Rijksmonumentenregister · Netherlands
Laboratorium, Kanaalweg 3 A 1
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Laboratorium
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1903 - 1904
- Address
- Kanaalweg 3 A 1, 2628 EB Delft (and others)
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00739, 4.36716
- Part of complex
- 525242
- Monument number
- 525243
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Hoofdgebouw, voormalig LABORATORIUM, onderdeel van het complex voormalig laboratorium van de Afdeling Physica en Electrotechniek van de Polytechnische School (nu TU). Het gebouw is naar het ontwerp in Neo-Gotiek van J. van Lokhorst uit 1899 in 1902-1903 gebouwd.
In een apart bouwvolume werd het dynamolokaal van het laboratorium ingericht.
Aan de oostzijde bevindt zich de belendende directeurswoning.
Toen in 1930 het nieuwe Natuurkundegebouw aan het Mijnbouwplein in gebruik werd genomen, kwam het gebouw beschikbaar voor de Afdeling der Electrotechniek. Enkele ruimten op de derde verdieping gingen dienst doen voor het onderwijs in het IJkwezen.
Het gebouw werd toegerust met een goederenlift voor het vervoer van werktuigen. Deze werden verder getransporteerd met behulp van lorries, die over rails naar de collegezalen voeren. Deze rails bevinden zich nog steeds in het gebouw.
Omschrijving
Het hoofdgebouw is in grauwe baksteen (kruisverband) opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond. Het bestaat uit een T-vormig hoofdvolume dat aan de zuidwestzijde via een tussenlid verbonden is met het op rechthoekige plattegrond opgetrokken dynamolokaal. Ten zuiden van de 'poot' van de T bevindt zich het trappenhuis.
Het hoofdvolume bestaat uit drie bouwlagen met een kaplaag. De samengestelde kap bestaat uit zadeldaken, afgeplatte zadeldaken en daken met wolfseind. De daken en spitsen van de hoektorens zijn gedekt met blauwe leien in resp. Rijn- en Maasdekking. De spitsen van de tentdaken worden door ranke, zinken pirons bekroond. De dakschilden worden doorsneden door dakkapellen met dubbele draairamen. Belendend ten oosten van het hoofdvolume bevindt zich een samengesteld bouwvolume met een samengestelde kap in twee bouwlagen, waarin zich onder meer de voormalige dienstwoning bevindt. Het volume bestaat uit een bouwdeel onder afgeplat schilddak, een uitbouw onder vijfzijdig schilddak en een volume onder zadeldak dat ingrijpt in het afgeplatte schilddak. Op het zadeldak een forse, gemetselde schoorsteen. Op de nokken van de andere daken pirons. Dit volume is gedetailleerd als het hoofdgebouw.
De gevels worden geleed door hardstenen waterlijsten, waarvan de onderste de vlakke plint afsluit. Hardsteen is voorts gebruikt bij de lateien, aanzetblokjes, neuten, tussen-, onder- en lekdorpels van de vensters, de dekplaten van de trapgevels en de 'kuipvormige' consoles van de arkels. Rond de rechtgesloten kruisvensters zijn gebakken kraalprofielen verwerkt. De vensters bevatten houten vaste en draairamen. De gevels worden verlevendigd door het gebruik van rode verblendsteen ter accentuering van de ontlastingsbogen boven de vensters, randen rond de spitsboogvormige spaarvelden en trapvensters en hoeken van de veelhoekige arkels. Er zijn vergaarbakken van de hemelwaterafvoer en smeedijzeren sierankers aangebracht. De geprofileerde, harstenen daklijsten boven de met kraalranden afgesloten gevels worden gedragen door hardstenen klosjes.
De symmetrische noordgevel van het hoofdvolume aan het Rijn-Schiekanaal bestaat uit twee keer vijf traveeën aan weerszijden van de éénassige entree met (links daarvan) een driekantige uitbouw met het hoofdtrappenhuis. De hoekpaviljoens zijn twee traveeën breed en uitgevoerd met trapgevels en arkels. Iedere travee bestaat uit drie boven elkaar geplaatste kruisvensters. De entree bestaat uit een hardstenen stoep met drie treden en een hardstenen plint en rondom een geprofileerde en getoogde deuromlijsting. De getoogde porte-brisée is opgeklampt en heeft ijzeren gehengen en beslag. De middenstijl bestaat uit rijk gesneden houtwerk met een allegorische vrouwe Physica. Aan weerszijden van de deur bevindt zich een tweedelig, getoogd zijlicht met voor het onderste raam diefijzers. De luifel tussen deur en bovenlicht is vervaardigd van getrokken ijzerwerk. De vijf bovenlichten met glas-in-lood worden bekroond door vijf spitsboogvormige natuurstenen nissen met daarin florale motieven en een gekroond wapen. Het uitgebouwde trappenhuis bevat per bouwlaag en per zijde een samenstel van gekoppelde tweedelige vensters met daarboven blindnissen met natuurstenen traceringen en daarboven gekoppelde driedelige vensters met drie-pasmotief. Alle ramen zijn uitgevoerd met gekleurd glas-in-lood. De toppen van de trapgevels zijn uitgevoerd met spitsboogvormige spaarvelden, een zesdelig vensters met gemetselde stijlen in de top en overhoeks geplaatste pinakels met natuurstenen console. De beëindiging van de onderste trap is in natuursteen met floraal motief uitgevoerd.
De symmetrische zijgevel van het westelijke hoekpaviljoen bevat vier vensterassen. De achtergevel van dit paviljoen en het oostelijke paviljoen zijn identiek aan de voorgevel. De zijgevel van het oostelijke paviljoen is gedeeltelijk door de woning aan het oog onttrokken. De 'poot' van de T wordt aan de zuidzijde afgesloten met een evenwijdig aan de vleugel aan het Rijn-Schiekanaal gelegen volume. De kopgevels bevatten aan weerszijden hoekarkels, diverse typen vensters en een hangende bakstenen uitbouw ter hoogte van de derde bouwlaag, met lessenaarsdak met ijzeren vakwerkconstructie en vier vierkante vensters met glas-in-lood.
De zuidgevel wordt onderbroken door een trappenhuis en bestaat links en rechts daarvan uit twee brede traveeën. Iedere travee bevat op de eerste twee bouwlagen gekoppelde, vierdelige vensters en in de kaplaag steekkappen met wolfeind, waarin spitsboogvormige vensters met traceringen geplaatst zijn.
Het trappenhuis aan het hoofdvolume bestaat uit drie bouwlagen met plat dak en gemetselde balustrade. In de inspringende noordoosthoek een uitbouw onder lessenaarsdak van één laag met smalle, langgerekte vensters. Het trappenhuis wordt aan de westzijde grotendeels aan het zicht onttrokken door het dynamolokaal. Aan de oostzijde bevinden zich trapsgewijs verspringende, rechtgesloten en langgerekte vensters, waaraan het trappenhuis herkenbaar is. De gevel van het versmalde deel bevat op de verdiepingen gekoppelde vierdelige vensters.
De asymmetrische voorgevel van het nevenvolume bestaat uit vijf vensterassen van ongelijke breedte. Achter de drie rechtse vensters bevindt zich een dienstwoning. Het standaardtype kruisvenster in de linker travee wordt afgewisseld door rechtgesloten, staande vensters met dubbele draairamen en driedelige bovenlichten in de drie middelste traveeën. De tweede travee bevat de hoofdentree met een getoogde deur en driedelig bovenlicht met spitsboogmotief. De meest rechts travee bevat een getoogde deur met rechtgesloten bovenlicht. De zijgevel (oostzijde) bestaat uit een vensteras met op iedere bouwlaag een kruisvenster en rechtsdaarvan een driezijdige uitbouw met in ieder vlak een kruisvenster. De achtergevel is met een houten serre van één bouwlaag met houten balustrade uitgebouwd. Op de verdieping een getoogde opening met dubbele, getoogde openslaande balkondeuren. Daarboven tweedelig rechtgesloten venster. In kap dakkapel met twee ramen. In de trapgevel onder zadeldak in iedere bouwlaag driedelige vensters.
Het dynamolokaal bestaat uit twee bouwlagen met een flauw hellend schilddak, dat over de gehele lengte in het midden opgetild is. In de eerste bouwlaag bevinden zich rondom gekoppelde, rechtgesloten vensters en een aantal enkele deuren en dubbele inrijdeuren. In de tweede bouwlaag domineert een glaspui, die vrijwel het gehele gevelvlak beslaat. In de houten lichtkap bevinden zich aaneengesloten vensterstrips.
In de hoofdvleugel aan de Kanaalweg bevonden zich onder meer een instrumentengalerij, laboratoriumzalen, een collegezaal, docentenkamers, conciërgewoning en verzamelingszalen. In het haakse daarop staande volume met plat dak bevonden zich onder meer ijklokalen en laboratoria. In het volume, dat op zijn beurt weer parallel staat aan het hoofdvolume met het wolfsdak en de traptorens, bevonden zich laboratoria, practicazalen en twee grote collegezalen. Het interieur heeft de historische indeling en detaillering nagenoeg behouden. Er bevinden zich oorspronkelijke granito-vloeren. De gangen, waarvan de plafonds bestaan uit troggewelven, worden geleed door spitsbogen. Het plafond van de gang naar het dynamolokaal heeft ijzeren profielen. De ruiten in de deuren, zij- en bovenlichten van de getoogde tochtportalen bestaan uit gekleurd glas-in-lood. Overigens ramen met glas-in-lood met gekleurde sierranden. De tochtdeuren zijn uitgevoerd met koperen handlijsten. Ramen en paneel- en glasdeuren hebben voor het merendeel het oorspronkelijke sluitwerk behouden. In de trappenhuizen granieten bordestrappen, sierlijk smeedwerk en houten handlijsten. Op de kapverdieping bevinden zich twee collegezalen met gespiegelde plattegronden, die zich geheel in originele staat bevinden. De kapconstructie bestaat uit vier stalen geklinknagelde spanten. Verder bevinden zich in de zalen een houten vloer, houten toonbank met melkglas, klapstoelen, paneeldeuren, zuurkast, bordkasten en een balkon. Dit balkon is bereikbaar via een wenteltrap in de hoektoren. De deuren van deze zalen zijn uitgerust met smeedijzeren deurstoppen.
De constructie van het dynamolokaal bestaat uit ijzeren, geklinknagelde spanten, die de gehele breedte van de hal overspannen en het dak dragen. De lichtkap wordt eveneens door ijzeren spanten gedragen. De gemetselde muren bevatten getoogde nissen, waarin zich de vensters bevinden. De hijsinstallatie is bewaard gebleven. Het interieur van de dienstwoning heeft de oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels behouden.
Waardering
Het voormalige laboratorium van de afdeling Physica en Electrotechniek van de Polytechnische school is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde
- als uitdrukking van een specifieke functie, namelijk een laboratorium van een polytechnische school, en vanwege de plaats die het inneemt in de geschiedenis van de Technische Universiteit Delft;
- als voorbeeld van de bouwstijl, namelijk de Neo-Gothiek, vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van de rijksarchitect Van Lokhorst en vanwege de karakteristieke hoofdvorm, materiaalgebruik, detaillering en interieur en de hoge mate van gaafheid en zorgvuldige afwerking daarvan.
Het laboratorium heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan het Rijn-Schiekanaal en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende gebouwen van de TU-wijk.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Main building, former LABORATORY, component of the complex of the former laboratory of the Department of Physics and Electrotechnology of the Polytechnical School (now TU). The building was constructed in 1902-1903 according to the Neo-Gothic design by J. van Lokhorst from 1899.
In a separate building volume the dynamo room of the laboratory was fitted out.
On the east side is the adjoining director's residence.
When in 1930 the new Physics building at Mijnbouwplein was taken into use, the building became available for the Department of Electrotechnology. Some rooms on the third storey served for education in the Calibration Service.
The building was equipped with a goods lift for the transport of equipment. These were further transported with the aid of lorries, which ran on rails to the lecture halls. These rails are still present in the building.
Description
The main building is constructed in grey brick (English bond) from a composite ground plan. It consists of a T-shaped main volume that is connected on the southwest side via an intermediate section to the dynamo room, constructed on a rectangular ground plan. South of the 'leg' of the T is the staircase.
The main volume consists of three storeys with a roof storey. The composite roof consists of gabled roofs, flat-topped gabled roofs and roofs with half-hipped ends. The roofs and spires of the corner pavilions are covered with blue slate in Rhine and Meuse bond respectively. The spires of the tent roofs are crowned by slender, zinc finials. The roof surfaces are cut through by roof dormers with double casement windows. Adjoining to the east of the main volume is a composite building volume with a composite roof in two storeys, which contains among other things the former service residence. The volume consists of a building section under flat-topped hipped roof, an extension under pentagonal hipped roof and a volume under gabled roof that cuts into the flat-topped hipped roof. On the gabled roof a substantial, brick chimney. On the ridges of the other roofs finials. This volume is detailed like the main building.
The facades are articulated by sandstone drip mouldings, the lowest of which closes off the flat plinth. Sandstone is further used for the lintels, setting blocks, string courses, intermediate, under- and drip-stones of the windows, the cover plates of the stepped gables and the 'tub-shaped' corbels of the arches. Round the right-angled cross windows are incorporated baked bead mouldings. The windows contain wooden fixed and casement sashes. The facades are enlivened by the use of red facing brick for accentuating the relieving arches above the windows, edges round the pointed-arch-shaped spandrels and stair windows and corners of the polygonal arches. There are collection basins for the rainwater drainage and wrought-iron ornamental wall anchors. The profiled, sandstone roof cornices, closed with bead mouldings, are supported by sandstone brackets.
The symmetrical north facade of the main volume at the Rijn-Schiekanaal consists of five bays on each side of the single-axis entrance with (to the left of it) a triangular extension with the main staircase. The corner pavilions are two bays wide and executed with stepped gables and arches. Each bay consists of three cross windows placed one above the other. The entrance consists of a sandstone step with three treads and a sandstone plinth and around it a profiled and arched door surround. The arched porte-brisée is fastened and has iron hinges and fittings. The central mullion consists of richly carved woodwork with an allegorical figure of the goddess Physics. On either side of the door is a two-part, arched side window with anti-theft grilles for the lower window. The canopy between door and fanlight is made of wrought ironwork. The five fanlights with stained glass are crowned by five pointed-arch-shaped natural stone niches with floral motifs and a crowned coat of arms. The extended staircase contains on each storey and on each side an ensemble of coupled two-part windows with above them blind niches with natural stone traceries and above them coupled three-part windows with three-foil motif. All windows are executed with coloured stained glass. The tops of the stepped gables are executed with pointed-arch-shaped spandrels, a six-part window with brick mullions at the top and diagonally placed pinnacles with natural stone corbel. The termination of the lower gable is executed in natural stone with floral motif.
The symmetrical side facade of the western corner pavilion contains four window axes. The rear facade of this pavilion and the eastern pavilion are identical to the front facade. The side facade of the eastern pavilion is partially hidden from view by the residence. The 'leg' of the T is closed off on the south side by a volume running parallel to the wing at the Rijn-Schiekanaal. The gable ends contain corner arches on both sides, various types of windows and a hanging brick extension at the height of the third storey, with lean-to roof with iron framework construction and four square windows with stained glass.
The south facade is interrupted by a staircase and consists on the left and right of it of two broad bays. Each bay contains on the first two storeys coupled, four-part windows and in the roof storey flying gables with half-hipped ends, in which pointed-arch-shaped windows with traceries are placed.
The staircase at the main volume consists of three storeys with flat roof and brick balustrade. In the recessed northeast corner an extension under lean-to roof of one storey with narrow, elongated windows. The staircase is largely hidden from view on the west side by the dynamo room. On the east side are found step-like recessed, right-angled and elongated windows, by which the staircase is recognizable. The facade of the narrowed section contains coupled four-part windows on the storeys.
The asymmetrical front facade of the side volume consists of five window axes of unequal width. Behind the three rightmost windows is a service residence. The standard-type cross window in the left bay is alternated by right-angled, tall windows with double casement sashes and three-part fanlights in the three middle bays. The second bay contains the main entrance with an arched door and three-part fanlight with pointed-arch motif. The rightmost bay contains an arched door with right-angled fanlight. The side facade (east side) consists of a window axis with on each storey a cross window and to the right of it a three-sided extension with in each plane a cross window. The rear facade is extended with a wooden conservatory of one storey with wooden balustrade. On the storey an arched opening with double, arched French doors. Above it two-part right-angled window. In roof storey roof dormer with two windows. In the stepped gable under gabled roof in each storey three-part windows.
The dynamo room consists of two storeys with a gently sloping hipped roof, which is lifted up in the middle along its entire length. On the first storey around it are coupled, right-angled windows and a number of single doors and double entrance doors. On the second storey a glazed facade dominates, which covers almost the entire facade area. In the wooden roof light are found continuous window strips.
In the main wing at Kanaalweg were located among other things an instrument gallery, laboratory spaces, a lecture hall, staff rooms, porter's residence and storage rooms. In the right-angled volume to it with flat roof were located among other things calibration rooms and laboratories. In the volume, which in turn stands parallel to the main volume with the half-hipped roof and the stair towers, were located laboratories, practice rooms and two large lecture halls. The interior has retained the historical layout and detailing almost completely. There are original granito floors. The corridors, whose ceilings consist of barrel vaults, are articulated by pointed arches. The ceiling of the corridor to the dynamo room has iron profiles. The panes in the doors, side and fanlights of the arched draught doors consist of coloured stained glass. Otherwise windows with stained glass with coloured decorative borders. The draught doors are executed with brass handrails. Windows and panel and glass doors have for the most part retained the original ironwork. In the staircases granite stone steps, elegant wrought ironwork and wooden handrails. On the roof storey are two lecture halls with mirrored ground plans, which are entirely in original condition. The roof truss structure consists of four steel riveted trusses. Furthermore in the halls are a wooden floor, wooden counter with milk glass, folding seats, panel doors, acid cabinet, cupboards with sliding doors and a balcony. This balcony is accessible via a spiral staircase in the corner tower. The doors of these halls are equipped with wrought-iron door stops.
The construction of the dynamo room consists of iron, riveted trusses, which span the entire width of the hall and support the roof. The roof light is also supported by iron trusses. The brick walls contain arched niches, in which the windows are located. The hoisting installation has been preserved. The interior of the service residence has largely retained the original layout and detailing.
Valuation
The former laboratory of the Department of Physics and Electrotechnology of the Polytechnical School is of general interest because of its cultural and architectural-historical value
- as an expression of a specific function, namely a laboratory of a polytechnical school, and because of the place it occupies in the history of the Delft University of Technology;
- as an example of the architectural style, namely Neo-Gothic, because of the place it occupies in the oeuvre of the state architect Van Lokhorst and because of the characteristic main form, material use, detailing and interior and the high degree of integrity and careful execution thereof.
The laboratory has urban planning value because of its prominent location at the Rijn-Schiekanaal and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings of the TU district.
Nearby in the register
- Ketelhuis, Prof. Snijdersstraat 2Industrieunder 1 mi
- Laboratorium, Mijnbouwplein 11Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Laboratorium, Nieuwelaan 1Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- gebouw voor geodesieOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.