TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Deventerweg 73

Zutphen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1913
Address
Deventerweg 73, 7203 AD Zutphen
Place
Zutphen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.14923, 6.20506
Monument number
523417

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA, gebouwd in 1913 door architect A. Th. van Elmpt uit Groningen, in overgangsarchitectuur. De blokvormige, vrijstaande villa is gesitueerd tussen twee woonblokken van Jugendstil panden die voor dit gedeelte van de Deventerweg kenmerkend zijn binnen de overwegend gesloten straatwand. In 1938 heeft het pand ten behoeve van de ingebruikneming als onder meer kraamkliniek, enkele aanpassingen ondergaan. Op het moment van inventarisatie biedt het pand huisvesting aan het psychiatrisch Spectrum Gelderland Oost waarvoor met name de tweede bouwlaag, voor wat betreft het interieur, de indeling in kamers is gewijzigd.

De temidden van een grindpad gelegen villa ligt aan de noordzijde van de Deventerweg die vanuit de bebouwde kom van Zutphen in noordoostelijke richting leidt. Het pand is door een ondiepe voortuin, afgescheiden door een buisleuning tussen gemetselde kolommen en door een stoep en parallelweg van de hoofdweg gescheiden. De lagere diepe achtertuin is naar achter toe door een smal bedrijfsterrein van het spoor verwijderd. Genoemde onderdelen vallen echter niet onder de bescherming.

Omschrijving

De geheel onderkelderde villa is gebouwd op een nagenoeg vierkant grondplan, telt twee bouwlagen met een zolderverdieping en wordt door een samengesteld dak met rode opnieuw verbeterde Hollandse pan gedekt. De in baksteen (kruisverband) opgetrokken gevels zijn per zijde voor een deel gepleisterd. Alle gevels zijn voorzien van een door een rollaag afgesloten trasraam. De lekdorpels onder de ramen bestaan merendeels uit hardsteen, waarbij die in de eerste bouwlaag rijker zijn uitgewerkt door uitspringende en afgeronde hoeken. De in drie vensterassen te verdelen VOORGEVEL wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan architectonische vormen in vensters en daken, alsook in materiaal. In de middenas van de eerste bouwlaag bevindt zich een inpandig portiek met hardstenen vloer bereikbaar via drie gemetselde treden. De oorspronkelijke, bewerkte paneeldeur is voorzien van een ovaal ruitje. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel en bevat boven een uit drie glas in lood ramen bestaand bovenlicht. Ter weerszijden van de deur en gescheiden door uit spekbanden bestaande muurdammen is een glas in loodraam geplaatst met dito bovenlicht. In het linkervlak komt een gevelsteen voor met initialen en jaartal 'W.F.M./ 1913'. Aansluitend op de portiek komt ter weerszijden van het toegangspad een lage, halfcirkelvormig naar de zijmuren van de portiek afbuigende balustrade voor. Voor de portiek staan twee gemetselde en van spekbanden voorziene kolommen opgesteld. Deze staan op een sokkel en afgeschuinde plint. De met hardstenen kapitelen uitgeruste kolommen, ondersteunen een met shingles belegd aangekapt schilddak dat reikt tot de verdiepingsvloer. Dit afdak loopt door tot boven de in het rechter gedeelte van de gevel voorkomende, rechthoekige houten erker op gemetselde voetmuur. Aan de voorzijde bevat deze een venster met meerruits raam voorzien van bovenlichten. De zijden van de erker bevatten elk een raam met bovenlicht. Het linker gedeelte van de gevel bestaat uit drie gekoppelde smalle vensters, boven voorzien van een doorlopende strek met boven de muurdammen hardstenen blokken met uitkragende neggen. Onder de drie afzonderlijke hardstenen lekdorpels (met afgeronde hoeken) komen hier evenals in de erker drie kelderramen voor die door een boven het maaiveld uitstekende strek worden afgesloten. Boven de portiek in de tweede bouwlaag is een uitgebouwd tweezijdig venster aanwezig. De met bovenlichten uitgeruste twee schuiframen vormen samen een hoek van negentig graden. Aan de onderzijde van het venster is een lambrizering aangebracht die in het boven de portiek voorkomende afdak ingrijpt. Boven het uitspringende venster met platdak, is een geprofileerde driehoekige bakgoot geplaatst onder door gesneden consoles ondersteunde bakgoot van het dak. Tussen laatstgenoemde consoles is siermetselwerk aangebracht. Met het inpandige balkon rechts is ten opzichte van de eerste bouwlaag een negatief beeld in de vensterassen ontstaan van in- en uitgebouwde ruimten. Het balkon wordt door een 1½ steense korfboog afgesloten terwijl in het midden van de deels gesloten met een hardstenen dekplaat afgewerkte borstwering, een open spijlen balkonhek voorkomt. De indeling van het naar achter geplaatste venster is op de dubbele balkondeuren na overeenkomstig dat van de erker. De linkerhoek van de voorgevel die driezijdig wordt beëindigd door een venster met drie gekoppelde schuiframen met bovenlichten, ligt ten opzichte van de in een rechte hoek geplaatste muurvlakken van de eerste bouwlaag, terug. Ter hoogte van de verdiepingsvloer is op de hoek een driehoekige bakgoot op gesneden klossen geplaatst. Rechts van deze gekoppelde ramen komt een venster met een raam van hetzelfde type als hiervoor beschreven voor dat door een tweesteens strek wordt beëindigd. Ter hoogte van de wisseldorpels van de ramen eindigt de, door een strek afgesloten in baksteen opgetrokken gevel en zet zich in gecementeerde vorm voort. In de middenas komt in het dakschild een platgedekte dakkapel met twee draairamen voor. Het rechter gedeelte van de gevel bezit halverwege de, met een windveer uitgeruste topgevel, een 'bow-window' op uitkragende consoles. Het middenraam bestaat uit een stolpraam; de zijramen zijn vast. Het venster ondersteunt tesamen met links en rechts klossen, een houten lijst onder de uitspringende van siermetselwerk voorziene gevel onder de kruin. Het linker gedeelte van de gevel bevat in deze hoek een platgedekte derde bouwlaag die in het samengestelde dak is doorgetrokken. De hoek wordt, evenals de lagerliggende verdieping, gevormd door drie gekoppelde draairamen en een, rechts hiervan bevindend, venster dat nu een gekoppeld draairaam bevat. Beide vensters worden door een strek afgesloten. Een brede, overkragende daklijst sluit de hoek boven de voorgevel en linker zijgevel af.

Aan de LINKER ZIJGEVEL is over de gehele hoogte een moderne brandtrap (spiltrap) aangebracht. In het trasraam zijn drie kelderramen met roosters aanwezig. De gevelopeningen bevinden zich hoofdzakelijk links en even rechts van de middenas van de gevel. Geheel links bevindt zich, naar achter geplaatst tussen gecementeerde zijmuren, een later aangebrachte zij-ingang en via drie treden bereikbaar. De paneeldeur is in vier ruitjes en panelen onderverdeeld. Boven het brede kalf bevindt zich een bovenlicht. Rechts van de deurnis bevindt zich een gekoppeld schuifraam met bovenlicht dat door een 1½ steens strek wordt afgesloten. Het toiletraam rechts hiervan is als valraam uitgevoerd. In de tweede bouwlaag komt een moderne deur voor die aansluit op de brandtrap. Het toiletraam en de gekoppelde draairamen zijn van het hiervoor beschreven type en worden eveneens door een in het gecementeerde deel van de gevel uitgespaarde 1½ steens strek beëindigd. Links in de gevel komt een balkondeur voor met balkon afgeschermd door een moderne buisleuning. De bovenste bouwlaag bezit een zelfde moderne deur en twee gekoppelde zesruits ramen en gekoppelde draairamen. Een op de tweede bouwlaag licht, van een casement voorzien, uitgemetseld rookkanaal.

De ACHTERGEVEL wordt door twee bouwmassa's bepaald waarvan het rechter naar voren springt, middels een annex is uitgebouwd, drie bouwlagen bezit met een aangekapt schilddak met hogere dakvoet. De platgedekte (later toegevoegde) uitbouw bezit in de haaks op de achtergevel staande rechter zijde een paneeldeur overeenkomstig de zijingang in de linker zijgevel van het huis en wordt door een strek afgesloten. Het deurkozijn rust op granito neuten en dito dorpel. De voorzijde van de uitbouw bezit een venster met vier gekoppelde ramen waarvan de buitenste van een bovenlicht zijn voorzien. De linkerzijde is blind uitgevoerd. In het trasraam komen evenals in de linker zijgevel, drie kelderramen voor met gewapend glas, door een steens strek afgesloten. Het venster rechts van de middenas is identiek aan dat voorkomt in de erker in de voorgevel. Het hoekraam rechts met 2x2 ruits bovenlicht wordt evenals het hiervoor genoemde venster door een tweesteens strek afgesloten. Het venster boven de uitbouw bevat vier gekoppelde ramen waarvan de buitenste draairamen betreffen. Het stolpraam met bovenlicht, rechts in de gevel, lijkt zich tussen twee verdiepingen te bevinden. Ter hoogte van de wisseldorpel gaat de gevel van schoonmetselwerk over in een gecementeerd bovengedeelte. Tot dusverre rusten alle genoemde ramen in deze gevel op hardstenen lekdorpels met afgeronde hoeken. Het enige raam in de gecementeerde laag bestaat uit vier gekoppelde ramen die tegen de daklijst zijn gedrukt. In het dakschild komt rechts van de middenas een platgedekte dakkapel voor met drie ramen waarvan de buitenste draairamen betreffen. In het linkergedeelte van de gevel komt boven de erker een groot balkon voor. Midden onder de rechthoekige erker is, haaks op de gevel een trap die tussen gecementeerde wanden naar de kelder leidt onder eensteens toog. De toegang bestaat uit dubbele (paneel) kelderdeuren met tweemaal tweeruits indeling. Het kozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Eenvoudige buisleuningen aan weerszijden rusten op de met bakstenen op hun kant afgesloten zijkanten van het trapgat. De voorzijde van de houten, op een voetmuur rustende erker bestaat uit vier ramen (met bovenlichten), waarvan alleen de twee in het midden draaien. Een aangekapt met rode Tuile du nordpannen belegde schilddak met driekante vorstkepers, dekt de erker die is voorzien van een bakgoot op gesneden klossen. De zijden van de erker zijn blind uitgevoerd. Het ten opzichte van de erker bredere balkon wordt door gemetselde balusters, gevat tussen gemetselde kolommen, aan twee zijden omgeven. Het deurkozijn met zijlichten is identiek aan dat voorkomt in het inpandig gelegen balkon in de voorgevel. In het dakschild is een platgedekte dakkapel geplaatst met drie draairamen.

De RECHTER ZIJGEVEL wordt in de eerste bouwlaag door een uitgebouwde haardplaats met dito rookkanaal bepaald. De uitbouw wordt gedekt door een schilddakje met daktegels. Het overstek is voorzien van een bakgoot op gesneden klossen. De gevel wordt vanaf deze haardplaats door een uitgebouwd rookkanaal symmetrisch in tweeën gedeeld en reikt tot in de kruin van de door een geprofileerde windveer voorziene topgevel. Links en rechts van het alleen op de begane grond zich verjongende rookkanaal, bevindt zich een raam rustend op hardstenen lekdorpels zoals beschreven. Links komt een klein drieruits raam voor. In de rechterzijde van de uitbouw komt een raam voor, de straatzijde is blind uitgevoerd. Naar boven toe versnijdt het kanaal zich tweemaal met op de afzaten daktegels. Halverwege de verdiepingsvloer reikt het rookkanaal van de uitbouw middels een door een afzaat gedekte gemetselde halve boog naar de ten opzichte hiervan teruggelegen gevel van de eerste verdieping waar links van het rookkanaal twee gekoppelde draairamen voorkomen en rechts hiervan behalve een identiek gekoppeld raam, een halfrondafgesloten (later) raam onder een dubbele rollaag. Op de tweede verdieping komen nog twee gekoppelde ramen voor van het eerder beschreven type. De twee kelderramen in het trasraam bezitten een drieruits indeling en worden door een steens strek afgesloten.

Het INTERIEUR is ondanks de eerder genoemde gewijzigde functie van het huis in relatief goede staat behouden. Rijk uitgevoerd is het tochtportaal met fraaie voordeur met glas in lood in zij- en bovenlichten, de tochtdeuren en de in Art-Déco stijl gedecoreerde muren met apekoppen in stucwerk. Op de statige hal, gelegen in de middenas van het huis, komen diverse kamers uit waarvan de brede geprofileerde deurkozijnen met versieringen als cannelures, voluten en breukstaaf zijn uitgerust. De beide voorkamers zijn voorzien van een in Art-Déco stijl uitgevoerd geornamenteerd stucplafond. In de kamer op de hoek van achtergevel en rechter zijgevel bevindt zich een opmerkelijk grote haardnis waarvan alleen de schouwbalk met consoles resteert. De vele kamers op de verdiepingen zijn of wel opgedeeld in twee kamers, bezitten een verlaagd plafond of zijn sterk gewijzigd. De enorme kelder wordt door onderling met elkaar in verbinding staande ruimten onderverdeeld, waarbij de aanwezigheid van een verhoogd geplaatste, robuuste badkuip vermoedelijk een overblijfsel is uit de tijd dat het huis als kraamkliniek dienst deed.

Waardering

VILLA, gebouwd in 1913 door architect A. Th. van Elmpt uit Groningen, in overgangsarchitectuur.

- Van architectuurhistorisch belang vanwege zijn uiterlijke verschijningsvorm die door verschillende bouwmassa's wordt gekenschetst, waarbij diverse elementen voor een met name rijke en plastische voorgevel zorg dragen. Zo zijn verschillende typen houten vensters ('bow-window' en een uitgebouwd tweezijdig venster) en een loggia aanwezig; zijn de gevels opgetrokken in baksteen en deels gepleisterd; is spaarzaam siermetselwerk toegepast en zijn dakpannen en daktegels gebruikt. Tevens is een aantal belangrijke interieurelementen bewaard gebleven.

- Van stedenbouwkundige waarde als goed en gaaf voorbeeld van een vrijstaande villa die deel uitmaakt van een door stadsuitbreiding in het begin van deze eeuw ontstane gesloten straatwand met verscheidene jugendstilpanden aan de rand van de bebouwde kom van Zutphen. Het pand vormt door de plaatsing aan de rooilijn, dakhoogte en topgevel met overeenkomstige 'bow-window' als in het rechts naast gelegen pand, een goede latere invulling.

- Van cultuurhistorisch belang als goed voorbeeld van een vrijstaande villa van de gegoede burgerij die zich omstreeks 1900 steeds meer buiten het stadscentrum wilde vestigen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA, built in 1913 by architect A. Th. van Elmpt from Groningen, in transitional architecture. The block-shaped, detached villa is situated between two residential blocks of Jugendstil buildings which are characteristic for this section of the Deventerweg within the predominantly closed street frontage. In 1938 the building underwent some modifications for use as, among other things, a maternity clinic. At the time of inventory, the building houses the psychiatric Spectrum Gelderland Oost for which in particular the second storey, as regards the interior, has had its room layout altered.

The villa, situated in the middle of a gravel path, lies on the north side of the Deventerweg which leads from the built-up area of Zutphen in a north-easterly direction. The building is separated from the main road by a shallow front garden, demarcated by a tubular balustrade between brick columns, and by a pavement and parallel road. The deeper rear garden is separated from the rear by a narrow business area of the railway. These mentioned components do not however fall under protection.

Description

The completely cellaried villa is built on an almost square ground plan, has two storeys with a loft storey and is covered by a composite roof with red newly improved Dutch tiles. The facades, constructed in brick (English bond), are partly rendered on each side. All facades are provided with a sand-lime brick base closed off by a bead moulding. The drip moulds under the windows consist mostly of hard stone, those on the first storey being more richly worked through protruding and rounded corners. The FRONT FACADE, divisible into three window bays, is characterised by a great diversity of architectural forms in windows and roofs, as well as in material. In the middle bay of the first storey there is an internal porch with hard stone floor accessible via three brick steps. The original, worked panel door is provided with an oval pane. The door frame rests on hard stone thresholds and the same drip mould and contains above a fanlight consisting of three leaded glass windows. On either side of the door and separated by brick courses consists of wall lintels is a leaded glass window placed with the same fanlight. In the left panel there is a corner stone with initials and date 'W.F.M./ 1913'. Adjacent to the porch comes on either side of the access path a low, semicircular balustrade curving towards the side walls of the porch. In front of the porch stand two brick columns with brick courses placed. These stand on a plinth and sloped base. The columns, equipped with hard stone capitals, support a hipped roof covered with shingles that reaches to the floor level. This canopy extends to above the rectangular wooden bay window on brick base wall occurring in the right part of the facade. On the front it contains a window with multi-pane frame provided with fanlights. The sides of the bay window each contain a window with fanlight. The left part of the facade consists of three coupled narrow windows, above provided with a continuous band with above the wall lintels hard stone blocks with projecting brackets. Under the three individual hard stone drip moulds (with rounded corners) there are here as well as in the bay window three cellar windows which are closed off by a band projecting above ground level. Above the porch in the second storey is a projecting two-sided window. The two sash windows with fanlights together form a ninety-degree angle. At the underside of the window a wainscotting has been applied which engages in the canopy above the porch. Above the projecting window with flat roof, a moulded triangular brick gutter has been placed under by sash windows with carved consoles supported gutter of the roof. Between the latter consoles ornamental masonry has been applied. With the internal balcony on the right, in relation to the first storey, a negative image has been created in the window bays of built-in and built-out spaces. The balcony is closed off by a 1½ brick segmental arch while in the middle of the partly closed hard stone capping finished coping, an open spindle balcony rail occurs. The arrangement of the rear-positioned window is consistent with that of the bay window apart from the double balcony doors. The left corner of the front facade which is concluded three-sidedly by a window with three coupled sash windows with fanlights, lies in relation to the right-angled positioned wall planes of the first storey, back. At the level of the floor level is at the corner a triangular brick gutter on carved brackets placed. To the right of these coupled windows comes a window with a window of the same type as previously described which is concluded by a two-brick band. At the level of the alternating drip moulds of the windows the, closed off by a band, brick-constructed facade ends and continues in rendered form. In the middle bay in the roof panel is a flat-roofed roof dormer with two casement windows. The right part of the facade has halfway up the, equipped with a wind tie gabled roof, a 'bow-window' on projecting consoles. The centre window consists of a hopper window; the side windows are fixed. The window supports together with left and right brackets, a wooden list under the projecting ornamental masonry provided gable under the ridge. The left part of the facade contains in this corner a flat-roofed third storey which is carried through in the composite roof. The corner is, like the lower storey, formed by three coupled casement windows and a, positioned to the right of these, window which now contains a coupled casement window. Both windows are concluded by a band. A wide, overhanging cornice closes off the corner above the front facade and left side facade.

On the LEFT SIDE FACADE a modern fire escape (spiral stair) has been applied over the full height. In the sand-lime brick base there are three cellar windows with grilles present. The facade openings are located mainly to the left and equally to the right of the middle axis of the facade. Entirely on the left, positioned towards the rear between rendered side walls, is a later applied side entrance and accessible via three steps. The panel door is subdivided into four panes and panels. Above the wide lower section is a fanlight. To the right of the door recess is a coupled sash window with fanlight which is concluded by a 1½ brick band. The toilet window to the right of this is executed as a hopper window. In the second storey comes a modern door which connects to the fire escape. The toilet window and the coupled casement windows are of the previously described type and are also concluded by a 1½ brick band cut out in the rendered part of the facade. To the left in the facade comes a balcony door with balcony screened off by a modern tubular balustrade. The top storey has the same modern door and two coupled six-pane windows and coupled casement windows. A chimney above the second storey, fitted with a casement, bricked-up.

The REAR FACADE is determined by two building masses of which the right springs forward, by means of an annex is built out, has three storeys with an eaved hipped roof with higher roof line. The flat-roofed (later added) extension has in the right side perpendicular to the rear facade a panel door consistent with the side entrance in the left side facade of the house and is concluded by a band. The door frame rests on granite thresholds and the same drip mould. The front of the extension has a window with four coupled panes of which the outer ones are provided with a fanlight. The left side is executed as blind. In the sand-lime brick base come as in the left side facade, three cellar windows present with armoured glass, closed off by a stone band. The window to the right of the middle axis is identical to that occurring in the bay window in the front facade. The corner window on the right with 2x2 pane fanlight is like the aforementioned window concluded by a two-brick band. The window above the extension contains four coupled panes of which the outer ones are casement windows. The hopper window with fanlight, to the right in the facade, appears to be situated between two storeys. At the level of the alternating drip mould the facade changes from fair-faced masonry to a rendered upper section. The only window in the rendered layer consists of four coupled panes which are pressed against the cornice. In the roof panel to the right of the middle axis comes a flat-roofed roof dormer with three windows of which the outer ones are casement windows. In the left part of the facade comes above the bay window a large balcony. In the middle below the rectangular bay window is, perpendicular to the facade a stair which between rendered walls leads to the cellar under a one-brick arch. The entrance consists of double (panel) cellar doors with twice two-pane layout. The frame rests on hard stone thresholds and the same drip mould. Simple tubular balustrades on either side rest on the sides of the stair opening closed off with bricks on edge. The front of the wooden bay window, resting on a base wall, consists of four windows (with fanlights), of which only the two in the middle turn. An eaved hipped roof covered with red Tuile du nord tiles, with triangular frost rafters, covers the bay window which is provided with a brick gutter on carved brackets. The sides of the bay window are executed as blind. The balcony, wider than the bay window, is surrounded on two sides by brick balusters, set between brick columns. The door frame with side lights is identical to that occurring in the internal balcony in the front facade. In the roof panel a flat-roofed roof dormer has been placed with three casement windows.

The RIGHT SIDE FACADE is determined in the first storey by a built-out hearth with the same chimney. The extension is covered by a small hipped roof with roof tiles. The overhang is provided with a brick gutter on carved brackets. The facade from this hearth is symmetrically divided by a built-out chimney and extends to the ridge of the gabled roof provided with a moulded wind tie. To the left and right of the chimney which only tapers on the ground floor, there is a window resting on hard stone drip moulds as described. On the left comes a small three-pane window. In the right side of the extension comes a window, the street side is executed as blind. Upwards the chimney is cut away twice with roof tiles on the set-backs. Halfway up the floor level the chimney from the extension reaches via a half arch covered by a set-back towards the recessed facade of the first floor where to the left of the chimney two coupled casement windows occur and to the right of this besides an identical coupled window, a half-round concluded (later) window under a double bead moulding. On the second floor two more coupled windows occur of the previously described type. The two cellar windows in the sand-lime brick base have a three-pane layout and are concluded by a stone band.

The INTERIOR is despite the aforementioned altered function of the house kept in relatively good condition. Richly executed is the draught porch with fine front door with leaded glass in side and fanlights, the draught doors and the walls decorated in Art Deco style with ape heads in stucco work. On the stately hall, located in the middle axis of the house, various rooms open out of which the wide moulded door frames are equipped with decorations such as fluting, volutes and arris. Both front rooms are provided with an ornamented plaster ceiling executed in Art Deco style. In the room at the corner of the rear facade and right side facade there is a remarkably large hearth recess of which only the mantle shelf with consoles remains. The many rooms on the floors are either divided into two rooms, have a lowered ceiling or are heavily altered. The enormous cellar is subdivided by internally interconnected spaces, whereby the presence of a raised, robust bathtub is presumably a remnant from the time when the house served as a maternity clinic.

Valuation

VILLA, built in 1913 by architect A. Th. van Elmpt from Groningen, in transitional architecture.

- Of architectural historical value because of its outward appearance which is characterised by different building masses, whereby various elements provide in particular a rich and plastic front facade. Thus various types of wooden windows ('bow-window' and a built-out two-sided window) and a loggia are present; the facades are constructed in brick and partly rendered; sparse ornamental masonry has been applied and roof tiles have been used. Furthermore, a number of important interior elements have been preserved.

- Of urban planning value as a good and intact example of a detached villa which forms part of a closed street frontage created by urban expansion at the beginning of this century with various Jugendstil buildings on the edge of the built-up area of Zutphen. The building, through its positioning on the building line, roof height and gabled roof with corresponding 'bow-window' as in the building immediately to the right, forms a good later infill.

- Of cultural historical value as a good example of a detached villa of the well-to-do bourgeoisie who increasingly wished to settle outside the city centre around 1900.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map