Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Kerk O.L.Vr. van Zeven Smarten
Panningen, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1930
- Address
- Kerkstraat 5, 5981 CD Panningen (Peel en Maas 31)
- Place
- Panningen
- Municipality
- Peel en Maas
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.32827, 5.97910
- Monument number
- 525609
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
De Rooms-Katholieke PAROCHIEKERK Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, waarvan enkele interieurstukken voorheen reeds bescherming genoten onder monumentnummer 21383, is gesitueerd op een smal en langgerekt perceel tussen de Kerkstraat en het Pastoor Huijbenplein in het oude centrum van Panningen. De kerk werd gebouwd in 1930 door H.W. Valk (Den Bosch) in samenwerking met bouwpastoor J.H. Huijben en vertoont stilistisch elementen van de Neo-Gotiek. De relatief geringe oorlogsschade (bovendeel toren en twee schiptraveeën) werd in 1949 en 1951 door H.W. en G.N.F. Valk naar het origineel gereconstrueerd.
De opmerkelijk grote kerk is opgetrokken op nagenoeg dezelfde locatie waar zich vanaf het midden van de zeventiende eeuw een Maria-devotiekapel bevond (de 'Kepèl', eertijds de gangbare benaming voor Panningen). Deze kapel kende in de achttiende eeuw een van de drukste pelgrimages in het hertogdom Gelder. 'Kepèl' groeide in 1830 uit tot een zelfstandige parochie met een nieuw, eigen kerkgebouw. Dit gebouw werd door de groei van de parochie en de nog immer toestromende pelgrims al ras te klein en uiteindelijk in 1930 vervangen door de huidige kerk. In het priesterkoor bevindt zich een eerste steen, gelegd op 27 april door G.A.H. Bauduin, die herinnert aan de op dat moment driehonderdjarige verering van 'Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten' en het honderdjarig bestaan van de parochie.
Omschrijving.
Georiënteerde, driebeukige kruiskerk van het basilicale type met westtoren en vieringtoren onder zadel-, lessenaar- en omlopende schilddaken, grotendeels voorzien van geknikte dakvoeten. Op west- en vieringtoren ingesnoerde, meerhoekige naaldspitsen, bekroond met smeedijzeren kruisen en een vergulde bol met windvaan. Daken gedekt met blokleien in Maasdekking. Bakgoten zorgen voor de afwatering.
Zonder de aansluitende westtoren telt het schip zeven traveeën. Aan het priesterkoor, gesitueerd ter plaatse van de viering, grenst een 7/12 absidiale sluiting. De kruisarmen aan weerszijden van de viering bestaan uit ondiepe, maar hoog oprijzende uitbouwen en hierop ter halverhoogte aansluitende, drie traveeën lange vleugels waarin zich oorspronkelijk kinderkapellen bevonden. In de dakschilden bevinden zich enkele reeksen licht overkragende Vlaamse topgevels onder aankappende zadeldakjes.
Uit- en aanbouwen: aan de Kerkstraat bevinden zich aan weerszijden van de toren twee driezijdig gesloten kapeluitbouwen (doopkapel en Mariadevotiekapel) onder zeshoekige tentdaken, bekroond met gestileerde zinken pironnen; in de zijbeuken bevinden zich vier biechtstoeluitbouwen onder aankappende of ter plaatse doorschietende lessenaardaken; in de oksel van schip en rechter kruisarm bevindt zich een sacristie met dienstruimten onder een schilddak met geknikte dakvoet; aangrenzend bevindt zich de ingang naar de voormalige meisjeskapel, evenals de in de oksel van schip en linker kruisarm gelegen ingang naar de voormalige jongenskapel onder ter plaatse doorschietende lessenaardaken; in de oksel van linker kruisarm en absis tenslotte bevindt zich een deels in de hoofdmassa ingebedde ronde traptoren met torenspits, bekroond met een gestileerde zinken piron.
Het in Noords kettingverband opgetrokken bakstenen gebouw wordt geleed en verlevendigd door de toepassing van siermetselwerk als bloktandlijsten, overhoekse muizentandlijsten en stokprofielen. Verder komen sporadisch vlechtingen voor en aanzetstenen van zandsteen in de schouderstukken van enkele topgevels. Onderlangs de gevels van zijbeuken en absis schoren lage, driehoekig uitgemetselde steunberen de wanden.
De sober vormgegeven westtoren telt vier geledingen, van elkaar gescheiden door middel van gecementeerde cordonlijsten. In de eerste geleding het entreeportaal, bestaande uit drie verdiept gelegen, rondbogige houten strokendeuren onder gekoppelde koordbogen. Boven de middelste deur, waarvan het portaal wordt verlevendigd met siermetselwerk, bevindt zich een spitsboogvormige nis waarin een beeld van de Mater Dolorosa in Franse kalksteen (ca. 1860). De overige geledingen worden verlevendigd met decoratieve hoekblokken. In de tweede geleding spitsboogvensters met siermetselwerk en koordbogen, aan de voorzijde voorzien van bakstenen maaswerk met gekleurd glas-in-lood, in de zijgevels blind. In de derde geleding een reeks omlopende, verticale spleetvensters en in de vierde geleding per gevelwand twee spitsboogvormige galmgaten met koordbogen.
In de zijkapellen aan de Kerkstraat bevinden zich evenals in de absis spitsboogvormige lancetten. Het middenschip heeft spitsboogvormige vensters, waarin een vlechtwerk van meervoudig gekoppelde bakstenen spitsbogen met gekleurd, geometrisch glas-in-lood. In de zijbeuken en de Vlaamse gevels op de kruisarmen gelijksoortige vensters met gekoppelde bakstenen lancetten voorzien van stalen roeden en afzaten van keramische tegels. Spleetvensters in de biechtstoeluitbouwen en de traptoren. In de vieringtoren bevinden zich spitsboogvensters; in de achtergevel zijn deze verlengd met een blind deel, in de zijgevels met bakstenen maaswerk, stalen roeden en gekleurd glas-in-lood. De kopgevels van de zijkapellen hebben spitsboogvormige suikerbroodvensters met stalen roeden en gebrandschilderde glas-in-loodvensters. De rechthoekige sacristievensters zijn voorzien van smeedijzeren diefijzers.
De aan de buitenkant vrij sober vormgegeven kerk heeft een opmerkelijk rijk gedetailleerd interieur, opgetrokken in schoon metselwerk met toepassing van voornamelijk gele en rode baksteen voor opgaand muurwerk en overwelvingen. Het metselwerk wordt verlevendigd door de toepassing van bloktandlijsten en gevlochten tandingen ter accentuering van de bogen en siermetselwerk in de zeer uiteenlopende gewelven. Het kleurenschema van de kleurrijke tegelvloer in het priesterkoor harmonieert deels met de glas-in-loodvensters; in het schip en de zijbeuken ligt een vloer met geglazuurde tegels in blokverband.
Het grote middenschip wordt geleed door een reeks parabolische gordelbogen, rustend op dubbele, betonnen zuilen met - via bogen - gekoppelde kapitelen waarin zich aan de schipzijde reliëfs bevinden met voorstellingen van de apostelen. Tussen de gordelbogen leiden steekkappen met decoratieve sluitstenen naar de lichtbeukvensters. Voor een zo groot mogelijke lichttoetreding stijgen de kruinlijnen van de steekkappen naar het schip toe. Overigens bestaat de wandopbouw van het schip per travee uit een afgeplatte en gedrukte arcadeboog voorzien van kunststenen sluitsteen annex beeldconsole met aan weerszijden, in het boogveld tussen scheiboog en lichtbeuk, twee neogotische vierpassen.
De zijbeuken worden geleed door op voornoemde betonnen zuilen rustende scheibogen, door op lisenen rustende muraalbogen en door op kraagstenen rustende spitse gordelbogen en zijn overkluisd met koepelgewelfjes. De viering, versterkt met getordeerde trekstangen, is overkluisd met een Boheemse kap. In het muurwerk diverse spitsboognissen. De doorgangen naar de aan weerszijden gesitueerde, voormalige kinderkapellen zijn bij een modernisering in 1986 dichtgezet.
De absis bestaat - als moderne variant op het middeleeuwse deambulatorium - uit een dubbele schil, waarvan de binnenste, in de benedenzone doorbroken door twee boven elkaar geplaatste reeksen arcadebogen, met een partieel koepelgewelf op de viering aansluit. Het in de westtoren gesitueerde entreeportaal met bovengelegen zangerstribune opent via drie spitsbogen naar het middenschip. De middelste bogen rusten op vierkante, bakstenen pijlers. In het muurwerk ter weerszijden opent een spitsboog naar respectievelijk de doopkapel en de Maria-devotiekapel, beide overkluisd met koepelgewelven op trompen.
In de kerk is een rijke van rijkswege beschermde inventaris bewaard gebleven die deels uit de bouwtijd stamt en deels afkomstig is uit de thans gesloopte, zeventiende-eeuwse kapel en negentiende-eeuwse parochiekerk. Van belang zijn onder andere: een gietijzeren Engelse trap met houten handlijst, gedecoreerd met neogotische drie- en vierpassen (in de traptoren, ca. 1930); marmeren communiebanken (ca. 1930); decoratief gesneden, houten kerkbanken (ca. 1930); geschilderde kruiswegstaties; een houten sacristiekast met kroonlijst en beeldnis; twee eikenhouten biechtstoelen (XIXA); een zwartmarmeren doopvont met koperen deksel (XVIIIB); enkele eikenhouten evangelisten-reliëfs en voluutvormige tafelpoten, alle fragmenten van de thans gedemonteerde preekstoel (XIX); twee zijaltaren met betegelde achterwanden, waarin een terra-cotta pietá-voorstelling en een houten St. Annatrits (XVIa); diverse (thans) gepolychromeerde houten beelden, waaronder het uit de oude kapel afkomstige beeld van Maria met kind, thans geplaatst in een metalen schrijn (XVI), Maria met gekruiste handen (XIXa), een Heilig-Hartbeeld (XIXa), Maria en Antonius van Padua (XIXb), de H. Lucia, Johannes de Evangelist en de H. Barbara (XIXb), het kind Jezus (XIXd), de H. Maternus (XVIIa); diverse kruisbeelden (XVIII tot XIXA); diverse gebrandschilderde ramen, zoals in de voormalige kinderkapellen, met in de benedenzone enkele dorpsgezichten van Panningen (J. Mulders uit Kevelaer, 1931-39). De ten gevolge van oorlogsschade vernieuwde glas-in-loodvensters in de devotiekapel en de doopkapel zijn van de hand van E. Laudy en dateren uit 1954.
Waardering.
De Rooms-Katholieke parochiekerk 'Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten' is van algemeen belang.
Het object heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling en emancipatie van het rooms-katholicisme aan het begin van de twintigste eeuw. Daarnaast vanwege de historische continuïteit, daar het object een religieuze ontwikkeling continueert die zich op deze locatie middels gebouwen voor de eredienst al eeuwenlang nadrukkelijk heeft gemanifesteerd. De kerk verwijst in schaal, functie en verschijningsvorm naar de groei van de parochie van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten en de pelgrimsgeschiedenis in relatie tot de Maria-devotie. Verder is de kerk van belang voor de typologische ontwikkeling van dorpskerken in het Limburgs Peelgebied.
Het object heeft architectuur- en kunsthistorische waarden. Vanwege verscheidene architectonische elementen, zoals de hoofdopzet met ten dele hoge en ten dele lage kruisarmen en diverse typen overwelvingen, is het object van bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur en de bouwtechniek. Als representant van een groter formaat dorpskerk neemt de kerk binnen het oeuvre van architect H.W. Valk een aparte plaats in. Verder is het object van belang vanwege de esthetische kwaliteit van met name het zorgvuldig gedetailleerde interieur met ambachtelijk metselwerk en de kwalitatief hoogwaardige inventaris uit diverse Limburgse kunstateliers.
Het object heeft ensemblewaarden als beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de Kerkstraat te Panningen. Het object is van belang wegens de gaafheid van ex- en interieur en de bewaard gebleven inventaris. Het object heeft zeldzaamheidswaarde op grond van de typologie, enkele architectonische details en als een van de weinige door architect H.W. Valk in Limburg gebouwde kerken.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
The Roman Catholic PARISH CHURCH of Our Lady of Seven Sorrows, several interior elements of which previously already enjoyed protection under national monument number 21383, is situated on a narrow and elongated plot between the Kerkstraat and the Pastoor Huijbenplein in the old centre of Panningen. The church was built in 1930 by H.W. Valk (Den Bosch) in collaboration with building pastor J.H. Huijben and displays stylistic elements of Neo-Gothic. The relatively minor war damage (upper part of tower and two nave bays) was reconstructed according to the original in 1949 and 1951 by H.W. and G.N.F. Valk.
The remarkably large church was erected on virtually the same location where, from the middle of the seventeenth century, a Mary devotion chapel stood (the 'Kepèl', formerly the common name for Panningen). This chapel witnessed one of the busiest pilgrimages in the Duchy of Gelderland in the eighteenth century. 'Kepèl' developed in 1830 into an independent parish with a new, separate church building. This building soon became too small due to the growth of the parish and the still streaming pilgrims and was ultimately replaced in 1930 by the present church. In the choir is situated a foundation stone, laid on 27 April by G.A.H. Bauduin, which commemorates the three-hundredth year of veneration of 'Our Lady of Seven Sorrows' at that time and the centennial of the parish.
Description.
Oriented, three-aisled cruciform church of the basilical type with west tower and crossing tower beneath gabled, lean-to and encircling hipped roofs, largely provided with canted eaves. On west and crossing towers tapered, polygonal spires, crowned with wrought-iron crosses and a gilded ball with weather vane. Roofs covered with brick tiles in Maas bond. Box gutters provide drainage.
Excluding the adjoining west tower the nave counts seven bays. Adjoining the choir, situated at the place of the crossing, is a 7/12 apsidal closure. The transept arms on either side of the crossing consist of shallow but high-rising extensions and, joining these at half height, three-bay-long wings in which children's chapels were originally located. In the roof sections are several series of slightly projecting Flemish gable tops beneath abutting saddle roof tiles.
Extensions and lean-tos: on the Kerkstraat on either side of the tower are two three-sided closed chapel extensions (baptistry and Mary devotion chapel) beneath hexagonal tent roofs, crowned with stylised zinc spires; in the side aisles are four confessional extensions beneath abutting or through-running lean-to roofs; in the angle of nave and right transept arm is a sacristy with service rooms beneath a hipped roof with canted eaves; adjoining is the entrance to the former girls' chapel, as well as the entrance situated in the angle of nave and left transept arm to the former boys' chapel beneath through-running lean-to roofs; in the angle of left transept arm and apse finally is a partly embedded round stair tower with spire, crowned with a stylised zinc spire.
The brick building, constructed in English bond, is articulated and enlivened by the use of decorative brickwork such as tooth mouldings, chamfered mouse-tooth bands and stick mouldings. Furthermore occasional plaiting occurs and ashlar stones of sandstone in the shoulder pieces of several gable tops. Along the base of the side aisle and apse walls low, triangularly trowelled buttresses support the walls.
The soberly designed west tower has four storeys, separated from one another by means of cemented cornice lines. In the first storey the entrance portal, consisting of three recessed, round-arched wooden plank doors beneath coupled cord arches. Above the middle door, whose portal is enlivened with decorative brickwork, is a pointed-arched niche containing an image of the Mater Dolorosa in French limestone (circa 1860). The remaining storeys are enlivened with decorative corner blocks. In the second storey pointed-arched windows with decorative brickwork and cord arches, on the front provided with brick tracery with coloured stained glass, blind on the side facades. In the third storey a series of encircling vertical slit windows and in the fourth storey per facade wall two pointed-arched sound holes with cord arches.
In the side chapels on the Kerkstraat as well as in the apse are pointed-arched lancets. The nave has pointed-arched windows, in which a lattice of multiply coupled brick pointed arches with coloured, geometric stained glass. In the side aisles and Flemish gables on the transept arms similar windows with coupled brick lancets provided with steel rods and tiles of ceramic. Slit windows in the confessional extensions and the stair tower. In the crossing tower are pointed-arched windows; in the rear facade these are extended with a blind section, in the side facades with brick tracery, steel rods and coloured stained glass. The end gables of the side chapels have pointed-arched sugarloaf windows with steel rods and stained glass windows. The rectangular sacristy windows are provided with wrought-iron security grilles.
The church, relatively soberly designed on the outside, has a remarkably richly detailed interior, constructed in fair-faced brickwork with the use mainly of yellow and red brick for structural walls and vaults. The brickwork is enlivened by the use of tooth mouldings and plaited bands for the accentuation of arches and decorative brickwork in the highly varied vaults. The colour scheme of the colourful tiled floor in the choir harmonises in part with the stained glass windows; in the nave and side aisles is a floor of glazed tiles in block bond.
The large nave is articulated by a series of parabolic transverse arches, resting on double concrete columns with capitals coupled via arches, in which reliefs depicting the apostles are found on the nave side. Between the transverse arches are springing arches with decorative keystones leading to the clerestory windows. For the greatest possible admission of light the crown lines of the springing arches rise towards the nave. Furthermore the wall structure of the nave per bay consists of a flattened and depressed arcade arch provided with artificial stone keystone together with figure corbel with on either side, in the arch field between the pier arch and the clerestory, two neo-gothic quatrefoils.
The side aisles are articulated by pier arches resting on the aforementioned concrete columns, by mural arches resting on pilasters and by pointed transverse arches resting on corbels and are vaulted with barrel vaults. The crossing, reinforced with twisted tie rods, is vaulted with a Bohemian cap. In the masonry various pointed-arched niches. The passages to the former children's chapels situated on either side were sealed off during a modernisation in 1986.
The apse consists—as a modern variant on the medieval ambulatory—of a double shell, the inner of which, in the lower zone interrupted by two series of arcade arches positioned one above the other, connects with the crossing via a partial barrel vault. The entrance portal situated in the west tower with above situated singers' gallery opens via three pointed arches to the nave. The middle arches rest on square brick piers. In the masonry to either side a pointed arch opens to respectively the baptistry and the Mary devotion chapel, both vaulted with barrel vaults on squinches.
The church preserves a rich nationally protected inventory, part of which dates from the time of construction and part of which originates from the now demolished seventeenth-century chapel and nineteenth-century parish church. Of importance are among others: a cast-iron English staircase with wooden handrail, decorated with neo-gothic three- and quatrefoils (in the stair tower, circa 1930); marble communion rails (circa 1930); decoratively carved wooden church benches (circa 1930); painted Stations of the Cross; a wooden sacristy cabinet with cornice and bust; two oak confessionals (19th century); a black marble font with copper cover (second half of the 18th century); some oak evangelist reliefs and scroll-shaped table legs, all fragments of the now dismantled pulpit (19th century); two side altars with tiled backpanels, containing a terracotta pietà representation and a wooden St. Anna triptych (first half of the 16th century); various (now) polychromed wooden statues, including the image of Mary with child originating from the old chapel, now placed in a metal shrine (16th century), Mary with crossed hands (first half of the 19th century), a Sacred Heart image (first half of the 19th century), Mary and Anthony of Padua (second half of the 19th century), St. Lucy, John the Evangelist and St. Barbara (second half of the 19th century), the Christ child (second quarter of the 19th century), St. Maternus (first half of the 17th century); various crucifixes (18th to first half of the 19th century); various stained glass windows, such as in the former children's chapels, with in the lower zone several village scenes of Panningen (J. Mulders from Kevelaer, 1931-39). The stained glass windows in the devotion chapel and baptistry, renewed due to war damage, are by E. Laudy and date from 1954.
Evaluation.
The Roman Catholic parish church 'Our Lady of Seven Sorrows' is of general importance.
The object has cultural-historical values as a particular expression of the development and emancipation of Roman Catholicism at the beginning of the twentieth century. Furthermore on account of historical continuity, as the object continues a religious development which has manifested itself on this location for centuries through buildings for worship. The church refers in scale, function and appearance to the growth of the parish of Our Lady of Seven Sorrows and the pilgrimage history in relation to Mary devotion. Furthermore the church is of importance for the typological development of village churches in the Limburgian Peel region.
The object has architectural and art-historical values. On account of several architectural elements, such as the main layout with in part high and in part low transept arms and various types of vaulting, the object is of particular importance for the history of architecture and building technique. As a representative of a larger village church the church occupies a special place within the oeuvre of architect H.W. Valk. Furthermore the object is of importance on account of the aesthetic quality in particular of the carefully detailed interior with craftsmanlike brickwork and the qualitatively high-grade inventory from various Limburgian art studios.
The object has ensemble values as a character-defining component of the historic built environment on the Kerkstraat in Panningen. The object is of importance due to the integrity of exterior and interior and the preserved inventory. The object has rarity value on account of the typology, several architectural details and as one of the few churches built by architect H.W. Valk in Limburg.
Nearby in the register
- Woonhuis, Kerkstraat 4Woonhuisunder 1 mi
- Kloosterkapel+sacristie+grafkapelKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Grafmonument GuillonBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Ovengebouw, Ringovenstraat 12Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.