TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Landhuis, Van der Oudermeulenlaan 4

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1928
Address
Van der Oudermeulenlaan 4, 2243 CS Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.11641, 4.37341
Monument number
524662

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WOONHUIS met GARAGE van het type landhuis is in 1928 door de Haagse architect H. Wouda ontworpen in Zakelijk Expressionistische stijl waarbij elementen van de Engelse Landhuisstijl zijn gecombineerd met kenmerken van de Amerikaanse Prairiestijl. Kenmerkend zijn de grote zware kappen met overstekende daken en luifels en de in- en uitspringende blokvormige bouwmassa's. Belangrijk verticaal element is de zware door de dakvoet stekende schoorsteen. Invloed van de Engelse landhuisstijl blijkt ondermeer uit de aanwezigheid van een schouw in de 'hall'. Opdrachtgever was dhr. C.F.M. van Berkel.

Het op een rechthoekige kavel gelegen landhuis ligt zo'n 30 meter terug van de Van der Oudermeulenlaan, op een voormalige terrein van kasteel Oud-Wassenaar. Dit gedeelte van de buitenplaats, dat doorloopt tot aan de Rijksstraatweg is aan het begin van de 20ste eeuw verkaveld ten behoeve van villa's en landhuizen. Geheel in de traditie van de tijd is een ruime tuin met borders en gazon aangelegd, in een sobere Nieuw Architectonische Tuinstijl. Er staan diverse monumentale loof- en naaldbomen en heesters, waaronder taxussen, coniferen, beuken en eiken. Aan de noordoostzijde ligt een tennisbaan, boomgaard en een moestuin.

Omschrijving

Vrijstaand landhuis op samengestelde L-vormige plattegrond bestaat uit een begane grond, verdieping en zolderverdieping waarvan de tweelaagse hoofdmassa wordt gedekt door een hoog, L-vormig schilddak met flauw hellende dakschilden. Aan de voorzijde (zuidwest) wordt uitgebouwde éénlaagse vleugel gedekt door een schilddak, waarvan het noordwestelijk dakschild langs de gevel van de hoofdmassa doorloopt tot aan de schoorsteen tegen het uitgebouwde tweelaags gedeelte. Tegen de achtergevel is als verbinding naar de garage een éénlaags, door een zadeldak gedekte overkapping gebouwd, die aansluit op het dwarsgeplaatste schilddak van de garage. In de oksels van het L-vormige dakenplan is tegen de korte poot van de L als verticaal element een door de dakvoet stekende schoorsteen gebouwd. De daken, gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen, hebben een breed overstek en een houten gootlijst. Verschillende dakschilden hebben langgerekte dakkapellen onder een plat dak. De gevels zijn opgetrokken in gele baksteen (staandverband) met diep liggende voeg. Voor het trasraam is merendeels rode baksteen toegepast, dat tevens is gebruikt voor de terras- en bloembakmuurtjes. Als horizontaal element lopen rollagen, ter hoogte van de lekdorpels, over de gevel door.

De enkele en samengestelde vensterpartijen met openslaande ramen en de openslaande terras- en balkon met glasruiten hebben stalen kozijnen. De dakstenen lekdorpels zijn soms opgenomen als onderdeel van een over de gevel doorlopende rollaag.

De naar de straatzijde gerichte voorgevel (zuidwest) heeft links een éénlaagse vleugel onder een schilddak, waarvan het zeer brede overstek aan de voorzijde fungeert als luifel. Hieronder bevindt zich een driedelige raampartij. De rode bakstenen plint van de voorgevel loopt in zuidoostelijke richting als bloembak en terrasmuur door. De naar de tuin gerichte rechter zijgevel (zuidwestelijke) heeft dubbele openslaande terrasdeuren met in het verlengde ervan een trap van het terras. De aanbouw sluit gedeeltelijk aan op een uitgemetselde gevelpartij met links op de verdieping een vensterpartij. Rechts van deze muur bevindt zich op de begane grond een vensterpartij onder een betonnen latei, die aansluit op de raampartij van de onder plat overstekend dak geplaatste, rechthoekige erker tegen de zuidoostelijke zijgevel. De erker heeft aan tuinzijde dubbele, openslaande terrasdeuren en in de zijgevels vensters. De latei loopt als horizontaal element door boven de samengestelde raam- en deurpartij van de noordwestelijk (linker) zijgevel. Het rechter deel van het trasraam is uitgemetseld als bloembak en loopt door over het rechter iets uitgemetselde gevelvlak.

Met uitzondering van het linkerdeel wordt het grootste deel van de verdieping in beslag genomen door een samengestelde raampartij, voorzien van gemetselde penanten. Eronder loopt een rollaag over de hele gevel. Het rechter uitgemetselde gevelvlak, dat aan de rechter zijgevel een afgeschuinde zijkant heeft, heeft een dichtgezet terrasraam en op de verdieping een tweedelig raam met bloembak. Het terras voor de erker loopt grotendeels door langs de noordwestelijk zijgevel, is belegd met flagstones en heeft een stoeptrede. Het wordt aan de zuidwestzijde afgesloten door een terrasmuur, waarachter oorspronkelijk een vijver lag.

Bij de achtergevel (noordoost) is links in de gevel het terras dichtgezet met een samengestelde deurpartij. Rechts ervan is onder de gootlijst een langgerekt venster geplaatst.

Op de verdieping is in het dakschild een langgerekte dakloggia onder een vlakke luifel aangebracht. Erboven op de zolderverdieping bevindt zich een langgerekte dakkapel. Rechts daarvan wordt de gevel afgesloten door een langgerekte overdekte verbinding met de garage. Rechts in de gevel bevindt zich onder de gootlijst een driedelige raampartij, die aan de onderzijde wordt afgesloten door een grotendeels over de gevel doorlopende rollaag. Links in de gevel een halve deur naar het overdekte gedeelte en rechts in de gevel een paneeldeur van de garage. Bij de achtergevel van de garage (noordoost) zijn onder de gootlijst drie hooggeplaatste driedelige raampartijen geplaatst.

De linkerzijgevel (noordwest) van de garage heeft een vergelijkbare raampartij. Aan de voorzijde (zuidwest) bevinden zich twee naar boven schuivende garagedeuren. Rechts ervan is een deur naar de rijwielstalling. De achtergevel van de hoofdmassa (noordoost) heeft een deur, toegankelijk via een trapje met rechts ervan een raam.

Het aanzien van de linker zijgevel (noordwest) wordt in hoofdzaak bepaald door de dakschilden van de verschillende bouwlagen, waarbij het onderste dakschild een verlenging is van het schilddak van de uitbouw aan de voorzijde. Beide dakschilden worden van elkaar gescheiden door een vensterfries met gemetselde penanten. Het bovenste dakschild heeft twee kleine rechthoekige dakkapellen. Op de begane grond links is tegen de uitbouw een entreeportiek onder het onderste dakschild. Het iets uitspringende, met gele tegels belegde terras is toegankelijk via één stoeptrede, die aan de rechterzijde wordt afgesloten door een verhoogd gemetselde bloembak, die evenals het verhoogd gemetselde trasraam opgetrokken is van rode baksteen. De linker zijgevel is onderdeel van een brede rechthoekige, tegen de uitbouw geplaatste schoorsteen. De entreedeur is een paneeldeur met links in de zijgevel een dienstluikje. Rechts van het entreeportiek heeft de gevel, onder de gootlijst twee driedelige raampartijen, geflankeerd door uitgemetselde penanten en gedeeltelijk voorzien van glas-in-lood.

Het uitgebouwde linker geveldeel heeft een hoog trasraam met rechts een uitgemetselde bloembak, die aansluit op de schoorsteenmuur. Erachter springt de gevel iets terug en bevindt zich boven de bloembak, een onder een doorlopende latei een driedelige raampartij, geflankeerd door gemetselde penanten met ernaast een smal raam. Links onder de latei bevindt zich een tweede raam. De bloembak is deels afgedekt met hardsteen. Op de verdieping zijn onder de gootlijst twee vergelijkbare vensterpartijen geplaatst.

INTERIEUR. In het interieur is de plattegrondindeling en de detaillering grotendeels gehandhaafd met ondermeer paneeldeuren en zwart marmeren vensterbanken en plint. De plattegrondindeling wordt aan de noordwestzijde bepaalde door een langgerekte gang met ter plaatste van de een hal een verbreding. Hier bevindt zich een uit rode baksteen opgetrokken schouw en een trappenhuis met hoekbordes. Op de vloer ligt travertin, de lambrisering is gestuct en de radiatoren zijn weggewerkt in radiatorkasten. Het trappenhuis heeft geel/bruin geglazuurde bakstenen als lambrisering. Boven de schouw een verguld ovaal reliëf met twee putti.

De aan tuinzijde grenzende (zuidoost) woonkamer heeft parket met geometrisch patroon en wanden met een cassettepatroon. Schouw en vensterbanken zijn uitgevoerd in marmer. Verschillende vaste kasten in ondermeer de keuken en op de gang van de verdieping onder de hooggeplaatste vensters. Verder op de verdieping diverse oorspronkelijke details, waaronder de gele betegeling in een van de badkamers en een marmeren wastafel met spiegel.

Waardering

Het landhuis met bijbehorend interieur en garage uit 1928 is van algemeen belang wegens de cultuur- en architectuurhistorische waarde en vanwege de ensemblewaarde

- als kenmerkend voorbeeld van een vroeg 20ste-eeuwse compacte villabouw waarbij invloeden van de Engelse en Amerikaanse landhuizen tot één functioneel en esthetisch geheel zijn samengevoegd;

- als kenmerkend voorbeeld van het door overstekende daken en afwisselende horizontale en vertikale lijnen bepaalde oeuvre van de architect H. Wouda.

- als onderdeel van een landhuizenreeks aan weerszijden van de Van der Oudermeulenlaan, waar zich in de eerste decennia van de 20ste eeuw op het voormalige grondgebied van kasteel Oud-Wassenaar een villapark-achtige ontwikkeling heeft voorgedaan. Er is tevens sprake van ensemblewaarde vanwege de bijzondere samenhang tussen het huis en de omringende tuin.

Het landhuis is tevens van belang vanwege de hoge mate van gaafheid van in- en exterieur wat betreft hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A RESIDENTIAL HOUSE with GARAGE of the country house type was designed in 1928 by The Hague architect H. Wouda in Business Expressionist style, combining elements of the English Country House style with features of the American Prairie style. Characteristic are the large heavy roof trusses with overhanging roofs and eaves, and the projecting and recessing blocky building masses. An important vertical element is the heavy chimney projecting through the roof edge. Influence of the English country house style is evident, among other things, from the presence of a fireplace in the 'hall'. The client was Mr. C.F.M. van Berkel.

The country house, situated on a rectangular plot, lies approximately 30 metres back from Van der Oudermeulenlaan, on a former site of Oud-Wassenaar castle. This part of the estate, which extends to the Rijksstraatweg, was subdivided at the beginning of the 20th century for the purpose of villas and country houses. In keeping with the tradition of the time, a spacious garden with borders and lawn has been laid out in a sober New Architectural Garden style. There are various monumental deciduous and coniferous trees and shrubs, including yews, conifers, beeches and oaks. On the north-east side there is a tennis court, orchard and vegetable garden.

Description

A detached country house on a composite L-shaped ground plan consisting of a ground floor, first floor and attic storey, with the two-storey main mass covered by a high, L-shaped hipped roof with gently sloping roof planes. At the front (south-west) the single-storey extension wing is covered by a hipped roof, with the north-western roof plane running along the main mass gable up to the chimney against the two-storey extension. Against the rear gable is built, as a connection to the garage, a single-storey covered passage covered by a gabled roof, which connects to the transversely placed hipped roof of the garage. In the angles of the L-shaped roof plan, as a vertical element against the short arm of the L, a chimney has been built projecting through the roof edge. The roofs, covered with muted improved Dutch tiles, have wide overhangs and a timber gutter moulding. Various roof planes have elongated roof dormers under a flat roof. The gables are constructed in yellow brick (stretcher bond) with deep joints. Red brick has been mostly used for the pier, and has also been used for the terrace and flower bed walls. Courses running at the level of the drip edges run as horizontal elements across the gable.

The single and composite window sections with openable windows and the openable terrace and balcony with glazing have steel frames. The roof tile drip edges are sometimes incorporated as part of a course running across the gable.

The front gable (south-west) facing the street has on the left a single-storey wing under a hipped roof, with the very wide overhang at the front functioning as an eave. Below this is a three-part window section. The red brick plinth of the front gable runs in a south-easterly direction as a flower bed and terrace wall. The right side gable (south-westerly) facing the garden has double openable terrace doors with a terrace step in line with them. The extension partially adjoins a masoned gable section with on the first floor a window section on the left. To the right of this wall is on the ground floor a window section under a concrete lintel, which connects to the window section of the rectangular bay placed under a flat overhanging roof against the south-eastern side gable. The bay has on the garden side double openable terrace doors and windows in the side gables. The lintel runs as a horizontal element above the composite window and door section of the north-western (left) side gable. The right part of the pier is masoned as a flower bed and runs across the right slightly masoned gable section.

With the exception of the left part, the majority of the first floor is taken up by a composite window section, provided with masoned pilasters. Below it runs a course across the entire gable. The right masoned gable section, which has a bevelled side on the right side gable, has a blocked terrace window and on the first floor a two-part window with flower bed. The terrace in front of the bay largely extends along the north-western side gable, is paved with flagstones and has a step. It is closed off on the south-west side by a terrace wall, behind which originally lay a pond.

At the rear gable (north-east) on the left in the gable is the terrace blocked with a composite door section. To the right of it, below the gutter moulding, an elongated window has been placed.

On the first floor, an elongated roof loggia has been installed in the roof plane under a flat eave. Above it on the attic storey is an elongated roof dormer. To the right of it the gable is closed off by an elongated covered passage with the garage. In the right part of the gable, below the gutter moulding, is a three-part window section, which is closed off at the bottom by a course largely running across the gable. On the left in the gable a half door to the covered section and on the right in the gable a panel door of the garage. At the rear gable of the garage (north-east) there are three high-placed three-part window sections below the gutter moulding.

The left side gable (north-west) of the garage has a similar window section. At the front (south-west) are two vertically sliding garage doors. To the right of them is a door to the bicycle shed. The rear gable of the main mass (north-east) has a door, accessible via a small staircase with a window to its right.

The appearance of the left side gable (north-west) is mainly determined by the roof planes of the various storeys, with the lower roof plane being an extension of the hipped roof of the front extension. Both roof planes are separated from each other by a window frieze with masoned pilasters. The upper roof plane has two small rectangular roof dormers. On the ground floor on the left, against the extension, is an entrance portico under the lower roof plane. The slightly projecting terrace, paved with yellow tiles, is accessible via one step, which is closed off on the right side by a raised masoned flower bed, which, like the raised masoned pier, is constructed of red brick. The left side gable is part of a broad rectangular chimney placed against the extension. The entrance door is a panel door with a small service hatch on the left in the side gable. To the right of the entrance portico, the gable has, below the gutter moulding, two three-part window sections, flanked by masoned pilasters and partially fitted with leaded glass.

The extended left gable section has a tall pier with on the right a masoned flower bed, which connects to the chimney wall. Behind it the gable steps back slightly and above the flower bed, below a continuous lintel, is a three-part window section flanked by masoned pilasters with a narrow window beside it. To the left below the lintel is a second window. The flower bed is partly covered with ashlar. On the first floor, two similar window sections are placed below the gutter moulding.

INTERIOR. In the interior, the ground plan layout and detailing have been largely preserved, with, among other things, panel doors and black marble windowsills and plinth. The ground plan layout is determined on the north-west side by a long corridor with an expansion at the location of a hall. Here is a fireplace constructed in red brick and a staircase with landing corners. The floor is laid in travertine, the wainscoting is plastered and the radiators are concealed in radiator boxes. The staircase has yellow/brown glazed brick as wainscoting. Above the fireplace a gilded oval relief with two putti.

The living room adjoining the garden side (south-east) has parquet flooring with a geometric pattern and walls with a casement pattern. Fireplace and windowsills are executed in marble. Various built-in cupboards, among others in the kitchen and on the first floor corridor below the high-placed windows. Further on the first floor various original details, including yellow tiling in one of the bathrooms and a marble washstand with mirror.

Valuation

The country house with associated interior and garage from 1928 is of general importance due to its cultural and architectural-historical value and because of its ensemble value

- as a characteristic example of early 20th-century compact villa construction in which influences of English and American country houses have been combined into one functional and aesthetic whole;

- as a characteristic example of the oeuvre of architect H. Wouda, as determined by overhanging roofs and alternating horizontal and vertical lines.

- as part of a row of country houses on either side of Van der Oudermeulenlaan, where in the first decades of the 20th century a villa-park-like development took place on the former territory of Oud-Wassenaar castle. There is also an ensemble value due to the special coherence between the house and the surrounding garden.

The country house is also of importance due to the high degree of integrity of interior and exterior with regard to main form, material use and detailing.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map