Rijksmonumentenregister · Netherlands
Nutsbedrijf, Kalverbos 22
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Nutsbedrijf
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1895 - 1896
- Address
- Kalverbos 22, 2611 XW Delft
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.01674, 4.35107
- Part of complex
- 525245
- Monument number
- 525246
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "Chromo lithographische kaart 's Gravenhage en omstreken : Leiden, Delft, de Katwijken, Hazerswoude, Bergschenhoek, 's Gravezande enz." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1895-1896 in opdracht van het gemeentelijke waterleidingbedrijf, de N.V. Delftsche Duinwaterleiding Maatschappij, gebouwde WATERTOREN voor de drinkwatervoorziening. De watertoren, onderdeel van het complex aan het Kalverbos, is door de Delftse aannemer G.B. Luken gebouwd in een voor de bouwtijd karakteristieke, aan de Neo-Hollandse Renaissance verwante bouwstijl, naar ontwerp van de toenmalige Delftse gemeentearchitect M.A.C. Hartman. In 1908 kreeg de toren een betonnen tussenvloer en een bijzondere, gietijzeren spiltrap. De 29 meter hoge, vrijstaande watertoren is voorzien van een zeldzaam, door de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij te Leiden geleverd ijzeren Intze 2-reservoir met een inhoud van 600 m3. De toren wordt vergezeld door een in 1918-1919 gebouwd pompgebouw met reinwaterkelder. De watertoren maakt deel uit van het beschermde stadsgezicht van Delft.
Omschrijving
Vrijstaande, vanuit een cirkelvormige plattegrond in baksteen in kruisverband opgetrokken, onderkelderde watertoren. De schacht is van dragend metselwerk boven een hardstenen plint met geprofileerde bovenrand. Schacht en reservoirmantel van de toren worden verlevendigd door decoratieve elementen en accenten van natuursteen en gele en rode verblendsteen. De toren heeft een zich licht verjongende, tweeledige schacht met in de onderste geleding de oorspronkelijke dubbele paneeldeur onder een rondboogvormig bovenlicht en drie rondboog-vensters. De hoeken van alle vier gevelopeningen worden geaccentueerd door hoekstenen en sluit- en aanzetstenen van zandsteen. De bogen worden bovendien verlevendigd door gele en rode verblendsteen. Tussen de eerste en de tweede geleding ligt een hardstenen cordonlijst. De onderkant van de tweede geleding is voorzien van een reeks gietijzeren rozetankers. Daarboven staat een viertal rondboogvensters met sluit- en aanzetstenen. Hoog in deze geleding bevindt zich een reeks van acht kleine lancetvensters, eveneens met sluit- en aanzetstenen. De schacht wordt beëindigd door een lijst met metselwerk tussen twee hardstenen banden. De gemetselde onderkant van het reservoirgedeelte verbreedt zich en is in feite een samenstelling van schuin liggende, gemetselde troggewelfjes met ijzeren liggers en decoratief metselwerk. De cilindervormige bovenbouw heeft een ijzeren band om de onderrand. Direct hierboven ligt een decoratieve rand van rode en gele verblendsteen met kleine venstertjes en smeedijzeren sierankers. De zestien rondboogvensters met sluit- en aanzetstenen hierboven staan tussen smeedijzeren sierankers en kraagstukken. De kraagstukken maken als aanzetstukken deel uit van een uitgemetseld fries van verblendstenen segmentbogen met sluitsteen in de bogen. Tussen de bogen zijn eveneens smeedijzeren sierankers aangebracht. Het reservoirgedeelte wordt beëindigd door een hoge kroonlijst, die is samengesteld uit een uitgemetselde, geprofileerde onderrand met kwarthol, een gemetselde gedeelte met een reeks van zestien ronde gevelopeningen binnen verblendstenen omlijstingen en een zelfde aantal smeedijzeren sierankers hiertussen. hierboven ligt een borstwering in de vorm van 32 kantelen met deklijsten, die door middel van stangen met elkaar zijn verbonden. In het midden van het platte torendak staat een gemetseld rond traptorentje met deur en houten dakje. Dit traptorentje, waarin de door het reservoir lopende wenteltrap uitkomt, is eveneens voorzien van kantelen op een uitkragende borstwering.
Het inwendige van de toren is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Boven de ondiepe kelders hebben op de begane grond enkele niet ingrijpende moderniseringen plaats gevonden. Vanaf de met klinkers bedekte vloer loopt een vroeg twintigste-eeuwse gietijzeren spiltrap naar de eerste tussenvloer. Het betreft een betonnen vloerconstructie met diagonale en elkaar kruisende koppelbalken en een gat voor de trap. De hierboven liggende vloer is samengesteld uit met ijzeren balken versterkte gemetselde troggewelfjes. Hierop is een betonnen vloer gestort. De trap hiernaar toe is een eenvoudige, tweedelige houten trap met tussenbordes. Het Intze reservoir is vervaardigd uit gewelfde, geklonken stalen platen en voorzien van een dubbel gewelfde bodem. Het rust op een hardstenen rand en stalen balken, die ringvormig zijn en op een gemetselde tussenmuur in het torenlichaam liggen. Het reservoir heeft in het midden een cilindrische schacht, waardoor door middel van een stalen wenteltrap de ronde opbouw op het torendak kan worden bereikt. De bovenrand van het reservoir is te bereiken door middel van een ijzeren ladder tussen de tussen- en de buitenmuur. Rondom het reservoir ligt een smalle ijzeren omloop. Om de bodem van het reservoir te bereiken kan gebruik worden gemaakt van een over de rand hangende verrijdbare ijzeren trap. De onderkant van het betonnen dak is verstevigd door ijzeren I-balken. De vensters in de binnenmuur van het reservoir staan boven de lichten in de buitenmuur, waardoor het buitenlicht indirect naar binnen valt.
Waardering
De watertoren is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde.
- De watertoren heeft cultuurhistorische waarde als een goed en representatief voorbeeld van een ontwikkeling in de bouw van watertorens. Het in nederland inmiddels zeldzaam geworden Intze 2-reservoir vertegenwoordigt een bijzondere schakel in de typologische ontwikkeling van reservoirs voor watertorens.
- De watertoren heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke, aan de functie gerelateerde hoofdvorm en vanwege de stilistische kenmerken, die karakteristiek zijn voor de bouwtijd.
- De watertoren heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering en vanwege de functionele en visuele samenhang met het ketelhuis en de nabijgelegen objecten in het Kalverbos.
- De watertoren is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
In 1895-1896, commissioned by the municipal water supply company, the N.V. Delftsche Duinwaterleiding Maatschappij, a WATER TOWER was built for drinking water supply. The water tower, part of the complex at the Kalverbos, was built by Delft contractor G.B. Luken in an architectural style characteristic of the period of construction, related to Neo-Dutch Renaissance, according to designs by the then Delft municipal architect M.A.C. Hartman. In 1908 the tower received a concrete intermediate floor and a special cast-iron spiral staircase. The 29 metre high, freestanding water tower is fitted with a rare iron Intze 2-reservoir supplied by the Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij in Leiden, with a capacity of 600 m3. The tower is accompanied by a pump building with clean water cellar built in 1918-1919. The water tower forms part of the protected townscape of Delft.
Description
Freestanding water tower of brick in running bond, raised from a circular ground plan, with an undercroft. The shaft is of load-bearing masonry above a hard stone plinth with profiled upper edge. Shaft and reservoir jacket of the tower are enlivened by decorative elements and accents of natural stone and yellow and red facing brick. The tower has a slightly tapering, two-part shaft with in the lower section the original double panel door beneath a round-arched fanlight and three round-arched windows. The corners of all four facade openings are accentuated by corner stones and sandstone closing and setting stones. The arches are moreover enlivened by yellow and red facing brick. Between the first and second section lies a hard stone drip moulding. The bottom of the second section is fitted with a series of cast-iron ornamental wall anchors. Above this stands a set of four round-arched windows with closing and setting stones. High in this section is a series of eight small lancet windows, likewise with closing and setting stones. The shaft is terminated by a course of masonry between two hard stone bands. The masonry bottom of the reservoir section widens and is in fact a composition of sloping masonry trough vaults with iron beams and decorative masonry. The cylindrical superstructure has an iron band around its lower edge. Directly above lies a decorative band of red and yellow facing brick with small windows and wrought-iron ornamental wall anchors. The sixteen round-arched windows with closing and setting stones above stand between wrought-iron ornamental wall anchors and corbels. The corbels serve as setting pieces forming part of an unmortared frieze of facing brick segment arches with keystones in the arches. Between the arches are likewise wrought-iron ornamental wall anchors applied. The reservoir section is terminated by a high cornice, which is composed of an unmortared, profiled lower edge with a quarter-round moulding, a masonry section with a series of sixteen round facade openings within facing brick frames and an equal number of wrought-iron ornamental wall anchors between them. Above this lies a parapet in the form of 32 crenellations with coping courses, which are connected to one another by means of rods. In the middle of the flat tower roof stands a masonry round stair turret with door and wooden roof. This stair turret, in which the spiral staircase running through the reservoir emerges, is likewise furnished with crenellations on a corbelled parapet.
The interior of the tower has been largely preserved in its original state. Above the shallow cellars some non-invasive modernisations have taken place on the ground floor. From the floor covered with clinkers a early twentieth-century cast-iron spiral staircase runs to the first intermediate floor. This is a concrete floor construction with diagonal and mutually crossing tie beams and an opening for the staircase. The floor above is composed of masonry trough vaults reinforced with iron beams. A concrete floor has been poured over this. The staircase to it is a simple, two-part wooden staircase with intermediate landing. The Intze reservoir is manufactured from curved, riveted steel plates and fitted with a double curved bottom. It rests on a hard stone rim and steel beams, which are ring-shaped and rest on a masonry intermediate wall in the tower body. The reservoir has in the middle a cylindrical shaft, through which by means of a steel spiral staircase the round structure on the tower roof can be reached. The upper edge of the reservoir is accessible by means of an iron ladder between the intermediate and outer wall. Around the reservoir runs a narrow iron gallery. To reach the bottom of the reservoir use can be made of a moveable iron staircase hanging over the edge. The underside of the concrete roof is reinforced by iron I-beams. The windows in the inner wall of the reservoir are positioned above the openings in the outer wall, so that external light falls indirectly inward.
Evaluation
The water tower is of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical and urban planning value.
- The water tower has cultural-historical value as a good and representative example of a development in the construction of water towers. The Intze 2-reservoir, now rare in the Netherlands, represents a special link in the typological development of reservoirs for water towers.
- The water tower has architectural-historical value because of the specific main form related to its function and because of the stylistic characteristics which are typical of the period of construction.
- The water tower has urban planning and ensemble value because of its situation and because of the functional and visual coherence with the boiler house and nearby objects at the Kalverbos.
- The water tower is furthermore of importance because of the recognisability and the high degree of integrity of the exterior and important parts of the interior.
Nearby in the register
- Nutsbedrijf, Kalverbos 20Industrieunder 1 mi
- Gedenkteken(D6), Kalverbos bij 4Gedenktekenunder 1 mi
- Doodgraverswoning, Kalverbos 4Dienstwoningunder 1 mi
- Begraafplaats, Kalverbos bij 4Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.