TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Karenhuis

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sociale zorg, liefdadigheid
Function
Bejaardentehuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1918 - 1919
Address
Krelagestraat 1, Locatie: Bloemenkwartier, 1815 VJ Alkmaar (and others)
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.63529, 4.73665
Monument number
524912

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BEJAARDENHUIS "Karenhuis" uit 1918-1919 in sobere baksteenarchitectuur met bijbehorende TUINMUREN als erfscheiding aan de Leeghwaterstraat. Opdrachtgever was de Vereniging voor Volkshuisvesting Alkmaar die in 1917 een prijsvraag had uitgeschreven voor een gebouw waar ouderen zelfstandig konden blijven wonen. Dit voor die tijd zeer moderne idee was afkomstig uit Denemarken, waar Karen Petersen, een kennis van één van de oprichters van de vereniging, reeds een dergelijk woongebouw had gerealiseerd. De prijsvraag voor het gebouw werd gewonnen door de architecten J. Duiker (Den Haag 1890 - Amsterdam 1935) en B. Bijvoet (Amsterdam 1889 - na 1970), die hiermee hun eerste opdracht in de wacht sleepten en zich als zelfstandig architecten vestigden in Den Haag. Het in 1920 in gebruik genomen gebouw telde 34 één- en tweekamerwoningen bestemd voor bejaarden uit de lagere sociale klassen. Ieder kreeg een eigen woonruimte gelegen aan één van de brede gangen. Tegen de binnenmuur hiervan waren schouwen aangebracht waar de bewoners zelf konden koken. Per drie bewoners had men de beschikking over één toilet en verder waren er enkele gemeenschappelijke badkamers en tuinen. Modern voor die tijd waren de spouwmuren en betonvloeren die door de N.V. Enkhuizer Betonijzerbouw voorheen A. Last & Zonen werden vervaardigd. Het gebouw is gesitueerd tussen de Krelagestraat, de evenwijdig daaraan lopende Leeghwaterstraat en de Zocherstraat.

Omschrijving

Het twee bouwlagen hoge gebouw bestaat uit een lange vleugel langs de Krelagestraat waartegen aan de achterzijde vier kortere dwarsvleugels zijn opgetrokken. Tussen deze dwarsvleugels drie nagenoeg vierkante gemeenschappelijke tuinen met een laag tuinmuurtje langs de Leeghwaterstraat. Om het bouwterrein zo goed mogelijk te benutten volgt de zuidoostelijke dwarsvleugel onder een knik het schuine verloop van de Zocherstraat. De andere drie dwarsvleugels hebben een rechthoekige plattegrond haaks op de hoofdvleugel. Alle bouwdelen zijn voorzien van schilddaken gedekt met rode Hollandse pannen. Haaks op de nokken van de verschillende daken staan op regelmatige afstand rechthoekige schoorstenen. Het buitenmuurwerk is gemetseld van een goedkope partij slechtgesorteerde machinale baksteen (formaat ca. 18 x 4,5 cm; naast bakstenen in diverse kleurschakeringen komen onder meer groengele mondstenen voor) in Vlaams verband met snijvoeg. De gevels hebben een door een rollaag afgesloten plint van hetzelfde metselwerk en zijn boven de verdiepingsvensters in overstand gemetseld op een omgaande rollaag. In de muren bevinden zich ter ventilatie van de spouw openingen bestaande uit drie paar holle rode dakpannen op hun kant. De opvallende lekdorpels onder de vensters zijn samengesteld uit twee in elkaar grijpende lagen van holle rode dakpannen (de bovenste laag pannen heeft de bolle kant naar boven en wordt ondersteund door de meer terugliggende laag eronder waarvan de pannen de holle kant boven hebben en een halve pan verspringen). Bovenlangs de gevels loopt een omgaande bakgoot op aan de onderzijde afgeschuinde klossen.

De nagenoeg symmetrische voorgevel (NO) springt in het midden in en is daar voorzien van een uitgebouwde hoofdingang. Boven dit terugliggende middendeel is het eveneens terugwijkende dak hoger opgetrokken. Links en rechts van de ingang bevindt zich zowel op de parterre als de verdieping een liggend venster. De voormalige opbaarruimte boven de entree wordt verlicht door een langgerekt liggend venster. In de schuine zijmuren van het terugliggende middendeel bevindt zich beneden en boven een rechthoekig venster. Rechts van het terugliggende middendeel telt de voorgevel zowel op de begane grond als de eerste verdieping een serie van zeventien dicht op elkaar geplaatste vierkante vensters die de achterliggende gangen verlichten. Het linker geveldeel heeft een vergelijkbare vensterindeling, alleen is het direct aan de hoek grenzende linker venster enkele meters gescheiden van de overige zestien vensters, waardoor de symmetrie van de voorgevel wordt doorbroken. De reden hiervoor is dat de gangen zich niet tot aan de zuidoostgevel voortzetten. De voorgevel heeft links en rechts een dakkapel voorzien van gepotdekselde zijkanten, een zadeldak met rode Hollandse pan, en een opgeklampte deur waarin een staand raampje. Boven de deur bevindt zich een hijsbalk.

De geknikte linkerzijgevel (ZO) heeft rechts op de hoek beneden en boven een vierkant venster dat aansluit tegen het linker van de voorgevel. Verder telt deze gevel op beide bouwlagen zes liggende vensters, waarvan er vier verhoogd zijn met een tweedelig bovenlicht. In de rechterzijgevel (NW) zijn zowel vierkante als liggende vensters aangebracht. Tussen deze gevel en het naastgelegen woonhuis Krelagestraat 79 is een zijportaal opgetrokken met een zadeldak van rode Hollandse pannen en in de voor- en achterzijde een deur uit de bouwtijd.

Midden op de gesloten kopse achtergevels (ZW) van de dwarsvleugels staat een rechthoekige schoorsteen. Tussen en in het verlengde van deze gevels zijn lage tuinmuren gemetseld voorzien van dwarsklampen die een staande horizontale plank dragen. Een houten poortje in elk van de drie muurtjes geeft toegang tot de achterliggende tuin. In de gevels rond de drie gemeenschappelijke tuinen zijn liggende vensters toegepast, al dan niet verhoogd met een bovenlicht. Het middendeel van de achtergevel van de hoofdvleugel heeft een driezijdige middenrisaliet onder een vijfzijdig dak dat aansluit tegen het hoofddak. In de schuine zijkanten hiervan is zowel beneden als boven een staand venster aangebracht. De voorzijde van de middenrisaliet heeft een liggend venster en rechts daarvan een vernieuwde deur die toegang geeft tot de achterliggende beheerderswoning. De aan de tuin grenzende gevel (NW) van de dwarsvleugel aan de Zocherstraat is niet vlak, maar heeft een terugliggende linker gevelhelft en een naar voren komende rechter gevelhelft voorzien van een afgeschuinde linker hoek en halverwege een lichte knik (naar buiten). Het linker geveldeel telt beneden en boven vier vierkante vensters als voor. In de afgeschuinde hoek bevindt zich een opgeklampte deur van sponningdelen voorzien van vijf rechthoekige ruiten in kruisvorm, waarboven een met gepotdekselde delen bekleed afdak in de vorm van een schilddak. Dit vormt de overgang naar het smallere afgeschuinde gevelvlak op de eerste verdieping waarin een klein nagenoeg vierkant venster met daarboven getrapt uitkragend metselwerk.

INTERIEUR. Het interieur is nog gedeeltelijk oorspronkelijk en bevat onder meer twee ruime trappenhuizen ter weerszijden van het terugliggende middendeel in de voorgevel. Op de verdiepingsvloer van de trappenhuizen en de tussenliggende gang (met opbaarruimte) liggen ongeglazuurde rode plavuizen met langs de rand gele IJsselsteentjes op hun plat. De wanden van de trappenhuizen zijn onderaan (op de parterre tot 1 meter, op de verdieping tot 88 cm) uitgevoerd in schoon metselwerk van gele verblendsteen en daarboven witgepleisterd. De twee pijlers in beide trappenhuizen hebben een identieke afwerking en lopen boven het schoonmetselwerk naar boven toe taps uit. Tussen de pijlers op de verdieping bevinden zich houten hekken van afwisselend horizontale latten (5 cm breed) en brede horizontale delen (19 cm breed). De leuningen van de bordestrappen zijn samengesteld uit vertikale delen (14 cm breed). De ruime zolder is vanuit de hoofdvleugel bereikbaar via drie nog oorspronkelijke trappen en voorzien van een beschoten gordingenkap.

Waardering

Het "Karenhuis" uit 1918-19 met bijbehorend interieur en met de tuinmuren is van algemeen belang vanwege de cultuur-, architectuurhistorische en typologische waarde als vroeg voorbeeld van een "modern" bejaardenhuis voor zelfstandige bewoning, als één van de eerste ontwerpen van de architectencombinatie Duiker en Bijvoet opgetrokken in een doelmatige baksteenarchitectuur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RETIREMENT HOME "Karenhuis" from 1918-1919 in austere brick architecture with associated GARDEN WALLS as boundary enclosures on the Leeghwaterstraat. The client was the Vereniging voor Volkshuisvesting Alkmaar which in 1917 had announced a design competition for a building where elderly people could continue to live independently. This idea, very modern for the time, originated in Denmark, where Karen Petersen, an acquaintance of one of the founders of the association, had already realised such a residential building. The design competition for the building was won by architects J. Duiker (The Hague 1890 - Amsterdam 1935) and B. Bijvoet (Amsterdam 1889 - after 1970), who with this secured their first commission and established themselves as independent architects in The Hague. The building, brought into use in 1920, contained 34 one- and two-room dwellings intended for elderly people from the lower social classes. Each resident had their own living space located along one of the broad corridors. Against the interior wall of these corridors were hearths where residents could cook themselves. Per three residents there was the use of one toilet, and there were also several communal bathrooms and gardens. Modern for the time were the cavity walls and concrete floors that were manufactured by N.V. Enkhuizer Betonijzerbouw, formerly A. Last & Zonen. The building is situated between the Krelagestraat, the Leeghwaterstraat running parallel to it, and the Zocherstraat.

Description

The two-storey building consists of a long wing along the Krelagestraat to which four shorter transverse wings have been added on the rear side. Between these transverse wings three nearly square communal gardens with a low garden wall along the Leeghwaterstraat. To utilise the building site as efficiently as possible the southeastern transverse wing follows with a kink the sloped course of the Zocherstraat. The other three transverse wings have a rectangular ground plan at right angles to the main wing. All building sections are provided with hipped roofs covered with red Dutch tiles. At right angles to the ridges of the various roofs stand rectangular chimneys at regular intervals. The external brickwork is laid with an inexpensive batch of poorly sorted machine-made brick (format approximately 18 x 4.5 cm; alongside bricks in various colour shades, greenish-yellow header bricks are among others present) in Flemish bond with flush jointing. The facades have a plinth closed off by a roll moulding of the same brickwork and are built out in relief above the storey windows on an encircling roll moulding. In the walls are ventilation openings for the cavity consisting of three pairs of hollow red roof tiles on edge. The striking drip mouldings under the windows are composed of two interlocking layers of hollow red roof tiles (the upper layer of tiles has the curved side upwards and is supported by the more recessed layer beneath it whose tiles have the hollow side upwards and overlap by half a tile). Along the top of the facades runs an encircling brick gutter on bevelled wooden blocks underneath.

The nearly symmetrical front facade (northeast) recesses in the middle and is provided there with a projecting main entrance. Above this recessed middle section the likewise receding roof is built up higher. To the left and right of the entrance there is a horizontal window on both the ground floor and the upper storey. The former laying-in-state room above the entrance is lit by an elongated horizontal window. In the sloped side walls of the recessed middle section there is a rectangular window below and above. To the right of the recessed middle section the front facade has on both the ground floor and the first storey a series of seventeen closely spaced square windows which light the corridors behind. The left facade section has a comparable window arrangement, except that the left window directly adjoining the corner is separated several metres from the remaining sixteen windows, thus breaking the symmetry of the front facade. The reason for this is that the corridors do not extend to the southeastern facade. The front facade has on the left and right a roof dormer with potted-roof sides, a gabled roof with red Dutch tiles, and a clamped door in which a vertical small window. Above the door is a hoist beam.

The kinked left side facade (southeast) has on the right at the corner below and above a square window which adjoins the left one of the front facade. Furthermore this facade has on both building storeys six horizontal windows, of which four are heightened with a two-part fanlight. In the right side facade (northwest) both square and horizontal windows are installed. Between this facade and the adjacent residential building Krelagestraat 79 a side entrance has been built with a gabled roof of red Dutch tiles and a door from the building period on the front and rear sides.

In the middle of the closed end facades (southwest) of the transverse wings stands a rectangular chimney. Between and in the extension of these facades low garden walls are laid with cross-ties that carry a standing horizontal board. A wooden gate in each of the three walls provides access to the garden behind. In the facades around the three communal gardens horizontal windows are used, whether or not heightened with a fanlight. The middle section of the rear facade of the main wing has a three-sided central projection under a five-sided roof which adjoins the main roof. In the sloped sides of this are vertical windows installed both below and above. The front of the central projection has a horizontal window and to its right a renewed door which gives access to the adjacent caretaker's dwelling behind. The facade (northwest) of the transverse wing on the Zocherstraat bordering the garden is not flat, but has a recessed left facade section and a projecting right facade section provided with a bevelled left corner and halfway through a slight kink (outwards). The left facade section has below and above four square windows as before. In the bevelled corner is a clamped door of rabbet parts provided with five rectangular panes in cross form, above which a covering structure covered with potted-roof parts in the form of a hipped roof. This forms the transition to the narrower bevelled facade surface on the first storey in which a small nearly square window with above it stepped corbelled brickwork.

INTERIOR. The interior is still partially original and contains among others two spacious stairwells on either side of the recessed middle section in the front facade. On the storey floors of the stairwells and the intermediate corridor (with laying-in-state room) lie unglazed red floor tiles with yellow IJssel tiles on edge along the border. The walls of the stairwells are finished at the bottom (on the ground floor to 1 metre, on the storey to 88 cm) in fair-faced brickwork of yellow facing brick and above that whitewashed. The two pillars in both stairwells have identical finishing and taper upwards above the fair-faced brickwork. Between the pillars on the storey are wooden railings of alternating horizontal slats (5 cm wide) and broad horizontal sections (19 cm wide). The banisters of the platform stairs are composed of vertical sections (14 cm wide). The spacious attic is accessible from the main wing via three still original stairs and provided with a boarded common rafter roof truss.

Valuation

The "Karenhuis" from 1918-19 with associated interior and garden walls is of general importance due to its cultural, architectural-historical and typological value as an early example of a "modern" retirement home for independent living, as one of the first designs of the architect partnership Duiker and Bijvoet built in purposeful brick architecture.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map