TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Huize Voorhout

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1906
Address
Kennemerstraatweg 2, 1815 LA Alkmaar (and others)
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.62700, 4.73925
Monument number
524935

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

STADSVILLA "Huize Voorhout" uit 1906 met bijbehorende ERFSCHEIDING uit 1939. De villa werd gebouwd naar ontwerp van de Hilversumse architect J.W. Hanrath (Amsterdam 1867 - Hilversum 1932) in een Nieuw Historiserende stijl die teruggrijpt op het Hollands classicisme van de zeventiende eeuw. Opdrachtgever was de Alkmaarse advocaat mr. W.C. Bosman. In 1939 kreeg de villa de bestemming van bejaardenhuis, waartoe evenwijdig aan de Kennemerstraatweg een forse vleugel werd aangebouwd in dezelfde stijl naar ontwerp van het Alkmaarse bouwbureau F.H. Ringers en Zoon. Gelijktijdig met de nieuwbouw maakte de oorspronkelijke symmetrische formele tuinaanleg plaats voor een asymmetrische aanleg en werd langs de Kennemerstaatweg een nieuw tuinhek geplaatst. De villa is zeer markant gesitueerd aan de noordwestzijde van de Kennemerstraatweg, nabij het punt waar deze weg en de Wilhelminalaan samenkomen.

Omschrijving

Op vierkant grondplan gebouwde villa van twee bouwlagen onder een hoog afgeplat schilddak gedekt met leien in Maasdekking. Het blokvormige pand heeft een als sokkel fungerend souterrain, gemetseld van rode handvormsteen (formaat circa 20 x 5 centimeter) in Vlaams verband met (nieuwe) platvolle voeg. Daarboven zijn de buitenmuren opgetrokken in hetzelfde metselwerk - de rode baksteen is echter iets lichter van kleur - en worden de gevels verticaal geleed door een kolossaalorde van gemetselde pilasters. Deze dragen ionische kapitelen van zandsteen en rusten op geprofileerde zandstenen basementen, waaronder de sokkel plaatselijk is uitgemetseld. De gevels worden afgesloten door een omgaand hoofdgestel met boven elke pilaster een verkropping. Het steile dak wordt bekroond door vier forse hoekschoorstenen van rode handvormsteen met inspringende hoeken en een geprofileerde natuurstenen dekplaat. Alle vensters zijn voorzien van blank glas-in-lood en zandstenen lateien. De kruisvensters hebben onderin draairamen, daarboven vaste ramen, en strekken waarin een verhoogde sluitsteen en aanzetstenen van zandsteen. In de strekken boven de smallere vensters ontbreken zandstenen aanzetstenen. De van de weg af gekeerde symmetrische voorgevel (Noordoost) is voorzien van twee hoekpilasters en een door kwartpilasters geflankeerde middenrisaliet bekroond door een driehoekig fronton. Voor de middenrisaliet bevindt zich een hoog gemetseld bordes waarvan de twee trappen en de bordesvloer zijn uitgevoerd in hardsteen. De leuning bestaat uit gietijzeren palen waartussen twee ronde smeedijzeren staven. De vierkante palen hebben een geprofileerde voet, een taps uitlopende schacht met bovenaan een insnoering waarop een in aanzicht rechthoekig bovendeel (met paneelvelden) bekroond door een kussenvorm. In het bordes bevindt zich een paneeldeur tussen smalle zijramen voorzien van een smeedijzeren hekwerk. Voor deze verdiept gelegen toegang tot het souterrain ligt een hardstenen plaat en een dito trap van vier treden. De zijmuurtjes ter weerszijden hebben een hardstenen bovenrand waarop een hek als op het bordes. De door smalle zijramen geflankeerde voordeur is voorzien van een dubbele rij vierkante glaspanelen waarvoor aan de buitenzijde siersmeedwerk. Boven de ingang heeft de middenrisaliet een zinkgedekt houten balkon rustend op vier langgerekte geprofileerde houten consoles waaronder kortere zandstenen voluutconsoles. Het balkonhek is samengesteld uit vier vierkante hoofdpalen (met paneelvelden) waartussen gedraaide balusters. De door smalle vensters (met middendorpel) geflankeerde dubbele balkondeur heeft een hoog bovenlicht in de vorm van een rondboogvenster met zandstenen sluitsteen. Rond beide smalle ramen is een pilasterstelling aangebracht waarvan de twee zandstenen kroonlijsten door de rondboog boven het bovenlicht verbonden worden (motief ontleend aan Serlio). Ter weerszijden van de rondboog bevindt zich een zandstenen cartouche ingemetseld: links met de tekst "ANNO", rechts het bouwjaar "1906". Het driehoekig fronton heeft een rond tuimelvenster en een flauwhellend zadeldak met leidekking. Ter weerszijden van de middenrisaliet is zowel op de parterre als de eerste verdieping een kruisvenster aangebracht. In beide vensterassen bevindt zich ter hoogte van het souterrain een nagenoeg vierkant venster, waarin twee door een middenstijl gescheiden draairamen voorzien van smeedijzeren hekwerken. Ook deze vensters hebben sluit- en aanzetstenen van zandsteen. De twee, op het hoofdgestel en in de vensteras geplaatste dakkapellen zijn voorzien van een kruisvenster waarboven een driehoekig fronton. Het flauwhellende zadeldak hierachter is evenals beide zijkanten gedekt met leien. De aan de Kennemerstraatweg gelegen linkerzijgevel (Zuidoost) wordt door vier pilasters in drie gelijke traveeën geleed. Middenboven elke travee staat een dakkapel als genoemd. De buitenste traveeën hebben een vensteras als in de voorgevel. De middentravee telt twee vensterassen met half zo brede vensters als in de buitenste traveeën. De beide verdiepingsvensters zijn vanwege de achterliggende trap tevens half zo hoog. Het gesloten muurvlak boven deze twee draairamen wordt verfraaid door twee festoenen waarin bloemen en vruchten. Het zichtbare gedeelte van de door de latere aanbouw grotendeels aan het oog onttrokken rechterzijgevel (Noordwest) is identiek aan de linkerzijgevel.

Voor de achtergevel (Zuidwest) ligt een verhoogd terras waardoor het souterrain aan het oog onttrokken wordt. In het midden van de achtergevel is ter hoogte van de begane grond een zandstenen rondboognis aangebracht met een gebogen achterwand. Tussen deze lege nis en het kruisvenster middenboven bevindt zich een gevelsteen ingemetseld waarop een vis staat afgebeeld. Links en rechts van het midden heeft de achtergevel een driezijdige erker die zich tot aan het dak voortzet. In de schuine zijkanten van beide erkers is zowel beneden als boven een kloosterkozijn aangebracht. In de bredere voorzijde bevindt zich op de verdieping een kruisvenster en op de begane grond een dubbele paneeldeur (met in beide vleugels een roedenraam) waarboven een getoogd kalf en een tweedelig bovenlicht. De achtergevel heeft hoekpilasters en drie dakkapellen als voor.

INTERIEUR. Het rijk uitgevoerde interieur uit de bouwtijd verkeert zowel in plattegrond als detaillering in nagenoeg oorspronkelijke staat. In de vestibule onder meer een vloer van grijsgeaderd wit en witgeaderd zwart marmer in schaakbordpatroon en een lambrisering van het laatstgenoemde marmer en een glaspui. Het zwaar donker gelakte balkenplafond rustend op geprofileerde sleutelstukken (recht ojief) zet zich voort in de centrale hal met plankenvloer, een lambrisering van donker gelakt hout en een ruime bordestrap met een zware donker gelakte trapleuning samengesteld uit gedraaide balusters en vierkante trappalen met een bovenzijde in de vorm van een rond kussen. In het souterrain onder meer vloeren van zwarte en witte tegels in schaakbordpatroon en troggewelven met ijzeren balken. Vanuit de hal geven paneeldeuren met een brede deuromlijsting toegang tot de omringende vertrekken. De voormalige ontvangkamer rechtsvoor heeft een eikenhouten parketvloer in visgraatpatroon, een houten lambrisering en een stucplafond met floraal middenornament, een omgaande meander en een kooflijst met guttae. Tegen de noordwestmuur staat een schouw met een gepleisterde bovenboezem en een eikenhouten onderboezem waarin twee gekoppelde en gecanneleerde zuiltjes ter weerszijden van de met grijsgeaderd wit marmer beklede achterwand. De haardvloer is binnen een hardstenen buitenrand uitgevoerd als de vestibulevloer. Voor de twee bovenlichten van de kruisvensters zijn evenals in de andere kamers op de begane grond originele enkelruits binnenramen aangebracht welke met draaiklemmen los te maken zijn. Langs de achtergevel zijn twee kamers-en- suite gesitueerd met daartussen een dubbele schuifdeur (paneeldeuren) waaromheen aan de kant van de voormalige eetkamer rechtsachter een pilasterstelling van gecanneleerde ionische pilasters. Ter weerszijden hiervan bevindt zich een kast bestaande uit een onderkast met dubbele paneeldeur, waarboven een lage open ruimte en een vitrinekast met dubbele deur. Aan de kant van de voormalige woonkamer linksachter is rond de schuifdeur een soberder omlijsting aangebracht waarnaast links en rechts een legkast met paneeldeur. Beide kamers hebben een eikenhouten vloer (strokenparket), een lambrisering en balkenplafond als in de hal, en een driezijdige erker waarin een dubbele deur naar het terras. De schouw tegen de achtermuur (Noordoost van de voormalige woonkamer heeft een gepleisterde bovenboezem en een eikenhouten onderboezem met links en rechts een staand paneel waartussen rond de haardopening groen geglazuurde tegels. De schouw van de voormalige eetkamer is gesitueerd in een brede, omlijste uitbouw (met balkenplafond) in de noordoostwand. Rond de plaatijzeren haard met aslade is de onderboezem bekleed met groen marmer en omgeven door een eikenhouten pilasterstelling (gecanneleerde pilasters zonder kapitelen). Ter weerszijden van de schouw bevindt zich een vitrinekast met twee deuren voorzien van blank glas-in-lood, waaronder twee laden en een onderkast met twee paneeldeurtjes. Onder het dichtgezette venster in de noordwestmuur van de eetkamer zijn in de lambrisering twee boekenplanken aangebracht. De kamer linksvoor (op de bouwtekening aangeduid met "kamer mijnheer") heeft een eikenhouten strokenparket, en een lambrisering en balkenplafond als in de hal. De eikenhouten onderboezem van de schouw tegen de noordwestwand van deze kamer is voorzien van twee paar Dorische halfzuilen. Ook deze schouw heeft een witgepleisterde bovenboezem. De hal heeft op de eerste verdieping een vloer en lambrisering als beneden. Vanuit de hal geven omlijste paneeldeuren toegang tot de omringende vertrekken waarin enkele oorspronkelijke schouwen en kastenwanden bewaard zijn gebleven. Een bordestrap leidt naar een ruime gang in de breedterichting op de zolderverdieping met ter weerszijden in totaal zeven slaap- en dienstbodenkamers. De ruime vliering is bereikbaar via een omtimmerde trap met kwart (bovenaan) in de kamer middenvoor en heeft een vloer van smalle rabatdelen en een beschoten gordingenkap.

Het halfhoge tuinhek langs de Kennemerstraatweg is samengesteld uit met dekstenen van zandsteen afgedekte pijlers van rode handvormsteen, waartussen lage muurtjes van dito baksteen in Vlaams verband met daarboven smeedijzeren spijlenhekken voorzien van krul- (vier bovenop) en cirkelmotieven (in het midden vier boven elkaar). De twee hoge pijlers van het in het midden aangebrachte toegangshek zijn uitgevoerd in hetzelfde metselwerk en voorzien van inspringende hoeken. Bovenaan worden beide afgesloten door een zandstenen kroonlijst waarop een dito deksteen met in de voorzijde de naam van de villa: links "HUIZE" en rechts "VOORHOUT". De twee door rijkgekruld smeedijzerwerk geflankeerde pijlers worden bekroond door een enigszins kegelvormige sierbol van zandsteen voorzien van (omgekrulde) bladmotieven. Het aan de pijlers afgehangen dubbele smeedijzeren spijlenhek heeft een zwierige, van krullen en bladmotieven voorziene bovenrand in rococostijl. Onderin de hekken zijn lage spijlen met pijlpunten tussengevoegd. Het tuinhek langs de Kennemmerstraatweg zet zich aan de voorzijde van de villa voort. Hier zijn twee pijlers geplaatst die een lantaarn dragen. De lantaarns rusten op een standaard van rijkgekruld smeedijzerwerk boven een zandstenen deksteen waarop links "VILLA" en rechts "VOORHOUT".

Waardering

De vroeg twintigste-eeuwse stadsvilla met bijbehorend interieur en met erfscheiding is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van villabouw in de Nieuw Historiserende stijl, geïnspireerd op het zeventiende-eeuws Hollands classicisme, met een rijk en uitzonderlijk gaaf bewaard interieur uit de bouwtijd.

De villa heeft grote situationele waarde vanwege de markante ligging in de Alkmaarderhout tussen de Kennemerstraatweg en de Wilhelminalaan.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CITY VILLA "Huize Voorhout" from 1906 with associated BOUNDARY FENCE from 1939. The villa was built according to a design by the Hilversum architect J.W. Hanrath (Amsterdam 1867 - Hilversum 1932) in a New Historicist style that draws on the Dutch classicism of the seventeenth century. The patron was the Alkmaar solicitor mr. W.C. Bosman. In 1939 the villa was converted into a nursing home, for which purpose a substantial wing was constructed alongside the Kennemerstraatweg in the same style according to a design by the Alkmaar architectural office F.H. Ringers en Zoon. Coinciding with the new construction, the original symmetrical formal garden layout gave way to an asymmetrical layout and a new garden fence was placed along the Kennemerstraatweg. The villa is very prominently situated on the northwest side of the Kennemerstraatweg, near the point where this road and the Wilhelminalaan converge.

Description

Villa built on a square ground plan of two storeys beneath a high hipped roof clad with slates in Maas bond. The blocky building has a basement serving as a plinth, laid in red handmade bricks (format approximately 20 x 5 centimetres) in Flemish bond with (new) flush joints. Above this the exterior walls are constructed in the same masonry - the red bricks are slightly lighter in colour - and the facades are articulated vertically by a colossal order of moulded pilasters. These support Ionic capitals of sandstone and rest on moulded sandstone bases, beneath which the plinth is locally built out. The facades are finished with a continuous main entablature with a projection above each pilaster. The steep roof is crowned by four substantial corner chimneys of red handmade brick with inset angles and a moulded natural stone coping. All windows are fitted with clear lead lights and sandstone lintels. The cross windows have opening casements at the bottom, fixed sashes above, and openings with a raised voussoir and sandstone springers. In the openings above the narrower windows sandstone springers are absent. The symmetric front facade facing away from the road (Northeast) is provided with two corner pilasters and a central risalit flanked by quarter pilasters crowned by a triangular pediment. Before the central risalit is a high moulded stoop with two flights of stairs and the landing floor executed in hard stone. The balustrade consists of cast-iron posts between which are two round wrought-iron rods. The square posts have a moulded base, a tapering shaft with at the top an indentation on which rests a rectangular upper section in elevation (with panel fields) crowned by a cushion form. Within the stoop is a panel door between narrow side lights provided with wrought-iron railings. Before this recessed access to the basement lies a hard stone plate and a similar flight of four steps. The low walls on either side have a hard stone upper edge on which a railing as on the stoop. The front door flanked by narrow side lights is provided with a double row of square glass panels in front of which exterior ornamental wrought ironwork. Above the entrance the central risalit has a zinc-clad wooden balcony resting on four elongated moulded wooden corbels beneath which shorter sandstone volute corbels. The balcony railing is composed of four square main posts (with panel fields) between which turned balusters. The double glazed door flanked by narrow windows (with central mullion) has a tall fanlight in the form of a round-arched window with sandstone voussoir. Around both narrow windows a pilaster frame is applied with two sandstone cornices which are connected by the round arch above the fanlight (motif derived from Serlio). On either side of the round arch is a sandstone cartouche set in the masonry: on the left with the text "ANNO", on the right the building year "1906". The triangular pediment has a round pivoted window and a gently sloping gabled roof with slate cladding. On either side of the central risalit is a cross window on both the ground floor and the first floor. In both window axes at the level of the basement is an approximately square window, in which two opening casements separated by a central mullion provided with wrought-iron railings. These windows too have voussoirs and springers of sandstone. The two roof lights placed on the main entablature and in the window axis are provided with a cross window above which a triangular pediment. The gently sloping gabled roof behind it is clad with slates as are both side sections. The left side facade facing the Kennemerstraatweg (Southeast) is articulated by four pilasters into three equal bays. In the middle above each bay stands a roof light as mentioned. The outer bays have a window axis as in the front facade. The central bay has two window axes with windows half as wide as in the outer bays. Both floor windows are correspondingly half as tall due to the staircase behind. The closed wall surface above these two opening casements is decorated by two festoons containing flowers and fruits. The visible part of the right side facade (Northwest) concealed in large part by the later extension is identical to the left side facade.

Before the rear facade (Southwest) lies an elevated terrace which conceals the basement from view. In the centre of the rear facade at the level of the ground floor is a sandstone round-arched niche with a curved back wall. Between this empty niche and the cross window in the middle above is set a wall stone showing a fish depicted. To the left and right of the centre the rear facade has a three-sided oriel which continues to the roof. In the sloping side walls of both oriels is a cloister window placed both below and above. In the wider front side is a cross window at the first floor and a double panel door (with a glazed bar sash in both leaves) at ground level above which a segmental arch and a two-part fanlight. The rear facade has corner pilasters and three roof lights as before.

INTERIOR. The richly executed interior from the period of construction is in both plan and detailing in nearly original condition. In the vestibule among other features a floor of grey-veined white and white-veined black marble in chequerboard pattern and a lining of the latter marble and a glazed screen. The heavy dark varnished beam ceiling resting on moulded corbels (straight ogee) continues into the central hall with wooden plank floor, a lining of dark varnished wood and a spacious staircase with a heavy dark varnished stair rail composed of turned balusters and square stair posts with a rounded cushion form at the top. In the basement among other features floors of black and white tiles in chequerboard pattern and barrel vaults with iron beams. From the hall panel doors with a broad door frame give access to the surrounding rooms. The former reception room at the front right has an oak parquet floor in herringbone pattern, wooden lining and a stucco ceiling with floral central ornament, a continuous meander and a cove moulding with guttae. Against the northwest wall stands a fireplace with a plastered upper portion and an oak lower portion with two coupled and fluted columns on either side of the back wall clad in grey-veined white marble. The hearth floor is executed like the vestibule floor within a hard stone outer border. Before the two fanlights of the cross windows, as in the other rooms on the ground floor, original single-light inner windows are fitted which can be detached with turn fasteners. Along the rear facade are two adjoining rooms with between them a double sliding door (panel doors) around which on the side of the former dining room at the back right is a frame of fluted Ionic pilasters. On either side of this is a cabinet consisting of a lower section with double panel door, above which a low open space and a glazed cabinet with double door. On the side of the former sitting room at the back left a simpler frame is arranged around the sliding door beside which left and right is a shelf cabinet with panel door. Both rooms have an oak floor (strip parquet), lining and beam ceiling as in the hall, and a three-sided oriel with a double door to the terrace. The fireplace against the rear wall (Northeast of the former sitting room has a plastered upper portion and an oak lower portion with on left and right a standing panel between which around the hearth opening green glazed tiles. The fireplace of the former dining room is situated in a broad, framed projection (with beam ceiling) in the northeast wall. Around the wrought-iron fireplace with ash drawer the lower portion is clad in green marble and surrounded by an oak pilaster frame (fluted pilasters without capitals). On either side of the fireplace is a glazed cabinet with two doors provided with clear lead lights, beneath which two drawers and a lower section with two panel doors. Below the closed window in the northwest wall of the dining room two bookshelves are arranged in the lining. The room at the front left (indicated on the building plan as "gentleman's room") has an oak strip parquet, and lining and beam ceiling as in the hall. The oak lower portion of the fireplace against the northwest wall of this room is provided with two pairs of Doric half-columns. This fireplace too has a white plastered upper portion. The hall at the first floor has a floor and lining as below. From the hall framed panel doors give access to the surrounding rooms in which some original fireplaces and fitted wardrobes have been preserved. A staircase leads to a spacious corridor in the transverse direction on the attic floor with in total seven bedrooms and servants' rooms on either side. The spacious attic is accessible via an encased staircase with quarter-turn (at the top) in the room in the middle at front and has a floor of narrow half-lap boards and a boarded common-rafter roof truss.

The half-height garden fence along the Kennemerstraatweg is composed of pillars of red handmade brick capped with sandstone coping stones, between which low walls of the same brick in Flemish bond with above them wrought-iron railing fences provided with scroll (four on top) and circular motifs (in the middle four one above the other). The two tall pillars of the access gate placed in the middle are executed in the same masonry and provided with inset angles. At the top both are finished with a sandstone cornice on which a sandstone coping with on the front face the name of the villa: on the left "HUIZE" and on the right "VOORHOUT". The two pillars flanked by richly curled wrought ironwork are crowned by a somewhat conical ornamental sphere of sandstone provided with (curled back) leaf motifs. The double wrought-iron railing fence hung from the pillars has a graceful upper edge furnished with scrolls and leaf motifs in rococo style. At the bottom of the fences low rails with arrowheads are inserted. The garden fence along the Kennemerstraatweg continues at the front of the villa. Here two pillars are placed which carry a lantern. The lanterns rest on a standard of richly curled wrought ironwork above a sandstone coping stone on which on the left "VILLA" and on the right "VOORHOUT".

Valuation

The early twentieth-century city villa with associated interior and boundary fence is of general importance for its cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of villa building in the New Historicist style, inspired by seventeenth-century Dutch classicism, with a rich and exceptionally well-preserved interior from the period of construction.

The villa has significant situational value for its prominent location in the Alkmaarderhout between the Kennemerstraatweg and the Wilhelminalaan.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map