TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Ketelhuis, Prof. Snijdersstraat 2

Delft, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Ketelhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1903 - 1904
Address
Prof. Snijdersstraat 2, 2628 RA Delft
Place
Delft
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.00711, 4.36667
Part of complex
525242
Monument number
525244

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KETELHUIS met SCHOORSTEEN en MACHINISTENWONING uit 1903 in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant. Het ketelhuis zou dienst moeten doen voor een aantal, destijds nog deels te realiseren, gebouwen van de Polytechnische school (later TU) in het bouwblok omgeven door Kanaalweg, Mijnbouwplein, Mijnbouwstraat en Julianalaan.

Het ligt ten westen van het voormalige laboratorium voor Physica en Electrotechniek, langs de verhoogd liggende aanrit van de brug over het Rijn-Schiekanaal.

Omschrijving

Samengesteld bouwvolume opgetrokken in baksteen vanuit een nagenoeg rechthoekige plattegrond, dat bestaat uit een samenstel van bouwvolumes onder zadeldaken, gebroken zadeldaken en platte daken met een groot aantal kleine gemetselde schoorstenen en op de zuidwesthoek een hoge schoorsteen. Tussen de woning en het dienstgebouw bevindt zich een kleine binnenplaats, die afgesloten is van de weg door een gemetselde muur, waarin zich een deur bevindt. Het pand is opgetrokken in kruisverband. De zadeldaken zijn gedekt met kruispannen. De lekdorpels en doorlopende waterlijst op plinthoogte - ter afsluiting van het trasraam - bestaan uit natuursteen. Ramen, dakkapellen en daklijsten zijn van hout.

De woning bestaat uit een T-vormige hoofdmassa van één bouwlaag met haaks op elkaar sluitende zadeldaken. Het westelijke schild wordt doorsneden door een dakkapel. De kopgevels zijn afgewerkt met eenvoudige windveren. De woning is uitgevoerd met divers typen vensters, waaronder rechtgesloten vensters met ontlastingsbogen, waarin zesdelige, houten schuiframen zijn geplaatst. Er zijn rijk gesmede sierankers toegepast. De oostelijke kopgevel bevat rechts een deur met driedelig bovenlicht en in de middenas een groot, rechtgesloten venster met samengesteld raam. Dit raam bestaat uit een zesdelig schuifraam geflankeerd door driedelige ramen. In de top bevindt zich een zesdelig schuifraam. De noordelijke kopgevel bevat op de eerste laag twee schuiframen met in de top één schuifraam. De zuidelijke gevel van de woning bevat een nevenentree met hardstenen stoep en houten, dubbele naar binnen slaande terrasdeuren met zij- en bovenlichten. Aan de westzijde van de woning bevindt zich een plat bouwvolume van één bouwlaag. Op het dak bevinden zich houten lichtkappen met zadelkapje en rondom tweedelige ramen. De noordelijke gevel van deze uitbouw bevat een gekoppeld venster met een gemetselde penant, waarboven twee ontlastingsbogen. Het venster bevat twee zesdelige ramen. In de westelijke gevel bevinden zich rechtgesloten vensters, die telkens twee aan twee gerangschikt zijn met een smalle muurdam ertussen en waarin vierdelige ramen zijn geplaatst. Aan weerszijden van een centraal geplaatste deur met meerruitsbovenlicht bevinden zich drie van deze gekoppelde vensters.

Ten zuiden van de woning - aan het Kanaalpad - liggen twee volumes van één bouwlaag met gebroken zadeldak en lichtkap, die ongelijk in hoogte en grootte zijn. De gevels van deze twee volumes zijn geleed door traveeën met lisenen, die bovenaan afgesloten zijn met hardsteen. De plint is afgesloten met een hardstenen lijst. Ook onder de vensters loopt een doorlopende hardstenen waterlijst. De gevels zijn afgesloten met sierranden van metselwerk. Tussen de lisenen in een spaarveld gekoppelde vensters met gemetselde muurdammen en ontlastingsbogen, waarin zesdelige ramen met tweedelig klepraam bovenin geplaatst zijn. De oostgevel van het noordelijke volume bestaat uit vier traveeën. In de tweede travee van links bevindt zich een entree; in de overige tweedelige vensters. De rechtgesloten entree bevat een dubbele deur met vierdelig bovenlicht. De westgevel bevat vier tweedelige vensters. De oostgevel van het zuidelijke volume bestaat uit vier traveeën met in de eerste en vierde een entree, daartussen driedelige vensters. De twee identieke ingangspartijen bestaan uit een rechtgesloten opening waarin een dubbele houten deur met zes ruiten, waarboven een achtdelig bovenlicht en vier vierruits zijlichten. In de westgevel bevinden zich vier driedelige vensters. In de kopgevels van het grote, zuidelijke volume rechtgesloten tweedelige vensters met gemetselde tussenstijl met twee stalen ramen met acht ruiten.

De schoorsteen, die alleen via rookkanalen met het ketel- en stookhuis verbonden is, heeft een achthoekige basis, waarvan één zijde afgeplat is. De ronde schacht wordt door rondlopende banden geleed en is bovenaan verrijkt met geel siermetselwerk en een iets sterker uitkragende band.

Het interieur heeft de oorspronkelijke indeling grotendeels behouden. Het ketelhuis bevat een lichtkap, stalen gordingen met ijzeren spanten met spankabels als stabiliteitsverband, houten dakbeschot, houten opgeklampte deuren, een verlaagd, betegeld deel met olietanks en (gedeeltelijk aanwezig) de stookkanalen naar de schoorsteen. De dienstwoning bevat hardstenen dorpels en neuten, paneeldeuren (afgetimmerd), opkamer (met keuken) met eronder een kelder met troggewelven en ijzeren liggers en groene en gele plavuizen, tochtdeur met bovenlicht en roeden.

Waardering

Het ketelhuis met schoorsteen en machinistenwoning is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als herkenbaar voorbeeld van een ketelhuis met schoorsteen en machinistenwoning van omstreeks 1900, en vanwege de plaats die het als onderdeel van het voormalig laboratorium van de Afdeling Physica en Electrotechniek inneemt in de geschiedenis van de Technische Universiteit Delft;

- vanwege de karakteristieke hoofdvorm, materiaalgebruik, detaillering en (gedeelten van het) interieur en de redelijke mate van gaafheid daarvan.

Het heeft als onderdeel van het universiteitscomplex stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan het Rijn-Schiekanaal en de ruimtelijk-functionele en visuele relatie met de omringende gebouwen van de TU-wijk.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

BOILERHOUSE with CHIMNEY and ENGINEMAN'S DWELLING from 1903 in craftsmanly-traditional building style. The boilerhouse was to serve a number of buildings of the Polytechnic school (later TU) that were still partly to be realized at the time, in the building block enclosed by Kanaalweg, Mijnbouwplein, Mijnbouwstraat and Julianalaan.

It is located west of the former laboratory for Physics and Electrotechnology, along the elevated access drive of the bridge over the Rijn-Schiekanaal.

Description

Composite building volume constructed in brick from an approximately rectangular ground plan, consisting of an assemblage of building volumes under gabled roofs, broken gabled roofs and flat roofs with a large number of small mortared chimneys and on the southwest corner a tall chimney. Between the dwelling and the service building there is a small courtyard, which is closed off from the street by a mortared wall, in which a door is located. The building is constructed in Flemish bond. The gabled roofs are covered with interlocking tiles. The drip mouldings and continuous drip moulding at plinth height—to close off the earthenware floor—consist of natural stone. Windows, roof dormers and roof cornices are of wood.

The dwelling consists of a T-shaped main mass of one storey with mutually perpendicular gabled roofs. The western gable is intersected by a roof dormer. The end gables are finished with simple wind braces. The dwelling is executed with various types of windows, including rebated windows with relieving arches, in which six-pane wooden sash windows are placed. Ornamental wall anchors of rich ironwork are applied. The eastern end gable contains on the right a door with three-pane fanlight and in the central axis a large rebated window with composite frame. This frame consists of a six-pane sash window flanked by three-pane windows. At the top there is a six-pane sash window. The northern end gable contains on the first storey two sash windows with one sash window at the top. The southern gable of the dwelling contains a secondary entrance with hard stone step and wooden double outward-opening glass doors with side and fanlights. On the west side of the dwelling there is a flat building volume of one storey. On the roof there are wooden roof lights with saddle roof and two-pane windows on all sides. The northern gable of this extension contains a paired window with a mortared pier, above which two relieving arches. The window contains two six-pane panes. The western gable contains rebated windows, arranged two by two each with a narrow wall section between them and in which four-pane windows are placed. On either side of a centrally placed door with multi-pane fanlight there are three of these paired windows.

South of the dwelling—on the Kanaalpad—lie two volumes of one storey with broken gabled roof and roof light, which are unequal in height and size. The gables of these two volumes are articulated by bays with pilasters, which at the top are closed off with hard stone. The plinth is closed with a hard stone band. Also beneath the windows runs a continuous hard stone drip moulding. The gables are finished with decorative bands of brickwork. Between the pilasters in a spandrel paired windows with mortared wall sections and relieving arches, in which six-pane windows with two-pane hopper window above are placed. The east gable of the northern volume consists of four bays. In the second bay from the left there is an entrance; in the others two-pane windows. The rebated entrance contains a double door with four-pane fanlight. The west gable contains four two-pane windows. The east gable of the southern volume consists of four bays with an entrance in the first and fourth, three-pane windows between. The two identical entrance arrangements consist of a rebated opening in which a double wooden door with six panes, above which an eight-pane fanlight and four four-pane side lights. The west gable contains four three-pane windows. In the end gables of the large southern volume rebated two-pane windows with mortared mullion with two steel windows with eight panes.

The chimney, which is connected to the boilerhouse and stokehole only via smoke flues, has an octagonal base, one side of which is flattened. The circular shaft is articulated by continuous bands and at the top is enriched with yellow decorative brickwork and a slightly more projecting band.

The interior has largely retained its original layout. The boilerhouse contains a roof light, steel girders with iron roof trusses with tension cables as stability bracing, wooden roof boarding, wooden mounted doors, a lowered tiled section with oil tanks and (partially present) the stoking flues to the chimney. The service dwelling contains hard stone thresholds and jambs, panelled doors (boarded over), upper room (with kitchen) with below it a cellar with barrel vault and iron beams and green and yellow floor tiles, draught door with fanlight and glazing bars.

Valuation

The boilerhouse with chimney and engineman's dwelling is of general interest by virtue of its cultural and architectural-historical value

- as a recognizable example of a boilerhouse with chimney and engineman's dwelling from approximately 1900, and by virtue of the place it occupies as a component of the former laboratory of the Department of Physics and Electrotechnology in the history of the Delft University of Technology;

- by virtue of its characteristic main form, material use, detailing and (parts of the) interior and the reasonable degree of integrity thereof.

It has urban planning value as a component of the university complex by virtue of its visually prominent location on the Rijn-Schiekanaal and the spatial-functional and visual relationship with the surrounding buildings of the TU district.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map