Rijksmonumentenregister · Netherlands
Laboratorium, Ezelsveldlaan 61
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Laboratorium
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1905 - 1911
- Address
- Ezelsveldlaan 61, 2611 RV Delft (and others)
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00899, 4.36640
- Part of complex
- 525260
- Monument number
- 525261
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Bij het complex Werktuigbouwkunde van de Technische Hogeschool Delft behorend LABORATORIUM voor de afdeling Werktuig- en Scheepsbouwkunde, dat van 1905-1911 gebouwd werd in de stijl van de vroege Neo-Hollandsche Renaissance naar ontwerp van Rijksbouwkundige voor de gebouwen van Onderwijs J.A.W. Vrijman. De stijl komt vooral tot uitdrukking in de detaillering van de gevels met speklagen, aanzetstukken, overhoeks geplaatste fialen in de toppen van de kopgevels etc.. Het laboratorium bestaat uit drie hallen, die dienst deden voor proeven aan stoom-, gas- en petroleumwerktuigen. Één van de hallen (nu hal 3) was in gebruik als ketelhuis, waar stoom geproduceerd werd voor de aandrijving van de stoommachines en scheepsmotoren, die in de grootste hal (toen laboratorium 1, nu hal 1) opgesteld stonden. Belendend aan Hal 3 bevindt zich het kolenhuis. Door het kolenhuis liep het stookkanaal naar de schoorsteen. De hefinstallatie in Hal 1 is vervaardigd door de Haarlemsche machinefabriek, voorheen gebr. Figee, no 477, 1911, met een hefvermogen van 6000 kg.. De hallen werden vanwege de ongelijkmatige samenstelling van de grond gefundeerd met behulp van een plaat van gewapend beton.
In 1928 werd het werktuigbouwkudig laboratorium uitgebreid met een vierde ruimte voor onderzoek van verbrandingsmotoren. In de tweede helft van de jaren vijftig verhuisde de afdeling naar haar nieuwe gebouw aan de Mekelweg.
Van 1970 tot 1983 heeft de hal dienst gedaan als mensa.
In 1991 is het complex verbouwd tot techniekmuseum naar ontwerp van architect ir. J. van Zwol. Hierbij is het karakter van de drie hallen zoveel mogelijk intact gelaten. Historische onderdelen, zoals trappen en spanten zijn opnieuw verwerkt en/of in het zicht gelaten. De hallen zijn door middel van nieuwbouw, waarin zich ook de entree van het museum bevindt, met elkaar verbonden. Het oorspronkelijke tussenlid tussen hal 1 en hal 3 van één bouwlaag en een uitbouw aan de zuidzijde - tegen hal 3 aan - is geïntegreed in de nieuwbouw.
Omschrijving
Het voormalige laboratorium bestaat uit drie nagenoeg gelijkvormige hallen die in baksteen (kruisverband, knipvoeg) vanuit een rechthoekige plattegrond zijn opgetrokken. De gebroken zadeldaken worden onderbroken door lichtbeuken met doorlopende glaspuien en zijn gedekt met blauwe leien. De hallen zijn uitgevoerd met natuurstenen waterlijsten en kunststenen aanzet- en sluitstenen en onderdorpels. De banden en waterlijsten fungeren als speklagen en accentueren de horizontaliteit van de gevels. Ook de rondom aangebrachte plint, die wordt afgesloten met een ononderbroken waterlijst, versterkt dit karakter. In deze plint bevinden zich getoogde keldervensters onder rollagen met driedelige ramen met koekoeken. De traveemaat wordt beaccentueerd door verticale lisenen, waarin de banden en lijsten doorlopen. Op deze lisenen zijn de decoratief uitgevoerde muurankers bevestigd. De getoogde, staande vensters zijn uitgevoerd met geprofileerde dagkanten en houten, meerdelige vaste - en klepramen. De rollagen zijn verrijkt met geprofileerde randen en aanzetstenen. De glaspui in het dak bestaat volledig uit een aaneengesloten strip rechte vensters met houten ramen met roedenverdeling. De houten dakgoot wordt ondersteund door gesneden klossen. Er bevinden zich originele vergaarbakken van de hemelwaterafvoer. De topgevels zijn uitgevoerd als tuitgevels met een overhoeks geplaatste toppinakel, die bekroond wordt met een bolvormig element en natuurstenen dekkingen.
De grootste hal (Hal 1) bestaat uit een hoofdvolume met een zeven-assige langsgevel en een kopgevel van drie traveeën breed. Aan de oostzijde is een nevenvolume van één bouwlaag gebouwd, dat als tussenlid fungeert tussen het laboratorium en het universiteitsgebouw van werktuigbouwkunde (Nieuwelaan 76). Enkelvoudige vensters in de eerste bouwlaag van de langsgevel worden twee aan twee gekoppeld door het doorlopen van onder- en lekdorpels en de smalle bakstenen muurdammen ertussen. De getoogde brede vensters op de verdiepingen zijn driedelig en onderverdeeld met roeden. De dubbele, verspringende rollagen zijn verrijkt met natuurstenen sierblokjes. In de westelijke kopgevel bevindt zich een dubbele naar buitenslaande deur geflankeerd door gekoppelde vensters. Op de verdieping brede vensters met bovenlichten en een groot zesdelig getoogd venster op de derde laag. Geheel in de top is een bescheiden, rond blindnis met sierblokjes aangebracht.
Hal 2 heeft aan de zuidzijde een uitbreiding van het volume met een één-as brede aanbouw met plat dak: het voormalige vezellaboratorium. De houten goot is voorzien van klossen. De drie traveeën brede symmetrische westgevel van het hoofdvolume heeft een dubbele naar buitenslaande deur, geflankeerd door driedelige vensters. Op de verdieping een groot zesdelig venster geflankeerd door lage driedelige vensters. In de top een rond blindvenster.
Hal 3, de stoom-productiehal met het voormalige ketelhuis bestaat uit de hal met dwarsdaarop een bouwvolume van één laag onder een zadeldak, het voormalige gebouw voor kolenopslag. De symmetrische, vier traveeën brede langsgevels van het hoofdvolume bevatten driedelige ramen met daarboven lage, staande, getoogde vensters. Iedere travee bevat drie lage vensters, gekoppeld door gemeenschappelijke lekdorpels. In de noordgevel bevinden zich twee dubbele naar buitenslaande deuren. De kopgevel van het nevenvolume bevat een getoogde deur. De westelijke gevel bevat brede, getoogde vensters onder rollagen en ramen met roedenverdeling. De zuidgevel is grotendeels blind.
De hallen kenmerken zich inwendig door de ijzeren Polonceau-spanten en de lichtwerking van vensters en lichtbeuken. De constructie van de hallen bestaat uit geklinknagelde staalprofielen (H-en I-profielen). In Hal 1 is de hefinstallatie behouden, evenals een afgetimmerde hoekruimte met ruiten in de houten wand, die dienst doet als beheerdersloge, een ijzeren trap, de houten vloer van de omloop. Er bevinden zich enkele paneeldeuren.
Waardering
Het laboratorium van Werktuigbouwkunde aan de Ezelsveldlaan 61 uit 1905-1911 van architect Vrijman is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als uitdrukking van een functie en als functioneel onderdeel van het complex Werktuigbouwkunde van de Technische Universiteit;
- als voorbeeld van de Neo-Renaissance, vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van Vrijman en vanwege de hoofdvorm, het materiaalgebruik en de detaillering en de hoge mate van gaafheid daarvan.
Het gebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Ezelsveldlaan en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende bebouwing, zowel van Werktuigbouwkunde als de overige, voormalige gebouwen van de Technische Universiteit.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Belonging to the Mechanical Engineering complex of the Delft University of Technology, the LABORATORY for the Department of Mechanical and Shipbuilding Engineering, which was built from 1905-1911 in the style of the early Neo-Dutch Renaissance after a design by J.A.W. Vrijman, State Architect for Educational Buildings. The style is expressed particularly in the detailing of the facades with speklage bands, setting stones, diagonally placed pinnacles at the tops of the gable ends etc.. The laboratory consists of three halls, which served for testing steam, gas and petroleum engines. One of the halls (now hall 3) was in use as a boiler house, where steam was produced for driving the steam engines and ship motors, which were installed in the largest hall (then laboratory 1, now hall 1). Adjacent to Hall 3 is the coal store. Through the coal store ran the stoking channel to the chimney. The lifting installation in Hall 1 was manufactured by the Haarlem engineering works, formerly Gebr. Figee, no 477, 1911, with a lifting capacity of 6000 kg.. The halls were founded with the aid of a reinforced concrete platform due to the uneven composition of the ground.
In 1928 the mechanical engineering laboratory was extended with a fourth space for research into combustion engines. In the second half of the nineteen-fifties the department moved to its new building on the Mekelweg.
From 1970 to 1983 the hall served as a canteen.
In 1991 the complex was converted into a technology museum after a design by architect ir. J. van Zwol. In doing so the character of the three halls was preserved as much as possible. Historical components, such as staircases and roof trusses were reprocessed and/or left visible. The halls were connected to each other by means of new construction, which also houses the entrance to the museum. The original intermediate section between hall 1 and hall 3 of one storey and an extension on the south side - against hall 3 - was integrated into the new construction.
Description
The former laboratory consists of three virtually identical halls which are constructed in brick (Flemish bond, snap joints) from a rectangular ground plan. The broken gabled roofs are interrupted by light bays with continuous glazed sections and are covered with blue slate. The halls are executed with natural stone drip mouldings and artificial stone setting and closing stones and under-eaves stones. The bands and drip mouldings function as speklage bands and accentuate the horizontality of the facades. Also the plinth applied all around, which is finished with an unbroken drip moulding, reinforces this character. In this plinth are arched cellar windows under roll mouldings with three-part frames with cuckoo panes. The bay spacing is accentuated by vertical lisenes, in which the bands and mouldings run through. On these lisenes the decoratively executed ornamental wall anchors are attached. The arched, vertical windows are executed with moulded reveal edges and wooden, multi-part fixed and hopper windows. The roll mouldings are enriched with moulded edges and setting stones. The glazed section in the roof consists entirely of a continuous strip of straight windows with wooden frames with glazing bars. The wooden roof gutter is supported by carved brackets. There are original rainwater collection tanks of the rainwater drainage. The gable ends are executed as spout gables with a diagonally placed top pinnacle, which is crowned with a spherical element and natural stone coverings.
The largest hall (Hall 1) consists of a main volume with a seven-axis longitudinal facade and a gable end three bays wide. On the east side a secondary volume of one storey is constructed, which functions as an intermediate section between the laboratory and the mechanical engineering university building (Nieuwelaan 76). Single windows on the first storey of the longitudinal facade are coupled two by two by the continuation of under- and under-eaves stones and the narrow brick wall dambs between them. The arched wide windows on the upper storeys are three-part and subdivided with glazing bars. The double, offset roll mouldings are enriched with natural stone ornamental blocks. In the western gable end is a double outward-opening door flanked by coupled windows. On the storey above are wide windows with fanlights and a large six-part arched window on the third storey. Entirely at the top is a modest, round blind opening with ornamental blocks.
Hall 2 has on the south side an extension of the volume with a one-axis wide outbuilding with flat roof: the former fibre laboratory. The wooden gutter is provided with brackets. The three bays wide symmetrical west facade of the main volume has a double outward-opening door, flanked by three-part windows. On the storey above a large six-part window flanked by low three-part windows. At the top a round blind window.
Hall 3, the steam production hall with the former boiler house consists of the hall with a building volume of one storey under a gabled roof running across it, the former coal storage building. The symmetrical, four bays wide longitudinal facades of the main volume contain three-part frames with low, vertical, arched windows above. Each bay contains three low windows, coupled by common under-eaves stones. In the north facade are two double outward-opening doors. The gable end of the secondary volume contains an arched door. The western facade contains wide, arched windows under roll mouldings and frames with glazing bars. The south facade is largely blank.
The halls are characterised internally by the iron Polonceau roof trusses and the light effect of windows and light bays. The construction of the halls consists of riveted steel profiles (H- and I-sections). In Hall 1 the lifting installation is preserved, as well as a boarded-off corner room with panes in the wooden wall, which serves as a custodian's lodge, an iron staircase, the wooden floor of the walkway. There are several panel doors.
Valuation
The laboratory of Mechanical Engineering at Ezelsveldlaan 61 from 1905-1911 by architect Vrijman is of general interest because of its cultural and architectural-historical value
- as an expression of a function and as a functional component of the Mechanical Engineering complex of the Delft University of Technology;
- as an example of the Neo-Renaissance, because of the place it occupies in Vrijman's oeuvre and because of the main form, the use of materials and the detailing and the high degree of integrity thereof.
The building has townscape value because of its defining location on the Ezelsveldlaan and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings, both of Mechanical Engineering and the other, former buildings of the Delft University of Technology.
Nearby in the register
- Ketelhuis, Ezelsveldlaan bij 61Industrieunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Ezelsveldlaan 55Dienstwoningunder 1 mi
- Universiteitsgebouw, Nieuwelaan 114Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Sportverenigingsgebouw, Nieuwelaan 51Sport en recreatieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.