one intermediate step, climbing arch friezes are mortared, and the cornices here are anchored with 24 elegant wrought-iron wall anchors. Two stone stairs with four steps led to the original main entrances with panel doors in the two central halls which originally formed spatially one whole and were separated by six double cast-iron columns.

In the interior, at the location of the main axis of the building, where the two roof truss structures of the gabled roofs above the central halls meet, the load-bearing structure is formed by six double cast-iron columns tapering upwards. Concrete ground floor of the central hall finished with tile floor. Floors of the side halls constructed from barrel vault floors, a combination of iron beams and curved concrete elements. The loft floors are constructed from steel beams. The load-bearing structure of the roofs of the central halls consists of iron truss structures and horizontal tie rods. The trusses rest at the location of the mortared walls on mortared projecting basalt blocks. The load-bearing structure of the roofs of the side halls is formed by a truss construction. The trusses are provided with pine beams with moulding, over which the roof boarding is applied. The two central halls have a varnished wooden coffered ceiling. Characteristic components of the interior of the central halls are furthermore among others the two crane runways at eight metres above the ground floor, the tiled wainscoting, the articulation by means of pilasters, the perimeter wall mouldings and the natural stone drinking fountain against the southern wall with water-spouting fish and floral decoration.

Valuation

Former pump house with accompanying interior, principal component of the Pompstation complex of the Amsterdam Municipal Water Works from 1897-1899 of general importance due to cultural and architectural-historical, as well as typological and industrial-archaeological value. Also of importance due to ensemble value because of the spatial and historical-functional relation with the other complex components as well as with the Westergasfabriek complex located across the way.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map