Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kasteel, buitenplaats, Clingendaal 7
Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1570 - 1600
- Address
- Clingendaal 7, 2244 VH Wassenaar
- Place
- Wassenaar
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.10012, 4.33053
- Part of complex
- 525975
- Monument number
- 525978
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1600 map "44. Hollandia." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding onderdeel 1.
De geschiedenis van het (land)HUIS Clingendael gaat terug tot het einde van de 16de eeuw. In 1591 werd in de binnenduinen in het zuidwesten van de gemeente Wassenaar de boerenhofstede Clingendael gekocht door Philips I Doublet, die de boerderij uitbreidde met een herenkamer. De hofstede werd door Philips Doublet's gelijknamige zoon en kleinzoon in de 17de eeuw getransformeerd tot een aanzienlijke buitenplaats, die in de periode 1634-1680 meermalen werd uitgebreid. Omstreeks 1830 liet de toenmalige eigenaar, W.J. Baron van Brienen, het huis over de volle breedte zeven meter naar voren toe uitbreiden, de gevels wit pleisteren en de vensters voorzien van Empire-schuiframen. Om de eenheid te vergroten werd toen waarschijnlijk tevens die drie afzonderlijke bouwmass's onder één kap gebracht. Aan het einde van de 19de eeuw verrees ter rechter zijde van het huis een aanbouw met serre en werd een aantal ruimtes ingericht in verschillende neostijlen. In 1939 kwam de buitenplaats in het bezit van Baron Michiels van Verduynen. Kort daarop werd in 1940 het huis Clingendael gevorderd door de Duitse bezetter en ingericht als hoofdkwartier van de rijkscommissaris Seyss-Inquart. Tijdens de bezetting is de serre tot kamer verbouwd en zijn er pantserluiken voor de ramen geplaatst. Nadat de gemeente in 1968 de nieuwe eigenaar van het huis werd stond het enige jaren leeg. Daarna werd het gerestaureerd en sinds 1983 wordt het gebruikt door het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen 'Clingendael'.
Omschrijving
Met een overkluizing over een kleine waterloop gebouwd, in opzet vrijwel symmetrisch opgezet landhuis met lijstgevels, dat bestaat boven de kelder uit een vrij lage parterre, een eerste verdieping (bel-etage), een vrij lage tweede verdieping (mezzanino) en een zolderverdieping onder afgeknotte schilddaken die zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen en loden nok- en hoekkepers. Het huis is opgetrokken vanuit een vrijwel rechthoekige plattegrond met tegen de zuidoostgevel een minder hoog opgaande, tot een uitbouw verbouwde serre met plat dak, waarvan de noordoostgevel aansluit op een ondiepe uitbouw, welke met een omlopend, afgeknot schilddak aansluit op de hoofdkap. Rondom zijn de dakschilden voorzien van dakkapellen waarin vensters met openslaande tweeruits ramen en driehoekige frontons. De gemetselde schoorsteen is voorzien van een ijzeren windkap. De gevels zijn boven de hardstenen (voorzijde) en gepleisterde plinten opgetrokken in schone, rode baksteen in kruisverband en worden op de hoeken geaccentueerd door wit geschilderde, gepleisterde blokpilasters. De gevels bevatten rechtgesloten, binnen profiellijsten staande gevelopeningen en worden beëindigd door een entablement met geprofileerde, op klampen rustende gootlijsten. De in Empirestijl vormgegeven vensters in de voorgevel zijn alle met persiennes behangen. De op een plein georiënteerde symmetrisch ingedeelde voorgevel is zeven vensterassen breed en heeft een drie-assig middenrisaliet. De middenrisaliet heeft een uitpandig ingangsportaal, dat is voorzien van een hardstenen stoep met een bordesje en openslaande glasdeuren, geflankeerd door vrijstaande Ionische zuilen en rechthoekige hoekkolommen. Het portaal heeft een entablement met geprofileerde kroonlijst en draagt een balustrade met gedraaide balusters. Aan weerszijden van de entree bevindt zich een zesruits venster. Centraal op de eerste verdieping staan openslaande glasdeuren die uitkomen op het platte dak van het ingangsportaal, dat tevens als balkon fungeert. De deuren staan onder een op twee consoles rustende kroonlijst, waarboven 'HUYS CLINGENDAEL' staat vermeld. Het balkon is toegankelijk middels openslaande glasdeuren onder een op consoles staande kroonlijst. Aan weerszijden van de openslaande deuren een zogenaamd 'fenêtre à terre'. De drie vierruits vensters van de mezzanino staan boven en dunne cordonlijst, waarin de onderdorpels zijn opgenomen. Het entablement is verkropt over de middentravee en de hoeklisenen. De attiek op de middenrisaliet is voorzien van reeksen gedraaide balusters en staat boven de uitkragende, geprofileerde kroonlijst van het entablement. De middenrisaliet wordt bekroond door een attiek met balustrade met daarachter tegen het dakschild van het hoofddak een hoger opgaande vierkante sokkel, waarop een minder brede houten dakruiter staat. Deze is voorzien van een uurwerk, een luidklok, rondboogvormige galmgaten, balustrades en aan de zuidwest- en noordoostzijde tevens van ronde wijzerplaten. De dakruiter wordt bekroond door een helmvormig, met koperplaten gedekt koepeldakje met een windvaan. Aan weerszijden van de middenrisaliet bevinden zich twee koekoeken met hardstenen randen. De linker (noordwestelijke), vijf-assige zijgevel is vrijwel symmetrisch ingedeeld en voorzien van vensters die per bouwlaag vergelijkbaar zijn met die in de voorgevel. De vensters in de tweede en de vierde travee zijn blind, dan wel dichtgemetseld. Boven het in de onderste bouwlaag staande venster van de tweede travee van links staat een blind venster dat in vorm en formaat afwijkt van die aan weerszijden. De vensters in deze travee staan boven de boogvormige doorgang van de waterloop onder het huis. Een tweede doorgang is dichtgezet. De symmetrie van de langsgevel aan de noordoostzijde is in zuidoostelijke richting verstoord door de toevoeging van een twee venstereenheden brede uitbreiding ter linker zijde van de nog zichtbare bouwnaad. De gevelindeling van de hoofdvorm is te vergelijken met die van de voorgevel met per bouwlaag zeven gevelopeningen, vergelijkbaar met die in voornoemde gevels, en een middenrisaliet met openslaande glasdeuren. Het toegevoegde geveldeel heeft een eerste bouwlaag met twee vensters. De bouwlagen erboven zijn elk voorzien van één venster. De zuidoost gerichte kopse zijde van deze uitbreiding bevat eveneens één venster per bouwlaag, die alle met persiennes zijn behangen. De hier links van staande gevel van de lagere toevoeging uit 1940 heeft op de begane grond een loggia met vier vierkante kolommen die een gepleisterd entablement dragen. In de terugstaande gevelpartij achter de kolommen bevinden zich twee grotere, zesruits vensters en een onder tweeruits bovenlicht staande deur. Rechts van de gevel bevindt zich een klein venster. Boven de loggia bevinden zich drie met persiennes behangen verdiepingsvensters. Op de rand van het platte dak staat een balustrade met gedraaide balusters. De voorzijde van de uitbreiding uit 1940 bevat twee vensters in beide bouwlagen en wordt ook hier beëindigd door een balustrade met gedraaide balusters.
INTERIEUR. Het inwendige van het huis bevindt zich voor een deel nog in de oude staat en bevat diverse belangrijke interieurdelen. Wel zijn in meerdere ruimtes wijzigingen doorgevoerd. Onder meer in de kelder zijn diverse wanden bedekt met de originele witjes en handbeschilderde tegels. De kelders zijn voorzien van gewelven en plavuizen. De meeste enkele en dubbele paneeldeuren tussen diverse ruimtes op de begane grond zijn ook oud en staan vaak nog binnen de bijbehorende, geprofileerde kozijnen. Een aantal van de dubbele deuren heeft een bovenzijde in de vorm van een geknikte boog. Rechts van de entree bevindt zich een kleine ruimte (voormalige vestibule?) met lambriseringen en omlijste schilderingen tussen vroeg-19de-eeuwse kastjes. De vloer in de hal van de entree is betegeld met marmeren platen, evenals de vloer van de gang, waarvan één wand is bekleed met een paneellambrisering. Het trappenhuis met de brede marmeren trap behoort tot de oudste grotendeels intact zijnde onderdelen van het huis. Tussen de 17de-eeuwse betimmeringen bevinden zich schilderingen. Het achtruits venster bevat glas-in-lood met gebrandschilderde medaillons. Op de eerste verdieping bevinden zich de meest representatieve ruimtes. De centrale hal met vide, lambriseringen en paneeldeuren wordt onder meer verfraaid door een 17de-eeuwse muurschildering, lambriseringen, een plafond met een netwerk van profiellijsten, geprofileerde hoeken, paneeldeuren onder kroonlijsten, een fraai vormgegeven haard met een omlijste spiegel en een wapenschild met kroon. Een kamer aan de zuidzijde heeft een bijzondere, vroeg-19de-eeuwse haardpartij met een grisaille met idyllisch tafereel en een vaas met festoenen op de houten boezem. De voormalige, in (neo-)rococostijl uitgevoerde salon bevat een decoratief stucplafond, wanden met profiellijsten, een gebeeldhouwde marmeren schouw en een spiegel met rijk versierd lijswerk. De voormalige balzaal is voorzien van een houten paneellambrisering in Neorenaissance stijl, de binnen een versierde omlijsting staande dubbele deur met gesneden panelen heeft een kroonlijst, verlevendigd met snijwerk. Een enkele deur heeft een vergelijkbare omlijsting. De haardpartij wordt verfraaid door op sokkels staande zandstenen kariatiden die consoles dragen, een betegelde schoorsteenmantel en dito achterwand, alsmede een boezem met snijwerk in de panelen. Een kamer in de noordoosthoek, achter de balzaal bevat een overhoekse schoorsteenmantel en koven met tandlijst. De 19de-eeuwse trap naar de tweede verdieping is een tweedelige scheluwe trap met tussenbordes en balustrades met gietijzeren spijlen en geprofileerde handlijsten. Ook hier meerdere enkele en dubbele paneeldeuren voor de ruimtes die zich bevinden rondom de centrale, boven de hal gesitueerde vloer. In het midden hiervan bevindt zich een rechthoekige vide. Deze is omheind door een balustrade van gietijzeren hekken, die zijn bevestigd aan octogonale hoekbalusters. De wanden zijn ook hier voorzien van paneellambriseringen. De hoeken van de stucplafonds zijn verlevendigd met versierde koven. Een zware profiellijst omrandt de ovale vide tussen de tweede verdieping en de zolderverdieping. Deze ovale opening heeft op de zolder een balustrade, die voor een deel is opengewerkt met in elkaar grijpende cirkels en deels bestaat uit een dikke profiellijst, waarop een moderne verhoging van de balustrade is gezet. Een tweede trap in het huis is een uit meerdere scheluwe trappen bestaande diensttrap, die zich bevindt tussen alle bouwlagen en balustrades met gedraaide houten spijlen heeft.
Waardering
Het (land)huis van de historische buitenplaats Clingendael is van algemeen belang vanwege de grote cultuurhistorische waarde, de architectuurhistorische waarde en de ensemblewaarde:
- als een behoorlijk gaaf en waardevol voorbeeld van een in oorsprong laat-16de-eeuwse buitenhuis, waarvan de 17de-eeuwse kern voor een groot deel nog aanwezig is;
- als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling, door de bijzondere bouwgeschiedenis van het huis, die nauw is verbonden met de ontwikkeling van de omliggende tuin en als zodanig een belangrijk onderdeel van een zeer vooraanstaande buitenplaats in de 17de eeuw;
- als een essentieel onderdeel van een groter geheel en vanwege de nauwe functionele en historisch-ruimtelijke relatie met de tuin en de overige onderdelen van de buitenplaats;
- als onderdeel van de historische landgoederenzone die zich aan weerszijden van de rijksstraatweg uitstrekt tussen Den Haag en Leiden, welke een min of meer aaneengesloten geheel vormen en bepalend zijn voor het aanzien van de streek;
- door de hoge architectonische kwaliteiten van het huis, vanwege de bijzondere bouwgeschiedenis en door de bijzondere samenhang tussen het exterieur en delen van het interieur;
- door de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction part 1.
The history of the (country) house Clingendael goes back to the end of the 16th century. In 1591 a peasant farmstead called Clingendael was purchased by Philips I Doublet in the inner dunes in the southwest of the municipality of Wassenaar, who extended the farmhouse with a parlour. The farmstead was transformed by Philips Doublet's namesake son and grandson in the 17th century into a considerable country seat, which was enlarged several times in the period 1634-1680. Around 1830 the then owner, W.J. Baron van Brienen, had the house extended seven metres forwards across its full width, had the facades plastered white and equipped the windows with Empire sash windows. To increase unity, the three separate building masses were probably at that time also brought under one roof. At the end of the 19th century an extension with a conservatory was erected on the right side of the house and a number of rooms were fitted out in various neoclassical styles. In 1939 the country seat came into the possession of Baron Michiels van Verduynen. Shortly after, in 1940 the house Clingendael was requisitioned by the German occupier and fitted out as headquarters of the Reichskommissar Seyss-Inquart. During the occupation the conservatory was converted into a room and armoured shutters were placed over the windows. After the municipality became the new owner of the house in 1968, it stood empty for several years. Subsequently it was restored and since 1983 it has been used by the Netherlands Institute for International Relations 'Clingendael'.
Description
Built with a barrel vault over a small watercourse, a country house with cornice-topped facades, set out in the design almost symmetrically, consisting above the basement of a fairly low ground floor, a first floor (bel-étage), a fairly low second floor (mezzanine) and an attic storey under truncated hipped roofs which are covered with Dutch interlocking tiles and lead ridge and hip tiles. The house is built from an almost rectangular ground plan with on the southeast facade a lower-rising extension converted into a conservatory with a flat roof, of which the northeast facade adjoins a shallow extension, which with an all-around truncated hipped roof adjoins the main roof. Around the roof are provided with roof dormers in which windows with outward-opening two-light casements and triangular pediments. The brick chimney is provided with an iron weather vane cap. The facades above the hard stone (front) and plastered plinths are built in neat, red brick in English bond and are accentuated at the corners by white painted, plastered block pilasters. The facades contain squared-off window openings within moulded frames and are terminated by an entablature with moulded, gutter mouldings resting on angles. The windows in the front facade designed in the Empire style are all hung with blinds. The front facade oriented towards a square is seven window axes wide and has a three-bay central projection. The central projection has an outward-facing entrance portico, which is provided with a hard stone step with a landing and outward-opening glass doors, flanked by free-standing Ionic columns and rectangular corner columns. The portico has an entablature with moulded cornice and bears a balustrade with turned balusters. On either side of the entrance is a six-light window. Centrally on the first floor are outward-opening glass doors which lead to the flat roof of the entrance portico, which also serves as a balcony. The doors are under a cornice resting on two consoles, above which 'HUYS CLINGENDAEL' is inscribed. The balcony is accessible by means of outward-opening glass doors under a cornice resting on consoles. On either side of the outward-opening doors is a so-called 'fenêtre à terre'. The three four-light windows of the mezzanine stand above a thin belt course, in which the under-sills are incorporated. The entablature is broken forward over the central bay and the corner pilasters. The attic on the central projection is provided with rows of turned balusters and stands above the projecting, moulded cornice of the entablature. The central projection is crowned by an attic with balustrade with behind it against the roof slope of the main roof a higher-rising square base, on which stands a narrower wooden roof lantern. This is provided with a clock, a bell tower, segmental louvred openings, balustrades and also on the southwest and northeast sides of round clock faces. The roof lantern is crowned by a helmet-shaped copper-clad cupola roof with a weather vane. On either side of the central projection are two cuckoo clocks with hard stone surrounds. The left (northwest), five-bay side facade is set out almost symmetrically and provided with windows which per storey are comparable to those in the front facade. The windows in the second and fourth bays are blind or bricked in. Above the window in the bottom storey of the second bay from the left stands a blind window which differs in form and size from those on either side. The windows in this bay stand above the segmental passage of the watercourse under the house. A second passage is blocked in. The symmetry of the side facade on the northeast is disrupted in the southeast direction by the addition of an extension two window units wide to the left of the still visible construction joint. The facade arrangement of the main form is comparable to that of the front facade with per storey seven window openings, comparable to those in the aforementioned facades, and a central projection with outward-opening glass doors. The added facade section has a ground storey with two windows. The storeys above are each provided with one window. The southeast-facing gable end of this extension contains likewise one window per storey, which are all hung with blinds. The facade of the lower extension from 1940 located to the left of this contains on the ground floor a loggia with four square columns which carry a plastered entablature. In the recessed facade section behind the columns are two larger, six-light windows and a door beneath a two-light fanlight. To the right of the facade is a small window. Above the loggia are three first-floor windows hung with blinds. On the edge of the flat roof stands a balustrade with turned balusters. The front of the 1940 extension contains two windows in both storeys and is also terminated here by a balustrade with turned balusters.
INTERIOR. The interior of the house is partially still in its original state and contains various important interior elements. In particular in the basement various walls are covered with original white tiles and hand-painted tiles. The basements are provided with vaults and flagstones. Most of the single and double panel doors between various rooms on the ground floor are also old and often still stand within the corresponding, moulded frames. A number of the double doors has an upper section in the form of a bent arch. To the right of the entrance is a small room (former vestibule?) with wall panelling and framed paintings between early-19th-century cabinets. The floor in the entrance hall is tiled with marble slabs, as is the floor of the corridor, one wall of which is clad with panel wainscoting. The stairwell with the broad marble staircase is among the oldest largely intact components of the house. Between the 17th-century fitted woodwork are paintings. The rear window contains leaded glass with stained-glass medallions. On the first floor are the most representative rooms. The central hall with a void, wainscoting and panel doors is embellished among other things by a 17th-century wall painting, wainscoting, a ceiling with a network of moulded profiles, moulded corners, panel doors under cornices, a finely formed fireplace with a framed mirror and a coat of arms with crown. A room on the south side has a particular, early-19th-century fireplace section with a grisaille with an idyllic scene and a vase with festoons on the wooden surround. The former salon executed in (neo-)rococo style contains a decorative stucco ceiling, walls with moulded profiles, a carved marble mantelpiece and a mirror with richly decorated frame. The former ballroom is provided with wooden panel wainscoting in Neorenaiscence style, the double door with carved panels standing within an ornamental frame has a cornice, enlivened with carved work. A single door has a comparable surround. The fireplace section is embellished by sandstone caryatids standing on bases which carry consoles, a tiled fireplace mantel and likewise a back wall, as well as a surround with carved work in the panels. A room in the northeast corner, behind the ballroom contains an angled fireplace mantel and niches with dentil moulding. The 19th-century staircase to the second floor is a two-part quarter-turn staircase with landing and balustrades with cast-iron balusters and moulded handrails. Here too numerous single and double panel doors for the rooms which are located around the central floor situated above the hall. In the middle of this is a rectangular void. This is enclosed by a balustrade of cast-iron railings, which are attached to octagonal corner balusters. The walls are also here provided with panel wainscoting. The corners of the stucco ceilings are enlivened with decorated niches. A heavy moulded profile surrounds the oval void between the second floor and the attic floor. This oval opening has on the attic a balustrade, which for one part is openwork with interlocking circles and partly consists of a thick moulded profile, on which a modern heightening of the balustrade is placed. A second staircase in the house is a service staircase consisting of several quarter-turn flights, which is situated between all the storeys and has balustrades with turned wooden balusters.
Valuation
The (country) house of the historic country seat Clingendael is of general importance because of its great cultural-historical value, its architectural-historical value and its ensemble value:
- as a reasonably intact and valuable example of a late-16th-century country house in origin, of which the 17th-century core is largely still present;
- as a special expression of a typological development, through the special building history of the house, which is closely connected with the development of the surrounding garden and as such is an important part of a very prominent country seat in the 17th century;
- as an essential component of a larger whole and because of the close functional and historical-spatial relationship with the garden and the other components of the country seat;
- as part of the historical landed estate zone which extends on either side of the national road between The Hague and Leiden, which form a more or less continuous whole and are decisive for the appearance of the region;
- by the high architectural qualities of the house, because of the special building history and by the special coherence between the exterior and parts of the interior;
- by the recognisability and the great degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.
Nearby in the register
- Tuin, park en plantsoen, Clingendaal bij 7Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Clingendaal bij 7Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Bijgebouwen kastelen enz., Clingendaal bij 7Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Clingendaal bij 7Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.