TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Deventerweg 87

Zutphen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1910
Address
Deventerweg 87, 7203 AD Zutphen (and others)
Place
Zutphen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.14958, 6.20553
Part of complex
523398
Monument number
523401

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Eén ontwerp bestaande uit vier aangrenzende herenhuizen, Deventerweg 87, 89, 91 en 93, met TUINHEK, waarschijnlijk van de hand van aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP, gebouwd in overgangsarchitectuur omstreeks 1910. Deze vier herenhuizen bevinden zich aan de noordoostzijde van het complex, met Deventerweg 93 als rechterhoekwoning. De gevels met gepleisterde plint zijn opgetrokken in geel-oranje, witte en rode verblendsteen in kruisverband. De VOORGEVEL is te verdelen in de voorgevel van vier afzonderlijke herenhuizen bestaande uit een brede (b) en een smalle vensteras (a) met het ritme ab-ab-ba-ba. De eerste twee assen vanaf links (betreffende het pand nr 87), zijn volledig opgetrokken in geel-oranje verblendsteen met decoratief gebruik van witte, rode en grijze verblendsteen voor de ontlastingsbogen en de imitatie speklagen. In de smalle as bevindt zich de entreepartij bestaande uit een steektrap, rondboogvormig portiek met teruggelegen deur met boven- en zijlichten. De deur is uitgevoerd in rijk houtsnijwerk met bloemmotieven. In de tweede bouwlaag boven de portiek bevindt zich een dubbele deur met glasindeling en enkelruits bovenlicht, afgesloten door een geprofileerde latei, boogtrommel met imitatie-sgraffitto en een segmentboogvormige rollaag. Het oorspronkelijke ijzeren hekje voor de naar binnenslaande deuren in Jugendstil-belijning is hier vervangen door een eenvoudig spijlenhek. De aangrenzende brede as ligt iets terug ten opzichte van de aangrenzende smalle assen met op de begane grond een driezijdige uitbouw van het souterrain. Op de bel-etage bevindt zich een vensterpartij bestaande uit een dubbele deur met drieruits bovenlicht, aan weerszijden geflankeerd door zij- en bovenlichten. De segmentboog-vormige roedenverdeling loopt over de gehele breedte van de vensterpartij. De oorspronkelijke veranda met opgang en lessenaarsdak is hier verdwenen. De muuropening wordt afgesloten door een latei met direct daarboven op de verdieping een dubbele deur met enkelruits bovenlicht met aan weerszijden een enkelruits raam met enkelruits bovenlicht met afgeronde hoeken. De drie muuropeningen worden aan de bovenzijde afgesloten door een liggende ellipsboog die boven de deur overgaat in een geprofileerde latei. De as eindigt in een afgeknotte topgevel met in de top een dubbele deur met zijlichten, gevat in een cirkelvormige rollaag van rode verblendsteen met in de overgebleven muurvlakken imitatie-sgraffito met plantenmotieven. De beide assen eindigen in een fries met eenzelfde patroon imitatie-sgraffito onderbroken door verticale rollagen van rode verblendsteen. De topgevel heeft een achterliggend aangekapt zadeldak met ongelijke dakschilden.

De VOORGEVELS van Deventerweg 89 en 91 zijn identiek en spiegelbeeldig ten opzichte van elkaar geschakeld. Van de in kruisverband gemetselde voorgevel is de eerste bouwlaag, de bel-etage, in gele verblendsteen opgetrokken met een in rode verblendsteen uitgevoerd lijnenspel van de bogen. De tweede bouwlaag bezit in de witte verblendstenen gevel daarentegen gele boogaccenten. Concentraties van witte stenen in het gele veld worden op speelse wijze in het witte veld met gele stenen herhaald. In het souterrain komen twee stolpramen voor die zich onder het met schijnblokken gepleisterde bordes bevinden. De borstwering wordt gevormd door een granito dekplaat die door gemetselde lage kolommen wordt ondersteund. De terzijde van het bordes gelegen trap voor de portiek is in granito uitgevoerd. Een eenvoudige buis-trapleuning eindigt boven in een natuurstenen kolom die ui-vormig wordt bekroond. Vanuit deze kolom zet zich een eveneens natuurstenen dekplaat voort, die wordt ondersteund door een gemetselde kolom, naar de muurdam in de portiek. Zowel in de hoekkolom als in de dekplaat zijn florale motieven uitgespaard. Soortgelijke motieven worden in de rijkbewerkte gebiljoeneerde paneeldeur beneden tweemaal herhaald. Van de drie ruitjes in het midden van de deur is het middelste als draairaampje uitgevoerd. Boven vormen de daar aanwezige ruitjes tesamen een halve boog. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Een meerruits bovenlicht sluit het deurkozijn af. Dit bovenlicht wordt door drie dicht bij elkaar geplaatste verticale roeden gedeeld die bovenaan door een horizontale roede worden doorsneden. Terzijde van de deur bevindt zich een venster met keperboog onder een klein door een kruisroede gedeeld bovenlicht. Onder de afgeschuinde gemetselde vensterdorpel komt in het muurwerk een sierband van rode en witte verblendsteen voor die zich over de twee blinde zijden van de portiek voortzet. Een eensteens klimmende boog waarin in de binnenwelving om en om koppen in gele verblendsteen naast de overige rode zijn geplaatst, sluit de portiek af. De boog rust op gepleisterde hardstenen aanzetstenen die op ongelijke hoogte van elkaar zijn geplaatst.

De bel-etage bevat voorts aansluitend aan het bordes moderne, dubbele, beglaasde deuren met zijlichten die tesamen in hoofdvorm op een zelfde manier zijn gegroepeerd als de ruitjes in de voordeur. In de kop van de deurruiten zijn oorspronkelijk onderverdelingen met twee ruitjes aangebracht zoals die nog voorkomen bij het pand nr. 91. Een latei die rust op gepleisterde hoekblokken met kwarthol profiel sluit het venster af. Vanuit de aanzetsteen van de portiek loopt een rood verblendstenen sierlijst naar de genoemde latei. Hierboven bevindt zich een boogveld waarin in imitatie-sgraffito florale motieven zijn aangebracht, die door een halfsteens segmentboog van rode verblendsteen wordt afgesloten. Een halfcirkelvormige sierlijst tussen de twee vensters kadert de gele gevel van de witte, tweede bouwlaag af.

In de tweede bouwlaag volgt boven de portiek een loggia die door een zelfde boog als in de portiek wordt afgesloten, maar de kleurstelling is hier zoals eerder beschreven, omgekeerd. De opengewerkte borstwering, voorzien van een betonnen dekplaat, bestaat uit gemetselde kolommen waarin een gemetselde halfronde boog. De dubbele deuren die op het inpandig gelegen balkonnetje uitkomen, bezitten boven in elk van de ruiten twee gelijke naast elkaar geplaatste vierkante ruitjes. Van het drielichts bovenlicht is het middelste als klapraam uitgevoerd. Het venster terzijde van de loggia bevat een schuifraam met kleinere zijlichten. Het middelste raam heeft een tweeruits bovenlicht; de zijlichten zijn voorzien van enkelruits als klapraam uitgevoerde bovenlichten. De rollaag die het venster afsluit verspringt ter hoogte van het grotere middenraam. Tussen de twee brede segmentbogen bestaande uit een rollaag van gele verblendsteen komt een muursleuf met imitatie-sgraffito voor die overgaat in een veld als gevelafsluiting onder de daklijst. Correspondend met de gootklossen komen er uitgemetselde kolommen voor die rusten op de eerder genoemde segmentbogen van het hiervoor genoemde venster en van de loggia. De aldus ontstane vakverdeling is met een zich herhalend decoratief floraal patroon van imitatie-sgraffito voorzien.

In het voorschild van het dak komen twee identieke dakkapellen met aangekapt zadeldak voor, met alleen bij nr. 89 links een modern dakraam. Aan de voorzijde van de dakkapellen ondersteunen doorstekende gordingen de overstekende dakvlakken. Ter plaatse van de scheidingsmuren van de twee panden zijn schoorstenen in het achterschild aanwezig.

Respectievelijk volgt een brede en een smalle as van rechterhoekpand nummer 93, waarvan de brede as eindigt in een afgeknotte topgevel en de teruggelegen smalle as in een hoektoren met tentdak. Op de begane grond bevindt zich een driezijdige gemoderniseerde erker afgesloten door een plat dak met op de verdieping een dubbele deur met zij- en bovenlichten onder een segmentboog. In de geveltop bevindt zich een dubbele deur met enkelruits bovenlicht. Onder het overstek van de topgevel bevindt zich eenzelfde fries met imitatie-sgraffitto als bij nummer 87. In de smalle as bevindt zich een hoefijzervormig uitgebouwd portiek met teruggelegen deur met zij- en bovenlichten. Het portiek in geel-oranje verblendsteen wordt afgesloten door een lessenaarsdak. Voor het overige deel is de smalle as opgetrokken in witte verblendsteen als zijnde één zijde van de toren. Op de eerste verdieping bevindt zich een stolpraam met bovenlicht, op de tweede verdieping twee smalle schuiframen elk afgesloten door een boogtrommel en een rondboogvormige rollaag samen nogmaals onder één segmentboog.

De sober uitgevoerde ACHTERGEVEL van de huizen (nrs 87-93) vertoont in de afzonderlijke gevels een grote mate van uniformiteit. Evenals in de voorgevel wordt ook hier door het licht verspringen van een gevel(rij) de rooilijn onderbroken. De gevel bezit in de tweede bouwlaag ter hoogte van de kalven en de boogvullingen van de vensters dubbele rode verblendstenen banden. De gevel van het souterrain, die ten opzichte van de serre terug is gelegen, bezit een opgeklampte meerruits paneeldeur en een venster met gekoppelde stolpramen. Halverwege de overspanning ondersteunt een gemetselde kolom de I-balk waarop zich de over de volle breedte van de bel-etage bevindende, uitgebouwde serre rust (alleen voor de serre van het pand nr. 89 is een modern balkon geplaatst, door een ijzeren kolom ondersteund). De glaspui van de serre bevat een stel dubbele tuindeuren waar oorspronkelijk de steile trap naar de verlaagde tuin op aansloot maar die is in enkele gevallen verplaatst. De oorspronkelijke vensters die vermoedelijk waren uitgerust met beneden een roedeverdeling met drie naast elkaar geplaatste ruitjes, overeenkomstig de bordesdeuren in de voorgevel, zijn soms gewijzigd in enkelruits ramen. Oorspronkelijk werden alle ramen door tweeruits bovenlichten afgesloten. Onder het als balkon te gebruiken platte dak van de serre komen gesneden gootklossen voor. Op de tweede bouwlaag komen twee paar openslaande deuren uit op het, veelal van een moderne houten borstwering voorziene balkon. De bredere dubbele deuren zijn voorzien van als klapraam uitgevoerd vijfruits bovenlicht (in enkele gevallen is alleen het middelste van het type klapraam). De andere dubbele deur bezit oorspronkelijk een drieruits bovenlicht (klapraam). De deuropeningen worden alle afgesloten door eensteens segmentboog die een houten dan wel een gecementeerd boogveld omvat. In de derde bouwlaag komen twee vensters met bovenlichten voor waarvan een driestrooksvenster (gepositioneerd boven de brede dubbele balkondeuren), met in het midden een stolpraam, het andere betreft een T-schuifraam. De vensters worden door een halfsteens segmentboog, waarvan alleen de kruin de lijst onder de dakrand doorbreekt, afgesloten. Alleen bij de woningen nrs 83 en 85 worden de vensters rechtafgesloten en reiken zij tot de genoemde lijst.

De achtergevel van nr. 93 wordt grotendeels door het bouwdeel op de linkerhoek bepaald en de moderne spiltrap die als nooduitgang dient, naast de oorspronkelijke steektrap die de tuin inleidt. In het meest linker bouwdeel komen in de eerste twee van de drie verdiepingen (schuif)ramen met een bovenlicht voor, onder een gecementeerd boogveld dat door een steens boog wordt afgesloten.

De RECHTERZIJGEVEL van het woonblok wordt gevormd door de zijgevel van het pand nr. 93. Deze bestaat uit drie ongelijke traveeen met uiterst links een smalle travee van één vensteras zijnde zijgevel van de toren opgetrokken in witte verblendsteen. Op de begane grond bevindt zich een cartouche met daarin de naam "de Witte Toren" aangebracht in cement. De verdiepingen zijn identiek aan de voorzijde van de toren. De midden- en rechtertravee is voornamelijk opgetrokken in gele verblendsteen. In de gevel bevinden zich drie trapsgewijs geplaatste rechhoekige vensters met boogtrommel en rondboogvormige rollaag. Onder de bakgoot bevinden zich twee trapsgewijs geplaatste vensters afgesloten door een rollaag. De sterk risalerende rechtertravee bestaat uit twee vensterassen. Uiterst rechts eindigt de brede vensteras in een afgewolfde topgevel. Op de begane grond en de eerste verdieping bevindt zich een rechthoekig venster afgesloten door een boogtrommel en segmentboog met in de geveltop een driestrooksvenster met verhoogd middendeel. Links in de smalle as van de rechtertravee bevindt zich op de begane grond een rechthoekig venster met boogtrommel en rondboog, op de eerste verdieping een rechthoekig venster afgesloten door een rollaag.

Het INTERIEUR van de vier woningen valt op door bijzondere onderdelen die grotendeels gaaf bewaard zijn gebleven. Het tweebeukige interieur bezit in de smalle as de voordeur en naast het tochtportaal een toiletruimte. De aansluitende hal gaat naar achter toe over in de tegenwoordig als keuken in gebruik zijnde ruimte. In de brede as bevindt zich de kamer en suite met schuifdeuren, vlakbewerkte Jugendstil stucplafonds met kooflijsten of plastisch uitgewerkte geornamenteerde stucplafonds in een eclectische stijl. Daarnaast komen veelal de oorspronkelijke marmeren schouwen nog voor. Boven de ramen aan de voorzijde is veelal het kastje van de buiten-rolluiken aanwezig. Meestal zijn de paneeldeuren die op de bel-etage zijn voorzien van gesneden brede kozijnen goed bewaard gebleven. In de hal leidt een kwartslag trap met fraaie trappaal en balusters naar boven waar eveneens geornamenteerde stucplafonds voorkomen. De schouwen op de tweede en derde verdieping zijn hier veelal uitgevoerd in hout. De overloop wordt door een lichtkoker in het platte dak van daglicht voorzien.

In het souterrain bevindt zich behalve de oorspronkelijke keuken met houten schouwbalk en granito aanrecht, een (voormalige) dienstbodekamer. Tussen beide ruimten in, bevindt zich een stookkamer. Het gietijzeren TUINHEK aan de voorzijde van het woonhuis, vormt met die van de andere huizen in deze rij, die overigens alle goed zijn bewaard, één geheel. De sierlijk welvende spijlen van het hek komen per drie bovenaan samen en worden boven één van de twee regels van het hek door een ornament bekroond.

Waardering

Vier HERENHUIZEN, Deventerweg 87, 89, 91 en 93 met TUINHEK, als onderdeel van een complex gebouwd omstreeks 1910 in overgangsarchitectuur door de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP. - Van architectuurhistorisch belang als goed, gaaf en zeldzaam voorbeeld van vier herenhuizen naar ontwerp van de aannemer/ architect H.J. VAN DER KLIP gebouwd in een overgangsarchitectuur met sterke invloeden van de jugendstil. Opvallend in dit ontwerp is het veelvuldig gebruik van de witte en oranjegele verblendsteen, de toren in het hoekpand en het rijke fries in imitatie-sgraffitto. Opvallend is de rijke detaillering in het houtwerk in in- en exterieur, het gebruik van kathedraalglas, de ingangspartijen met tochtportalen en tochtdeuren. Daarnaast bevinden zich in het interieur paneeldeuren, schouwen met een betegeling van zeshoekige relieftegeltjes en stucplafonds.

- Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van acht aaneengesloten herenhuizen die langs de uitvalsweg van Zutphen naar Deventer zijn gebouwd binnen een stadsuitbreiding in de periode 1903-1914 en spelen daarin een beeldbepalende rol. Zij vormen daarnaast een goed voorbeeld van het type herenhuis met korte voortuin en diepe achtertuin dat door een ijzeren tuinhek (Jugendstil) van de stoep, bakstenen ventweg en hoofdstraat wordt gescheiden.

- Van cultuurhistorisch belang als goed voorbeeld van vier herenhuizen als onderdeel van een complex als woningen van de gegoede burgerij die zich omstreeks 1900 buiten de stad vestigden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

One design consisting of four adjoining townhouses, Deventerweg 87, 89, 91 and 93, with GARDEN FENCE, probably by contractor/architect H.J. VAN DER KLIP, built in transitional architecture around 1910. These four townhouses are located on the northeast side of the complex, with Deventerweg 93 as the corner townhouse on the right. The facades with plastered plinth are constructed in yellow-orange, white and red bond brick in English bond. The FRONT FACADE can be divided into the front facade of four individual townhouses consisting of a wide (b) and a narrow window axis (a) with the rhythm ab-ab-ba-ba. The first two axes from the left (concerning property no. 87) are entirely constructed in yellow-orange bond brick with decorative use of white, red and grey bond brick for the relieving arches and imitation joint bands. In the narrow axis is located the entrance section consisting of a flight of steps, round-arched porch with recessed door with fanlight and side lights. The door is executed in rich woodcarving with floral motifs. In the second storey above the porch is a double door with glazing and single-glazed fanlight, closed off by a moulded lintel, arch drum with imitation sgraffito and a segment-arched roller blind. The original wrought-iron gate in Jugendstil style for the inward-opening doors has been replaced here by a simple spindled gate. The adjoining wide axis is set back slightly relative to the adjoining narrow axes with on the ground floor a three-sided extension of the basement. On the bel-étage is a window section consisting of a double door with three-glazed fanlight, flanked on either side by side lights and fanlights. The segment-arched glazing bars run across the entire width of the window section. The original veranda with access and catslide roof has disappeared here. The wall opening is closed off by a lintel with directly above on the floor a double door with single-glazed fanlight with on either side a single-glazed window with single-glazed fanlight with rounded corners. The three wall openings are closed off at the top by a horizontal elliptical arch which above the door passes into a moulded lintel. The axis terminates in a truncated gable with in the top a double door with side lights, set in a circular roller blind of red bond brick with in the remaining wall surfaces imitation sgraffito with plant motifs. Both axes terminate in a frieze with the same pattern of imitation sgraffito interrupted by vertical roller blinds of red bond brick. The gable has a rear catslide gabled roof with unequal roof slopes.

The FRONT FACADES of Deventerweg 89 and 91 are identical and mirror images of each other. Of the front facade laid in English bond, the first storey, the bel-étage, is constructed in yellow bond brick with a line pattern of arches executed in red bond brick. The second storey, by contrast, has yellow arch accents in the white bond brick facade. Concentrations of white stones in the yellow field are playfully repeated in the white field with yellow stones. In the basement are two hopper windows located beneath the bordes with feigned blocks plastered. The parapet is formed by a granite coping stone supported by low masonry columns. The staircase to the porch located to the side of the bordes is executed in granite. A simple tube stair rail terminates at the top in a natural stone column crowned in a bulb shape. From this column continues a likewise natural stone coping stone supported by a masonry column towards the wall dam in the porch. In both the corner column and in the coping stone are floral motifs recessed. Similar motifs are repeated twice in the richly worked bossed panel door below. Of the three panes in the middle of the door, the middle one is executed as a pivoting window. Above, the panes present form together a half arch. The door frame rests on hardstone kneelers and like threshold. A multi-paned fanlight closes off the door frame. This fanlight is divided by three closely placed vertical glazing bars which at the top are intersected by a horizontal glazing bar. To the side of the door is a window with a herringbone arch beneath a small fanlight divided by a cross glazing bar. Beneath the bevelled masonry window sill comes in the masonry a decorative band of red and white bond brick which continues over the two blind sides of the porch. A one-brick rising arch in which in the inner curve on alternate courses heads in yellow bond brick are placed alongside the remaining red closes off the porch. The arch rests on plastered hardstone springer stones placed at unequal heights.

The bel-étage further contains adjoining the bordes modern double glazed doors with side lights which together in principal form are grouped in the same manner as the panes in the front door. In the head of the door panes are subdivisions with two panes originally arranged as those still occur at property no. 91. A lintel resting on plastered corner blocks with quarter-round profile closes off the window. From the springer stone of the porch runs a red bond brick decorative band towards the said lintel. Above this is an arch field in which floral motifs in imitation sgraffito are arranged, which is closed off by a half-brick segment arch of red bond brick. A semi-circular decorative band between the two windows frames off the yellow facade of the white second storey.

In the second storey above the porch follows a loggia which is closed off by the same arch as in the porch, but the colouring is here as previously described, reversed. The open-worked parapet, provided with a concrete coping stone, consists of masonry columns in which is a masonry semi-circular arch. The double doors which lead out to the internal balcony possess in the upper part of each pane two equal square panes placed side by side. Of the three-light fanlight the middle one is executed as a pivot sash. The window to the side of the loggia contains a sash window with smaller side lights. The middle window has a two-paned fanlight; the side lights are provided with single-paned fanlights executed as pivot sashes. The roller blind closing off the window steps back at the height of the larger middle window. Between the two wide segment arches consisting of a roller blind of yellow bond brick comes a wall groove with imitation sgraffito which passes into a field as facade finish beneath the gutter line. Corresponding with the gutter blocks come masonry columns which rest on the aforesaid segment arches of the above-mentioned window and of the loggia. The thus created compartmentation is provided with a repeating decorative floral pattern of imitation sgraffito.

In the front slope of the roof are two identical roof dormers with catslide gabled roof, only at no. 89 on the left is a modern roof window. At the front of the roof dormers overhanging beams support the overhanging roof slopes. At the location of the partition walls of the two properties are chimneys in the rear slope.

Respectively follows a wide and a narrow axis of the corner property number 93, of which the wide axis terminates in a truncated gable and the recessed narrow axis in a corner turret with tent roof. On the ground floor is a three-sided modernised oriel window closed off by a flat roof with on the floor above a double door with side lights and fanlights beneath a segment arch. In the gable top is a double door with single-glazed fanlight. Beneath the overhang of the gable top is the same frieze with imitation sgraffito as at number 87. In the narrow axis is a horseshoe-shaped extension porch with recessed door with side lights and fanlights. The porch in yellow-orange bond brick is closed off by a catslide roof. For the remaining part the narrow axis is constructed in white bond brick as being one side of the turret. On the first floor is a hopper window with fanlight, on the second floor two narrow sash windows each closed off by an arch drum and a round-arched roller blind together once more beneath one segment arch.

The soberly executed REAR FACADE of the houses (nos 87-93) shows in the individual facades a great degree of uniformity. Just as in the front facade here too the roof line is broken by the light stepping back of a facade (row). The facade has in the second storey at the height of the pilasters and the arch fillings of the windows double red bond brick bands. The basement facade, which is set back relative to the conservatory, has an affixed multi-paned panel door and a window with coupled hopper windows. Halfway across the span a masonry column supports the I-beam on which rests the conservatory extending across the full width of the bel-étage (only for the conservatory of property no. 89 is a modern balcony placed, supported by an iron column). The glazed facade of the conservatory contains a pair of double garden doors where originally the steep staircase to the lowered garden was connected but which has been moved in some cases. The original windows which were presumably equipped below with a glazing bar division with three panes placed side by side, corresponding to the bordes doors in the front facade, have sometimes been changed to single-glazed windows. Originally all windows were closed off by two-paned fanlights. Beneath the flat roof of the conservatory serving as a balcony are cut gutter blocks. On the second storey come two pairs of opening doors out onto the balcony, mostly provided with modern wooden parapet. The wider double doors are provided with five-paned fanlights executed as pivot sashes (in some cases only the middle one is of the pivot sash type). The other double door originally possesses a three-paned fanlight (pivot sash). The door openings are all closed off by one-brick segment arch which encompasses a wooden or cemented arch field. In the third storey are two windows with fanlights of which a three-section window (positioned above the wide double balcony doors), with in the middle a hopper window, the other concerns a T-sash window. The windows are closed off by a half-brick segment arch, of which only the crown breaks through the band beneath the gutter line. Only at the properties nos 83 and 85 are the windows closed off straight and extend to the said band.

The rear facade of no. 93 is largely determined by the building section on the left corner and the modern spiral staircase serving as emergency exit, beside the original flight of steps which leads to the garden. In the far left building section are (sliding) windows with a fanlight in the first two of the three storeys, beneath a cemented arch field which is closed off by a masonry arch.

The RIGHT SIDE FACADE of the residential block is formed by the side facade of property no. 93. This consists of three unequal bays with at the far left a narrow bay of one window axis being side facade of the turret constructed in white bond brick. On the ground floor is a cartouche with the name "de Witte Toren" arranged in cement. The storeys are identical to the front of the turret. The middle and right bay is mainly constructed in yellow bond brick. In the facade are three stepped rectangular windows with arch drum and round-arched roller blind. Beneath the gutter line are two stepped rectangular windows closed off by a roller blind. The strongly projecting right bay consists of two window axes. At the far right the wide window axis terminates in a hipped gable. On the ground floor and the first floor is a rectangular window closed off by an arch drum and segment arch with in the gable top a three-section window with raised middle section. On the left in the narrow axis of the right bay is on the ground floor a rectangular window with arch drum and round arch, on the first floor a rectangular window closed off by a roller blind.

The INTERIOR of the four dwellings is notable for special features which have largely been well preserved. The two-aisle interior has in the narrow axis the front door and beside the draught porch a toilet room. The adjoining hall passes towards the rear into the space presently in use as kitchen. In the wide axis is located the room en suite with sliding doors, flat-worked Jugendstil stucco ceilings with soffit bands or plastically executed ornamented stucco ceilings in an eclectic style. Beside these are mostly the original marble fireplaces still present. Above the windows at the front is mostly the external roller blind box present. Usually the panel doors which on the bel-étage are provided with carved broad frames have been well preserved. In the hall a quarter-turn staircase with fine newel post and balusters leads upstairs where likewise ornamented stucco ceilings are present. The fireplaces on the second and third storeys are here mostly executed in wood. The landing is provided with daylight through a light well in the flat roof.

In the basement besides the original kitchen with wooden beam and granite countertop is a (former) servant's room. Between both rooms is a heating room. The cast-iron GARDEN FENCE at the front of the residence, forms together with that of the other houses in this row, which are otherwise all well preserved, one whole. The elegant curving spindlets of the fence come together three by three at the top and are crowned above one of the two rails of the fence by an ornament.

Valuation

Four TOWNHOUSES, Deventerweg 87, 89, 91 and 93 with GARDEN FENCE, as part of a complex built around 1910 in transitional architecture by contractor/architect H.J. VAN DER KLIP. - Of architectural-historical importance as a good, intact and rare example of four townhouses according to design of contractor/architect H.J. VAN DER KLIP built in a transitional architecture with strong influences of Jugendstil. Notable in this design is the frequent use of white and orange-yellow bond brick, the turret in the corner property and the rich frieze in imitation sgraffito. Notable is the rich detailing in the woodwork in interior and exterior, the use of cathedral glass, the entrance sections with draught porches and draught doors. Besides these are in the interior panel doors, fireplaces with tiling of hexagonal relief tiles and stucco ceilings.

- Of urban-planning importance as part of eight connected townhouses which have been built along the outskirts road from Zutphen to Deventer within a city extension in the period 1903-1914 and play a defining role therein. They moreover form a good example of the type of townhouse with short front garden and deep back garden which is separated from the pavement, brick path and main street by a wrought-iron garden fence (Jugendstil).

- Of cultural-historical importance as a good example of four townhouses as part of a complex as dwellings of the well-to-do bourgeoisie who settled outside the city around 1900.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map