Rijksmonumentenregister · Netherlands
Universiteitsgebouw, Nieuwelaan 114
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Universiteitsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1911
- Address
- Nieuwelaan 114, 2611 SB Delft (and others)
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00939, 4.36703
- Part of complex
- 525260
- Monument number
- 525264
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig UNIVERSITEITSGEBOUW behorende bij het complex Werktuigbouwkunde van de TH Delft, gebouwd in 1911, naar ontwerp van rijksbouwmeester J.A.W. Vrijman. Het gebouw bevatte onder meer collegezalen, de kabinetten van hoogleraren en assistenten en de bibliotheek. In 1921 werd de westelijke vleugel uitgebreid met een vierde verdieping en werd een hulpgebouw voor aero- en hydrodynamica opgetrokken. In 1942 werd op de middenvleugel een vierde verdieping toegevoegd. In de tweede helft van de jaren vijftig verhuisde de afdeling naar een nieuw gebouw aan de Mekelweg. In de jaren negentig van de twintigste eeuw is het universiteitsgebouw verbouwd tot appartementencomplex. Hierbij heeft het hoofdvolume wijzigingen ondergaan.
Omschrijving
Het universiteitsgebouw is opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond, die zich laat lezen als een E, waarvan de rug aan de Nieuwelaan ligt en waarvan de oostelijke poot ook E-vormig is. Aan de westelijk poot bevindt zich op de noordoosthoek een torenvolume. Dit vijf bouwlagen hoge volume met plat dak is vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken en kraagt bovenaan licht uit. Het wordt bekroond door een halfrond tegen de gevel gebouwd torentje, dat zich verzelfstandigt en afgesloten wordt met een koperen helm. Op de noordwesthoek van deze vleugel is het pand via een tussenlid van één bouwlaag met het laboratorium aan de Ezelsveldlaan verbonden. Centraal in het geveldeel aan de Nieuwelaan bevindt zich de hoofdentree. Het gebouw bestaat (van oorsprong) uit drie bouwlagen met kaplaag. De afgeplatte schilddaken worden doorsneden door de schilddaken van midden- en hoekrisalieten, die met hun noklijn parallel aan de hoofdkappen liggen. Op de hoeken van de nokken bevinden zich zinken pirons. De met blauwe leien bedekte daken bevatten dakkapellen met bescheiden steekkappen en dubbele draairamen met bovenlicht. De houten goot op klossen wordt in de gevel geaccentueerd door een sierlijst in blokmotief.
De gevels kenmerken zich door Neo-Renaissancistische detaillering in natuursteen, namelijk hardsteen en zandsteen/kunststeen als horizontaal doorlopende hardstenen banden en waterlijsten, aanzet- en sierblokjes in de boogvelden van de vensters en lijstwerk en frontons in de topgevels. Deze topgevels zijn als oud-Hollandse geveltjes anno 1600 vormgegeven. De inzwenkende, verspringende gevels worden omlijst door dekkingen met rondboogmotieven, hoekstenen met leeuwenreliëfs, bollen en waterlijsten met daartussen decoratief metselwerk. Ze zijn voorzien van een top met een rond venster en driehoekig fronton. De muurankers op alle bouwlagen zijn verrijkt met smeedwerk in diverse decoratieve patronen. In de gietijzeren vergaarbakken zijn gezichtjes verwerkt. De getoogde vensters bevatten staande, dubbele draairamen met zesdelige bovenlichten, waaronder de hardstenen waterlijsten over de gehele lengte van de gevel doorlopen. Deze waterlijsten sluiten op het begane grond-niveau de plint af.
De representatieve, asymmetrische voorgevel aan de Nieuwelaan bestaat uit een drie traveeën breed middendeel met de hoofdentree met links een negen traveeën lange vleugel en rechts een zevenassig geveldeel met op de hoek een drie traveeën breed fors hoekpaviljoen. Op alle drie de lagen bevinden zich het standaard type vensters - een enkel venster per travee - met uitzondering van drie momenten, alwaar de afstand tussen de vensters en het venstertype afwijkt. Bij de tweede tot en met de vierde travee is de afstand tussen de vensters vernauwd tot smalle muurdammen. Deze drie assen worden bekroond door een topgevel. Het drie traveeën brede middendeel bevat op de begane grond de entree geflankeerd door rechtgesloten driedelige ramen met bovenlichten, bekroond door een driehoekig fronton met in het tympaan een reliëf met een mensengezicht. Tussen de houten kozijnen bevinden zich gemetselde penanten. De tussendorpels zijn als uitkragende, natuurstenen waterlijsten uitgevoerd. De entree bestaat uit een dubbele, getoogde deur in een rondboogportiek met een hardstenen stoep. De natuurstenen deuromlijsting met bloemmotief in de zwikken wordt geflankeerd door halfzuilen met Ionische fantasie kapitelen op een hoge, hardstenen sokkel. Deze zuilen zijn verzonken in een pilastermotief. Het geheel wordt afgesloten met een 'entablement' met in plaats van een fronton een rechthoekige opbouw met pilasters in Toscaanse orde geflankeerd door klauwstukken en daarboven opnieuw een 'entablement' met segmentboogvormig fronton. Tussen de pilasters bevindt zich een rolwerk met de tekst "Technische Hoogeschool" en een reliëf met een gezicht. In het fronton een schelpmotief. Aan weerszijden van deze entree hangen twee ijzeren houders voor lantaarns. Op de verdieping zijn zes getoogde vensters met vierruits bovenlicht twee aan twee gekoppeld met een smalle bakstenen muurdam ertussen. Op de derde laag bevinden zich drie hoge, zesdelige vensters. In de topgevel bevindt zich een driedelig venster met bakstenen penanten, een uitkragende bovendorpel en een reliëf met rolwerk eronder. Het hoekpaviljoen rechts bevat op iedere bouwlaag drie brede, hoge, zes- of negendelige vensters. Deze zijn op de eerste twee bouwlagen rechtgesloten met een bakstenen ontlastingsboog met sierblokjes en boogveld en op de derde laag getoogd. Op de begane grond zijn de vensters lager geplaatst waardoor de waterlijst in hoogte verspringt. Iedere as heeft een afzonderlijke topgevel. De oostelijke zijgevel van het hoekpaviljoen aan de Nieuwelaan is drie vensterassen breed en bevat rechtgesloten, grote vensters met zes- en vierdelige ramen. De begane grond bevat kleinere vensters. De achtergevel van dit paviljoen komt overeen met de voorgevel. De achtergevel van de vleugel langs de Nieuwelaan bevat staande, getoogde vensters, die trapsgewijs verspringen (overeenkomstig de trappen van het trappenhuis), grotere staande, getoogde vensters en kleine staande vensters. Aan de westelijke zijde bevindt zich een entree met stoep.
De zijgevels van de poten van de E bevatten telkens per verdieping reeksen van brede, getoogde vensters met zesdelige ramen en op de begane grond rechtgesloten vensters. De noordelijke gevel van de westelijke poot bevat in het deel van het torenvolume kleine getoogde vensters - één per bouwlaag - met bovenin twee vensters. Overigens heeft deze gevel drie vensterassen met op de verdiepingen getoogde vensters met gekoppelde ramen en vierdelige bovenlichten. Op de begane grond rechtgesloten vensters met twee- en zesdelige ramen en een deur met bovenlicht. Deze gevelindeling herhaalt zich in de noordelijke kopgevels van de andere poten. De gevel van de middelste poot bevat in de plint keldervensters met tweedelige klepramen. De westgevel van de oostelijke poot is op begane grond niveau gepleisterd en bevat op de verdiepingen getoogde vensters met T-schuiframen en zesdelig bovenlicht. Op de noordwest hoek bevat deze gevel op de verdieping twee getoogde vensters met stolpramen en daarboven twee vensters met zesdelige ramen. Beide vensterassen worden bekroond door een topgevel. De oostelijke gevel van deze poot wijkt af en bevat een deel van één bouwlaag met topgevel, waarin grote rechtgesloten vensters en een dubbele deur zijn geplaatst en een deel met drie bouwlagen met grote rechtgesloten vensters. De achtergevel van deze poot bestaat uit een geveldeel van drie assen, dat overeenkomt met de gevels van het hoekpaviljoen aan de Nieuwelaan. Het geveldeel ten westen daarvan bevat op de eerste laag twee vensters, die in vorm en grootte overeenkomen met de vensters links daarvan. Op de verdieping komen drie getoogde vensters met dubbele stolpramen met zesdelig bovenlicht voor. Daarboven bevindt zich een getoogd venster met zesdelig raam met vierdelige bovenlichten. Een topgevel doorsnijdt de daklijst.
De vleugel aan de Nieuwelaan bestaat op de begane grond uit een ruime entreehal met natuurstenen balustraden aan weerszijden van een natuurstenen steektrap en een ruime hal met links en rechts trappenhuizen met bordestrappen. Tussen voorhal en hal tochtdeuren met meerdelige bovenlichten in getoogde openingen. Het interieur is verbouwd tot appartementen waarbij de oorspronkelijke indeling grotendeels behouden. Na de verbouwing zijn onder meer behouden: trappenhuizen met granieten treden, smeedijzeren balustrades, een trappenhuis met ijzeren trap, tegelwerk, granitovloeren, hardstenen vensterbanken, een aantal stucplafonds. De stalen constructie met geklonken kolommen, lateien en profielen is zo veel mogelijk in het zicht gelaten. Over de lengte van de gevel aan de westzijde bevindt zich een serre van één bouwlaag met ijzeren spanten en glas dak.
Waardering
Het voormalige universiteitsgebouw van Werktuigbouwkunde aan de Nieuwelaan uit 1905-1911 van architect Vrijman is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als historisch-functioneel onderdeel van het complex Werktuigbouwkunde van de Technische Universiteit;
- als voorbeeld van de Neo-Renaissance, vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van Vrijman en vanwege de hoofdvorm, het materiaalgebruik en de detaillering en de redelijke mate van gaafheid daarvan.
Het heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Nieuwelaan en de Ezelsveldlaan en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende bebouwing, zowel van het complex als de overige voormalige gebouwen van de Technische Universiteit.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former UNIVERSITY BUILDING belonging to the Mechanical Engineering complex of the TH Delft, built in 1911, designed by royal architect J.A.W. Vrijman. The building contained among other things lecture halls, the offices of professors and assistants and the library. In 1921 the western wing was extended with a fourth storey and an auxiliary building for aerodynamics and hydrodynamics was erected. In 1942 a fourth storey was added to the central wing. In the second half of the nineteen fifties the department moved to a new building on the Mekelweg. In the nineteen nineties of the twentieth century the university building was converted into an apartment complex. In this process the main volume underwent modifications.
Description
The university building is constructed from a composite ground plan, which reads as an E, of which the back lies on the Nieuwelaan and of which the eastern leg is also E-shaped. On the western leg on the north-east corner is a tower volume. This five-storey high volume with flat roof is constructed from a rectangular ground plan and overhangs slightly at the top. It is crowned by a semicircular turret built against the facade, which becomes autonomous and is closed off with a copper helmet. On the north-west corner of this wing the building is connected via an intermediate section of one storey to the laboratory on the Ezelsveldlaan. Centrally in the facade section on the Nieuwelaan is the main entrance. The building consists (originally) of three storeys with attic storey. The truncated hipped roofs are intersected by the hipped roofs of the central and corner risalits, which with their ridge lines parallel to the main roofs lie. On the corners of the ridges are zinc finials. The roofs covered with blue slates contain roof dormers with modest pitched roofs and double casement windows with fanlights. The wooden gutter on corbels is accentuated in the facade by a decorative strip in block motif.
The facades are characterised by Neo-Renaissance detailing in natural stone, namely sandstone and sandstone/artificial stone as horizontally continuous stone bands and drip mouldings, set and decorative blocks in the arched fields of the windows and moulding and pediments in the gable tops. These gable tops are designed as old Dutch gablelets anno 1600. The recessed, staggered facades are framed by copings with round arch motifs, corner stones with lion reliefs, balls and drip mouldings with decorative brickwork between them. They are provided with a top with a round window and triangular pediment. The wall anchors on all storeys are enriched with wrought ironwork in various decorative patterns. In the cast iron gutters faces are incorporated. The arched windows contain vertical, double casement windows with six-part fanlights, under which the sandstone drip mouldings run over the full length of the facade. These drip mouldings close off the plinth at ground floor level.
The representative, asymmetrical front facade on the Nieuwelaan consists of a three-bay wide central section with the main entrance with on the left a nine-bay long wing and on the right a seven-axis facade section with at the corner a three-bay wide prominent corner pavilion. On all three storeys are located the standard type windows - one window per bay - with the exception of three moments, where the distance between the windows and the window type differs. At the second through fourth bays the distance between the windows is narrowed to narrow wall mullions. These three axes are crowned by a gable top. The three-bay wide central section contains at ground level the entrance flanked by square-headed tripartite windows with fanlights, crowned by a triangular pediment with in the tympanum a relief with a human face. Between the wooden frames are brick pilasters. The intermediate lintels are executed as projecting natural stone drip mouldings. The entrance consists of a double, arched door in a round-arch portico with a sandstone step. The natural stone door surround with flower motif in the spandrels is flanked by half-columns with Ionic fantasy capitals on a high sandstone base. These columns are recessed in a pilaster motif. The whole is closed off with an 'entablature' with instead of a pediment a rectangular structure with pilasters in Tuscan order flanked by consoles and above it again an 'entablature' with segmental arch pediment. Between the pilasters is a scrollwork with the text "Technische Hoogeschool" and a relief with a face. In the pediment a shell motif. On either side of this entrance hang two iron holders for lanterns. On the storey are six arched windows with four-pane fanlight coupled two by two with a narrow brick wall mullion between them. On the third storey are three tall, six-part windows. In the gable top is a three-part window with brick pilasters, a projecting upper lintel and a relief with scrollwork below it. The corner pavilion on the right contains on each storey three wide, tall, six- or nine-part windows. These are on the first two storeys square-headed with a brick relieving arch with decorative blocks and arch field and on the third storey arched. On the ground floor the windows are positioned lower causing the drip moulding to stagger in height. Each axis has a separate gable top. The eastern side facade of the corner pavilion on the Nieuwelaan is three window-bays wide and contains square-headed, large windows with six- and four-part frames. The ground floor contains smaller windows. The rear facade of this pavilion corresponds with the front facade. The rear facade of the wing along the Nieuwelaan contains vertical, arched windows, which step in succession (corresponding to the stairs of the stairwell), larger vertical, arched windows and small vertical windows. On the western side is an entrance with step.
The side facades of the legs of the E contain in each storey series of wide, arched windows with six-part frames and on the ground floor square-headed windows. The northern facade of the western leg contains in the part of the tower volume small arched windows - one per storey - with above two windows. Otherwise this facade has three window axes with on the storeys arched windows with coupled frames and four-part fanlights. On the ground floor square-headed windows with two- and six-part frames and a door with fanlight. This facade arrangement repeats itself in the northern gable sections of the other legs. The facade of the central leg contains in the plinth basement windows with two-part casement windows. The west facade of the eastern leg is at ground floor level plastered and contains on the storeys arched windows with T-sash windows and six-part fanlight. On the north-west corner this facade has on the storey two arched windows with transom windows and above two windows with six-part frames. Both window axes are crowned by a gable top. The eastern facade of this leg differs and contains a section of one storey with gable top, in which large square-headed windows and a double door are placed and a section with three storeys with large square-headed windows. The rear facade of this leg consists of a facade section of three axes, which corresponds with the facades of the corner pavilion on the Nieuwelaan. The facade section to the west of it contains on the first storey two windows, which in form and size correspond with the windows to the left of it. On the storey are three arched windows with double transom windows with six-part fanlight. Above is an arched window with six-part frame with four-part fanlights. A gable top intersects the roofline.
The wing on the Nieuwelaan consists at ground level of a spacious entrance hall with natural stone balustrades on either side of a natural stone perron and a spacious hall with on the left and right staircases with grand stairs. Between vestibule and hall draught doors with multi-part fanlights in arched openings. The interior has been converted into apartments whereby the original layout has been largely retained. After the renovation the following were among others retained: staircases with granite treads, wrought iron balustrades, a staircase with iron stairs, tilework, granite floors, sandstone window sills, a number of stucco ceilings. The steel construction with riveted columns, lintels and profiles has been left as much as possible in view. Over the length of the facade on the west side is a conservatory of one storey with iron trusses and glass roof.
Valuation
The former university building of Mechanical Engineering on the Nieuwelaan from 1905-1911 by architect Vrijman is of general importance because of its cultural and architectural-historical value
- as a historical-functional component of the Mechanical Engineering complex of the Technical University;
- as an example of Neo-Renaissance, because of the place it occupies in Vrijman's oeuvre and because of the main form, the use of materials and the detailing and the reasonable degree of integrity thereof.
It has urban planning value because of its prominent location on the Nieuwelaan and the Ezelsveldlaan and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings, both of the complex and the other former buildings of the Technical University.
Nearby in the register
- Laboratorium, Ezelsveldlaan 61Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Sportverenigingsgebouw, Nieuwelaan 51Sport en recreatieunder 1 mi
- Ketelhuis, Ezelsveldlaan bij 61Industrieunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Ezelsveldlaan 55Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.