TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kloosterkerk O.L.Vr.V.Zeven Smarten

Venray, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1925 - 1926
Address
Leunseweg 3, 5802 CE Venray
Place
Venray
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.52196, 5.97715
Part of complex
524008
Monument number
524009

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

A historical map covers this location.

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

In de jaren 1925-1927 gebouwde KLOOSTERKERK O.L.V. van Zeven Smarten, tevens parochiekerk, onderdeel van een complex van kerk en kloostermuur. De kerk is in een door het expressionisme beïnvloede bouwstijl uitgevoerd, naar ontwerp van Jules Kayser. De kerk is inwendig voorzien van beelden van beeldhouwer Jos Thissen naar ontwerp van pater Angelicus Stoks, die ook de ontwerpen voor een gedeelte van het liturgisch vaatwerk maakte. De apsis van de kerk is met een tussenlid verbonden met de pastorie uit 1967.

Omschrijving.

Eenschepige kerk tegen de westelijke kruisgang van het klooster. Het langgerekte schip wordt aan weerszijden met een puntgevel afgesloten. Aan de zuidzijde eindigt het schip in een halfronde apsis met kapellenkrans. Aan de noordzijde bevindt zich een uitspringend twee bouwlagen tellend platgedekt volume (zangkoor). Hiervoor springt aan noord- en westzijde een tweede eenlaags volume uit, waarin twee tochtportalen en twee kapellen zijn opgenomen. Een noordwestelijk hoekpand van het klooster ligt gedeeltelijk voor de kerkfaçade, de platgedekt uitbouw van de kerkfaçade loopt door in het klooster.

Het schip heeft een steil zadeldak met terugliggende dakvoet en een geknikt oostelijk schild over de kruisgang. Het dak van het zuidpand van het klooster snijdt haaks in dit dakschild. In de dakschilden die belegd zijn met rode verbeterde Hollandse pannen bevindt zich een serie dakkapellen met tweeruits vensters onder lessenaardakjes. Op de nok een dakruiter met horizontale galmgaten onder een steil zadeldak bekroond door een kruis met haantje. Over de apsis een steil schilddak met lagere nokhoogte en topkruis. De rechthoekige kapellen zijn platgedekt, behalve de in de middenas uitgebouwde Portiunculakapel die groter is en wordt afgesloten met een laag schilddak. De afwatering vindt plaats via bakgoten achter de opstaande gevelrand en regenpijpen met eenvoudige vergaarbakken.

De gevels zijn opgetrokken in rode machinale baksteen in Vlaams verband met een terugliggende voeg, waarbij de gevelhoeken veelal zijn afgewerkt met vertandingen. De rechthoekige vensters zijn gevuld met glas-in-lood in dunne stalen profielen, en hebben aan de onderzijde in beton of baksteen uitgevoerde lekdorpels en aan de bovenzijde steens rollagen. De afdeklijsten o.a. van gevels en lisenen zijn uitgevoerd in beton en in hardsteen.

De asymmetrische voorgevel wordt afgesloten met een terugliggende puntgevel afgewerkt met vlechtingen en voorzien van een smal glas-in-loodvenster en een in donker metselwerk uitgevoerd gevelkruis. Het platgedekte uitspringende zangkoor bezit een drielicht met glas-in-lood (sign. Gilles Fransen, atelier Mesterom '54). In de voorzijde van de omlopende eenlaags uitbouw het hoofdportaal met dubbele deuren voorzien van ambachtelijk aandoend beslag. De deur wordt geflankeerd door ongelijk brede betonnen lijsten waarin een zijlicht is opgenomen. Het portaal wordt afgedekt door een betonnen luifel op een haaks geplaatste betonnen muur. Tussen dit muurtje en de gevel van het klooster bevindt zich een basement voor een thans niet meer aanwezig heiligenbeeld. Rechts van het portaal vier gekoppelde spleetvensters (Antoniuskapel) met glas-in-lood. De rechter zijgevel bezit een zijportaal vergelijkbaar met het portaal in de voorgevel. Het schip wordt geleed in traveeën door acht lisenen die ontspringen uit een gesloten sokkelzone. Tussen de lisenen smalle hoge vensters gevuld met eenvoudig glas-in-lood steeds geflankeerd door kleine vierkante vensters op een doorlopende waterlijst. In de sokkel zijn in de tweede en vijfde travee drie vierkante venstertjes uitgespaard.

Tegen de linker zijgevel van de kapel is de kruisgang gebouwd. De achtergevel heeft een blinde puntgevel afgewerkt met vlechtingen, waartegen de afgeronde apsis met in de bovenzijde (apsiskalot) enkele ronde vensters met glas-in-lood. De uitgebouwde kapellen hebben ladderramen met glas-in-lood. De Portiunculakapel in de middenas bevat twee in de hoeken opgenomen glas-in-loodvensters. Het interieur van de kerk heeft in de noordelijke helft een voor het publiek toegankelijk gedeelte en in het zuiden een bijna even groot paterskoor, gescheiden door het voormalige zangkoor van de paters. Het interieur is afgewerkt in een combinatie van schoon metselwerk en pleisterwerk, en kenmerkt zich door hoog opgaande spitsbogen afgewisseld met sterk horizontale elementen. Het lekengedeelte wordt overkluisd door in rode baksteen gemetselde gordelbogen waartussen een houten open dakstoel. Bij de aanzetten van de bogen bevinden zich heiligenbeelden (J. Thissen naar ontwerp van pater Angelicus Stoks, ca. 1930). Het paterskoor bezit een volledig in gele baksteen uitgevoerd spits tongewelf. De lichtval is indirect via de genoemde dakkapellen en gebogen glas-in-lood lichtopeningen in de gewelven. Onder de bewaard gebleven elementen bevinden zich voorts een orgel (ca. 1928 gebr. Vermeulen Weert-Alkmaar met 20 registers); de grotendeels in glazuursteen uitgevoerde Antoniuskapel, de koorbanken in het paterskoor (1925-1928 gebr. Van Oudenhoven, Venray), het hoogaltaar met retabel (1928); de vloer van de apsis met radiale betegeling, een godslamp (1930-1931, R. van Dawen ontwerp Kayser) en in de wand van het schip opgenomen biechtstoelen met markant deurbeslag.Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.

Waardering.

De voormalige kloosterkerk aan de Leunseweg is van algemeen, cultuur-historisch, typologisch en architectuur-historisch belang als gaaf en goed voorbeeld van een kloosterkerk uit het tweede kwart van de twintigste eeuw in een door het Expressionisme beïnvloede bouwstijl. De kerk neemt door de architectonische uitvoering en de opzet van het interieur binnen de ontwikkeling van Nederlandse kloosterkerken en binnen het oeuvre van Jules Kayser een bijzondere plaats in. Het interieur bezit een rijke en goed bewaarde afwerking met onder meer een serie heiligenbeelden van de hand van Jos Thissen. De kerk heeft ensemblewaarde als onderdeel van het klooster dat in dezelfde bouwtrant is uitgevoerd. De kerk speelt vanwege de langgerekte hoofdvorm en grootte aan de zuidelijke entree van het centrum van Venray een belangrijke beeldbepalende rol.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Cloister church O.L.V. van Zeven Smarten, built in the years 1925-1927, also serving as parish church, component of a complex of church and cloister wall. The church is executed in an architectural style influenced by Expressionism, designed by Jules Kayser. The church is internally furnished with sculptures by sculptor Jos Thissen after designs by pater Angelicus Stoks, who also created designs for part of the liturgical vessels. The apse of the church is connected via an intermediate section to the presbytery from 1967.

Description.

Single-aisled church against the western cloister walk. The elongated nave is terminated on both sides with a pointed gable. On the south side the nave ends in a semicircular apse with a ring of chapels. On the north side there is a projecting volume with two storeys with a flat roof (choir loft). In front of this, on the north and west sides, a second single-storey volume projects, containing two draught portals and two chapels. A north-western corner building of the cloister lies partly in front of the church facade; the flat-roofed extension of the church facade continues into the cloister.

The nave has a steep gabled roof with recessed eaves and a broken eastern roof slope over the cloister walk. The roof of the southern section of the cloister cuts perpendicularly into this roof slope. In the roof slopes covered with red improved Dutch tiles there is a series of roof dormers with two-light windows under catslide roofs. On the ridge a roof turret with horizontal sound holes under a steep gabled roof crowned by a cross with weathervane. Over the apse a steep hipped roof with lower ridge height and top cross. The rectangular chapels have flat roofs, except for the Portiuncula chapel built out in the central axis which is larger and is closed off with a low hipped roof. Drainage takes place via box gutters behind the raised gable edge and rainpipes with simple collection trays.

The facades are built in red machine-made bricks in Flemish bond with a recessed joint, with the gable corners mostly finished with toothing. The rectangular windows are filled with leaded glass in thin steel profiles, and have at the bottom brick or concrete sills and at the top stone string courses. The covering strips, including those of facades and pilasters, are executed in concrete and in hardstone.

The asymmetrical front facade is closed off with a recessed pointed gable finished with weaving and provided with a narrow leaded glass window and a cross in dark brickwork. The flat-roofed projecting choir loft has a three-light window with leaded glass (signed Gilles Fransen, atelier Mesterom '54). In the front of the continuous single-storey extension the main portal with double doors provided with craftsmanlike-looking fittings. The door is flanked by unequal width concrete strips in which a sidelight is incorporated. The portal is covered by a concrete canopy on a perpendicularly placed concrete wall. Between this wall and the facade of the cloister is a base for a holy image niche now no longer present. To the right of the portal four coupled slit windows (St. Anthony's Chapel) with leaded glass. The right side facade has a side portal comparable to the portal in the front facade. The nave is articulated into bays by eight pilasters rising from a closed plinth zone. Between the pilasters narrow tall windows filled with simple leaded glass always flanked by small square windows on a continuous drip moulding. In the plinth in the second and fifth bays three small square windows are cut out.

Against the left side facade of the chapel the cloister walk is built. The rear facade has a blind pointed gable finished with weaving, against which the rounded apse with in the upper section (apse vault) a few round windows with leaded glass. The built-out chapels have ladder windows with leaded glass. The Portiuncula chapel in the central axis contains two leaded glass windows set in the corners. The interior of the church has in the northern half a section accessible to the public and in the south a nearly equally large monks' choir, separated by the former choir loft of the monks. The interior is finished in a combination of exposed brickwork and plasterwork, and is characterized by tall-rising pointed arches alternating with strongly horizontal elements. The lay section is vaulted by pointed arches laid in red brick with open wooden roof trusses between them. At the springing points of the arches there are holy images (J. Thissen after designs by pater Angelicus Stoks, ca. 1930). The monks' choir has a completely executed pointed barrel vault in yellow brick. The light enters indirectly via the aforementioned roof dormers and curved leaded glass light openings in the vaults. Among the preserved elements are furthermore an organ (ca. 1928 by Gebr. Vermeulen Weert-Alkmaar with 20 registers); the St. Anthony's Chapel executed mostly in glazed brick, the choir benches in the monks' choir (1925-1928 by Gebr. Van Oudenhoven, Venray), the high altar with retable (1928); the floor of the apse with radial tiling, a sanctuary lamp (1930-1931, R. van Dawen design Kayser) and confessionals set in the wall of the nave with distinctive door fittings. Organ and organ case are not of value from the point of view of heritage care.

Valuation.

The former cloister church on the Leunseweg is of general, cultural-historical, typological and architectural-historical significance as a sound and good example of a cloister church from the second quarter of the twentieth century in an architectural style influenced by Expressionism. Through its architectural execution and interior layout, the church occupies a special place within the development of Dutch cloister churches and within the oeuvre of Jules Kayser. The interior possesses a rich and well-preserved finish with, among other things, a series of holy images by Jos Thissen. The church has ensemble value as part of the cloister which is executed in the same architectural style. Because of its elongated main form and size at the southern entrance to the centre of Venray, the church plays an important role in determining the townscape.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map