TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Clingendaal bij 7

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Clingendaal bij 7, 2244 VH Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.10087, 4.33239
Part of complex
525975
Monument number
525985

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding onderdeel 2.

De bij de historische buitenplaats Clingendael behorende HISTORISCHE TUIN-en PARKAANLEG kreeg in de 17de eeuw een aanleg van allure in opdracht van de toenmalige eigenaar Philips II Doublet. Deze transformeerde de boerenhofstede tot een zeer aanzienlijke, buitenplaats met formele tuinaanleg, die in de periode 1634-1680 meermalen werd uitgebreid. In 1644 stond op het grondgebied van Clingendael een huis met schuur, 3 hooibergen, een laan met een plantage, een boomgaard met een vijver en een door zilverpopulieren geflankeerde laan tot het huis. Veel zorg werd besteed aan de beplanting van de tuin en de verfraaiing van de buitenplaats in de stijl van het Hollands-Classicisme. In opdracht van Philips III Doublet werd in het decennium na 1680 de modernisering van de tuin ter hand genomen. De buitenplaats kreeg een formele tuin, waarvan de aanleg was geïnspireerd op de ideeën van de Franse architect Le Nôtre. De door grachten omgeven en doorsneden tuin werd symmetrisch ingericht langs een loodrecht op het huis staande centrale as. De nog aanwezige windsingel stamt ook uit deze tijd. In de loop van de 18de eeuw werd, met behoud van de structuur, de tuin aanzienlijk vereenvoudigd. Aan de voor- en achterzijde van het huis werd de formele aanleg goeddeels opgeheven en vervangen door grasperken. Over de breedte van de tuin werd een slangenmuur aangelegd, met daaraan grenzende moestuinen en een boomgaard. Bij de vijver werden twee plaisanteriehuisjes gebouwd. De grote vijver achter het huis werd naar heersende inzichten omgevormd en achterin de tuin werd een vijver met paviljoen toegevoegd. In de tweede helft van de 18de eeuw werd in de centrale as achter het huis een dubbele rij bomen aangeplant over de gehele lengte van de tuin; die rij bomen bestaat nog voor een deel. Omstreeks 1838 werd de formele tuin getransformeerd tot een romantisch landschappelijk park naar ontwerp van J.D. Zocher jr. (vlgs. kad.minuut 1822 reeds conform bestaande). Een langgerekte, noordoost/zuidwest gerichte waterpartij werd voorzien van meerdere aftakkingen en eilandjes. Aan drie zijden werd het plein met onder meer het bouwhuis afgesloten door water, terwijl één hiervan met overkluizing onder het landhuis doorloopt. (huidige aanleg echter conform die van 1822 kad. min.). Daarnaast ontwierp Leonard Springer de terrassen met dubbele trap bij de Oud-Hollandse tuin. Deze tuin, waarvan geen ontwerp is teruggevonden, werd in 1918 opnieuw aangelegd, nadat deze in WOI was afgebroken, ter plaatse van de kaatsbaan. Dit gebeurde vermoedelijk onder supervisie van de in 1905 door de toenmalige eigenaresse Marguérite Mary van Brienen aangetrokken hovenier en tuinarchitect Theodoor Dinn, die tot 1920 op Clingendael werkzaam was. Baronesse M.M. (Daisy) van Brienen liet in een segment van het sterrenbos in de periode 1903-1913 een Japanse tuin aanleggen met door haar uit Japan meegenomen tuinornamenten. Het stervormige padenpatroon van het sterrenbos is gelegen in het voormalige jachtterrein het Fazantenbos. Na 1910 werden de grachten aan weerszijden van de toegangslaan gedempt. Nadat de gemeente Den Haag op 30 september 1954 eigenaresse van de gehele buitenplaats werd heeft het park een openbare functie als wandelpark gekregen en werden het rosarium en de bloementuin aangelegd; deze zijn van ondergeschikt belang voor de bescherming van rijkswege.

Omschrijving

De omvangrijke tuin of park is samengesteld uit diverse onderdelen met zeer uiteenlopende kenmerken en met zeer uiteenlopende leeftijden. Van de oorspronkelijke 17de-eeuwse aanleg resteren zowel de vijver vóór als die achter het huis, een gracht aan de zuidwestzijde en een deel van de oprijlaan (Doublet's Allee). De door beuken en linden geflankeerde oprijlaan komt uit op een vierkant plein met enkele schampaaltjes. De vijvers vinden hun oorsprong in bassins die eveneens deel uitmaakten van de toenmalige aanleg. Het huidige karakter van het park wordt bepaald door de vroeg-19de-eeuwse aanleg in Landschapsstijl naar ontwerp van Zocher en de latere 19de en vroeg-20ste-eeuwse toevoegingen van het sterrenbos en de Oud-Hollandse en de Japanse tuin, welke nagenoeg intact zijn gebleven. De tuin bevat een groot aantal monumentale, gegroepeerde, in rijen geplaatste en solitaire bomen, een grote verscheidenheid aan struiken, heesters en planten, diverse waterpartijen in de vorm van beken en vijvers, een met mos beklede duinrug, gazons, speelweide, vogeltuin, fazantenbos, duinbos, koeienland, sterrenbos, kunstmatige en natuurlijke verhogingen, paden die de tuin doorsnijden en sloten en een gracht die de tuin omringen. Kenmerkend is ook de afwisseling in open en meer gesloten delen en de aanwezigheid van zichtassen, waardoor het park een zeer gevarieerd karakter heeft. Een belangrijke zichtas is de centrale as tussen de voorzijde van het huis en de Van Alkemadelaan. Op het voorplein staan een lantaarnpaal en een zonnewijzer.

Binnen de aanleg op de zogenoemde Pauwenheuvel ligt het voormalige graf van Daisy van Brienen. Ook is er een dierenbegraafplaats.

Een min of meer zelfstandige tuin binnen het geheel wordt gevormd door de vroeg-20ste-eeuwse JAPANSE TUIN aangelegd in een hoek van het huidige sterrenbos door Baronnesse M.M. van Brienen mogelijk met assistentie van tuinarchitect T.J. Dinn. De JAPANSE TUIN bevat diverse gebeeldhouwde tuinornamenten (zie onderdeel 20) en een houten paviljoen. De tuin is in feite een nabootsing in miniatuurformaat van het natuurlijke landschap en zit vol met objecten die een symbolische betekenis hebben. De tuin is, zowel in constructie als in het gebruik van tuinornamenten en in de wijze van de oorspronkelijke beplanting een typisch en voor Nederland uniek voorbeeld van de in de tijd van aanleg in heel Europa heersende zogenoemde 'Japonaiserie-rage'. Voor de aanleg van de tuin zijn onder meer door de natuur gevormde stenen en diverse soorten mos gebruikt. De tuin is voorzien van oosterse planten, heesters en bomen, zoals Chinese jeneverbes, azalea's, Japanse kers, blauwe regen, Japanse esdoorn, Japanse bamboe, Japanse primula's en hosta's. De tuin heeft een omheining die is vervaardigd uit met touw aan elkaar geknoopte bamboe. De door rododendrons omgeven tuin bevat bevat een grote diversiteit in de beplanting, die voor een deel nog dateert uit de aanlegperiode. De tuin wordt doorsneden door smalle beekjes en slingerpaden met stapstenen, die in het mos zijn uitgespaard. De tuin bevat tevens een onregelmatig gevormde vijver en beken, die met de grachten in verbinding staan. De vijver omsluit een ovaal eiland in de vorm van een schildpad, het oosterse symbool voor onsterfelijkheid. De meeste tuinpaden zijn thans verbreed om de toegankelijkheid van de tuin te vergroten voor rolstoelgebruikers. De huidige ingangspoort is afkomstig van de Floriade in Zoetermeer en voor de bescherming van ondergeschikt belang. Iets vóór de oorspronkelijke ingang is een nieuw stukje tuin aangelegd.

De OUD-HOLLANDSE TUIN is gesitueerd ten noorden van het landhuis en grenst aan de kunstmatige duinrug aan de rand van het landgoed. L.A. Springer was belast met de uitvoering. Van zijn hand zijn een 1887 gedateerde tekening met twee schetsontwerpen voor terrastrappen, één met een rechthoekige en één met een ovale trap, waarvan laatstgenoemde is uitgevoerd. In WOI is de Oud-Hollandse tuin afgebroken en na 1918 opnieuw in een ander patroon aangelegd. De tuin is eigenlijk een reconstructie van een deel van de formele tuin uit 1680. Symmetrisch-geometrisch opgezette, door paden en grasranden omzoomde, in hoofdvorm rechthoekige tuin, uitgevoerd in een historiserende, formele tuinstijl. Aan de noordoostzijde ervan bevindt zich een verhoogd gedeelte, waartegen in de middenas een bordestrap staat. De tuin wordt in de lengte en de breedte doorsneden door een middenpad, die een kruis vormen en de tuin in vier perken opdelen. Deze perken zijn samengesteld uit een groot aantal, met buxushaagjes omrande kleine perkjes, die een geometrisch broderiepatroon vormen. Op de as van het kruis, in het midden van het perk staat een op een sokkel geplaatst bronzen beeld.

N.B. Het beeld in het midden van de tuin, een vrouwelijk naakt van Jean Marianne Bremers, genaamd La Douce (1981), is vanwege de wettelijk ouderdomsgrens van 50 jaar van bescherming uitgesloten.

Waardering

De tuin- en parkaanleg van de historische buitenplaats Clingendaael is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde, de tuinarchitectuurhistorische waarde en de ensemblewaarde:

- als een behoorlijk gaaf en karakteristiek voorbeeld van een historische tuin- en parkaanleg, waarin de verschillende ontwikkelingsfasen, die teruggaan tot de 17de eeuw, nog goed herkenbaar aanwezig zijn in de huidig aanleg;

- als een bijzondere uitdrukking van een typologische en landschappelijke ontwikkeling en vanwege de nauwe relatie met de ontwikkeling van de regio Den Haag/Wassenaar, waarin Clingendael vanaf de 17de eeuw één der vooraanstaande buitenplaatsen was;

- door de nauwe samenhang en de historisch-ruimtelijke relatie met de gebouwde onderdelen op de buitenplaats;

- als een essentieel onderdeel van de buitenplaats Clingendael en vanwege de samenhang met de andere buitenplaatsen en hun tuinen in de nabije omgeving, die een min of meer aaneengesloten geheel vormen en bepalend zijn voor het aanzien van de streek;

- door de kwaliteiten van de ontwerpen der samenstellende onderdelen, de nog zichtbare en aantoonbare ontwikkelingen in de ontwikkeling van de tuin en vanwege de bijzondere samenhang tussen de diverse onderdelen, die tevens van belang zijn voor het oeuvre van verschillende tuin- en landschapsarchitecten;

- door de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van zowel het geheel als een aantal van de samenstellende onderdelen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction to component 2.

The HISTORICAL GARDEN AND PARK LAYOUT belonging to the historic country estate Clingendael received an impressive layout in the 17th century commissioned by the then owner Philips II Doublet. He transformed the farmstead into a very substantial country estate with formal garden layout, which was extended several times during the period 1634-1680. In 1644 on the grounds of Clingendael stood a house with barn, 3 haystacks, an avenue with a plantation, an orchard with a pond and an avenue flanked by silver poplars leading to the house. Much care was devoted to the planting of the garden and the embellishment of the country estate in the style of Dutch Classicism. At the commission of Philips III Doublet the modernisation of the garden was undertaken in the decade after 1680. The country estate received a formal garden, the layout of which was inspired by the ideas of the French architect Le Nôtre. The garden surrounded and traversed by waterways was arranged symmetrically along a central axis perpendicular to the house. The wind belt still present also dates from this period. In the course of the 18th century, while retaining the structure, the garden was considerably simplified. On the front and rear sides of the house the formal layout was largely abolished and replaced by lawns. Across the width of the garden a serpentine wall was constructed, bordered by vegetable gardens and an orchard. Two pleasure houses were built at the pond. The large pond behind the house was reshaped according to prevailing ideas and at the rear of the garden a pond with pavilion was added. In the second half of the 18th century a double row of trees was planted along the central axis behind the house for the entire length of the garden; that row of trees still exists in part. Around 1838 the formal garden was transformed into a romantic landscape park according to the design of J.D. Zocher jr. (according to cadastral minute 1822 already in conformity with existing). An elongated water feature oriented northeast/southwest was provided with multiple branches and small islands. On three sides the area with among others the estate building was enclosed by water, while one of these continues under the country house with culverting. (current layout however in conformity with that of 1822 cadastral min.). Furthermore Leonard Springer designed the terraces with double staircase at the Old Dutch garden. This garden, for which no design has been found, was re-laid out in 1918 after it had been demolished in WWI, in place of the jeu de paume court. This presumably happened under the supervision of the gardener and garden architect Theodoor Dinn, engaged in 1905 by the then owner Marguérite Mary van Brienen, who worked at Clingendael until 1920. Baroness M.M. (Daisy) van Brienen had a Japanese garden laid out in a segment of the star wood in the period 1903-1913 with garden ornaments brought by her from Japan. The star-shaped path pattern of the star wood is located in the former hunting ground the Pheasant Wood. After 1910 the waterways on either side of the access avenue were filled in. After the municipality of The Hague became owner of the entire country estate on 30 September 1954 the park acquired a public function as a walking park and the rosarium and flower garden were laid out; these are of subordinate importance for protection by the state.

Description

The extensive garden or park is composed of various components with very diverse characteristics and very diverse ages. From the original 17th-century layout remain both the pond in front and that behind the house, a waterway on the southwest side and part of the access avenue (Doublet's Allee). The access avenue flanked by beeches and lindens leads onto a square plaza with some ornamental bollards. The ponds have their origin in basins which likewise formed part of the layout of that period. The current character of the park is determined by the early 19th-century layout in Landscape style according to the design of Zocher and the later 19th and early 20th-century additions of the star wood and the Old Dutch and Japanese gardens, which have remained nearly intact. The garden contains a large number of monumental, grouped, arranged in rows and solitary trees, a great variety of shrubs, bushes and plants, various water features in the form of streams and ponds, a moss-covered dune ridge, lawns, play area, aviary, pheasant wood, dune wood, cattle pasture, star wood, artificial and natural elevations, paths that traverse the garden and ditches and a waterway that enclose the garden. Characteristic is also the alternation between open and more enclosed areas and the presence of sight lines, which give the park a very varied character. An important sight line is the central axis between the front of the house and the Van Alkemadelaan. On the front plaza stand a lamp post and a sundial.

Within the layout on the so-called Peacock Hill lies the former grave of Daisy van Brienen. There is also an animal burial ground.

A more or less independent garden within the whole is formed by the early 20th-century JAPANESE GARDEN laid out in a corner of the current star wood by Baroness M.M. van Brienen possibly with assistance of garden architect T.J. Dinn. The JAPANESE GARDEN contains various sculpted garden ornaments (see component 20) and a wooden pavilion. The garden is in fact a miniature imitation of the natural landscape and is full of objects which have symbolic meaning. The garden is, both in construction and in the use of garden ornaments and in the manner of the original planting a typical and for the Netherlands unique example of the so-called 'Japonaiserie craze' that prevailed throughout Europe at the time of its creation. For the laying out of the garden naturally formed stones and various types of moss were used among others. The garden is provided with oriental plants, bushes and trees, such as Chinese juniper, azaleas, Japanese cherry, wisteria, Japanese maple, Japanese bamboo, Japanese primrose and hostas. The garden has a fence made of bamboo knotted together with rope. The garden surrounded by rhododendrons contains a great diversity in planting, part of which still dates from the period of laying out. The garden is traversed by narrow streams and winding paths with stepping stones, which are left clear in the moss. The garden also contains an irregularly shaped pond and streams, which are connected with the waterways. The pond encloses an oval island in the shape of a turtle, the oriental symbol for immortality. Most garden paths are now widened to increase accessibility of the garden for wheelchair users. The current entrance gate comes from the Floriade in Zoetermeer and is of subordinate importance for protection. Slightly in front of the original entrance a small new piece of garden has been laid out.

The OLD DUTCH GARDEN is situated to the north of the country house and borders on the artificial dune ridge at the edge of the estate. L.A. Springer was responsible for the execution. From his hand is a drawing dated 1887 with two sketch designs for garden terraces, one with a rectangular and one with an oval staircase, the latter of which was executed. In WWI the Old Dutch garden was demolished and after 1918 re-laid out in a different pattern. The garden is actually a reconstruction of part of the formal garden from 1680. Symmetrically-geometrically laid out, bordered by paths and grass margins, essentially rectangular garden, executed in a historicising formal garden style. On the northeast side is an elevated section, against which stands a flight of steps in the central axis. The garden is traversed lengthwise and widthwise by a central path, which form a cross and divide the garden into four beds. These beds are composed of a large number of small compartments edged with box hedges, which form a geometric parterre pattern. On the axis of the cross, in the middle of the bed stands a bronze sculpture placed on a plinth.

N.B. The sculpture in the middle of the garden, a female nude by Jean Marianne Bremers, called La Douce (1981), is excluded from protection because of the legal age limit of 50 years.

Valuation

The garden and park layout of the historic country estate Clingendael is of general interest because of its cultural-historical value, garden architecture-historical value and ensemble value:

- as a reasonably intact and characteristic example of a historic garden and park layout, in which the different development phases, which date back to the 17th century, are still clearly recognizable in the current layout;

- as a special expression of a typological and landscape development and because of the close relationship with the development of the region The Hague/Wassenaar, in which Clingendael has been one of the leading country estates since the 17th century;

- through the close connection and the historical-spatial relationship with the built components on the country estate;

- as an essential component of the country estate Clingendael and because of the connection with the other country estates and their gardens in the nearby surroundings, which form a more or less continuous whole and are decisive for the appearance of the region;

- through the qualities of the designs of the constituent components, the still visible and demonstrable developments in the development of the garden and because of the special connection between the various components, which are also of importance for the oeuvre of various garden and landscape architects;

- through the recognizability and the high degree of intactness of both the whole and a number of the constituent components.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map