TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

De Paauw

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1923
Address
Raadhuislaan 1, 2242 CR Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.13683, 4.40318
Monument number
524642

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WOONHUIS van het type landhuis met HEK uit 1923 in Neo-Hollandse Renaissance' stijl is ontworpen door de Wassenaarse architect M.E. van de Wall. De opdrachtgever was R.H. van Schaik uit Rotterdam. In aansluiting op het in zwang zijnde 'Oud-Hollandsche' kreeg het huis het karakter van een Middeleeuws kasteel. In 1928 is de bestaande serre verplaatst en een rijwielbergplaats en een kas met stookplaats (niet bekend of ze er nog staan) gebouwd.

Het huis met de tuin is gelegen in het landschappelijk bos van de historische buitenplaats De Paauw, waarvan het noordelijke deel is afgekaveld ten behoeve van de ontwikkeling van een villapark door de exploitiemaatschappij van J.T. Wouters. Het hoort bij de eerste generatie, relatief monumentale landhuizen, die in de jaren twintig tot stand zijn gekomen. Het huis is gelegen in de bocht van de oprijlaan naar het landhuis De Paauw.

Omschrijving

Vrijstaande, deels onderkelderde, samengestelde bouwmassa, die bestaat uit twee bouwlagen met een samengestelde kap. Het pand is opgetrokken op een nagenoeg rechthoekige plattegrond. Het Middeleeuwse kasteel-karakter wordt versterkt door een aantal risalerende volumes, die zich presenteren als zelfstandige bouwonderdelen. Aan de zuidoost-, noordwest- en aan de zuidwestzijde bevinden zich deze risalieten met boven de dakvoet opgetrokken trapgevels. De gevels in schoonmetselwerk (kruisverband) zijn opgetrokken in klinkerkwaliteit Vechtsteen. Er zijn rijke smeedijzeren sierankers toegepast. De rechtgesloten vensters onder strek of ontlastingsboog bevatten enkele, dubbele en driedubbele kloosterkozijnen en twee- en drievoudige kozijnen met zesruits draairamen. De dubbele kloosterkozijnen zullen hierna kruiskozijnen genoemd worden. De vensters zijn uitgevoerd met houten luiken voor de (onder)ramen.

De houten bakgoot rust op klossen. De afgeplatte schilddaken met zeeg zijn gedekt met Vlaamse leien in maasdekking en afgewerkt met loden hoek- en nokkepers en pirons. Op het noordoostelijke dakvlak en op het centrale afgeplatte schilddak staan in totaal drie gemetselde schoorstenen, verrijkt met smeedijzeren windwijzers. Rondom op de dakschilden bevinden zich dakkapellen onder schilddakjes, die houten, dubbele zesruits draairamen bevatten.

De voorgevel aan de zuidoostzijde bestaat uit drie delen: een gevelvlak ter breedte van drie vensterassen met rechts de entree met stoep, de risaliet over twee vensterassen en de gevel van een lager volume van één travee breed. De gevelindeling is als volgt: links twee kruiskozijnen onder ontlastingsboog met rechts een entreepartij en op de verdieping drie kruiskozijnen onder strek. De entree bestaat uit een opgeklampte getoogde deur met klassicistische pilaster-omlijsting in triomfboogmotief en daarboven een opzetstuk met klauwstukken, een ovaal venster met glas-in-lood en een driehoekig fronton. De risaliet bevat op alle lagen, inclusief de topgevel kruisvensters onder ontlastingsboog. In het lagere volume beneden een kruisvenster onder strek en boven een venster onder strek met een tweevoudig kozijn. In het dakschild een kleine dakkapel met vierruits draairaam. De rechtergevel (noordoost) wordt bepaald door de grotendeels blinde muurvlakken van de hoofdmassa en het drie vensterassen brede risalerende bouwvolume ervoor. Op de begane grond bevindt zich een driedubbel kloosterkozijn met aan weerszijden een kruisvenster. Op de verdieping bevindt zich een venster onder gedrukte boog met een drievoudig kozijn met aan weerszijden een venster onder strek met dubbele draairamen. In de midden een boven de dakvoet gemetselde trapgevel met een enkel kloostervenster. In de noordoostelijke gevel van de noordwestelijke risaliet bevindt zich op de verdieping één kloosterkozijn. De noordwestgevel van de noordoostelijke bouwmassa bevat een entree met opgeklampte deur onder ontlastingsboog met aan weerszijden een klein venster en op de verdieping een kloosterkozijn. In de asymmetrische achtergevel (noordwest) v.l.n.r. op de begane grond een entree met tweedelige deur met tweedelig bovenlicht onder ontlastingsboog, een klein enkel kloosterkozijn onder strek, een klein kruiskozijn onder strek, twee kruiskozijnen onder ontlastingsboog. V.l.n.r. op de verdieping drie kleine vensters, te weten een kruiskozijn, een enkel kloosterkozijn en een kruiskozijn en daarnaast twee kruiskozijnen. In het dakvlak drie dakkapellen. In de grotendeels blinde gevel van de risaliet met trapgevel in de top twee vensters onder ontlastingsboog met zesruits draairaam. In de noordwestelijke gevel van de zuidwestgevel een enkel kloosterkozijn en op de verdieping een rondboogvormige blindnis. In de zuidwestelijke gevel in het midden een risaliet. Links daarvan op de begane grond een drievoudig kloostervenster onder ontlastingsboog, op de verdieping eenzelfde venster onder strek en in het dakvlak een dakkapel. Rechts van de risaliet op de begane grond een dubbele twaalfruits terrasdeur met negenruits bovenlichten onder ontlastingsboog. Op de verdieping drievoudig kloostervenster onder strek en in het dakvlak een dakkapel. In de risaliet op de begane grond dubbele terrasdeuren als rechts geflankeerd door enkele kloostervensters onder ontlastingsboog. Op de verdieping een loggia met twee zuilen en rondboogarcade. In de topgevel een venster onder ontlastingsbogen met dubbele draairamen.

INTERIEUR. De oorspronkelijke indeling van het huis bestaat uit een ruim voorportaal aan de voorzijde met daarachter een Hall met vide. Rechts daarvan bevindt zich de bordestrap. Rond deze circulatieruimten zijn de verblijfsruimten als eetkamer en zitkamer (voorzijde), muziekkamer (zuidwestzijde) en studeerkamer (noordwestzijde) gegroepeerd.

Het hek bestaat uit gemetselde hekpijlers, die bekroond worden door lantaarns en een dubbel openslaand smeedijzeren toegangshek bevatten. De pijlers worden geflankeerd door ingezwenkte muurtjes, onderbroken door een laag smeedijzeren hek. Het toegangshek sluit aan op de taxushaag, die de erfafscheiding langs de straat vormt.

Waardering

Het woonhuis van het type landhuis met hek is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde:

- als onderdeel van de ontwikkeling van een villapark door een exploitiemaatschappij, te midden van het landschappelijk bos van de historische buitenplaats De Paauw;

- als voorbeeld een representatief woonhuis met bijbehorend hek in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance;

- vanwege de plaats die het inneemt in het oeuvre van architect Van de Wall;

- vanwege de karakteristieke hoofdvorm als Oud-Hollands (Middeleeuws) kasteel en de detaillering zowel van het interieur als van het exterieur;

- vanwege de hoge mate van gaafheid;

Het pand heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging in de bocht van de oprijlaan naar het landhuis De Paauw en de ruimtelijk-functionele relatie met dit landhuis.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RESIDENCE of the country house type with GATE from 1923 in Neo-Dutch Renaissance style was designed by the Wassenaar architect M.E. van de Wall. The client was R.H. van Schaik from Rotterdam. In keeping with the prevailing 'Old Dutch' style, the house was given the character of a Medieval castle. In 1928 the existing conservatory was relocated and a bicycle storage building and a greenhouse with heating room (unknown whether they still stand) were built.

The house and garden are situated in the landscaped woodland of the historic country estate De Paauw, of which the northern part was subdivided for the development of a villa park by the development company of J.T. Wouters. It belongs to the first generation of relatively monumental country houses built in the nineteen-twenties. The house is situated in the bend of the approach drive to the country house De Paauw.

Description

Freestanding, partly basement, composite built mass consisting of two storeys with a composite roof structure. The building is erected on an approximately rectangular floor plan. The Medieval castle character is reinforced by a number of projecting volumes that present themselves as independent building components. On the southeast, northwest and southwest sides are these projections with stepped gables rising above the roof edge. The facades in fair-faced brickwork (running bond) are built of clinker quality Vecht stone. There are rich wrought-iron ornamental wall anchors. The straight-edged windows under lintel or relieving arch contain single, double and triple cross windows and two- and threefold window frames with six-pane sash windows. The double cross windows will hereafter be called cross windows. The windows are fitted with wooden shutters for the lower windows.

The wooden gutter box rests on corbels. The flattened hipped roofs with camber are covered with Flemish slate in Dutch bond and finished with lead hip and ridge capping and roof hooks. On the northeastern roof plane and on the central flattened hipped roof stand in total three brick chimneys, enriched with wrought-iron weathervanes. All around on the roof slopes are roof dormers under small hipped roofs, which contain wooden, double six-pane sash windows.

The front facade on the southeast side consists of three parts: a wall surface the width of three window bays with the entrance and steps on the right, the projection over two window bays and the facade of a lower volume one bay wide. The facade arrangement is as follows: left two cross windows under relieving arch with right an entrance section and on the upper storey three cross windows under lintel. The entrance consists of a clamped arched door with classicistic pilaster frame in triumphal arch motif and above it a superstructure with decorative scrolls, an oval window with leaded glass and a triangular pediment. The projection contains on all levels, including the gable stepped gable cross windows under relieving arch. In the lower volume below a cross window under lintel and above a window under lintel with a twofold window frame. In the roof slope a small roof dormer with four-pane sash window. The right facade (northeast) is determined by the largely blank wall surfaces of the main mass and the three window bays wide projecting building volume in front. On the ground floor is a triple cross window with on either side a cross window. On the upper storey is a window under depressed arch with a threefold window frame with on either side a window under lintel with double sash windows. In the middle above the roof edge a stepped gable with a single cross window. In the northeast facade of the northwest projection is on the upper storey one cross window. The northwest facade of the northeast building mass contains an entrance with clamped door under relieving arch with on either side a small window and on the upper storey a cross window. In the asymmetrical rear facade (northwest) from left to right on the ground floor an entrance with two-part door with two-part fanlight under relieving arch, a small single cross window under lintel, a small cross window under lintel, two cross windows under relieving arch. From left to right on the upper storey three small windows, namely a cross window, a single cross window and a cross window and next to it two cross windows. In the roof plane three roof dormers. In the largely blank facade of the projection with stepped gable at the top two windows under relieving arch with six-pane sash window. In the northwest facade of the southwest facade a single cross window and on the upper storey a round-arched blind opening. In the southwest facade in the middle a projection. Left of that on the ground floor a triple cross window under relieving arch, on the upper storey the same window under lintel and in the roof plane a roof dormer. Right of the projection on the ground floor a double twelve-pane terrace door with nine-pane fanlights under relieving arch. On the upper storey triple cross window under lintel and in the roof plane a roof dormer. In the projection on the ground floor double terrace doors as right flanked by single cross windows under relieving arch. On the upper storey a loggia with two columns and round-arch arcade. In the stepped gable a window under relieving arches with double sash windows.

INTERIOR. The original arrangement of the house consists of a spacious front porch at the front with behind it a Hall with void. To the right of that is the main staircase. Around these circulation spaces the living spaces are grouped such as dining room and living room (front), music room (southwest side) and study (northwest side).

The gate consists of brick gatepiers, which are crowned by lanterns and contain a double wrought-iron entrance gate. The piers are flanked by curved walls, interrupted by a row of wrought-iron gates. The entrance gate connects to the yew hedge, which forms the boundary along the street.

Valuation

The residential country house with gate is of general importance because of its cultural and architectural-historical value:

- as part of the development of a villa park by a development company, in the midst of the landscaped woodland of the historic country estate De Paauw;

- as an example of a representative residential country house with associated gate in the style of Neo-Dutch Renaissance;

- because of the place it occupies in the oeuvre of architect Van de Wall;

- because of the characteristic main form as an Old Dutch (Medieval) castle and the detailing both of the interior and of the exterior;

- because of the high degree of integrity;

The building has urban planning value because of its visually determining location in the bend of the approach drive to the country house De Paauw and the spatial-functional relationship with this country house.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map