TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Hoofdgebouw

Venray, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kapel
Function
Kapel(F1)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1905 - 1907
Address
D'n Herk 1, 5803 DM Venray (and others)
Place
Venray
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.52731, 5.98731
Part of complex
524022
Monument number
524023

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "352. Geldern." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Voormalig HOOFDGEBOUW (Paviljoen A) van het St. Servatiusgesticht, gebouwd in de jaren 1905-1907 naar ontwerp van Henri van der Plas en bestaande uit een kapel, een dienstgebouw met centrale keuken en een onderaardse gang. Het hoofdgebouw is gelegen aan de voorzijde van de middenas van de aanleg en had aan de noordzijde oorspronkelijk een breed representatief administratiegebouw dat in 1944 verwoest werd.

Omschrijving.

Het hoofdgebouw paviljoen A bestaat uit een kapel die haaks achter het thans verdwenen administratiegebouw is gelegen en door twee gangen langs de gevels wordt verbonden met het achterliggende dienstgebouw. Dit dienstgebouw bestaat uit twee blokvormige vleugels waartussen zich een lager keukenvolume bevindt. Aan de noordzijde heeft de kapel een aangebouwde entreepartij uit het derde kwart van de twintigste eeuw op de plaats van het vroegere tussenlid naar het verdwenen administratiegebouw. De gevels van kapel en dienstvleugels dragen de algemene kenmerken zoals beschreven in de complexomschrijving (monumentnummer 5638231), waarbij de gevels van de kapel een afwijkende rondbooggeleding bezitten gebaseerd op Florentijns maaswerk. De daken van paviljoen A zijn gedekt met leien.

De kapel heeft de vorm van een Latijns kruis met een rechtafgesloten koor. De kapel heeft een vijf traveeën tellend schip en drie traveeën tellende transeptarmen, met zadeldaken gedekt. In de dakschilden bevinden zich kleine dakkapellen. Om het dak een goot met geprofileerde consoles zoals elders. Op het noordelijke nokuiteinde een veelzijdige klokkenstoel op rechthoekige basis, met galmgaten en wijzerplaten. De klokkenstoel wordt afgedekt door een aan de voet uitzwenkende veelzijdige en overstekende spits bekroond met kruisbloem, kruis en haantje.

De zijgevels hebben in elke travee hoge rondboog tweelichten bekroond door een oculus, gevat binnen een grotere rondboog. De omlijstingen zijn uitgevoerd in gele verblendsteen met toepassing van hardsteen aanzetstenen en boogstenen. De traveeën worden gescheiden door steunberen. De eindgevels worden afgesloten met puntgevels met hardsteen schouderstukken. In de eindgevels hoge rondboog drielichten met hoger middenvenster bekroond door een blinde oculus en omgeven door een grotere rondboog.

Het inwendige van de kerk bestaat uit een kerkschip met transeptarmen afgesloten door tongewelven voorzien van gordelbogen terwijl de viering is overkluisd door een kruisgewelf. Het oorspronkelijke veelkleurige, gedeeltelijk beschilderde en betegelde interieur is verdwenen toen de kerk conform veranderde liturgische opvattingen en smaakgevoel in de tweede helft van de twintigste eeuw werd versoberd.

Langs het schip en de transeptarmen van de kapel loopt een eenlaags, met glas dichtgezette wandelgang die aansluit tegen de noordgevels van de twee dienstvleugels. De gang is aan de westzijde gedeeltelijk vervangen door een gemetselde aanbouw uit het vierde kwart van de twintigste eeuw. De gang is opgebouwd op een lage voetmuur in kruisverband waarop een raamwerk met geprofileerde stijlen en regels. In de wanden van de gang oorspronkelijke dubbele deuren, voorzien van dichte onderpanelen en een vierruits glasindeling. De keuken bevond zich oorspronkelijk in een eenlaags volume onder zadeldak, geflankeerd door de twee dienstvleugels, maar is uitgebreid naar de oorspronkelijk open ruimte tussen kapel en gangen. De dienstvleugels en een gedeelte van de keuken zijn onderkelderd. Beide vleugels zijn twee bouwlagen hoog onder een eigen flauw hellend schilddak bekroond door pironnen op de nokuiteinden. In beide voorgevels bevindt zich ter benadrukking van de middenas een topgevel, waarin een laadluik met hijsbalk. De twee vleugels zijn aan de west- en oostzijde vermoedelijk reeds aan het einde van de jaren twintig van de twintigste eeuw in dezelfde trant uitgebreid. De gevels vertonen een regelmatige indeling met vensters gebruikelijk voor het Servatiusgesticht. Langs de achtergevel loopt een open veranda met glazen lessenaardak gedragen door standvinken op een voetmuur. Van deze veranda is een gedeelte aan de oostzijde alsmede een westelijk deel in tact, het middendeel is sterk aangetast. Het centrale gedeelte van de veranda ter hoogte van de keuken is vervangen door een eenlaags rechtafgesloten aanbouw. Het interieur van de keuken is wat constructie betreft gewijzigd en volledig gemoderniseerd. In de kelder van de keuken bevinden zich nog oorspronkelijke vloertegels. De beide dienstvleugels zijn op onderdelen gemoderniseerd met behoud van de oorspronkelijke ruimtelijke opzet.

Tussen paviljoen A en het zuidelijk ervan gelegen bedverpleegpaviljoen M loopt een gedeeltelijk onderaardse gang, restant van de onderaardse infrastructuur die dit paviljoen verbond met de keuken in het noorden, en drie paviljoens voor onrustigen en onzindelijken in de achterhoede van de aanleg. De onderaardse gang loopt vanaf het keukengebouw naar paviljoen M en is toegankelijk vanuit de huidige stookkelder van paviljoen A. Oorspronkelijk bevond deze gang zich een halve meter boven het maaiveld met lichtopeningen in de opbouw, thans is de bovenzijde van de gang verdwenen onder recentere nieuwbouw.

Waardering.

Paviljoen A is van algemeen, cultuur-historische en architectuur-historisch belang als essentieel onderdeel van de psychiatrische inrichting St. Servatius die aan het begin van de twintigste eeuw volgens het paviljoenstelsel werd gebouwd. De kapel herinnert hierbinnen in het bijzonder aan de Rooms-Katholieke oorsprong van het instituut.

Het hoofdgebouw heeft architectuur-historische waarde vanwege de herkenbare typologische opzet van het gebouw waarin diverse centrale functies zijn ondergebracht, en valt onder meer op vanwege de uitvoering van de kapel met een gevelgeleding verwijzend naar Florentijnse motieven.

Het paviljoen bezit stedenbouwkundige waarde vanwege de functionele en beeldbepalende ligging in de middenas van de aanleg en vanwege de bewaard gebleven onderaardse gang die een onderdeel is van de oorspronkelijke infrastructuur van de inrichting.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Former MAIN BUILDING (Pavilion A) of the St. Servatiusgesticht, built in the years 1905-1907 to the design of Henri van der Plas and comprising a chapel, a service building with central kitchen and an underground passage. The main building is situated at the front of the central axis of the complex and originally had a broad representative administrative building on its north side which was destroyed in 1944.

Description.

The main building pavilion A consists of a chapel which lies at right angles behind the now vanished administrative building and is connected through two corridors along the facades with the service building behind. This service building consists of two block-shaped wings between which lies a lower kitchen volume. On the north side, the chapel has an attached entrance section from the third quarter of the twentieth century in the place of the former link to the vanished administrative building. The facades of chapel and service wings display the general characteristics as described in the complex description (monument number 5638231), whereby the facades of the chapel possess distinctive round-arch articulation based on Florentine tracery. The roofs of pavilion A are clad with slates.

The chapel has the form of a Latin cross with a straight-ended choir. The chapel has a nave with five bays and transept arms with three bays, with gabled roofs covered. In the roof pitches there are small roof dormers. Around the roof a gutter with profiled corbels as elsewhere. On the northern roof ridge end a polygonal bell-cote on rectangular base, with sound openings and clock faces. The bell-cote is topped by a polygonal overhanging spire that widens at the base, crowned with a cross finial, cross and weathervane.

The side facades have in each bay tall round-arch two-light windows crowned by an oculus, set within a larger round-arch. The surrounds are executed in yellow facing brick with application of hard stone corner stones and arch stones. The bays are separated by buttresses. The end facades are closed with pointed gables with hard stone shoulder stones. In the end facades tall round-arch three-light windows with taller central window crowned by a blind oculus and surrounded by a larger round-arch.

The interior of the church consists of a nave with transept arms closed by barrel vaults provided with ribs whilst the crossing is vaulted by a cross-vault. The original multicoloured, partly painted and tiled interior has vanished when the church was simplified in accordance with changed liturgical views and taste in the second half of the twentieth century.

Along the nave and the transept arms of the chapel runs a single-storey, glass-enclosed passage which abuts against the north facades of the two service wings. The passage is partially replaced on the west side by a brick extension from the fourth quarter of the twentieth century. The passage is constructed on a low base wall in running bond upon which rests a framework with profiled stiles and rails. In the walls of the passage original double doors, provided with solid lower panels and four-light glazing. The kitchen was originally located in a single-storey volume under a gabled roof, flanked by the two service wings, but has been extended into the originally open space between chapel and passages. The service wings and part of the kitchen are cellared. Both wings are two storeys high under their own gently sloping hipped roofs crowned by finials on the ridge ends. In both front facades there is, to emphasise the central axis, a gable, in which a loading hatch with hoisting beam. The two wings were presumably already extended in the same manner at the end of the nineteen-twenties. The facades show regular articulation with windows customary for the Servatiusgesticht. Along the rear facade runs an open veranda with glazed lean-to roof supported by corner braces on a base wall. Of this veranda part is intact on the east side as well as a western part, the central section is severely damaged. The central section of the veranda at the height of the kitchen has been replaced by a single-storey straight-ended extension. The interior of the kitchen has been altered in its construction and completely modernised. In the cellar of the kitchen original floor tiles remain. Both service wings have been modernised in parts with retention of the original spatial layout.

Between pavilion A and the nursing pavilion M situated to its south runs a partly underground passage, remnant of the underground infrastructure which linked this pavilion with the kitchen to the north, and three pavilions for the restless and incontinent in the rear of the complex. The underground passage runs from the kitchen building to pavilion M and is accessible from the current boiler room of pavilion A. Originally this passage was situated half a metre above ground level with light openings in its construction, now the top of the passage has vanished beneath more recent new building.

Valuation.

Pavilion A is of general, cultural-historical and architectural-historical importance as an essential component of the psychiatric institution St. Servatius which was built at the beginning of the twentieth century according to the pavilion system. The chapel reminds us in particular of the Roman-Catholic origins of the institute.

The main building has architectural-historical value because of the recognisable typological layout of the building in which various central functions are accommodated, and stands out amongst other things because of the execution of the chapel with a facade articulation referring to Florentine motifs.

The pavilion possesses townscape value because of its functional and image-determining situation on the central axis of the complex and because of the preserved underground passage which is a component of the original infrastructure of the institution.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map