TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Elisabethziekenhuis

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Ziekenhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1925 - 1927
Address
Elisabethtuinen 44, 1814 DW Alkmaar (and others)
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.62540, 4.74061
Monument number
524931

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig rooms katholiek ZIEKENHUIS "St. Elisabeth" uit 1925-1927 ontworpen door de Haagse architect Jan Stuijt (1868-1934) in een traditionalistische bouwtrant. Opdrachtgever was de congregatie van de Zusters Augustinessen van Barmhartigheid in Delft, die zich sinds 1897 bezig hield met de ziekenzorg in Alkmaar. Het in dat jaar gebouwde St. Elisabethgesticht in de Emmastraat was met 24 bedden echter te klein geworden. Voor het ontwerp van een nieuw ziekenhuis werd Jan Stuijt aangetrokken, een vooraanstaand katholiek architect met ruime ervaring in de ziekenhuisbouw. Als hoofdopzet werd gekozen voor het paviljoensysteem waarbij de verschillende patiëntenklassen en dienstfuncties in afzonderlijke vleugels werden ondergebracht. Het ziekenhuis bestond oorspronkelijk uit drie evenwijdige vleugels die door corridors verbonden werden: een vleugel voor eerste en tweede klas patiënten aan de Van Everdingenstraat (met haaks hierop een korte dwarsvleugel waarin spreek- en behandelkamers), een vleugel voor derde klas patiënten, en in het midden een dienstenvleugel met onder meer de keukens en de wasserij. Op 11 juli 1925 werd de eerste steen gelegd en twee jaar later, op 18 juli 1927, kon het nieuwe ziekenhuis worden ingewijd door de bisschop van Haarlem, mgr. A.J. Callier. De uit de jaren '30 daterende acht gebrandschilderde ramen in het schip van de kapel werden vervaardigd door Abraham Stokhof de Jong (Amsterdam 1911 - Vipento 1966) en tonen de zeven werken van barmhartigheid. De voor derde klas patiënten bestemde vleugel ten zuiden van de dienstenvleugel is evenals de schoorsteen naast het ketelhuis inmiddels gesloopt. Het ketelhuis maakt evenmin deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Op samengesteld grondplan opgetrokken ziekenhuis bestaande uit twee hoofdvolumes van twee bouwlagen onder een kap. Het langgerekt hoofdgebouw heeft een L-vormige plattegrond met in de oksel de hoofdentree naar de centrale hal onder hoog tentdak met lantaarn en aan de zuidoostzijde de kapel. De kapel is voorzien van een zadeldak. Het hoofdgebouw heeft twee afgeplatte schilddaken die samenkomen bij het hoge achtzijdige tentdak met achtzijdige houten lantaarn onder zinkgedekt koepeldak waarop een vergulde bol en windwijzer. Rond de lantaarn bevindt zich een houten balustrade met op elk van de acht hoeken een bol. Alle kappen zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen en aan de dakvoet licht geknikt. De (afgeplatte) schilddaken van het hoofdgebouw zijn rondom voorzien van enkele tientallen dakkapellen waarvan het merendeel geplaatst is in de vensterassen van de bouwlagen. De dakkapellen hebben zijwanden en een schilddak bedekt met rode leipannen en zijn voorzien van een kruisvenster. Alle gevels zijn opgetrokken in geelrode machinale baksteen waalformaat in kruisverband met lichtgrijze snijvoeg, onderaan afgewisseld met drie banden van rode machinale waalsteen in kruisverband met donkergrijze snijvoeg. De gevels van het hoofdgebouw en de kapel worden afgesloten door een witgepleisterd fries waarboven een rijkgeprofileerde houten gootlijst op dito klossen. Het merendeel van de vensters heeft een hardstenen lekdorpel. De strekken boven de vensters van het hoofdgebouw (met uitzondering van die in de achtergevel) zijn voorzien van een zandstenen sluitsteen.

De lange vleugel van het L-vormige hoofdgebouw telt aan de voorzijde (NO) achttien vensterassen met zowel op de parterre als de verdieping een stolpraam met tweeruits bovenlicht voorzien van glas-in-lood, en eindigt rechts in een hoekrisaliet van drie vensterassen met hetzelfde raamtype en geblokte hoeklisenen van rode machinale baksteen. De korte vleugel van het L-vormige hoofdgebouw telt aan de voorzijde (NW) negen vergelijkbare vensterassen waarvan de derde en vierde van links zijn opgenomen in een licht verhoogde risaliet met geblokte hoeklisenen van rode baksteen. De dakkapel op het boven het afgeplatte schilddak uitstekende tentdak van deze risaliet is evenals die op de hoekrisaliet van de lange vleugel enigszins groter uitgevoerd dan de overige dakkapellen. De middelste vensteras heeft op de begane grond in plaats van een stolpraam drie kleine enkelruits valramen. De parterre is naar links toe uitgebouwd en voorzien van drie stolpramen met tweeruits bovenlichten als genoemd. Rechts van het meest linkse venster bevindt zich een gelakte paneeldeur omgeven door glas-in-loodramen. De hoofdingang in de afgesnoten binnenhoek tussen beide vleugels wordt gevormd door een gelakte dubbele paneeldeur met een bovenlicht voorzien van glas-in-lood en ter weerszijden smalle vaste ramen met dito bovenlichten. Rond de deur en vensters is crèmekleurig natuursteen aangebracht op een basis van grijs graniet. Deze natuurstenen omlijsting wordt afgesloten door een in het midden getoogde kroonlijst waaronder een medaillon met in reliëf de patroonheilige Elisabeth van Thüringen ten halve lijve afgebeeld. Links en rechts is het fries verder voorzien van een diamantkop. De eerste verdieping heeft boven de ingang drie vensters waarboven een omlijst liggend veld met de (huidige) naam van het ziekenhuis. Hierboven is de afgeschuinde en verhoogde hoek voorzien van een driedelig venster (met glas-in-lood bovenlichten) dat het hoofdgestel onderaan het achtzijdige tentdak doorbreekt en bekroond wordt door een hoog driehoekig fronton waarachter een zadeldak met rode verbeterde Hollandse pannen. In het midden van het rijkgesneden houten timpaan bevindt zich een door bladranken omgeven rond kussen met het bouwjaar "AD 1925".

In het midden van de kopse noordwestgevel van de lange vleugel bevindt zich beneden een paneeldeur omgeven door glas-in-loodramen en op de eerste verdieping een driedelig venster met bovenlichten voorzien van glas-in-lood. Links en rechts heeft zowel de begane grond als de verdieping een stolpraam met tweeruits bovenlicht voorzien van glas-in-lood. De achtergevel (ZW) van de lange vleugel heeft links een hoekrisaliet met geblokte hoeklisenen van rode baksteen en rechts vijf vensterassen als voor. Links van dit rechter muurgedeelte zijn verschillende venstertypen toegepast en bevinden zich tegen de achtergevel twee betonnen galerijen, beide rustend op vijf betonnen zuilen en voorzien van houten balustrades tussen gemetselde hekpijlers. Ter hoogte van de zuilen zijn zowel op de parterre als op de galerij haaks op de achtergevel dwarsmuurtjes gemetseld waardoor elke kamer een eigen terras en balkon heeft. De terrassen en balkons zijn toegankelijk via dubbele deuren met een bovenlicht voorzien van glas-in-lood. Tussen beide galerijen bevindt zich op de eerste verdieping een twaalfruits glas-in-loodraam. De achtergevel (ZO) van de korte vleugel telt acht vensterassen met vierruits stolpramen voorzien van tweeruits bovenlichten en eindigt links in een hoekrisaliet met op de eerste verdieping een grote vensterpartij omlijst door uitgewassen grindbeton.

De in het verlengde van de lange vleugel gesitueerde kapel heeft een schip van vier traveeën, een zevenzijdige koorsluiting en ter weerszijden van het koor een uitbouw van twee bouwlagen onder een driezijdig dak. De schiptraveeën worden van elkaar gescheiden door taps toelopende steunberen en zijn voorzien van een vierruits stolpraam met tweeruits bovenlicht op de begane grond en een hoog gebrandschilderd rondboogvenster ter hoogte van de kapel op de eerste verdieping. In de twee aanbouwen zijn op de begane grond vierruits stolpramen met tweeruits bovenlicht toegepast en op de eerste verdieping vierruits stolpramen. Boven de absis een dito dak en in elke zijde een klein rondboogvenster. Rond de absis bevindt zich een galerij waarvan het zevenzijdige lessenaarsdak rust op zes betonnen zuilen. De galerij is voorzien van een betonnen plafond en een meerkleurige tegelvloer. Op de nok van het zadeldak van de kapel staat aan de kant van de absis een taps gemetselde klokkenstoel waarin een bronzen klok. De klokkenstoel wordt afgedekt met een zadeldak van hardstenen dekplaten en bekroond door een eveneens hardstenen kruis. De corridor tussen het hoofdgebouw en de dienstenvleugel telt aan beide zijden vijf vensterassen met op de begane grond en de eerste verdieping een vierruits stolpraam met tweeruits bovenlicht, en op de lage tweede verdieping een achtruits stolpraam. Bovenaan beide gevels bevindt zich een mastgoot.

Tussen de corridor en de kapel is de centrale hal driezijdig uitgebouwd. De brede afgeschuine voorzijde heeft zowel beneden als boven een serie van vier rondboogvensters voorzien van glas-in-lood. In de twee flankerende muurvlakken bevinden zich op de eerste verdieping kruisvensters en vlak onder het hoofdgestel tweedelige vensters waarin vierruits ramen.

INTERIEUR. Het interieur van het ziekenhuis is nog grotendeels oorspronkelijk en bevat onder meer een groenmarmeren lambrisering in de vestibule met een bovenrand van wit en zwart marmer, zowel op de parterre als de eerste verdieping van het hoofdgebouw een centrale hal met meerkleurige tegelvloer, onderaan met groen marmer beklede pijlers en een rijkgeprofileerd stucplafond, in het hoofdgebouw bordestrappen met treden van gepolijst hardsteen, stootborden van kalksteen en rijkgesmede ijzeren leuningen met eikenhouten handlijsten, granitovloeren in de gangen op de begane grond, in de gang op de eerste verdieping van de corridor en in de hal op de tweede verdieping van het hoofdgebouw, en in de kapel gebrandschilderde ramen, een tongewelf voorzien van cassetten, en een altaar van trachiet waarop een rond tabernakel met rijkbewerkte geelkoperen sleutel voorzien van de naam van het ziekenhuis.

Waardering

Het r.k. St. Elisabethziekenhuis uit 1925-27 is van algemeen belang vanwege de cultuur-, architectuurhistorische en typologische waarde als grotendeels gaaf bewaard en representatief voorbeeld van een ziekenhuis uit het Interbellum, gebouwd volgens het paviljoensysteem in de karakteristieke traditionalistische bouwtrant van de architect J. Stuijt. Het gebouw heeft situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Van Everdingenstraat in het Emmakwartier.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former Roman Catholic HOSPITAL "St. Elisabeth" built 1925-1927, designed by The Hague architect Jan Stuijt (1868-1934) in a traditionalist architectural style. The client was the congregation of the Sisters Augustinessen of Mercy in Delft, who had been engaged in healthcare in Alkmaar since 1897. The St. Elisabeth institution built in that year in the Emmastraat, with 24 beds, had become too small. For the design of a new hospital, Jan Stuijt was engaged, a prominent Catholic architect with extensive experience in hospital construction. A pavilion system was chosen as the main layout, whereby different patient classes and service functions were housed in separate wings. The hospital originally consisted of three parallel wings connected by corridors: a wing for first and second class patients on the Van Everdingenstraat (with a short transverse wing at right angles containing consultation and treatment rooms), a wing for third class patients, and in the middle a service wing containing, among other things, the kitchens and laundry. On 11 July 1925 the foundation stone was laid and two years later, on 18 July 1927, the new hospital could be inaugurated by the Bishop of Haarlem, Mgr. A.J. Callier. The eight stained-glass windows dating from the 1930s in the nave of the chapel were made by Abraham Stokhof de Jong (Amsterdam 1911 - Vipento 1966) and depict the seven works of mercy. The wing intended for third class patients south of the service wing, as well as the chimney next to the boiler house, have since been demolished. The boiler house is likewise not included in the protection.

Description

Hospital erected on a composite ground plan consisting of two main volumes of two storeys under a roof. The elongated main building has an L-shaped floor plan with in the angle the main entrance to the central hall under a high tent roof with lantern and on the south-east side the chapel. The chapel is provided with a gabled roof. The main building has two truncated hipped roofs that meet at the high octagonal tent roof with octagonal wooden lantern beneath a zinc-covered dome roof topped with a gilded sphere and weathervane. Around the lantern is a wooden balustrade with a sphere at each of the eight corners. All roofs are covered with red improved Dutch tiles and slightly angled at the eaves. The (truncated) hipped roofs of the main building are provided all round with several dozen dormer windows, the majority of which are placed in the window axes of the storeys. The dormer windows have side walls and a hipped roof covered with red slate tiles and are provided with a cross window. All facades are built of yellow-red mechanical brick, Dutch format, in cross-bond with light grey joint, alternated at the bottom with three bands of red mechanical Dutch brick in cross-bond with dark grey joint. The facades of the main building and chapel are finished with a white-plastered frieze topped by a richly profiled wooden gutter moulding on matching corbels. Most of the windows have a sandstone drip sill. The lintels above the windows of the main building (with the exception of those in the rear facade) are provided with a sandstone voussoir.

The long wing of the L-shaped main building has on the front (NE) eighteen window bays with both on the ground floor and the upper floor a sash window with two-light fanlight provided with stained glass, and terminates on the right in a corner projection of three window bays with the same window type and rusticated corner pilasters of red mechanical brick. The short wing of the L-shaped main building has on the front (NW) nine comparable window bays, the third and fourth from the left of which are contained in a slightly raised projection with rusticated corner pilasters of red brick. The dormer window on the tent roof of this projection protruding above the truncated hipped roof is, like that on the corner projection of the long wing, executed somewhat larger than the other dormer windows. The middle window bay has on the ground floor instead of a sash window three small single-light casement windows. The ground floor is extended to the left and provided with three sash windows with two-light fanlights as mentioned. To the right of the leftmost window is a painted panel door surrounded by stained-glass windows. The main entrance in the recessed inner corner between both wings is formed by a painted double panel door with a fanlight provided with stained glass and on either side narrow fixed windows with similar fanlights. Around the door and windows is cream-coloured natural stone applied on a base of grey granite. This natural stone frame is finished with an arched cornice in the middle beneath which a medallion with the patron saint Elisabeth of Thuringia depicted half-length in relief. To the left and right the frieze is further provided with a diamond boss. The first floor has above the entrance three windows topped by a framed rectangular panel with the (current) name of the hospital. Above this the bevelled and raised corner is provided with a three-part window (with stained-glass fanlights) that breaks through the main cornice at the base of the octagonal tent roof and is crowned by a high triangular pediment behind which a gabled roof with red improved Dutch tiles. In the middle of the richly carved wooden tympanum is a circular cushion surrounded by leaf scrolls with the year "AD 1925".

In the middle of the end north-west facade of the long wing is below a panel door surrounded by stained-glass windows and on the first floor a three-part window with fanlights provided with stained glass. To the left and right both the ground floor and the upper floor have a sash window with two-light fanlight provided with stained glass. The rear facade (SW) of the long wing has on the left a corner projection with rusticated corner pilasters of red brick and on the right five window bays as before. To the left of this right wall section different window types are used and against the rear facade two concrete galleries are located, both resting on five concrete columns and provided with wooden balustrades between masonry fence posts. At the height of the columns, perpendicular to the rear facade, cross walls are built both on the ground floor and on the gallery, whereby each room has its own terrace and balcony. The terraces and balconies are accessible via double doors with a fanlight provided with stained glass. Between both galleries on the first floor is a twelve-light stained-glass window. The rear facade (SE) of the short wing has eight window bays with four-light sash windows provided with two-light fanlights and terminates on the left in a corner projection with on the first floor a large window panel framed by exposed aggregate concrete.

The chapel, situated in line with the long wing, has a nave of four bays, a seven-sided choir closure and on either side of the choir an extension of two storeys under a three-sided roof. The nave bays are separated from each other by tapering buttresses and are provided with a four-light sash window with two-light fanlight on the ground floor and a high stained-glass round-arch window at the level of the chapel on the first floor. In the two extensions four-light sash windows with two-light fanlights are used on the ground floor and four-light sash windows on the first floor. Above the apse a similar roof and in each side a small round-arch window. Around the apse is a gallery whose seven-sided lean-to roof rests on six concrete columns. The gallery is provided with a concrete ceiling and a multi-coloured tile floor. On the ridge of the gabled roof of the chapel is on the side of the apse a tapered masonry bell turret containing a bronze bell. The bell turret is topped with a gabled roof of hardstone slate and crowned by a likewise hardstone cross. The corridor between the main building and the service wing has on both sides five window bays with on the ground floor and the first floor a four-light sash window with two-light fanlight, and on the low second floor an eight-light sash window. At the top of both facades is a gutter rail.

Between the corridor and the chapel the central hall is extended on three sides. The broad bevelled front has both below and above a series of four round-arch windows provided with stained glass. In the two flanking wall panels are on the first floor cross windows and just below the main cornice two-part windows with four-light panes.

INTERIOR. The interior of the hospital is still largely original and contains, among other things, green marble wainscoting in the vestibule with a top edge of white and black marble, both on the ground floor and the first floor of the main building a central hall with multi-coloured tile floor, piers clad in green marble at the bottom and a richly profiled stucco ceiling, in the main building grand staircases with treads of polished hardstone, risers of limestone and richly wrought iron railings with oak handrails, granite floors in the corridors on the ground floor, in the corridor on the first floor of the wing and in the hall on the second floor of the main building, and in the chapel stained-glass windows, a barrel vault provided with coffering, and an altar of trachyte with a circular tabernacle topped with richly worked brass-gilt key inscribed with the name of the hospital.

Valuation

The R.C. St. Elisabeth hospital of 1925-27 is of general interest on account of its cultural, architectural-historical and typological value as a largely intact and representative example of an Interwar hospital, built according to the pavilion system in the characteristic traditionalist architectural style of architect J. Stuijt. The building has situational value on account of its visually determining location on the Van Everdingenstraat in the Emma quarter.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map