TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Murmellius Gymnasium

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1939 - 1940
Address
Bergerhout 1, Locatie: Nassaukwartier, 1815 DA Alkmaar
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.63399, 4.73878
Part of complex
524881
Monument number
524882

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

L-vormig SCHOOLGEBOUW van twee bouwlagen bestaande uit een lange vleugel langs de Westerweg en een kortere vleugel aan het Bergerhout, die in een schuine hoek overgaat in de derde lage en korte vleugel waarin de aula is ondergebracht. De zadeldaken van de drie bouwvolumes zijn gedekt met zwartgeglazuurde verbeterde Hollandse pannen. Het buitenmuurwerk is opgetrokken in geelroze baksteen Waalformaat in Vlaams verband met verdiepte voeg. Boven de gevels loopt een bakgoot op brede klossen. Deze is, tenzij anders vermeld, van hout. De ramen zijn uitgevoerd in staal. De hoofdingang bevindt zich links in de rechter hoekrisaliet van de voorgevel (NW) van de Bergerhoutvleugel. De terugliggende dubbele deur is uitgevoerd in eikenhout en heeft ter weerszijden van het midden in beide deurvleugels vier raampjes boven elkaar waaromheen een indeling in grote vakken. Rechts van de deur telt de risaliet drie negenruits vensters. Rond de deur en onder de vensters is rood gebouchardeerd graniet aangebracht, met daarin rechts naast de deur, door het graniet plaatselijk te polijsten, een eerste steen (gedateerd 12 juli 1939). Het trapbordes voor de risaliet is eveneens uitgevoerd in rood gebouchardeerd graniet. Naast het trapbordes is links een ruime bloembak gemetseld. Boven de hoofdingang bevindt zich een brede betonnen luifel die zich om de hoek voortzet. Op de eerste verdieping zijn drie hoge raampartijen aangebracht, alle omlijst door kalksteen en voorzien van een klein balkon met een korfboogvormig grondvlak en een naar boven toe uitwaaierend spijlenhek. De risaliet wordt afgesloten door een bakgoot van kalksteen. Links naast de hoekrisaliet bevindt zich de licht risalerende ingebouwde toren. Deze op rechthoekig grondplan opgetrokken toren steekt hoog boven het dak uit en en heeft bovenin een omgaande vensterpartij waarboven een kopergedekt flauwhellend tentdak met ruim overstek en een bekroning in de vorm van een taps toelopende naaldspits. Deze is eveneens bekleed met koperen platen en onderaan voorzien van vier galmborden. Onder de op een met kalksteen afgedekte borstwering rustende vensterpartij is tegen alle vier zijden van de toren een wijzerplaat bevestigd. De toren heeft op de parterre en de eerste verdieping een zesruits venster. Hogerop zijn rondom enkele smalle vensters aangebracht. Een tweede vertikaal accent in de voorgevel van de Bergerhoutvleugel wordt gevormd door het risalerende trappenhuis links. Dit enkele meters boven de dakvoet uitstekende bouwdeel heeft een flauwhellend kopergedekt schilddak dat aansluit tegen het hoofddak. Onder het ruime overstek van het door een koperen bol bekroonde schilddak bevindt zich een lage vensterpartij die zich voortzet tot om de twee hoeken. Vanaf deze raampartij tot onder aan toe is in het midden van het trappenhuis een smalle vertikale raampartij aangebracht. Het gevelvlak tussen het trappenhuis en de toren telt zowel op de begane grond als de eerste verdieping drie series van vijf vensters. Elk venster is samengesteld uit een negenruits raam (waarin een drieruits bovenlicht dat op de parterre uitgevoerd is als uitzetraam, op de verdieping als valraam), waaronder een smaller stolpraam. Tussen de stolpramen zijn geprofileerde kalkstenen penanten aangebracht, en boven en onder deze ramen eveneens in kalksteen uitgevoerde doorgaande lek- en tussendorpels. In de voorgevel (O) van de terugwijkende aula-vleugel zijn vijf grote raampartijen aangebracht voorzien van een roedenverdeling en diverse soorten en kleuren glas. Links van deze door kalksteen omlijste vensters bevindt zich een rond tuimelraam, rechts de ingang van de aula. Deze is op vergelijkbare wijze vormgegeven als de hoofdingang met een identieke terugliggende deur en ter weerszijden rood graniet. Links en rechts van het eveneens in rood graniet uitgevoerde trapbordes bevindt zich een smalle gemetselde bloembak. De betonnen luifel boven de deur zet zich met een knik voort tot aan het genoemde trappenhuis. Onder de luifel zijn rechts van de deur twee liggende drieruits valramen aangebracht. Boven de ingang van de aula is ter hoogte van de eerste verdieping een kalkstenen reliëf ingemetseld. Deze door de Bergense beeldhouwer Tjipke Visser vervaardigde gevelsteen toont een zittende geleerde uit de klassieke oudheid die een tekst overhandigt aan een jongen en een meisje uit de 20ste eeuw. Hiermee wordt "de overdracht van de klassieke cultuur op de hedendaagse jeugd" gesymboliseerd. In de kopse zuidgevel van de aula bevindt zich ter weerszijden van het achterliggende toneel een smal hoog venster. Zowel links- als rechtsonder (onder het toneel) zijn een vierruits en een tweeruits venster aangebracht. Bovenin de topgevel bevinden zich twee ronde nissen. De kopse rechterzijgevel (NW) van de Bergerhoutvleugel heeft rechts een brede risaliet met topgevel waarin een groot gebrandschilderd raam (van de hal) dat zich over twee bouwlagen uitstrekt. Op dit door kalksteen omlijste venster rust een halfronde kalkstenen gevelsteen van de Bergense beeldhouwster Marijcke Visser. Het toont in reliëf een zon omgeven door wolken en symboliseert daarmee: "Het licht der wetenschap verdrijft de donkere wolken der onwetendheid". De bakgoten boven de zijmuren van deze risaliet zijn uitgevoerd in kalksteen. Links in de kopse gevel is op verdiepingshoogte een smal hoog venster aangebracht waarboven een halfronde kalkstenen luifel bekroond door een bol. Het kleine, eveneens in kalksteen uitgevoerde, halfronde balkon onder dit venster rust op een blokvormige console van kalksteen; het naar boven toe uitwaaierende ijzeren balkonhek is samengesteld uit halfronde horizontale ringen. De tegen de Bergerhoutvleugel aansluitende Westerwegvleugel eindigt in een korte dwarsbouw. In de voorgevel (NW) hiervan is eenzelfde venster met balkon en luifel aangebracht als de laatstgenoemde. Tussen deze risalerende dwarsbouw en de kopse gevel van de Bergerhoutvleugel telt de lange Westerwegvleugel op de begane grond dertien zesruits vensters (om en om met valraam bovenin) en ter weerszijden hiervan drie kleine ronde tuimelramen. Op de eerste verdieping zijn 31 vierruits vensters aangebracht (enkele uitgevoerd als tuimel- of draairaam) met daaronder een doorgaande kalkstenen lekdorpel.

In de zijgevel (ZW) van de dwarsbouw zijn linksonder vier elfruits vensters aangebracht bestaande uit een negenruits raam met bovenin een drieruits valraam, en hieronder een half zo hoog stolpraam van dezelfde breedte. De eerste verdieping telt negen van dergelijke vensters. Hetzelfde venstertype is ook toegepast in de achtergevel (ZO) van de Westerwegvleugel: zowel op de parterre als de verdieping zijn vijf series van vier van deze vensters aangebracht. Beneden bevindt zich links en rechts hiervan een dubbele stalen deur met glaspanelen, waarboven een betonnen luifel en drie respectievelijk twee hoge staande vensters (ter hoogte van de achterliggende trappenhuizen). Vóór beide deuren is een trapbordes van gele baksteen gemetseld met daartussen langs de hele achtergevel een bloembak. De rechthoekige toiletuitbouw van twee bouwlagen in de hoek rechts naast de rechter deur heeft een plat dak. In de zuidwestgevel van deze uitbouw zijn zowel beneden als boven vijf smalle tweeruits valramen aangebracht. In de smalle zuidoostgevel bevindt zich rechtsboven en -onder een zesruits venster. De links naast de linker deur gelegen risalerende achtergevel (ZO) van de dwarsbouw telt op de begane grond vier elfruits vensters als genoemd. Middenboven in dit geveldeel bevindt zich een smal venster waaronder een halfrond plateau van kalksteen op een eveneens kalkstenen console. In de achtergevel (ZW) van de Bergerhoutvleugel zijn zowel beneden als boven drie keer drie zesruits vensters aangebracht (ter plaatse van de drie vensters rechtsonder is naderhand een ingang gerealiseerd). De buitenste vensters van ieder drietal hebben bovenin een tweeruits valraam. Rechtboven en -onder in deze gevel bevindt zich een klein rond tuimelraam. Ook langs deze achtergevel is een bloembak gemetseld. In de knik tussen de achtergevel van de Bergerhoutvleugel en die van de aula bevindt zich (ter hoogte van de achterliggende hal) een glazen uitbouw van twee bouwlagen met een afgeronde voorzijde. De borstwering boven de vensterpartij is gemetseld in koppenverband. De achtergevel (W) van de aula telt vijf grote vijftienruits vensters.

INTERIEUR. Het interieur uit de bouwtijd is grotendeels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven en bevat onder meer opdekdeuren bekleed met eikenfineer, een vloer van donker travertin en wanden van licht travertin in de vestibule, betegelde gangvloeren, bordestrappen met treden van licht travertin en bronzen leuningen samengesteld uit paarsgewijs geplaatste staafvormige spijlen, een centrale hal voorzien van een vide, betonnen cassettenplafond, twee met licht travertin beklede kolommen en een vloer van licht en langs de randen donker travertin, een tweede hal met een dito vloer, en een aula voorzien van een toneel en kap op vijf paraboolspanten van gelijmd hout. Het hoge gebrandschilderde raam in de centrale hal toont een spreuk van Vondel: "Wat is de schoonheit? Wat's de roem der jongkheit anders dan een Bloem". Rond het tekstlint is een weelderige plantengroei aangebracht waarbinnen, toepasselijk voor een gymnasium, motieven uit de klassieke oudheid (ondermeer een zuil, een buste, een Griekse tempel, en een zon waarbinnen Apollo rijdend op een strijdwagen). Het trappenhuis aan het einde van de Westerwegvleugel heeft een betegeld trapbordes voorzien van een middenpatroon in de vorm van een Romeinse helm. De via steile ijzeren trappen bereikbare bovenste torenvloer heeft een met kalksteen afgedekte borstwering van gewapend beton, Hierop zijn in de vier hoeken ronde stalen staanders geplaatst die een staalconstructie dragen waarop het dak en de naaldspits rust. In elk van de vier dakvlakken bevinden zich twee luiken. Deze worden via staalkabels verbonden met de contragewichten in de open stalen gewichtkoker onder de spits. Door het openen van een luik kon met een sterrenkijker het heelal bestudeerd worden.

Waardering

Het schoolgebouw uit 1939-1940 is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard voorbeeld van een stedelijk gymnasium in de trant van de Delftse School, beïnvloed door Scandinavische architectuur, en als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het schoolcomplex "Murmellius".

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

L-shaped SCHOOL BUILDING of two storeys consisting of a long wing along the Westerweg and a shorter wing at the Bergerhout, which transitions at an oblique angle into the third low and short wing in which the assembly hall is housed. The gabled roofs of the three building volumes are covered with black-glazed improved Dutch tiles. The external brickwork is constructed in yellow-pink bricks in Walloon format in Flemish bond with recessed pointing. Above the facades runs a gutter on broad corbels. Unless otherwise stated, this is of wood. The windows are made of steel. The main entrance is located on the left in the right corner pavilion of the front facade (NW) of the Bergerhout wing. The recessed double door is made of oak and has on either side of the centre in both door leaves four small panes arranged vertically within an arrangement of large panels. To the right of the door the pavilion has three nine-light windows. Around the door and below the windows red bushhammered granite is applied, with a foundation stone (dated 12 July 1939) carved into it to the right of the door by polishing the granite locally. The landing before the pavilion is also made of red bushhammered granite. Next to the landing is on the left a spacious planted bed. Above the main entrance is a wide concrete canopy which continues around the corner. On the first floor are three tall window groups, all framed by limestone and provided with a small balcony with a basket-arch plan and a fanned-upward spindle railing. The pavilion is finished with a limestone gutter. To the left of the corner pavilion is the slightly projecting built-in tower. This tower, constructed on a rectangular plan, projects high above the roof and has at the top a surrounding window group above which a copper-clad gently-sloping pyramidal roof with generous overhang and a crown in the form of a tapering spire. This is also covered with copper sheets and provided at the bottom with four curved boards. Below the window group resting on a parapet capped with limestone, a clock face is attached on all four sides of the tower. The tower has a six-light window on the ground floor and first floor. Higher up are several narrow windows arranged around. A second vertical accent in the front facade of the Bergerhout wing is formed by the projecting stairwell on the left. This building component, projecting several metres above the roof edge, has a gently-sloping copper-clad hipped roof that adjoins the main roof. Below the generous overhang of the hipped roof crowned by a copper sphere is a low window group which extends around two corners. From this window group down to the bottom, a narrow vertical window group is arranged in the centre of the stairwell. The facade surface between the stairwell and the tower has on both the ground floor and first floor three series of five windows. Each window is composed of a nine-light window (in which a three-light fanlight executed on the ground floor as a reversible window, on the floor as a drop window), below which a narrower fixed pane. Between the fixed panes profiled limestone penal strips are applied, and above and below these windows similarly executed limestone sills and intermediate sills running through. In the front facade (E) of the recessed assembly hall wing are five large window groups provided with glazing bars and various types and colours of glass. To the left of these limestone-framed windows is a round tilt window, to the right the entrance to the assembly hall. This is shaped in a similar manner to the main entrance with an identical recessed door and on either side red granite. To the left and right of the likewise red granite executed landing is a narrow built-in planted bed. The concrete canopy above the door continues with a bend to the aforementioned stairwell. Below the canopy to the right of the door are two horizontal three-light drop windows. Above the entrance to the assembly hall at the height of the first floor a limestone relief is set into the masonry. This facade stone, created by Bergen sculptor Tjipke Visser, shows a seated scholar from classical antiquity handing a text to a boy and a girl from the 20th century. With this "the transmission of classical culture to contemporary youth" is symbolised. In the gable end south facade of the assembly hall, on either side of the back stage, is a narrow tall window. Both below left and right (below the stage) are a four-light and a two-light window arranged. At the top of the gable are two round niches. The gable end right side facade (NW) of the Bergerhout wing has on the right a broad pavilion with gable in which a large stained-glass window (of the hall) which extends over two storeys. On this limestone-framed window rests a semi-circular limestone facade stone by Bergen sculptor Marijcke Visser. It shows in relief a sun surrounded by clouds and thus symbolises: "The light of knowledge dispels the dark clouds of ignorance". The gutters above the side walls of this pavilion are executed in limestone. On the left in the gable end facade is at floor height a narrow tall window above which a semi-circular limestone canopy crowned by a sphere. The small, likewise limestone-executed, semi-circular balcony below this window rests on a block-shaped console of limestone; the upward-fanning iron balcony railing is composed of semi-circular horizontal rings. The Westerweg wing adjoining the Bergerhout wing ends in a short cross building. In the front facade (NW) of this is the same window with balcony and canopy as the last-mentioned. Between this projecting cross building and the gable end facade of the Bergerhout wing the long Westerweg wing has on the ground floor thirteen six-light windows (alternating with drop windows at the top) and on either side of these three small round tilt windows. On the first floor 31 four-light windows are arranged (some executed as tilt or pivot windows) with below them a running limestone sill.

In the side facade (SW) of the cross building are below left four eleven-light windows arranged consisting of a nine-light window with at the top a three-light drop window, and below this a half as high fixed pane of the same width. The first floor has nine such windows. The same window type is also applied in the rear facade (SE) of the Westerweg wing: both on the ground floor and on the floor five series of four of these windows are arranged. Below on the left and right of these is a double steel door with glass panels, above which a concrete canopy and three respectively two tall vertical windows (at the height of the back staircases). In front of both doors is a landing of yellow brick laid with between them along the entire rear facade a planted bed. The rectangular toilet extension of two storeys in the corner to the right of the right door has a flat roof. In the southwest facade of this extension are on both below and above five narrow two-light drop windows arranged. In the narrow southeast facade are on the right above and below a six-light window. The projecting rear facade (SE) of the cross building located to the left of the left door has on the ground floor four eleven-light windows as mentioned. In the middle above in this facade part is a narrow window below which a semi-circular limestone platform on a likewise limestone console. In the rear facade (SW) of the Bergerhout wing are on both below and above three times three six-light windows arranged (at the location of the three windows bottom right an entrance was subsequently realised). The outermost windows of each group of three have at the top a two-light drop window. Bottom right and top right in this facade is a small round tilt window. Also along this rear facade a planted bed is laid. In the corner between the rear facade of the Bergerhout wing and that of the assembly hall is (at the height of the back hall) a glass extension of two storeys with a rounded front. The parapet above the window group is laid in header bond. The rear facade (W) of the assembly hall has five large fifteen-light windows.

INTERIOR. The interior from the time of construction has been largely preserved in original condition and contains among other things panel doors clad with oak veneer, a floor of dark travertine and walls of light travertine in the vestibule, tiled corridor floors, grand stairs with treads of light travertine and bronze railings composed of rod-shaped spindles placed in pairs, a central hall provided with an open well, concrete coffered ceiling, two columns clad with light travertine and a floor of light and along the edges dark travertine, a second hall with a likewise floor, and an assembly hall provided with a stage and roof structure on five parabolic trusses of laminated wood. The tall stained-glass window in the central hall shows a quotation by Vondel: "What is beauty? What is the glory of youth other than a Flower". Around the text ribbon a luxuriant plant growth is arranged within which, appropriately for a gymnasium, motifs from classical antiquity (including a column, a bust, a Greek temple, and a sun within which Apollo rides on a chariot). The stairwell at the end of the Westerweg wing has a tiled landing provided with a central pattern in the form of a Roman helmet. The uppermost tower floor accessible via steep iron stairs has a parapet covered with limestone of reinforced concrete. On this four round steel uprights are placed in the four corners which carry a steel structure on which the roof and the spire rest. In each of the four roof surfaces are two hatches. These are connected via steel cables to the counterweights in the open steel weight tube under the spire. By opening a hatch the universe could be studied with a telescope.

Valuation

The school building from 1939-1940 is of general interest because of its cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of an urban gymnasium in the manner of the Delft School, influenced by Scandinavian architecture, and as a historically-functional principal component of the school complex "Murmellius".

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map