TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Ovengebouw, Ringovenstraat 12

Panningen, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Ovengebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1900 - 1910
Address
Ringovenstraat 12, Locatie: op vml. bedrijfsterrein, 5981 AL Panningen (Peel en Maas 31)
Place
Panningen
Municipality
Peel en Maas
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.32915, 5.97317
Monument number
525613

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Aan de westrand van de kern van Panningen gesitueerd, voormalig ringovengebouw, bestaande uit een RINGOVEN, een ombouw en een bekronende schoorsteen. Het ringovengebouw maakte oorspronkelijk deel uit van de 'N.V. Heldensche Steenfabriek'. In opdracht van W.H. Janssen uit Helden ontwierp architect A. Vostermans uit Tegelen in 1909 de ringoven in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant. In 1940 werd door architect P. Jacobs de ombouw gedeeltelijk vernieuwd. Architect H. van den Hombergh wijzigde in 1956 de voorgevel. De in de Tweede Wereldoorlog opgeblazen schoorsteen is kort na 1945 herbouwd. De ringoven is tot in het begin van de jaren negentig van de twintigste eeuw in gebruik geweest en was op dat moment de laatste traditioneel functionerende ringoven in Limburg.

In 1957 en 1964 zijn loodsaanbouwen aan de achterzijde (westzijde) van het ringovengebouw opgetrokken. Opstallen op het voormalige bedrijfsterrein, waaronder een voormalige directeurswoning met achtergelegen kolenschuur en een langgerekte droogloods, vallen buiten de rijksbescherming. Het karakter van de grofkeramische nijverheid veranderde ingrijpend toen vanaf 1900 enkele nieuwe oventypen ontwikkeld werden. De ringoven was hier verreweg de meest prominente vertegenwoordiger van. Traditionele ovens waren alle periodiek gestookte ovens. Dat wil zeggen dat de oven steeds opnieuw moest worden aangestoken en na het bakken weer moest afkoelen. Dat kostte veel tijd, leverde relatief veel misbaksels op en bovendien ging daarbij veel warmte verloren. De introductie van de ringoven betekende een grote en opzienbarende verbetering op dit gebied. Met deze oven kon de steenproductie aanmerkelijk worden verhoogd, konden stenen van hogere kwaliteit worden gebakken, kon veel efficiënter dan tot dusver worden geproduceerd en kon een aanzienlijke besparing op de stookkosten worden bereikt.

Omschrijving.

Het bakstenen ringovengebouw beslaat een rechthoekige plattegrond en kent een basilicale opzet. In het overwegend in halfsteens verband opgetrokken middendeel bevindt zich de ringoven met bovengelegen stookzolder onder een met rode muldenpannen gedekt zadeldak. Inwendig een gordingenkap. De ondersteunende spantbenen en vollewand gebintbalken rusten op tegen de binnenzijde van de zolderborstwering geplaatste houten stijlen. Tussen de stijlen zorgen per gevelwand zes houten vensters voor de verlichting van de stookzolder. Aan weerszijden van het middendeel bevinden zich lagere bedrijfsruimten onder aankappende, eveneens met rode muldenpannen gedekte lessenaardaken, ondersteund door houten vakwerkspanten. Deze via houten entreepoorten toegankelijke ruimten zijn opgemetseld in kruisverband. Ze dienden vooral als tijdelijke op- en overslagplaats voor te bakken stenen of reeds afgebakken producten.

De herbouwde bakstenen schoorsteen bevindt zich even ten westen van het midden van het gebouw. Op een vierkante voet verheft zich een met ijzeren trekbanden versterkte hoge schoorsteenpijp met een lichte valling. De onlosmakelijk met de ringoven verbonden schoorsteen garandeerde een sterke trek, en daardoor een hoge baktemperatuur. Voor de productie van stenen moest de oven tot 1250 graden kunnen worden gestookt. De in het interieur gesitueerde ringoven beslaat een ellipsvormige plattegrond. Het betreft een kolengestookte ringoven met een capaciteit van maximaal 15.000 stenen. Het hart van de oven wordt gevormd door het hoofdrookkanaal, dat in verbinding staat met diverse kleine afvoerkanalen en direct aangesloten is op de schoorsteen. Daaromheen loopt de ring; een ovaalvormige, drie meter brede ovenschacht met tongewelf. De ring en afvoerkanalen zijn gemetseld van vuurvaste stenen. In de ring zijn deze stenen door de hitte nagenoeg verglaasd. Het metselwerk van de terugwijkende buitenmuren bestaat eveneens uit baksteen. Het binnenwerk van de dikke ovenmuren bestaat uit 'koëten': stukken en brokken steen, verwerkt met leem. De ring is toegankelijk via zestien boogvormig afgesloten, genummerde inrijpoorten. Elke inrijpoort geeft toegang tot een zogenoemde kamer. Bedrijfsorganisatorisch werd de ring opgedeeld in zestien kamers, aan de lange zijden elk vier meter lang en drie meter breed. Ze werden tijdens het bakproces van elkaar gescheiden door lemen papierwanden. Wanneer een kamer volgestapeld was met groenlingen, werd de inrijpoort tijdelijk dichtgemetseld. Was het vuur in de oven eenmaal aangemaakt, dan bleef het het hele seizoen branden. De stookzone verplaatste zich daarbij van kamer tot kamer door de schacht en liep in een seizoen diverse malen rond. In de ringoven werkten twee ploegen. De inzetters werkten voor het vuur uit en stapelden steeds een volgend gedeelte van de schacht vol met vormelingen. De uithalers werkten achter het vuur aan en haalden steeds een volgend gedeelte van de schacht leeg. Op deze manier ontstond een continu bakproces. De lucht die voor het bakken nodig was, werd aangezogen door dat gedeelte van de schacht waar de producten stonden die reeds afgebakken waren, en kon zich daaraan opwarmen. De verbrandingsgassen die bij het bakken vrijkwamen, werden met behulp van de schoorsteen naar buiten getrokken. Maar voor zij de schoorsteen bereikten, werden ze door dat gedeelte van de schacht getrokken waar de nog te bakken vormelingen stonden opgestapeld, die daardoor werden voorverwarmd.

Het verbrandingsproces werd gereguleerd vanaf de boven de ring gelegen stookzolder. Van hieraf stortte de stoker via stookgaten kolen tussen de opgestapelde groenlingen. Bovendien kon de stoker met schuiven en klokken de trek in de afzonderlijke kamers regelen. Op de stookzolder, in verband met de aan- en afvoer van kolen voorzien van een stevige bakstenen vloer, zijn diverse restanten van klokken en stookpotten bewaard gebleven.

Waardering.

Het ringovengebouw, bestaande uit ringoven, ombouw en schoorsteen, is van algemeen belang. Het object heeft grote cultuurhistorische waarden. Het is van belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische ontwikkelingen in de Noord-Limburgse steenindustrie in het begin van de twintigste eeuw. Als essentieel onderdeel van een grotere industriële steenfabriek, waar het voormalige kapitaalextensieve en zeer arbeidsintensieve karakter heeft plaatsgemaakt voor een kapitaalintensieve en minder arbeidsintensieve onderneming, is het object tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van steenfabrieken. Hierbij illustreert de ringoven een innovatieve fase in de bedrijfsontwikkeling. Het object heeft architectuurhistorische en industrieel-archeologische waarden. De ringoven kan van belang worden geacht voor de geschiedenis van de bouw- en oventechniek.

Het object bezit ensemblewaarden vanwege de nog steeds afleesbare historisch-ruimtelijke samenhang met diverse andere onderdelen van de voormalige 'N.V. Heldensche Steenfabriek'. Daarnaast bezit het object ensemblewaarden vanwege de stedenbouwkundige situering aan de rand van de dorpskom aan het open veld, eertijds zeer karakteristiek voor de grofkeramische industrie. Verder vormt het ringovengebouw met markant schoorsteensilhouet een beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de Ringovenstraat en bepaalt als zodanig mede het aanzien en karakter van de wijk. Het object vertegenwoordigt een grote zeldzaamheidswaarde. Van de binnen de Limburgse grofkeramische industrie eens zo talrijk toegepaste ringovens is voorliggend object het enige overgebleven exemplaar in Noord-Limburg.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Situated at the western edge of the core of Panningen, a former ring kiln building, consisting of a RING KILN, an outer structure and a crowning chimney. The ring kiln building originally formed part of the 'N.V. Heldensche Steenfabriek'. At the commission of W.H. Janssen from Helden, architect A. Vostermans from Tegelen designed the ring kiln in 1909 in a craftsman-traditional building style. In 1940, architect P. Jacobs partially renewed the outer structure. Architect H. van den Hombergh modified the front facade in 1956. The chimney, destroyed during the Second World War, was rebuilt shortly after 1945. The ring kiln remained in use until the early 1990s and was at that time the last traditionally functioning ring kiln in Limburg.

In 1957 and 1964, shed extensions were erected on the rear (west side) of the ring kiln building. Outbuildings on the former business premises, including a former director's house with adjoining coal shed and an elongated drying shed, fall outside national monument protection. The character of the coarse ceramic industry changed fundamentally when, from 1900 onwards, several new kiln types were developed. The ring kiln was by far the most prominent representative of this. Traditional kilns were all periodically fired kilns. That is to say, the kiln had to be re-ignited each time and had to cool down again after firing. This took a long time, produced relatively many misfires, and considerable heat was lost in the process. The introduction of the ring kiln represented a major and remarkable improvement in this field. With this kiln, brick production could be considerably increased, bricks of higher quality could be fired, production could be conducted much more efficiently than before, and a substantial saving in fuel costs could be achieved.

Description.

The brick ring kiln building occupies a rectangular floor plan and features a basilical layout. In the predominantly half-bonded central section is the ring kiln with an overlying firing floor under a saddle roof covered with red pantiles. Internally a collar-tie roof truss. The supporting roof timbers and solid-wall building timbers rest on wooden posts placed against the inside of the floor breastwork. Between the posts, six wooden windows on each facade wall provide lighting for the firing floor. On either side of the central section are lower business rooms under sloping lean-to roofs, also covered with red pantiles, supported by wooden timber-framed roof trusses. These rooms, accessible via wooden entrance doors, are built in cross bonding. They served primarily as temporary storage and transhipment areas for green bricks or already fired products.

The rebuilt brick chimney is located slightly west of the centre of the building. On a square base rises a high chimney pipe, reinforced with iron bands, with a slight taper. The chimney, inseparably linked to the ring kiln, guaranteed strong draught, and thus a high firing temperature. For the production of bricks, the kiln had to be capable of reaching 1250 degrees. The ring kiln, situated in the interior, occupies an elliptical floor plan. It is a coal-fired ring kiln with a maximum capacity of 15,000 bricks. The heart of the kiln is formed by the main flue, which connects with various small exhaust channels and is directly connected to the chimney. Surrounding it runs the ring; an oval-shaped, three metre-wide kiln shaft with a barrel vault. The ring and exhaust channels are built of refractory bricks. In the ring, these bricks have been nearly glazed by the heat. The masonry of the recessed outer walls consists likewise of brick. The inner structure of the thick kiln walls consists of 'koëten': pieces and fragments of stone, worked with clay. The ring is accessible via sixteen arched-topped, numbered loading ports. Each loading port provides access to a so-called chamber. From a business organizational perspective, the ring was divided into sixteen chambers, each four metres long and three metres wide at the longer sides. During the firing process they were separated from each other by clay paper walls. When a chamber was stacked full of green bricks, the loading port was temporarily sealed up. Once the fire in the kiln was lit, it burned for the entire season. The firing zone moved from chamber to chamber through the shaft and circled several times in a season. Two crews worked in the ring kiln. The loaders worked ahead of the fire and continuously stacked the next section of the shaft with green bricks. The unloaders worked behind the fire and continuously emptied the next section of the shaft. In this way, a continuous firing process was created. The air required for firing was drawn in through that section of the shaft where products that had already been fired were located, and could warm up on them. The combustion gases released during firing were drawn out through the chimney with its aid. But before they reached the chimney, they were drawn through that section of the shaft where the green bricks still to be fired were stacked, which thus became preheated.

The combustion process was regulated from the firing floor located above the ring. From here, the stoker dropped coal through firing holes between the stacked green bricks. Furthermore, the stoker could regulate the draught in the individual chambers by means of dampers and valves. On the firing floor, equipped with a sturdy brick floor in connection with the intake and discharge of coal, various remnants of valves and firing pots have been preserved.

Valuation.

The ring kiln building, consisting of ring kiln, outer structure and chimney, is of general importance. The object possesses great cultural-historical value. It is important as a distinctive expression of the socio-economic developments in the North Limburg brick industry in the early twentieth century. As an essential part of a larger industrial brick factory, where the former capital-extensive and very labour-intensive character has been replaced by a capital-intensive and less labour-intensive enterprise, the object is also important for the typological development of brick factories. In this respect, the ring kiln illustrates an innovative phase in business development. The object possesses architectural-historical and industrial-archaeological value. The ring kiln can be considered important for the history of building and kiln technology.

The object possesses ensemble values because of the still legible historical-spatial coherence with various other components of the former 'N.V. Heldensche Steenfabriek'. Furthermore, the object possesses ensemble values because of its urban planning situation at the edge of the village core facing open countryside, formerly very characteristic of the coarse ceramic industry. Moreover, the ring kiln building with its striking chimney silhouette forms an image-defining component of the historic buildings on Ringovenstraat and thus also helps determine the appearance and character of the neighbourhood. The object represents considerable rarity value. Of the ring kilns once so frequently used within the Limburg coarse ceramic industry, the present object is the only surviving example in North Limburg.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map