Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kloosterhof, Vincentiusstraat bij 3 A
Roosendaal, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Kloosterhof
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1934
- Address
- Vincentiusstraat bij 3 A, 4701 LM Roosendaal (and others)
- Place
- Roosendaal
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.53652, 4.45997
- Part of complex
- 517244
- Monument number
- 526024
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "49 Bergen op Zoom" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Tuin van het klooster Mariadal, in 1934 tezamen met het klooster aangelegd en sindsdien in hoofdzaak ongewijzigd. In de tuin bevinden zich onder andere de kapel (onderdeel 4) en de Lourdesgrot (onderdeel 5), terwijl de tuin door een muur is omgeven (onderdeel 3).
Omschrijving
De tuin strekt zich uit ten zuiden en zuidwesten van het langgerekte kloostergebouw. De tuin is omgeven door muren (oost- en zuidzijde, onderdeel 3), hagen en hekken (west- en noordzijde). Het noordelijke hekwerk is gedeeltelijk historisch en aldaar geplaatst op een schansmuur.
De tuin is grosso modo ingedeeld in een aantal rechthoekige 'vakken'. In hoofdzaak zijn dat er vijf, van oost naar west als volgt ingevuld:
Geheel oostelijk bevindt zich ten zuiden van de kerk een grote, vrij besloten tuin. Centraal daarin een rond-point met acht straalsgewijs lopende lanen, deels omzoomd met kastanjes. Tussen de lanen vakken, omzoomd door taxus. De lanen geven zicht op verschillende kapellen en beelden. Op de hoofdas (in het verlengde van de kerk) aan het ene uiteinde Jozef, aan het andere uiteinde een Mariakapel. Een andere as geeft zicht op een beeld van Franciscus. Tussen deze geometrische aanleg en de tuinmuur bevindt zich aan de zuid- en oostzijde bosschage met daarin een slingerend pad, dat langs twee kapellen in de tuinmuur en een in onbruik geraakte, dichtgezette poort voert. Verder enkele kaarsvormig gesnoeide beukenbomen. Geheel in het noordoosten bevindt zich de kleine tuin van het rektoraat, bereikbaar via een smeedijzeren hekje.
Het volgende vak bestaat uit een groot gazon (eertijds sportveld), deels omzoomd door beukenhagen. Het gazon is ruimtelijk nadrukkelijk begrensd door een enkele lindenlaan in het noorden, een strook struiken en diverse bomen in het westen, de tuinmuur in het zuiden en een fraaie, dubbelzijdig met kastanjes beplante laan in het oosten. Deze vormt uiteraard meteen de grens met de besloten oostelijke tuin. In de zuidwesthoek een 'clump' bestaande uit een bescheiden verhoging met enkele populieren. Hier was vroeger de toegang (via een tunnel) naar het moederhuis aan de Molenstraat. De kastanjelaan biedt in noordelijke richting zicht op de zandstenen grafkapel met de tombe van de stichteres van de congregatie, Maria Raaijmakers (1781-1867). (onderdeel 4) Ervoor staan rozen, want de stichteres noemde haar congregatie de Roselaer. De noordelijkste zone van dit vak bestaat uit twee gedeelten: de voormalige moestuin langs de noviciaatsvleugel (nu gazon/bloemen) en een zuidelijk daarvan gelegen kastanjelaan (naast de lindelaan) die van de grafkapel voert naar de betonnen Lourdesgrot. (onderdeel 5) Achter de grot een ceder. Vlak naast de grot een treurwilg en dan (zie hieronder) de toegang tot de begraafplaats.
Het volgende vak is ook in hoofdzaak open, maar aan de noordelijke zijde bevinden zich enkele bijzondere onderdelen. In de eerste plaats de verhoogd gelegen, door coniferen omzoomde begraafplaats met kruisvormig padenpatroon en een groot metalen kruis ontworpen door Joost Keizer uit Wouw. Daarachter bevinden zich twee kleine, na-oorlogse kassencomplexen, het ene nog voorzien van de oude stookplaats inclusief schoorsteen. De toegang tot de kassen wordt gemarkeerd door twee bakstenen pijlers. Het vak wordt verder onder andere ingenomen door kleinfruit en bloembedden; het zuidelijke deel is open en wordt afgesloten met afgeknotte bomen. De noordelijkste zone, tussen begraafplaats en Vincentiusstraat, wordt ingenomen door een boomgaard en door een parkeerplaats (aangelegd tussen 1990-2000).
Dit vak grenst aan een langgerekte vijver die zelf, vanwege zijn omvang, het vierde vak vormt. De vijver was in gebruik om te spelevaren en als ijsbaan. Omstreeks 1975 is in de vijver een eiland aangelegd.
Het laatste, overigens zeer grote vak wordt gevormd door de grote boomgaard.
Waardering
De in 1934 aangelegde en sindsdien nauwelijks gewijzigde tuin van klooster Mariadal is van algemeen belang vanwege:
typologie, namelijk de voor een onderwijscongregatie typerende opzet waarin drie functies zijn verenigd, namelijk: recreatie en contemplatie in het oostelijke gedeelte (met een daarop afgestemde structuur, beplanting en stoffering); recreatie en sport (vijver, sportveld); landbouw (tuinen, boomgaarden, kassen);
de voor kloostertuinen typerende elementen zoals ommuring, begraafplaats en Lourdesgrot;
de zeldzaamheid van zulke relatief grote, gaaf bewaarde binnenstedelijke kloostertuinen; de zeldzaamheid van een grootschalige aanleg met geometrische motieven bij een klooster;
de schoonheid van de aanleg, mede vanwege het contrast tussen het besloten tuingedeelte achter het klooster en de meer op economische motieven gerichte onderdelen als moestuinen en boomgaarden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Garden of the Mariadal convent, laid out in 1934 together with the convent and essentially unchanged since then. The garden contains, among other things, the chapel (component 4) and the Lourdes grotto (component 5), while the garden is surrounded by a wall (component 3).
Description
The garden extends to the south and southwest of the elongated convent building. The garden is surrounded by walls (east and south sides, component 3), hedges and fences (west and north sides). The northern fencing is partly historical and placed there on a scarp wall.
The garden is broadly divided into a number of rectangular 'sections'. Essentially there are five of them, from east to west as follows:
At the far eastern end, south of the church, there is a large, fairly enclosed garden. Centrally within it a roundabout with eight radiating avenues, partly lined with chestnuts. Between the avenues sections, lined with yew. The avenues afford views of various chapels and statues. On the main axis (in line with the church) at one end Joseph, at the other end a Maria chapel. Another axis affords a view of a statue of Francis. Between this geometric layout and the garden wall, on the south and east sides, there is woodland with a winding path within it, which leads past two chapels in the garden wall and a disused, blocked-up gate. Further some candle-shaped pruned beech trees. At the far northeast there is the small garden of the rectory, accessible via a wrought-iron gate.
The next section consists of a large lawn (formerly a sports field), partly lined by beech hedges. The lawn is spatially distinctly bounded by a single linden avenue to the north, a strip of shrubs and various trees to the west, the garden wall to the south and a fine avenue planted with chestnuts on both sides to the east. This naturally forms the boundary with the enclosed eastern garden. In the southwest corner a 'clump' consisting of a modest elevation with a few poplars. Here was formerly the entrance (via a tunnel) to the mother house on the Molenstraat. The chestnut avenue affords views in northerly direction of the sandstone tomb chapel with the tomb of the foundress of the congregation, Maria Raaijmakers (1781-1867). (component 4) In front of it stand roses, because the foundress named her congregation the Roselaer. The northernmost zone of this section consists of two parts: the former vegetable garden along the novitiate wing (now lawn/flowers) and a chestnut avenue lying south of that (beside the linden avenue) which leads from the tomb chapel to the concrete Lourdes grotto. (component 5) Behind the grotto a cedar. Immediately beside the grotto a weeping willow and then (see below) the entrance to the burial ground.
The next section is also largely open, but on the northern side there are some special components. First and foremost the raised burial ground, lined by conifers, with a cross-shaped path pattern and a large metal cross designed by Joost Keizer from Wouw. Behind it there are two small, post-war greenhouse complexes, one still provided with the old heating system including chimney. The entrance to the greenhouses is marked by two brick pillars. The section is further occupied, among other things, by small fruit and flower beds; the southern part is open and is closed off with pollarded trees. The northernmost zone, between burial ground and Vincentiusstraat, is occupied by an orchard and a car park (laid out between 1990-2000).
This section borders on an elongated pond which itself, by virtue of its size, forms the fourth section. The pond was used for boating and as an ice rink. Around 1975 an island was created in the pond.
The last, incidentally very large section is formed by the large orchard.
Valuation
The garden of Mariadal convent, laid out in 1934 and scarcely altered since then, is of general interest by virtue of:
typology, namely the layout characteristic of a teaching congregation in which three functions are combined, namely: recreation and contemplation in the eastern section (with a structure, planting and furnishing attuned to it); recreation and sport (pond, sports field); agriculture (gardens, orchards, greenhouses);
the elements characteristic of cloister gardens such as enclosure, burial ground and Lourdes grotto;
the rarity of such relatively large, well-preserved inner-city cloister gardens; the rarity of a large-scale layout with geometric motifs at a convent;
the beauty of the layout, partly due to the contrast between the enclosed garden section behind the convent and the more economically motivated components such as vegetable gardens and orchards.
Nearby in the register
- Muur(D), Vincentiusstraat bij 7Erfscheidingunder 1 mi
- Klooster, kloosteronderdl, Vincentiusstraat bij 7Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Klooster, kloosteronderdl, Vincentiusstraat bij 7Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Klooster, Vincentiusstraat 7Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.