TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij, Plein 15

Berlicum, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Category
onroerend gebouwd
Address
Plein 15, 5258 TG Berlicum (Sint-Michielsgestel 30)
Place
Berlicum
Municipality
Sint-Michielsgestel
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.67770, 5.41657
Monument number
526636

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1688 map "Quartae partis Brabantiae seu ditionis Silvae Ducis accuratissma delineatio / [Frederik de Wit]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KRUKBOERDERIJ in ambachtelijk-traditionele stijl, mogelijk gesticht ca. 1664 als driebeukig hallehuis. Het bedrijfsgedeelte, dat naar de straat toe gewend is, moet later verbreed en van een dwarsdeel voorzien zijn. Het woongedeelte uit XIXA is in XIXB uitgebreid tot krukhuis; in de uitbreiding werd een tweede woning ondergebracht. De boerderij is gelegen in het agrarische buitengebied, aan de rand van het dorp, op een ruim, deels verhard erf met enkele fruitbomen.

Omschrijving

Het betreft een oorspronkelijk als hallehuis opgezette boerderij die later tot krukhuis is uitgebreid. De gevels zijn rondom een vijftal eiken ankerbalkgebinten opgetrokken in deels IJsselsteen (woonhuis), handvormbaksteen (schuur) en machinale steen (uitbreidingen). De samengestelde schild- en zadeldaken hebben wolfseinden. Rond 1990 is de rietdekking met pannenstroken vervangen door asbestvrije golfplaten. Twee schoorstenen op de loodrecht op elkaar staande nokken verraden de situering van twee stookplaatsen in het woongedeelte. Het woongedeelte heeft een uit oranjegele IJsselsteen opgetrokken gevel met vlechtingen rechts onder het schuine dakvlak. De in het oude kozijn vernieuwde dichte voordeur met bovenlicht en gietijzeren levensboom wordt geflankeerd door twee grote schuiframen met fijnmazige roedeverdeling. Daarvan is alleen het linkervenster, met 20-ruits schuifraam, nog geheel origineel; het rechter schuifraam is in het oude kozijn vervangen door een nieuw 15-ruits raam. De beide vensters zijn voorzien van vernieuwde dubbele luiken. Uiterst rechts zit op maaiveldhoogte het kelderraam met zes overhoekse tralies. Daarboven bevindt zich een venster met zesruits raam waarin links twee duimen van het opkamertje. Links is het woongedeelte uitgebreid in machinale steen van een groter formaat dan het oude werk (bouwnaad), waardoor het oorspronkelijke hallehuis tot een krukhuis is geworden. Dit gedeelte omvatte een complete kleine woning, met eigen voordeur, kelder, opkamer en stookplaats, denkelijk bedoeld voor grootouders in ruste. In dit deel van de voorgevel bevinden zich een dichte voordeur met tweelichts bovenlicht en links daarvan een vast negenruits raam. Uit bouwsporen ter plaatse mag opgemaakt worden dat raam en deur ooit van plaats verwisseld zijn. Op zolderniveau zijn op regelmatige afstanden drie vensters met drieruits draairamen met horizontale roedenverdeling geplaatst. De vensters hebben, met uitzondering van die in het nieuwere gedeelte, onder en boven eenvoudige rollagen. De houten onderdorpels zijn grijs, de kozijnen wit en de luiken en deuren standgroen geschilderd. Aan de naar de straat gerichte korte, in handvormsteen opgetrokken gevel van het bedrijfsgedeelte zijn alleen links, waar het dak lager aanzet, vlechtingen zichtbaar. Links en rechts halfronde gietijzeren stalramen. Later provisorisch ingevoegde, asymmetrisch geplaatste dubbele deeldeuren onder houten latei. Vier staafankers. In de lange rechterzijgevel twee stellen dubbele deuren, waarvan het eerste stel toegang geeft tot later gemaakte paardenstallen en het tweede tot de dwarsdeel. Lange, nieuwe staafankers. Een vooruitspringend gedeelte onder laag afhangend dak heeft in de korte kopgevel in een rollaag een klein rondvenster met metalen, witgeschilderd raam met zes wigvormige openingen. De lange gevel uit machinale baksteen in kruisverband is met een grove vertanding in de handvormbakstenen kopse muur ingeboet. In de lange gevel een zesdelig metalen venster met segmentvormige bovenzijde en een dichte staldeur. Alle - standgroen geschilderde - deuren in het bedrijfsgedeelte zijn vernieuwd. De uitbouw van de woning heeft aan de achterzijde een klein hooggeplaatst getoogd venstertje met kruisroede en een nieuw vast 15-ruitsraam met starre luiken ter plaatse van het vroegere kleine opkamerraam. De sporen van het dichtgezet keldervenster zijn nog zichtbaar. De zijmuur van de uitbouw is opgetrokken uit machinale steen in wild verband zonder vlechtingen. Asymmetrisch, vanwege de plaats van de vroegere opkamer, zit rechts uit het midden een oud, groot, 20-ruits schuifraam, denkelijk afkomstig van de oorspronkelijke zijgevel. Op zolderniveau een oud vierruits schuifraam, waarschijnlijk eveneens verplaatst. Twee staafankers. Op de hoek met de voorgevel een schampsteen. De tegenoverliggende zijgevel heeft v.l.n.r. vanaf de hoek met de voorgevel een oude keukendeur met rechts daartegen aan een vierkant kozijn met driedelig raam met horizontale roeden. Daarnaast bevond zich de oorspronkelijke, nu gedichte waterput. Het woonhuisgedeelte heeft muren uit IJsselsteentjes, het bedrijfsgedeelte is opgetrokken uit machinale baksteen in kruisverband. Dan komen een vernieuwde dichte staldeur, twee gietijzeren stalramen met korenaarmotief, dubbele deeldeuren, waarvoor het dak iets opgelicht wordt, toegang verlenend tot de dwarsdeel. Verder een betonvenster met kruisroede, een dichte staldeur, een betonvenster met kruisroede, een metalen, getoogd negenruitsraam en wederom een betonvenster met kruisroede. Het laatste gedeelte van de zijgevel heeft een cementen plint.

Inwendig is het woongedeelte gemoderniseerd met behoud van het casco. De oorspronkelijke indeling is nog herkenbaar. De gang, die vroeger doorliep van voordeur naar bedrijfsgedeelte, maar nu eindigt bij een toilet, geeft rechts toegang tot een kamer waarin de oude stookplaats - met overhoekse schildpadtegeltjes en witjes in schaakbordpatroon alsmede een ijzeren haardplaat zonder ornament - in een kast is ingebouwd. De oorspronkelijke keuken daarnaast is verbouwd tot badkamer en halletje. In de uiterste hoek ligt de toegang, via enkele stenen treden, tot een klein keldertje, overkluisd met een halfrond tongewelf. In de korte zijde tegenover het trapje zit een klein getralied venster. De vloer is van cement. Boven het keldertje een even klein opkamertje, dat bereikt wordt via een houten trapje met enkele treden. Aan de andere zijde van de gang is de kamer veranderd in een keuken. In het woongedeelte bevinden zich nog enkele oude kozijnen en paneeldeuren, met nieuw beslag. Alle oude plafonds en balklagen zijn door betimmeringen aan het oog onttrokken. De woning in de aanbouw is via een nieuwe doorgang met deur nu bij de hoofdwoning getrokken. De oorspronkelijke smalle gezaagde balklagen met kraal zijn hier nog in het zicht. De kelder met opkamer is hier verwijderd. Op de plaats van het kleine opkamerraam is een nieuw vast 15-ruits raam gemaakt. De oude stookplaats is nog in gebruik, maar uiterlijk geheel vernieuwd. De oorspronkelijke voordeur is buiten gebruik gesteld en inwendig weggewerkt. Op de zolderverdieping, toegankelijk via een nieuwe houten trap achter in de gang is een aantal slaapkamertjes gemaakt. De kapspanten zijn daarvoor geheel omtimmerd. Slechts boven het opkamertje is een compleet spant - een driehoeksspant met blokkeels en schoren, spruitbalk, gordingen en nokgording - geheel uit naaldhout zichtbaar. De ruimte naar het bedrijfgedeelte toe is afgeschoten met brede delen. Het bedrijfsgedeelte is waarschijnlijk het oudste, mogelijk nog uit XVII daterende deel van de boerderij. De oorspronkelijk als hallehuis gestichte boerderij is opgericht rondom vijf eiken ankerbalkgebinten op hoge poeren die alleen in het huidige schuurgedeelte zichtbaar zijn. In later tijd is de constructie eenzijdig uitgebreid, zodat ze asymmetrisch is geworden. Boven de deel bestaat de vloer van de hooizolder nog uit gevlochten wilgentenen. Ondanks de latere inrichting met dwarsdeel is de oorspronkelijke langsdeel ook nog goed herkenbaar en in de loop van de tijd weer via de korte achtergevel bereikbaar gemaakt, zodat nu in feite een deel op T-vormige plattegrond is ontstaan.

Waardering

De krukboerderij is van algemeen belang. Zij heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een goed afleesbare ontwikkeling van een hallehuis tot een krukhuis met dwarsdeel, vanuit XVII tot XIXB. De boerderij heeft voorts architectuurhistorische betekenis vanwege de gaaf bewaard gebleven hoofdstructuur van woonhuis met schuur en onderdelen van het interieur. Door de aanwezigheid van verschillende bouwfasen vertegenwoordigt het pand een bouwhistorisch belang. De boerderij is door haar ligging straatbeeldbepalend.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CRUK FARMHOUSE in artisanal-traditional style, possibly founded c. 1664 as a three-aisled hall-house. The business section, which faces the street, must have been widened later and provided with a cross-wing. The residential section from the first half of the 19th century was expanded in the second half of the 19th century into a cruk house; a second dwelling was housed in the extension. The farmhouse is located in the agricultural countryside, at the edge of the village, on a spacious, partly paved yard with a few fruit trees.

Description

This is a farmhouse originally set up as a hall-house and later expanded into a cruk house. The facades all around are constructed with approximately five oak tie-beam frames in partly IJssel stone (residential house), hand-moulded brick (barn) and machine-made brick (extensions). The composite hipped and gabled roofs have half-hipped ends. Around 1990 the thatch roofing was replaced with corrugated asbestos-free sheets. Two chimneys on ridges perpendicular to each other reveal the location of two fireplaces in the residential section. The residential section has a facade constructed of orange-yellow IJssel stone with wattle-and-daub infill to the right below the sloping roof plane. The solid front door renewed in the old frame with fanlight and cast-iron life tree is flanked by two large sash windows with fine-mesh glazing bars. Of these, only the left window, with a 20-pane sash window, is still completely original; the right sash window has been replaced in the old frame with a new 15-pane window. Both windows are provided with renewed double shutters. At the extreme right, at ground level, is the cellar window with six diagonal bars. Above it is a window with a six-pane frame in which on the left are two inches of the upper chamber. On the left the residential section is extended in machine-made brick of a larger format than the old work (construction joint), whereby the original hall-house became a cruk house. This section comprised a complete small dwelling, with its own front door, cellar, upper chamber and fireplace, presumably intended for retired grandparents. In this part of the front facade are a solid front door with two-light fanlight and to the left of it a fixed nine-pane window. From building traces at the location it may be inferred that window and door were once exchanged in position. At attic level three windows with three-pane casement windows with horizontal glazing bars are placed at regular intervals. The windows, with the exception of those in the newer section, have simple plaster bands above and below. The wooden sills are grey, the frames white and the shutters and doors painted standard green. On the short facade of the business section facing the street, constructed in hand-moulded brick, wattle-and-daub infill is visible only on the left, where the roof is lower. Semi-circular cast-iron stable windows on the left and right. Later provisionally inserted, asymmetrically placed double divided doors under wooden lintels. Four bar anchors. In the long right side facade two sets of double doors, the first set providing access to later-made horse stables and the second to the cross-wing. Long, new bar anchors. A projecting section under a low overhanging roof has in the short gable end a small round window in a plaster band with metal, white-painted frame with six wedge-shaped openings. The long facade of machine-made brick in cross bond is chinked with a coarse tooth-joint in the hand-moulded brick gable end wall. In the long facade a six-part metal window with segmented top and a solid stable door. All doors in the business section - painted standard green - are renewed. The extension of the dwelling has on the rear side a small high-placed arched window with cross-glazing and a new fixed 15-pane window with fixed shutters in the place of the former small upper chamber window. The traces of the filled-in cellar window are still visible. The side wall of the extension is constructed of machine-made brick in random bond without wattle-and-daub infill. Asymmetrically, because of the location of the former upper chamber, on the right out of centre is an old, large, 20-pane sash window, presumably from the original side facade. At attic level an old four-pane sash window, probably also relocated. Two bar anchors. On the corner with the front facade a chamfered stone. The opposite side facade has from left to right from the corner with the front facade an old kitchen door with to the right of it a square frame with three-part window with horizontal glazing bars. Next to it was the original, now filled-in well. The residential house section has walls of small IJssel stone; the business section is constructed of machine-made brick in cross bond. Then comes a renewed solid stable door, two cast-iron stable windows with grain sheaf motif, double divided doors, for which the roof is raised slightly, providing access to the cross-wing. Further a concrete window with cross-glazing, a solid stable door, a concrete window with cross-glazing, a metal, arched nine-pane window and again a concrete window with cross-glazing. The last section of the side facade has a cement base.

Internally the residential section has been modernized while retaining the shell. The original layout is still recognizable. The corridor, which formerly ran from the front door to the business section but now ends at a toilet, provides access on the right to a room in which the old fireplace - with diagonal tortoise-shell tiles and small whites in a checkerboard pattern as well as an iron hearth plate without ornament - is built into a cupboard. The original kitchen next to it has been converted into a bathroom and small hallway. In the extreme corner lies the access, via a few stone steps, to a small cellar, covered with a half-round barrel vault. In the short side opposite the steps is a small barred window. The floor is of cement. Above the cellar a equally small upper chamber, which is reached via a wooden ladder with a few steps. On the other side of the corridor the room has been changed into a kitchen. In the residential section there are still several old frames and panel doors, with new fittings. All old ceilings and beam layers are hidden from view by timber facings. The dwelling in the extension is now connected to the main dwelling via a new opening with door. The original narrow sawn beam layers with beading are still visible here. The cellar with upper chamber has been removed here. In the place of the small upper chamber window a new fixed 15-pane window has been made. The old fireplace is still in use, but completely renewed in appearance. The original front door is no longer in use and internally removed. On the attic storey, accessible via a new wooden staircase at the back of the corridor, a number of small bedrooms have been made. The roof trusses have been completely boxed for this. Only above the upper chamber is a complete truss - a triangular truss with block corbels and braces, sprocket strut, tie beams and roof tie-beam - completely of softwood visible. The space towards the business section is partitioned off with wide panels. The business section is probably the oldest, possibly still dating from the 17th century part of the farmhouse. The farmhouse, originally founded as a hall-house, was erected around five oak tie-beam frames on high posts which are only visible in the current barn section. At a later time the structure was extended one-sidedly, so that it became asymmetrical. Above the aisle the floor of the hayloft still consists of woven willow rods. Despite the later arrangement with cross-wing, the original long aisle is also still clearly recognizable and over time has been made accessible again via the short rear facade, so that now effectively an aisle with a T-shaped floor plan has been created.

Valuation

The cruk farmhouse is of general interest. It has cultural-historical value as an example of a clearly legible development of a hall-house into a cruk house with cross-wing, from the 17th century to the second half of the 19th century. The farmhouse furthermore has architectural-historical significance because of the well-preserved main structure of residential house with barn and components of the interior. Through the presence of different building phases the property represents building-historical importance. The farmhouse is street-image-determining in its location.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map